De voorzitter opent de zitting op 16/12/2025 om 19:35.
De gemeenteraad neemt kennis van de ontwerpnotulen, opgesteld door de algemeen directeur, van de vorige vergadering van 18 november 2025.
De gemeenteraadsleden nemen er nota van dat tot het einde van de huidige vergadering opmerkingen kunnen gemaakt worden betreffende de redactie van de notulen.
Annotaties Mattias Bouckaert:
Op de gemeenteraad van november stelden we voor om advies te vragen aan de financieel directeur over de jaarrekening van de kerkfabriek Sint-Joris, meer in het bijzonder op de verwerking van de inkomsten uit verhuur. Het agendapunt werd door een vergetelheid niet gestemd (1u57). Het staat foutief genotuleerd als niet goedgekeurd. Ik mocht wel van de algemeen directeur volgende reactie ontvangen:
De beleidsdocumenten van de kerkfabriek STJW hebben we in het meerjarenplan 2020-2025 bekeken i.f.v. de zelfbedruipendheid van de KF wat de exploitatietoelagen betreft. De gemeente heeft de afgelopen jaren geen exploitatietoelagen aan de KF betaald (rekeningen 2022-2024). Ook voor 2025 zal geen exploitatietoelage betaald worden. Voor 2026 toont het budget van de KF wel een gemeentelijke toelage doch zal het geraamde exploitatieverlies door de kerkfabriek gedragen worden. Er zal dus ook in 2026 geen gemeentelijke toelage nodig zijn (zie raadsbesluit m.b.t. goedkeuring budget 2026 KF STJW).
I.k.v. de eenmaking van de kerkfabrieken zal er door de nieuwe KF in 2026 ook een eengemaakt meerjarenplan opgesteld moeten worden.
Voorafgaand zal er een nieuwe afsprakennota tussen de gemeente en de kerkfabriek opgesteld worden. In deze afsprakennota moet o.a. opgenomen worden hoe de resultaatsverwerking door de nieuwe KF dient te gebeuren, o.a. m.b.t. de uitgaven en ontvangsten uit privaat patrimonium in relatie tot de exploitatietoelage, de reservatie van een gedeelte van huuropbrengsten uit privaat patrimonium voor grote werkzaamheden ed, …
We stellen voor de notulen met deze aanvulling goed te keuren.
Het voorstel wordt niet goedgekeurd.
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en uitvoeringsbesluiten.
Het bestuursdecreet en uitvoeringsbesluiten.
Het besluit van de Vlaamse regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen.
Het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen.
De omzendbrief van de Vlaamse regering KB/ABB 2019/4 van 3 mei 2019 betreffende de strategische meerjarenplannen 2020-2025 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus.
De omzendbrief van de Vlaamse regering KBBJ/ABB 2020/3 van 18 september 2020 over de aanpassing van de meerjarenplannen 2020-2025.
De aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025/1 van het lokaal bestuur Oud-Heverlee, goedgekeurd door de gemeenteraad in de zitting van 15 december 2020.
De aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025/2 van het lokaal bestuur Oud-Heverlee, goedgekeurd door de gemeenteraad in de zitting van 26 oktober 2021.
De aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025/3 van het lokaal bestuur Oud-Heverlee, goedgekeurd door de gemeenteraad in de zitting van 21 december 2021.
De aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025/4 van het lokaal bestuur Oud-Heverlee, goedgekeurd door de gemeenteraad in de zitting van 25 oktober 2022.
De aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025/5 van het lokaal bestuur Oud-Heverlee, goedgekeurd door de gemeenteraad in de zitting van 20 december 2022.
De aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025/6 van het lokaal bestuur Oud-Heverlee, goedgekeurd door de gemeenteraad in de zitting van 19 december 2023.
De aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025/7 van het lokaal bestuur Oud-Heverlee, goedgekeurd door de gemeenteraad in de zitting van 12 november 2024.
Het oorspronkelijk meerjarenplan 2020-2025 van het lokaal bestuur Oud-Heverlee werd goedgekeurd door de gemeenteraad in de zitting van 17 december 2019. Het meerjarenplan vormt de basis van het beleid gedurende 6 jaar. De eerste aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025/1 werd goedgekeurd door de gemeenteraad op 15 december 2020. De tweede aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025/2 werd goedgekeurd door de gemeenteraad op 26 oktober 2021. De derde aanpassing werd goedgekeurd door de gemeenteraad op 21 december 2021. De vierde aanpassing van het meerjarenplan werd goedgekeurd door de gemeenteraad op 25 oktober 2022. De vijfde aanpassing werd goedgekeurd op 20 december 2022. De zesde aanpassing werd goedgekeurd door de gemeenteraad op 19 december 2023. De zevende aanpassing van het meerjarenplan werd goedgekeurd op de gemeenteraad van 12 november 2024.
2025 is het laatste jaar van het meerjarenplan 2020-2025.
In deze aanpassing van het meerjarenplan worden de kredieten van 2025 aangepast.
De aanpassing van het meerjarenplan omvat de wijzigingen van de strategische nota, de aangepaste financiële nota, de aangepaste toelichting, de motivering van de wijzigingen en documentatie.
De gemeente en het OCMW hebben een geïntegreerd aangepast meerjarenplan, maar hebben elk hun eigen bevoegdheden voor de vaststelling ervan. Zowel de gemeenteraad als de raad voor maatschappelijk welzijn dient eerst het eigen deel van het aangepaste meerjarenplan vast te stellen. Daarna kan de gemeenteraad het deel van het aangepaste meerjarenplan dat de raad voor maatschappelijk welzijn heeft vastgesteld, goedkeuren, waardoor de aanpassing definitief is vastgelegd.
Het managementteam heeft op 21 oktober 2025 gunstig advies uitgebracht over het ontwerp van de aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025/ nr. 8 van het lokaal bestuur Oud-Heverlee.
De ontwerp aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025/ nr. 8 werd tevens goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen op 06 november 2025.
Artikel 1: De gemeenteraad stelt het aangepaste meerjarenplan 2020-2025/ nr. 8, zoals in bijlage toegevoegd, vast.
De aanpassing van het meerjarenplan bestaat uit volgende documenten:
Aanpassing strategische nota
Aanpassing financiële nota
Schema M1: het financiële doelstellingenplan
Schema M2: de staat van het financieel evenwicht
Schema M3: overzicht van de kredieten
Toelichting
Schema T1: Overzicht van ontvangsten en uitgaven naar functionele aard
Schema T2: Overzicht van ontvangsten en uitgaven naar economische aard
Schema T3: Investeringsprojecten
Schema T4: Overzicht van de evolutie van de financiële schulden
Financiële risico’s
Grondslagen en assumpties
Overzicht ramingsverschuivingen investeringen gemeente
Overzicht ramingsverschuivingen exploitatie gemeente
Overzicht ramingsverschuivingen exploitatie OCMW
Motivering van de wijzigingen
Documentatie
Overzicht beleidsdomeinen en beleidsvelden
Overzicht van de entiteiten die zijn opgenomen onder de financiële vaste activa
Overzicht jaarlijkse opbrengst per belastingsoort
Overzicht van de werkings- en investeringssubsidies
Overzicht van de doelstellingen, actieplannen en acties
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en uitvoeringsbesluiten.
Het bestuursdecreet en uitvoeringsbesluiten.
Het besluit van de Vlaamse regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen.
Het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen.
De omzendbrief van de Vlaamse regering KB/ABB 2019/4 van 3 mei 2019 betreffende de strategische meerjarenplannen 2020-2025 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus.
De omzendbrief van de Vlaamse regering KBBJ/ABB 2020/3 van 18 september 2020 over de aanpassing van de meerjarenplannen 2020-2025.
De aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025/1 van het lokaal bestuur Oud-Heverlee, goedgekeurd door de gemeenteraad in de zitting van 15 december 2020.
De aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025/2 van het lokaal bestuur Oud-Heverlee, goedgekeurd door de gemeenteraad in de zitting van 26 oktober 2021.
De aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025/3 van het lokaal bestuur Oud-Heverlee, goedgekeurd door de gemeenteraad in de zitting van 21 december 2021.
De aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025/4 van het lokaal bestuur Oud-Heverlee, goedgekeurd door de gemeenteraad in de zitting van 25 oktober 2022.
De aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025/5 van het lokaal bestuur Oud-Heverlee, goedgekeurd door de gemeenteraad in de zitting van 20 december 2022.
De aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025/6 van het lokaal bestuur Oud-Heverlee, goedgekeurd door de gemeenteraad in de zitting van 19 december 2023.
De aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025/7 van het lokaal bestuur Oud-Heverlee, goedgekeurd door de gemeenteraad in de zitting van 12 november 2024.
Het oorspronkelijk meerjarenplan 2020-2025 van het lokaal bestuur Oud-Heverlee werd goedgekeurd door de gemeenteraad in de zitting van 17 december 2019. Het meerjarenplan vormt de basis voor het beleid gedurende 6 jaar. De eerste aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025/1 werd goedgekeurd door de gemeenteraad op 15 december 2020. De tweede aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025/2 werd goedgekeurd door de gemeenteraad op 26 oktober 2021. De derde aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025/3 werd goedgekeurd door de gemeenteraad op 21 december 2021. De vierde aanpassing van het meerjarenplan werd goedgekeurd door de gemeenteraad in de zitting van 25 oktober 2022. De vijfde aanpassing werd goedgekeurd op 20 december 2022. De zesde aanpassing werd goedgekeurd op 19 december 2023. De zevende aanpassing van het meerjarenplan werd goedgekeurd op de gemeenteraad van 12 november 2024.
2025 is het laatste jaar van het meerjarenplan 2020-2025.
In deze aanpassing van het meerjarenplan worden de kredieten van 2025 aangepast.
De aanpassing van het meerjarenplan omvat de wijzigingen van de strategische nota, de aanpaste financiële nota, de aangepaste toelichting, de motivering van de wijzigingen en documentatie.
De gemeente en het OCMW hebben een geïntegreerd aangepast meerjarenplan, maar hebben elk hun eigen bevoegdheden voor de vaststelling ervan. Zowel de gemeenteraad als de raad voor maatschappelijk welzijn dient eerst het eigen deel van het aangepaste meerjarenplan vast te stellen. Daarna kan de gemeenteraad het deel van het aangepaste meerjarenplan dat de raad voor maatschappelijk welzijn heeft vastgesteld, goedkeuren, waardoor de aanpassing definitief is vastgelegd.
De raad voor maatschappelijk welzijn stelde in de zitting van 16 december 2025 de aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025/ nr. 8 vast.
Artikel 1: De gemeenteraad keurt de aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025/ nr. 8, zoals vastgesteld door de raad voor maatschappelijk welzijn op 16 december 2025, goed.
In toepassing van artikel 21 van het decreet lokaal bestuur werd dit punt op vraag van SAMEN aan de gemeenteraadsagenda van 16 december 2025 toegevoegd.
Elk raadslid kan de afzonderlijke stemming eisen over één of meer onderdelen (bijv. een onderliggende raming, een actie of een actieplan, enz.) van het meerjarenplan. Het betrokken raadslid moet die onderdelen aanwijzen. In dat geval mag de betrokken raad maar over het geheel van zijn deel van het meerjarenplan stemmen ná de stemming van die aangewezen onderdelen.
Artikel 1: We vragen de stemming over volgend onderdeel:
De raming van Interleuven voor deze werken bedraagt 1.045.000 € (ontvangen 15/07/2025). Deze raming bevat geen buitenaanleg, die vermoedelijk noodzakelijk zal zijn na de werf. Momenteel wordt 40.000 € erelonen voorzien, en 744.000 € budget. We stellen voor dit budget aan te passen van 784.000 € naar 1.100.000 €.
In toepassing van artikel 21 van het decreet lokaal bestuur werd dit punt op vraag van SAMEN aan de gemeenteraadsagenda van 16 december 2025 toegevoegd.
Elk raadslid kan de afzonderlijke stemming eisen over één of meer onderdelen (bijv. een onderliggende raming, een actie of een actieplan, enz.) van het meerjarenplan. Het betrokken raadslid moet die onderdelen aanwijzen. In dat geval mag de betrokken raad maar over het geheel van zijn deel van het meerjarenplan stemmen ná de stemming van die aangewezen onderdelen.
Artikel 1: We vragen de stemming over volgend onderdeel:
We vinden geen budget ‘burgerbegroting’ in deze meerjarenplanning. Het budget overleg en dialoog met inwoners oogt erg bescheiden, met jaarlijks 1.000 €. We stellen voor dit budget te verbreden naar ‘Participatie en innovatieve initiatieven rond inspraak’. We stellen voor jaarlijks een budget van 8.000 € te voorzien (minstens 2 burgerbegrotingsprojecten).
In toepassing van artikel 21 van het decreet lokaal bestuur werd dit punt op vraag van SAMEN aan de gemeenteraadsagenda van 16 december 2025 toegevoegd.
Elk raadslid kan de afzonderlijke stemming eisen over één of meer onderdelen (bijv. een onderliggende raming, een actie of een actieplan, enz.) van het meerjarenplan. Het betrokken raadslid moet die onderdelen aanwijzen. In dat geval mag de betrokken raad maar over het geheel van zijn deel van het meerjarenplan stemmen ná de stemming van die aangewezen onderdelen.
Artikel 1: We vragen de stemming over volgend onderdeel:
Het afwerken van de noord-zuidas in onze gemeente loopt al 20 jaar. Het zou ongetwijfeld efficiëntie-winst betekenen om beide resterende zones tegelijk aan te pakken (1 x vergunningsprocedure, 1 x aanbesteding).
We herformuleren deze actie als volgt: De heraanleg van de Waversebaan wordt afgerond: de zones Leuven-Blokkenstraat en Witte-Bomendreef-Oude Nethensebaan worden heraangelegd met volwaardige fietspaden. Het budget wordt aangepast met 600.000 €.
Ter compensatie wordt het budget van de actie AC000008: zone Noord verminderd met 575.000 €. Het gaat hier immers om het afwegen van zekere noden tegen nog te verkennen verlangens.
In toepassing van artikel 21 van het decreet lokaal bestuur werd dit punt op vraag van SAMEN aan de gemeenteraadsagenda van 16 december 2025 toegevoegd.
Elk raadslid kan de afzonderlijke stemming eisen over één of meer onderdelen (bijv. een onderliggende raming, een actie of een actieplan, enz.) van het meerjarenplan. Het betrokken raadslid moet die onderdelen aanwijzen. In dat geval mag de betrokken raad maar over het geheel van zijn deel van het meerjarenplan stemmen ná de stemming van die aangewezen onderdelen.
Artikel 1: We vragen de stemming over volgend onderdeel:
De Parkstraat is de drukste weg van onze gemeente. Deze drukke straat verdient een wegdek en fietspaden in prima straat. Voor een tracé van 400 meter (maximale afstand) aan 794 €/meter (raming Waversebaan) vraagt dit een budget van 320.000 €. De autofinancieringsmarge laat deze investering zeker toe. We stellen daarom voor het budget van deze actie te verhogen met 320.000 € in jaar 2028.
In toepassing van artikel 21 van het decreet lokaal bestuur werd dit punt op vraag van SAMEN aan de gemeenteraadsagenda van 16 december 2025 toegevoegd.
Elk raadslid kan de afzonderlijke stemming eisen over één of meer onderdelen (bijv. een onderliggende raming, een actie of een actieplan, enz.) van het meerjarenplan. Het betrokken raadslid moet die onderdelen aanwijzen. In dat geval mag de betrokken raad maar over het geheel van zijn deel van het meerjarenplan stemmen ná de stemming van die aangewezen onderdelen.
Artikel 1: We vragen de stemming over volgend onderdeel:
We stellen voor deze actie als volgt aan te vullen: “We werken de Dorpsstraat af als groene centrum-as, met volwaardige voetpaden”. Het budget wordt opgetrokken van 50.000 € naar 100.000 €
In toepassing van artikel 21 van het decreet lokaal bestuur werd dit punt op vraag van SAMEN aan de gemeenteraadsagenda van 16 december 2025 toegevoegd.
Elk raadslid kan de afzonderlijke stemming eisen over één of meer onderdelen (bijv. een onderliggende raming, een actie of een actieplan, enz.) van het meerjarenplan. Het betrokken raadslid moet die onderdelen aanwijzen. In dat geval mag de betrokken raad maar over het geheel van zijn deel van het meerjarenplan stemmen ná de stemming van die aangewezen onderdelen.
Artikel 1: We vragen de stemming over volgend onderdeel:
Het budget van deze actie staat niet in verhouding tot de ambitie. Bovendien bleek de heraanleg van de Beekstraat ook erg onder voorbehoud, afhankelijk van rioleringssubsidies. De gemeente ontving een VLAIO-subsidie ter waarde van 500.000 € voor de dorpskern van Weert. Het lijkt ons essentieel om dit budget ook in te zetten voor effectieve verfraaiing van de dorpskern. De opmaak van een masterplan voor SJW gaat o.a. uit van een duidelijke vraag naar ruimtebehoefte van verschillende verenigingen (sportinfrastructuur, scouts, muziek, toneel, vergaderruimte, etc.). Al decennia lang werd er niet meer geïnvesteerd in patrimonium in SJW, waardoor geen van al het gemeentelijk patrimonium (OC, oud gemeentehuis, pastorie) momenteel deze noden naar behoren kan invullen. In 2027 komt bovendien ook het station van SJW vrij, wat misschien ook uitzonderlijke kansen biedt. Wat ook de uitkomst van het masterplan zal zijn, er zal geïnvesteerd moeten worden in patrimonium in SJW om aan deze nood te kunnen voldoen. We stellen daarom voorniet nog eens 6 jaar wachten, maar alvast een budget te voorzien in het MJP om na afronding van de opmaak van het masterplan hier ook gevolg aan te kunnen geven. We stellen voor om de actie uit te breiden: “Vanuit een doordachte lange termijnvisie laten we het gemeentelijke patrimonium herleven”. We stellen voor om het budget op te trekken met 400.000 €.
In toepassing van artikel 21 van het decreet lokaal bestuur werd dit punt op vraag van SAMEN aan de gemeenteraadsagenda van 16 december 2025 toegevoegd.
Elk raadslid kan de afzonderlijke stemming eisen over één of meer onderdelen (bijv. een onderliggende raming, een actie of een actieplan, enz.) van het meerjarenplan. Het betrokken raadslid moet die onderdelen aanwijzen. In dat geval mag de betrokken raad maar over het geheel van zijn deel van het meerjarenplan stemmen ná de stemming van die aangewezen onderdelen.
Artikel 1: We vragen de stemming over volgend onderdeel:
In het MJP is opnieuw opgenomen om de gemeentelijke eigendom gelegen in de Polderstraat (SJW) (perceel 290L) te verkopen als bouwgrond. Eerdere pogingen hiertoe waren niet succesvol. De ontwikkeling van dit perceel in strijd is met de gemeentelijke visie op ruimtelijke ordening, natuurbehoud en de visie van het Nationale Park Brabantse Wouden.
❖ Bebouwing of ontwikkeling van dit perceel is niet conform het Gemeentelijk Ruimtelijke Structuurplan (GRS) dat het volgende voorschrijft onder het topic "Woonlinten in de openruimte/woonkorrels": "Verdere verlinting langs de Justin Scheepmansstraat, de Kasteelstraat, de Weertsedreef, de Polderstraat en de Kleinstraat in de richting van de omliggende natuurlijke en openruiltestructuur wordt niet toegestaan". Voor de Polderstraat is dit het enige perceel waar verdere verlinting in de richting van de omliggende natuurlijke en openruimtestructuur nog mogelijk zou zijn (en mogelijk was bij de opmaak van het GRS). Opname van deze straat onder dit topic had specifiek de bedoeling om dit perceel niet verder te ontwikkelen. Decretaal gezien bestaat een GRS uit een informatief, een richtinggevend en een bindend gedeelte. In het richtinggevend deel, waartoe dit artikel behoort, wordt de ruimtelijke visie op de ontwikkeling weergegeven. De overheid mag van het richtinggevend deel niet afwijken, behalve ingevolge onvoorziene ontwikkelingen van de ruimtelijke behoeften of wegens dringende sociale of budgettaire redenen. Een verkoop van dit perceel voor particuliere bebouwing lijkt dus in strijd met het GRS.
❖ Het perceel maakt deel uit van het goedgekeurde natuurbeheerplan type 2 (NBP-VB-22-0198) 'De Kluis'. Bebouwing van dit perceel gaat dus rechtstreeks in tegen de visie opgenomen voor dit perceel in het natuurbeheerplan, dat spreekt van de ontwikkeling van een ecologische bosrand voor dit perceel. Opheffing van openbare terreinen uit een goedgekeurd NBP kan enkel als de opheffing noodzakelijk is voor maatregelen die een maatschappelijk belang dienen. Dit lijkt hier niet van toepassing.
❖ De Polderstraat kan aanzien worden als een asymmetrische holle weg, met aan de noordzijde een giganstisch hoge en steile talud, terwijl de zuidzijde eerde een zachter, geleidelijke helling kent. De bouwzone van het perceel overlapt bijna volledig met deze steile talud, met een hoogteverschil van maar liefst 10m. Dit maakt bouwen een huzarenstukje en bijna onmogelijk zonder schade aan de omliggende natuur en reliëf. Volgens het Vlaamse Natuurdecreet, zijn holle wegen beschermd als belangrijke kleine landschapselementen, verboden te wijzigen zonder vergunning (ontheffing), omdat ze unieke biotopen, natuurverbindingen en landschapskenmerken zijn met rijke flora en fauna, vooral in gebieden zoals Haspengouw en Dijleland. Getuige ook de aanduiding van "Faunistisch belangrijk gebied" volgens de biologische waarderingskaart v2. Voor de aanduiding van deze gebieden is rekening gehouden met soorten die 1. op Vlaams niveau van belang zijn (Rode Lijstsoorten), 2. vermeld worden in de bijlagen van de Europese Vogelrichtlijn of Habitatrichtlijn en/of 3. waarvoor Vlaanderen internationaal van belang is. In 2015 nam de gemeente op dit perceel zelf maatregelen om het biotoop van haar koesterbuur en bedreigde keversoort 'Vliegend Hert' te verbeteren met de aanleg van een broedhoop. De Zuidgerichte en zon beschenen helling vormt een uitstekend habitat voor deze bedreigde kever.
De slogan van het NP Brabantse Wouden "Eeuwenoude bossen, holle wegen en adembenemende open ruimte" lijkt met de verkoop van dit perceel van weinig waarde. Deze verkoop als bouwgrond faciliteert dat een deeltje Meerdaalwoud ontbost zal worden, een deel holle weg vernietigd wordt en waardevolle openruimte aangesneden wordt. Als zelfs de overheid het goede voorbeeld niet geeft, hoe kan ze dan verwachten dat haar burgers dit doen?
Dit perceel maakt integraal deel uit van het Meerdaalwoud, het hart van het nationale park Brabantse Wouden. Ondanks dat dit perceel op het gewestplan als woongebied is ingekleurd zijn er verscheidene redenen waarom de gemeente het bebouwen van dit perceel zou moeten verbieden en al zeker niet moet faciliteren met de verkoop ervan als bouwgrond.
Wij vragen dan ook om de verkoop van dit perceel uit de MJP te halen en de beheerdoelen opgenomen in het natuurbeheerplan tot uitvoering te brengen.
In toepassing van artikel 21 van het decreet lokaal bestuur werd dit punt op vraag van SAMEN aan de gemeenteraadsagenda van 16 december 2025 toegevoegd.
Elk raadslid kan de afzonderlijke stemming eisen over één of meer onderdelen (bijv. een onderliggende raming, een actie of een actieplan, enz.) van het meerjarenplan. Het betrokken raadslid moet die onderdelen aanwijzen. In dat geval mag de betrokken raad maar over het geheel van zijn deel van het meerjarenplan stemmen ná de stemming van die aangewezen onderdelen.
Artikel 1: We vragen de stemming over volgend onderdeel:
Alle budgetten van de gemeente worden consequent geïndexeerd tot het huren van de feestverlichting toe. De bijdrage aan prestige-projecten als LOV2030 wordt wel geïndexeerd, die aan de eigen verenigingen niet. We stellen daarom voor:
- de historisch opgebouwde achterstand correct weg te werken. De voorziene verhoging van 20 % is daarvoor soms ontoereikend, en wordt niet consequent toegepast. De toelage aan welzijnsverenigingen als PANAL wordt niet geïndexeerd.
|
|
Laatst gekende aanpassing (afgevlakte gezonheidsindex) |
Correcte indexering (afgevlakte gezondheidsindex 160,71) |
| Jeugd |
2012 (118,25)
19.000 € 4.500 € kampvervoer |
startbedrag 2026: 31.725 € (nu voorzien 30.000 €) |
| Sport |
2012 (118,25)
20.000 € werkingssubsidie 9.000 € impulssubsidie |
startbedrag 2026: 39.150 € (nu voorzien 35.700 €) |
| Cultuur |
2015 (121,51)
16.000 € (budget harmonie niet inbegrepen)
3.500 € harmonie (bedrag 2023) |
Startbedrag 2026: 25.000 € (nu voorzien 20.500 €) |
| Welzijn |
2012: werkingssubsidie aan externe diensten
Panal: 1.500 € Seniorama: 1.500 € vzw Mobiel: 0,19, reeds opgetrokken naar 0,30 in 2024 |
Startbedrag 2026: 12.500 € (nu voorzien 2.500 €)
Panal: 2.029 € Seniorama: 2.029 € vzw Mobiel: 0,32 €/inwoner |
- volgende de budgetten jaarlijks te indexeren.
In toepassing van artikel 21 van het decreet lokaal bestuur werd dit punt op vraag van SAMEN aan de gemeenteraadsagenda van 16 december 2025 toegevoegd.
Elk raadslid kan de afzonderlijke stemming eisen over één of meer onderdelen (bijv. een onderliggende raming, een actie of een actieplan, enz.) van het meerjarenplan. Het betrokken raadslid moet die onderdelen aanwijzen. In dat geval mag de betrokken raad maar over het geheel van zijn deel van het meerjarenplan stemmen ná de stemming van die aangewezen onderdelen.
Artikel 1: We vragen de stemming over volgend onderdeel:
Er wordt jaarlijks slechts 10.000 € voorzien. Dit budget is absoluut onvoldoende om het Energie- en klimaatplan uit te voeren. Het is goed om belangrijke budgetten te voorzien voor renoveren van eigen gebouwen, aanleg van fietspaden. Maar de gemeente kan op zichzelf nooit de gevraagde CO-2 reductie bereiken. Het is belangrijk om inwoners te mobiliseren en te inspireren vb. door benovatie-coach.
We stellen voor dit budget op te trekken naar 50.000 €/jaar.
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en uitvoeringsbesluiten.
Het bestuursdecreet en uitvoeringsbesluiten.
Het besluit van de Vlaamse regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen.
Het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen.
De omzendbrief van de Vlaamse Regering KBBJ/ABB 2025/1 betreffende de strategische meerjarenplannen 2026 -2031 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus.
Het ontwerp-meerjarenplan 2026 -2031 werd opgesteld voor het lokaal bestuur. Dit plan start in het tweede jaar dat volgt op de gemeente- en provincieraadsverkiezingen en loopt af op het einde van het jaar na de daaropvolgende verkiezingen.
Het meerjarenplan bestaat uit drie onderdelen: een strategische nota, een financiële nota en een toelichting. Bij het meerjarenplan hoort ook bijhorende documentatie.
De gemeente en het OCMW hebben een geïntegreerd meerjarenplan, maar hebben hun eigen bevoegdheden voor de vaststelling ervan. Zowel de gemeenteraad als de raad voor maatschappelijk welzijn dienen eerst het eigen deel van het meerjarenplan vast te stellen. Daarna kan de gemeenteraad het deel van het meerjarenplan dat de raad voor maatschappelijk welzijn heeft vastgesteld, goedkeuren, waardoor het meerjarenplan definitief is vastgesteld.
Het managementteam heeft op 18 november 2025 gunstig advies uitgebracht over het ontwerp-meerjarenplan 2026 -2031 van het lokaal bestuur Oud-Heverlee, waarvan deel uitmaken het gemeentebestuur en het OCMW van Oud-Heverlee.
Het ontwerp-meerjarenplan werd tevens goedgekeurd op het college van burgemeester en schepenen van 20 november 2025 en besproken op verschillende adviesraden waaronder de jeugdraad van 3 november 2025.
Amentement Samen:
Gezien de grote impact van de nieuwbouw van de school van Blanden, is het belangrijk dat de gemeenteraad inzage heeft in de premisse waar de geraamde bouwkost (12.157.000 miljoen) en de geraamde subsidie (7.463.000 miljoen) op zijn gebaseerd. De gemeenteraad wordt geïnformeerd over volgende elementen ivm de geraamde bouwkost
- het aantal geplande vierkante meters waarop de bouwkost is gebaseerd
- het aantal gesubsidieerde vierkante meters door Vlaanderen.
- de gehanteerde bouwkost per vierkante meter in de huidige raming.
De gemeenteraad wordt ook geïnformeerd over het aantal leerlingen waar de geraamde investeringssubsidie op is gebaseerd. De Agion-subsidie wordt immers rechtsstreeks afgeleid uit het aantal leerlingen.
Toelichting:
Bij het indienen van het AGION-dossier in 2018 werd het aantal leerlingen ruim geschat: 150 kleuters, 250 lagere school kinderen. Ondertussen hebben we een juister zicht op het te verwachten aantal leerlingen. Het laatste volledige schooljaar 2024-2025 telde de school 118 kleuters en 176 lagere schoolkinderen. Het aantal geboortes in Blanden kent een scherpe daling.
| geboorten | |
|---|---|
| 2014 | 23 |
| 2015 | 19 |
| 2016 | 18 |
| 2017 | 29 |
| 2018 | 20 |
| 2019 | 26 |
| 2020 | 19 |
| 2021 | 21 |
| 2022 | 24 |
| 2023 | 15 |
| 2024 | 10 |
Wanneer we zelf een bescheiden en onvolmaakte poging doen om de subsidie te berekenen volgende Agion-criteria op basis van de effectieve leerlingenaantal, komen we op een lagere subsidie uit. We leren graag bij waar onze berekening afwijkt van de subsidie in het meerjarenplan, vandaar onze vraag naar inzicht in de precieze berekeningswijze.
| Kleuter | lagere school | |
| aantal leerlingen 2024-2025 | 118,00 | 176 |
| Basisoppervlakte | ||
| LS: 1495m² + (Aantal lln-165)X6,9 m. kleuters: 760m²+(aantal lln-76)*7,9 | 1.091,80 | 1570,9 |
| 5 % brutto oppervlakte | 1.146,39 | 1649,445 |
| Levensbeschouwelijke vakken (42 m²/levensbeschouwing) | 168,00 | |
| Turnzaal > 220 leerlingen | 485,00 | |
| Totaal bouwnorm (vierkante meter) | 3.448,84 | |
| Huidige financiële norm AGION (prijs/M²) | 1.870,00 | december 2025 |
| Maximaal subsidieerbaar (excl 6 % BTW) | 6.449.321,45 | |
| Omgeving (10 %) | 644.932,15 | |
| uitrusting (12 %) | 773.918,57 | |
| voorbereiding (3 %) | 193.479,64 | |
| projectkosten (25 %) | 1.612.330,36 | |
| Totaal (excl BTW) | 9.673.982,18 | |
| 70 % van dit bedrag | 6.771.787,52 | |
|
Onduidelijk of overdekte speelplaats en fietsstallingen mee in de kosten voor omgeving zitten
|
||
Stemming over amendement:
Voor: Mattias Bouckaert, Adinda Claessen, Hanna Van Steenkiste, Wim Aertsen, Annik Minnoie, Alexander Binon, Jean-Louis Vertonen, Bart Ponsaerts.
Tegen: Arnouts Arts, Steeno Maggy, Binon Mark, Eerlingen Tine, Van Biesbroeck Francis, Timmermans Katrien, Clerckx Bart, Debruyne Kris, Lemaitre Patrice, Teck Tom, Gilias Fien, Auwerx Jenna.
Het amendement wordt niet goedgekeurd.
Artikel 1: De gemeenteraad stelt het meerjarenplan 2026- 2031, zoals in bijlage, vast.
Het meerjarenplan bestaat uit volgende documenten:
Strategische nota
Beleidsverklaring
Overzicht met beschrijving van de beleidsdoelstellingen
Overzicht van de prioritaire acties
Financiële nota
Schema M1: financiële doelstellingenplan
Schema M2: staat van het financieel evenwicht
Schema M3: overzicht van de kredieten
Toelichting
Schema T1: overzicht van ontvangsten en uitgaven volgens beleidsdomein
Schema T2: overzicht van ontvangsten en uitgaven naar economische aard
Schema T3: overzicht van de evolutie van de financiële schulden
Overzicht van de geplande investeringen
Overzicht van de personeelsinzet en organogram
Overzicht van de verbonden entiteiten
Overzicht van de financiële risico's
Grondslagen en assumpties
Documentatie
Overzicht van de beleidsdomeinen en beleidsvelden
Overzicht van de jaarlijkse opbrengst per soort van belasting
Overzicht van de jaarlijkse opbrengst per soort van retributie
Overzicht van de toegestane werkings- en investeringssubsidies
Overzicht van de beleidsdoelstellingen, actieplannen en acties
Overzicht van de jaarlijkse uitgaven en ontvangsten voor de exploitatie, de investeringen en de financiering per beleidsveld
Omgevingsanalyse
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en uitvoeringsbesluiten.
Het bestuursdecreet en uitvoeringsbesluiten.
Het besluit van de Vlaamse regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen.
Het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen.
De omzendbrief van de Vlaamse Regering KBBJ/ABB 2025/1 betreffende de strategische meerjarenplannen 2026 -2031 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus.
Het ontwerp-meerjarenplan 2026 -2031 werd opgesteld voor het lokaal bestuur. Dit plan start in het tweede jaar dat volgt op de gemeente- en provincieraadsverkiezingen en loopt af op het einde van het jaar na de daaropvolgende verkiezingen.
Het meerjarenplan bestaat uit drie onderdelen: een strategische nota, een financiële nota en een toelichting. Bij het meerjarenplan hoort ook bijhorende documentatie.
De gemeente en het OCMW hebben een geïntegreerd meerjarenplan, maar hebben hun eigen bevoegdheden voor de vaststelling ervan. Zowel de gemeenteraad als de raad voor maatschappelijk welzijn dienen eerst het eigen deel van het meerjarenplan vast te stellen. Daarna kan de gemeenteraad het deel van het meerjarenplan dat de raad voor maatschappelijk welzijn heeft vastgestel, goedkeuren, waardoor het meerjarenplan definitief is vastgesteld.
De raad voor maatschappelijk welzijn stelde in de zitting van 16 december 2025 het meerjarenplan 2026 -2031 vast.
Artikel 1: De gemeenteraad keurt het meerjarenplan 2026- 2031, zoals vastgesteld door de raad voor maatschappelijk welzijn op 16 december 2025, goed.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 en uitvoeringsbesluiten.
Het Decreet over het Lokaal Bestuur, meer bepaald de artikelen 40, 41, 286, 288 en uitvoeringsbesluiten.
De Wet van 4 februari 2022 houdende boek 3 "Goederen" van het Burgerlijk Wetboek.
Artikel 15 van de Grondwet inzake de onschendbaarheid van de woning geen huiszoeking kan plaats hebben dan in de gevallen die de wet bepaalt en in de vorm die zij voorschrijft.
Het wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet fiscale schuldvorderingen van 13 april 2019.
Het laden en bergen van voorwerpen die voortkomen van uitdrijving, de bewaring van deze voorwerpen in het gemeentemagazijn en het wegnemen en het bewaren van in beslag genomen voertuigen vormen voor het gemeentebestuur een aanzienlijke inspanning op vlak van personeelskosten en voorraadkosten.
Elke gemeente wordt er op haar grondgebied spijtig genoeg nu en dan mee geconfronteerd dat huurders na een vonnis uit hun woning worden gezet.
De gerechtsdeurwaarder die daarbij optreedt, laat dan de woning leegmaken op kosten van de betrokken huurder, waarbij alle goederen op de openbare weg worden gezet.
De gemeente heeft vervolgens de verantwoordelijkheid ervoor te zorgen dat de openbare weg niet belemmerd blijft, en moet de goederen weghalen en gedurende een termijn van 6 maanden bewaren.
In die periode kan de eigenaar deze goederen ophalen, en mag de gemeente de kosten voor het weghalen en bewaren terugvorderen van de eigenaar van de goederen.
Onder voorbehoud van een eventueel beroep ingesteld door een gemeente tegen de rechterlijke beslissing, blijkt het voor de gemeente onmogelijk om zich te onttrekken aan haar verplichting tot bijstand bij de uitvoering van die beslissing.
Ondanks het feit dat deze goederen op de openbare weg terechtkomen, kan men ze niet als afval beschouwen.
Het zou te verregaand zijn te stellen dat de betrokken huurder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moeten ontdoen van de betrokken goederen.
Precies het feit dat de huurder zes maanden de tijd krijgt ze te komen ophalen, eventueel na betaling van de door de gemeente gemaakte kosten, bevestigt dat er gedurende deze termijn geen sprake is van 'ontdoen'. Belangrijk daarbij is de kanttekening dat gemeenten bij een uithuiszetting geen goederen moeten bewaren die aan bederf onderhevig zijn of schadelijk zijn voor de openbare hygiëne, gezondheid of veiligheid.
In deze gevallen is er wel degelijk sprake van "zich moeten ontdoen" en mag de gemeente deze goederen als afvalstoffen beschouwen en op kosten van de huurder verwijderen. De situatie is enigszins anders als bij de ontruiming van een particulier woning of bedrijfsgebouw blijkt dat daar grote hoeveelheden afvalstoffen te vinden zijn.
De rechter oordeelde in het verleden tot tweemaal toe dat in principe alleen goederen op de openbare weg mogen worden gezet.
Volgens de rechtspraak is de afvalstoffenwetgeving te beschouwen als een bijzondere wet ten aanzien van de algemene wet op de uithuiszettingen.
De afvalstoffenwetgeving verzet zich tegen de illegale plaatsing van afvalstoffen, ook op de openbare weg.
Daardoor kan men voor afvalstoffen niet terugvallen op de wet uithuiszettingen om ze alsnog op de openbare weg te plaatsen, want dat zou strijdig zijn met de principes van het Materialendecreet.
De verplichting tot afvoer van de afvalstoffen ligt in dergelijke gevallen bij de eigenaar van de goederen en kan niet worden overgedragen aan het gemeentebestuur.
Die verplichting kan ook rusten op de eigenaar van het pand in kwestie, die de kosten voor verwijdering van afvalstoffen niet kan doorschuiven naar het gemeentebestuur op grond van de Wet uithuiszettingen.
Als een gemeente op voorhand weet heeft van de aanwezigheid van afvalstoffen in een gebouw dat geruimd zal worden, dan kan ze de huurder en eigenaar aanmanen de afvalstoffen te verwijderen binnen een welbepaalde termijn.
Gebeurt dit niet, dan kan de gemeentelijke toezichthouder een proces-verbaal opstellen wegens inbreuken op het Materialendecreet en Milieuvergunningendecreet, waarna de gemeente bestuurlijke maatregelen kan treffen zoals een verzegeling van het gebouw (om te vermijden dat de afvalstoffen op de openbare weg zouden terechtkomen).
Het voornaamste probleem is dat de gemeente in de praktijk meestal niet op voorhand op de hoogte is van de aanwezigheid van afvalstoffen en dat ze vaak pas op het laatste moment opgevorderd wordt door de gerechtsdeurwaarder die de uitzetting uitvoert.
Dat belet gemeenten om tijdig na te gaan of er al dan niet sprake is van afvalstoffen.
Eventueel zou een gemeente in een dergelijk geval een kort geding kunnen inleiden lastens de eigenaar en de huurder van het gebouw, om zo een verbod te horen uitspreken om de afvalstoffen op het openbaar domein achter te laten, onder verbeurte van een dwangsom per vastgestelde inbreuk.
Gelet op de financiële toestand van de gemeente;
De gemeenteraad besluit volgend reglement goed te keuren:
Artikel 1: De gemeente heeft een wettelijke verplichting om goederen die door een uitdrijving of om een andere reden achtergelaten worden, op te halen. Deze regeling geldt niet voor door het parket in beslag genomen goederen, achtergelaten goederen, of voor goederen die door andere wettelijke bepalingen geregeld zijn.
Artikel. 2: De gerechtsdeurwaarder die belast is met de uitdrijving dient ruimschoots en ten laatste één week voor de uitdrijvingsdatum contact op te nemen met de coördinator technische dienst om vast te leggen hoeveel medewerkers hij nodig heeft en op welk tijdstip deze ingezet dienen te worden.
Artikel 3: Onze medewerkers van de gemeentelijke diensten mogen de woning niet betreden, ingevolge artikel 15 van de Grondwet. Enkel goederen die zich op het openbaar domein bevinden, mogen meegenomen worden.
Artikel 4: De retributie voor het laden en bergen van goederen voortkomend van uitdrijving wordt als volgt samengesteld: a. Uurloon personeel: volgens het geldende retributiereglement (voor tussenkomst door de gemeentelijke diensten voor prestaties voor rekening van derden), b. Vervoerkosten: volgens het geldende retributiereglement (voor tussenkomst door de gemeentelijke diensten voor prestaties voor rekening van derden), c. Opslag van de goederen: € 200 per aangevangen maand.
Deze retributie is verschuldigd door de eigenaar van de goederen of door zijn rechtverkrijgenden ongeacht of hij de goederen achteraf terug ophaalt. De teruggave van de goederen aan de eigenaar of zijn rechtverkrijgenden vóór het verstrijken van de in artikel 5 gestelde termijn, is afhankelijk van de voorafgaande betaling van deze retributie.
De eigenaar krijgt slechts één dag de gelegenheid om zijn goederen op te halen. De eigenaar doet definitief afstand van de goederen die, na een eerste ophaling, achterblijven in de opslagplaats.
Artikel 5: Alle goederen worden, conform de wet van 4 februari 2020 houdende boek 3 "Goederen" van het Burgerlijk Wetboek, gedurende 6 maanden opgeslagen. Na deze termijn worden ze van rechtswege eigendom van de gemeente. Ten laatste één maand na het ophalen wordt er een aangetekend schrijven verstuurd naar de eigenaar indien deze bekend is. Als het materiaal door de eigenaar wordt opgehaald vóór het verstrijken van de periode van 6 maanden, moet de eigenaar of rechtverkrijgende van de goederen een bewijs van betaling kunnen voorleggen van de factuur betreffende de recuperatie van kosten voor het laden en bergen van deze goederen.
Artikel 6: Goederen die niet worden afgehaald door de eigenaar of zijn rechtverkrijgende dient de gemeente verplicht te laten ophalen door de Kringwinkel, indien herbruikbaar.
Al hetgeen de Kringwinkel niet meeneemt, krijgt de volgende bestemmingen: a. indien de goederen kunnen gebruikt worden binnen de gemeentelijke diensten dan worden ze behouden b. alle overige goederen worden afgevoerd naar het recyclagepark.
Al hetgeen de Kringwinkel niet meeneemt en afgevoerd wordt naar het recyclagepark, wordt op dat moment beschouwd als inboedelafval en is bedrijfsafval. Bedrijfsafval is onderhevig aan de verplichting tot selectieve aanbieding en desgevallend het gebruik van doorzichtige restafvalzakken. EcoWerf is verplicht visuele controle uit te voeren op non-conformiteiten.
Artikel 7: Dit reglement wordt van kracht vanaf 1 januari 2026, voor een periode, eindigend op 31 december 2031.
Artikel 170, §4 van de Grondwet.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikel 41 en uitvoeringsbesluiten.
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Gecodificeerde decreten Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2019, meer bepaald artikelen 4.1.1. en 4.2.4.
Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 met betrekking tot de gemeentefiscaliteit.
De beslissing van de gemeenteraad van 29 augustus 2017 in verband met de belasting op de omgevingsvergunning en natuurvergunning, belasting administratieve stukken stedenbouwkundige inlichtingen: aanpassingen naar aanleiding van opmerkingen van het Agentschap binnenlands bestuur.
De beslissing van de gemeenteraad van 17 december 2022 in verband met de belasting bijkomende wooneenheden en bouwkavels (aanpassing na evaluatie).
Het besluit van de gemeenteraad van 29 augustus 2017 in verband met de belasting op de omgevingsvergunning en natuurvergunning bevatte een belasting per aangevraagd lot en een belasting voor de realisatie van bijkomende woongelegenheden in een aanvraag omgevingsvergunning. Deze belastingen werden bij de beslissing van de gemeenteraad van 17 december 2019 geëvalueerd en in een apart reglement opgenomen. Het reglement werd bijgestuurd door de beslissing van de gemeenteraad van 29 november 2022. Het reglement loopt ten einde op 31 december 2025.
Het belastingreglement bijkomende wooneenheden en bouwkavels werd geëvalueerd. Naar aanleiding daarvan wordt voorgesteld om het reglement aan te passen voor wat betreft:
- het belastbaar feit: aanvang der werken of aflevering verkavelingsattest ipv aflevering vergunning in eerste aanleg
- de belastingplichtige: aanpassing in functie van de hierboven vermelde wijziging
- schrappen van de twee aanvullingen door de raadsbeslissing van 2022. Het gaat om de toevoeging dat belasting wordt terugbetaald als er binnen de 3 jaar na het afleveren van de omgevingsvergunning, sociale woningen worden gerealiseerd. En over de toevoeging dat de realisatie van de sociale woningen ook binnen een ander bouwproject kan plaatsvinden. Deze toevoegingen bleken niet effectief, maakten het reglement enkel complexer en moeilijker toepasbaar terwijl er geen sociale woningen door werden gerealiseerd. De termijn van 3 jaar lijkt ook arbitrair.
- voor de toepassing van de vrijstelling bij realisatie van sociale woningen, bleek de volgende passage een groot struikelblok: "De belasting is niet verschuldigd wanneer 20% of meer van de bijkomende kavels en/of wooneenheden begrepen in de omgevingsvergunningsaanvraag zullen dienen voor de realisatie van sociale huisvesting. De aanvrager van de omgevingsvergunning moet desgevallend een overeenkomst met een sociale huisvestingsmaatschappij en/of sociaal verhuurkantoor toevoegen. De overeenkomst met het sociaal verhuurkantoor heeft een duurtijd van minstens 18 jaar."
Het zou daarom beter zijn die passage gewoon te schrappen. Wanneer een omgevingsvergunningsaanvraag vergund wordt met sociale woningen / kavels voor sociale woningen, kan de belasting verminderd worden.
De financiële toestand van de gemeente.
De gemeente wil een eenzijdig financiële belasting opleggen via dit belastingsreglement in het kader van de omgevingsvergunning. Deze belasting is gebaseerd op de vaststelling dat de gemeente zowel bij kleine als grote(re) projecten van verkaveling of bijkomende wooneenheden telkens bijkomende taken of dienstverlening moet realiseren. De bijkomende taken omvatten onder meer:
Daarom is een belasting op bijkomende wooneenheden en kavels gerechtvaardigd: deze hebben immers tot gevolg dat de gemeente geconfronteerd wordt met bijkomende kosten zoals onderhoud wegeniswerken, kosten afvalverwerking, maar ook het voorzien van voldoende publieke ruimte in domeinen als onderwijs, cultuur, vrije tijd, …, en openbaar groen. Dit dient bovendien allemaal onderhouden te worden. Met deze extra inkomsten kan de gemeente een kwalitatieve omgeving met een voldoende voorzieningenniveau beter garanderen.
We verduidelijken hierbij dat de bouw van een nieuwe woning met 1 wooneenheid op een bestaand perceel niet wordt beschouwd als een bijkomende wooneenheid. De belasting is ook niet verschuldigd voor de eerste wooneenheid op een bijkomende kavel in het geval dat de belasting voor deze bijkomende kavel in toepassing van dit reglement al betaald is.
Deze belasting is gradueel opgevat omdat de bijkomende taken die de gemeenten moet opnemen ten gevolge van het uitvoeren van een project, omvattender en groter zijn naarmate het project groter is (i.e. meer kavels omvat en/of meer wooneenheden omvat). Meer kavels of meer wooneenheden hebben bijgevolg een grotere en meer accute impact op de gemeentelijke taken of dienstverlening met telkens hogere kosten.
Het invoeren van deze belasting is daarnaast een manier om een rem te zetten op de middelgrote verkavelingen en vastgoedontwikkelingen waarbij het landelijk karakter van de gemeente onder druk komt te staan.
In dit belastingsreglement zijn drie vrijstellingen voorzien:
1. Voor zorgwonen. Deze vrijstelling is opgenomen in de definitie van bijkomende wooneenheid.
De uitzondering voorzien in dit reglement voor zorgwonen is gerechtvaardigd omdat een bijkomende wooneenheid voor zorgwonen per definitie tijdelijk is en wordt gecreëerd om tegemoet te komen aan concrete zorgnoden waardoor mensen langer in een woning kunnen blijven wonen in plaats van naar een verzorgingsinstelling te moeten verhuizen. Op die manier wil het gemeentebestuur levenslang (thuis)wonen bevorderen. Het gaat om zorgwonen zoals bedoeld in de Gecodificeerde decreten Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening ("Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening") van 15 mei 2019.
2. Voor sociale huisvestingsmaatschappijen. Deze vrijstelling (voorzien in artikel 8) is gerechtvaardigd omdat het gaat om instellingen die handelen in functie van wettelijke opdracht tot het realiseren van sociale woningen.
3. Een belastingsvermindering of volledige vrijstelling voor sociale huisvesting door andere dan sociale huisvestingsmaatschappijen. De belastingvermindering of belastingvrijstelling voor de realisatie van sociale huisvesting is ingegeven vanuit juridische noodzaak om tijdig het bindend sociaal objectief van de gemeente te realiseren.
De vrijstellingen zoals voorzien in artikel 8 moeten los worden gezien van het opleggen van stedenbouwkundige lasten: ze worden bvb. niet gecompenseerd door extra stedenbouwkundige lasten.
Artikel 1: de gemeenteraad beslist volgend reglement goed te keuren:
Artikel 1: Vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 wordt een contante belasting geheven op de creatie van bijkomende wooneenheden en bijkomende bouwpercelen. Dit reglement is van toepassing op de aanvragen omgevingsvergunning die ingediend worden vanaf 1 januari 2026. De aanvragen omgevingsvergunning die ingediend werden voor 1 januari 2026 vallen onder toepassingsgebied van het vorige belastingreglement bijkomende wooneenheden en kavels, goedgekeurd door de gemeenteraad van 29 november 2022.
Artikel 2: Definities
Een wooneenheid is elke eenheid in een woongebouw die ontworpen of aangepast is om afzonderlijk te worden gebruikt en die minstens over de volgende woonvoorzieningen beschikt om autonoom te kunnen functioneren : een woon- of verblijfsruimte (van minstens 14 m2) in combinatie met een toilet, een douche of bad en een keuken of kitchenette
Onder bijkomende wooneenheid wordt verstaan: de realisatie van een bijkomende wooneenheid ten opzichte van een op 31 december 2025 vergunde wooneenheid.
Als bijkomende wooneenheid wordt niet beschouwd:
- het verkrijgen van een omgevingsvergunning voor de bouw van de in de verkavelingsvoorschriften voorziene aantal wooneenheid of wooneenheden wanneer deze worden gebouwd op een kavel of kavels die reeds deel uitmaakt(en) van een omgevingsvergunning die onder het toepassingsgebied van deze belasting op bijkomende wooneenheden en bouwpercelen viel;
- het verkrijgen van een omgevingsvergunning voor de bouw van een eerste wooneenheid op een vrijliggend perceel waarop een woning kan geplaatst worden langs een voldoende uitgeruste weg;
- een bijkomende wooneenheid die onder de definitie van zorgwonen valt (zoals bedoeld in de Gecodificeerde decreten Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening ("Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening") van 15 mei 2019).
Verkavelen: een grond vrijwillig verdelen via een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden of via een notariële splitsing in twee of meer kavels om ten minste één van deze kavels te verkopen of te verhuren voor méér dan negen jaar, om er een recht van erfpacht of opstal op te vestigen, of om één van deze overdrachtsvormen aan te bieden, zelfs onder opschortende voorwaarde, zulks met het oog op woningbouw of de oprichting van constructies.
Onder bijkomende kavel wordt verstaan: een grond of perceel waarop een woning kan gebouwd worden via verkavelen of door een wijziging van een plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan waardoor een grond de bestemming krijgt waar een nieuwe woning kan gebouwd worden.
Artikel 3: Belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de natuurlijk of rechtspersoon die de bijkomende wooneenheden en/of bijkomende bouwpercelen creëert.
In dit kader geldt een weerlegbaar vermoeden dat de titularis van de omgevingsvergunning waardoor de bijkomende wooneenheden en/of bouwpercelen worden gecreëerd, waaronder ook de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden, optreedt als diegene die de bijkomende wooneenheden en/of bijkomende bouwpercelen creëert.
Elke natuurlijke of rechtspersoon die, op het moment van de start van de uitvoering van de omgevingsvergunning, beschikt over een zakelijk recht op het gebouw en/of het perceel waarop de bijkomende wooneenheden of bijkomende bouwpercelen worden gecreëerd, is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting. In geval van meerdere zakelijk gerechtigden, is elke zakelijk gerechtigde hoofdelijk aansprakelijk tot betaling van de belasting in zijn geheel.
Artikel 4: Tarief bijkomende kavels
De belasting op bijkomende kavels wordt vastgesteld als volgt:
1. 1 bijkomende kavel: 1.000 EUR per kavel
2. 2 bijkomende kavels: 2.000 EUR per kavel = 4.000 EUR
3. 3 bijkomende kavels: 3.000 EUR per kavel = 9.000 EUR
4. 4 bijkomende kavels: 4.000 EUR per kavel = 16.000 EUR
5. 5 bijkomende kavels: 5.000 EUR per kavel = 25.000 EUR
6. 6 bijkomende kavels: 6.000 EUR per kavel = 36.000 EUR
7. 7 bijkomende kavels: 7.000 EUR per kavel = 49.000 EUR
8. 8 bijkomende kavels: 8.000 EUR per kavel = 64.000 EUR
9. 9 bijkomende kavels: 9.000 EUR per kavel = 81.000 EUR
10. 10 bijkomende kavels en meer: 10.000 EUR per kavel
Wanneer een in het kader van dit belastingreglement betrokken kavel binnen een termijn van 10 jaar na het definitief worden van de omgevingsvergunning waarbij deze kavel werd gecreëerd verder opgesplitst wordt, moet bij een nieuwe omgevingsvergunning voor verdere opdeling van een of meer kavels voor het bepalen van het tarief, het aantal bijkomende kavels dat gecreëerd werd in de oorspronkelijk omgevingsvergunning vermeerderd worden met het aantal bijkomend gecreëerde bijkomende kavels in de nieuwe omgevingsvergunning. De reeds betaalde bedragen van alle voorgaande toepassingen van dit reglement binnen de 10 jaar op de betreffende verkaveling worden verrekend in min bij de aanslag.
Artikel 5: Tarief bijkomende wooneenheden
De belasting op bijkomende wooneenheden wordt vastgesteld als volgt:
1. 1 bijkomende wooneenheid: 1.000 EUR per wooneenheid
2. 2 bijkomende wooneenheid: 2.000 EUR per wooneenheid = 4.000 EUR
3. 3 bijkomende wooneenheid: 3.000 EUR per wooneenheid = 9.000 EUR
4. 4 bijkomende wooneenheid: 4.000 EUR per wooneenheid = 16.000 EUR
5. 5 bijkomende wooneenheid: 5.000 EUR per wooneenheid = 25.000 EUR
6. 6 bijkomende wooneenheid: 6.000 EUR per wooneenheid = 36.000 EUR
7. 7 bijkomende wooneenheid: 7.000 EUR per wooneenheid = 49.000 EUR
8. 8 bijkomende wooneenheid: 8.000 EUR per wooneenheid = 64.000 EUR
9. 9 bijkomende wooneenheid: 9.000 EUR per wooneenheid = 81.000 EUR
10. 10 bijkomende wooneenheden en meer: 10.000 EUR per wooneenheid
Artikel 6: De belasting bedoeld in artikel 4 en 5 is verschuldigd op het moment van het aanvang der werken of het afleveren van het verkavelingsattest. De berekening gebeurt voor de totaliteit van het projectgebied en kan niet opgedeeld worden door fasering van het project of deelprojecten van naast- en aanliggende percelen met gelijkwaardig stedenbouwkundig programma.
Artikel 7: De belasting moet betaald worden na ontvangst van de factuur en binnen de termijn die daarop vermeld is. Het bewijs van betaling blijkt uit de overschrijvingsbewijzen op de gemeentelijke rekening. Bij gebreke aan betaling wordt de belasting ingekohierd.
Artikel 8: Vrijstellingen
Sociale huisvestingsmaatschappijen zijn niet onderworpen aan deze belasting voor de bijkomende wooneenheden en kavels die ze realiseren in het kader van hun wettelijke opdracht om sociale woningen te realiseren.
De belasting is niet verschuldigd wanneer 20% of meer van de bijkomende kavels en/of wooneenheden begrepen in de omgevingsvergunningsaanvraag zullen dienen voor de realisatie van sociale huisvesting.
Indien er sociale kavels of sociale wooneenheden opgenomen worden in de omgevingsvergunning, maar het vooropgesteld percentage van 20% uit de vorige alinea niet bereikt wordt om een volledige vrijstelling te bekomen, zullen bij de berekening van de belasting deze sociale kavels of wooneenheden niet meegeteld worden voor het berekenen van de belasting.
Artikel 9: Het verschuldigd zijn van deze belasting sluit niet uit dat de gemeente bij de vergunning een stedenbouwkundige last oplegt teneinde werken te financieren of werken te laten uitvoeren die in een directe relatie staan tot het vergunde project.
Artikel 10:
De belastingschuldige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.
Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.
Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen vijftien dagen na de indiening ervan.
Artikel 11:
Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008, zijn de bepalingen van titel VII,(Vestiging en Invordering van de belastingen) hoofdstukken 1 (algemene bepalingen), 3 (onderzoek en controle), 4 (bewijsmiddelen van de administratie), 6 tot en met 9bis (aanslagtermijn,rechtsmiddelen, invordering van de belasting waaronder de nalatigheids- en moratoriumintrest; rechten en voorrechten van de schatkist,) van het Wetboek van de inkomstenbelastingen en de artikelen 126 tot 175 van het uitvoeringsbesluit van dit Wetboek (betreft o.m. de verjaring en de vervolgingen) van toepassing voor zover zij met name niet de belastingen op de inkomsten betreffen.
Art. 41, 2de lid, 23° van het Decreet over het lokaal bestuur: het vaststellen van subsidiereglementen is een exclusieve bevoegdheid van de gemeenteraad.
De Aziatische hoornaar is een predator van insecten en is vooral gespecialiseerd op honingbijen. Het zijn efficiënte jagers die bijenkolonies snel kunnen decimeren. Een snelle reductie van de gedomesticeerde bijenpopulatie is hiervan het gevolg. De hoornaar is ook drager van het Mokuvirus, dat op bijen kan worden overgedragen. Dit alles zorgt ervoor dat de soort een sterk negatieve impact op de imkerij heeft.
Hoewel de soort naar mensen toe in eerste instantie minder dan een wesp agressief is, zijn de steken pijnlijk en – evenals enkele andere soorten - potentieel gevaarlijk voor mensen die allergische reacties vertonen. De soort kan tot overlast leiden als de nesten dichtbij of in bebouwing worden gevormd.
Naast honingbijen maakt de Aziatische hoornaar ook jacht op andere insecten en staat in directe concurrentie met de Europese hoornaar. Echte bewijzen omtrent een betekenisvolle negatieve impact op biodiversiteit zijn er tot op heden evenwel niet.
De verantwoordelijkheid voor het beheer of de bestrijding van Aziatische hoornaar ligt bij de eigenaar of beheerder van het terrein, dewelke belast is met het goede beheer van diens terrein. De bestrijding van een invasieve uitheemse soort verschilt in deze instantie niet van die van een pestsoort. Hierbij geldt de bijkomende nuance dat indien terreinverantwoordelijken binnen een specifieke sector consequent met een invasieve soort worden geconfronteerd, van die sector en haar overheid tussenkomst mag worden verwacht.
Het lokaal bestuur Oud-Heverlee nam in 2024 en 2025 haar verantwoordelijkheid om op eigen grondgebied de verbreiding van de Aziatische hoornaar te beperken. Hiervoor werd een specifiek subsidiereglement voor het melden en laten verwijderen van een nest van Aziatische hoornaar voorgesteld.
De beheerregeling voor de Aziatische hoornaar op Vlaams niveau, goedgekeurd in mei 2024, stelt voor de komende vier jaar de regels op voor het bestrijden van deze invasieve soort en het beperken van de overlast en schade aan de natuur. Het beheer richt zich op het vinden en verdelgen van nesten, waarbij het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) het beleid coördineert. Het Ministerieel Besluit, ondertekend door ministers van Omgeving en Landbouw, regelt het beheer voor de komende vier jaar.
Het Agentschap Natuur en Bos faciliteert de gemeente buiten het eigen patrimonium de verdelging via een raamovereenkomst waarvan lokale besturen kunnen afnemen. Aangestelde opdrachtnemers komen dan de verdelging ter plekke doen. Voor de verdelging dienen we een eigen budget te voorzien. Afspraken en facturatie gebeuren tussen het lokaal bestuur en de verdelger zelf.
Voor onze gemeente is deze raamovereenkomst minder interessant. Het zijn hoge kosten die bij lokale verdelgers momenteel lager liggen. De opdrachtnemer heeft ook de reputatie om lang op zich te wachten vooraleer een ontdekt nest bestreden wordt.
Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
In het meerjarenplan wordt voor 2026 en 2027 een werkingssubsidie van 7.000,- EUR opgenomen voor de uitbetaling onder MJP001157.
Artikel 1:
De gemeenteraad keurt het subsidiereglement voor de bestrijding van de Aziatische hoornaar 2026-2027 goed.
Artikel 2:
Het reglement is van toepassing op private terreinen op het grondgebied van Oud-Heverlee en voor de verdelging van zowel primaire als secundaire nesten van de Aziatische hoornaar.
Artikel 3:
De forfaitaire subsidie ter bestrijding van de Aziatische hoornaar kan enkel aangevraagd worden door :
Artikel 4:
§1. De forfaitaire subsidie ter bestrijding van de Aziatische hoornaar kan enkel aangevraagd worden voor de verwijdering van een nest van de Aziatische hoornaar. Het verwijderen van wespennesten en nesten van de Europese hoornaar of andere insecten komen niet in aanmerking.
§2. De verwijdering van het nest van de Aziatische hoornaar moet gebeuren door:
· de brandweer
· een erkende bestrijder opgenomen in de lijst op vespawatch.be
§3. De factuur van de hulpverleningszone Oost Vlaams-Brabant of de erkende bestrijder moet toegevoegd worden aan de subsidieaanvraag met duidelijke vermelding welk soort nest(primair of secundair) en locatie binnen de gemeentegrenzen.
§4. De gemeentelijke subsidie voor de bestrijding van een nest van een Aziatische hoornaar mag niet gecumuleerd worden met enige andere vorm van financiële tegemoetkoming voor bestrijding van éénzelfde nest.
Artikel 5:
De forfaitaire subsidie bedraagt de terugbetaling van de op basis van de facturatie gemaakte kosten voor het verwijderen of verdelgen van het nest uitgevoerd door de brandweer hulpverleningszone Oost Vlaams-Brabant of de terugbetaling van (een deel) van de op basis van de facturatie gemaakte kosten voor het verwijderen of verdelgen van het nest uitgevoerd door de erkende bestrijder.
De forfaitaire subsidie per nest bedraagt maximaal 80,00 euro. Indien de totale factuur minder bedraagt dan zal enkel het totaal van de factuur terugbetaald worden.
Artikel 6:
§1. De subsidie moet aangevraagd worden na de succesvolle afronding van het verwijderen of verdelgen van het nest zoals bedoeld in artikel 5.
§2. De aanvraag wordt ingediend via een aanvraagformulier (beschikbaar via het digitaal loket op www.oud-heverlee.be) of de factuur wordt met begeleidend schrijven bezorgd aan de dienst Ruimtelijke Ordening & Leefmilieu, Gemeentestraat 10, 3054 Oud-Heverlee.
§3. De aanvraag is slechts ontvankelijk wanneer ze volledig is. Dit betekent dat het aanvraagformulier volledig en correct is ingevuld en de factuur van de brandweer of een erkend bestrijder als bijlage is toegevoegd in een leesbaar formaat en de verplichte informatie beschreven onder Artikel 4 §3.
Artikel 7:
Aanvragen worden gebundeld en uitbetaald op het einde van elk jaar, zijnde eind november, begin december.
Het subsidiebedrag wordt overgeschreven op de door aanvrager vermelde bankrekeningnummer.
Artikel 8:
§1. De subsidie wordt aangewend voor het doel waarvoor ze werd toegekend, namelijk de bestrijding van de Aziatische hoornaar.
§2. De begunstigde van de subsidie verleent voldoende medewerking zodat vertegenwoordigers van het gemeentebestuur de correcte aanwending van de subsidie kunnen controleren.
§3. De volgende sancties kunnen afzonderlijk of cumulatief door het college van burgemeester en schepenen worden uitgevaardigd wanneer de aanvrager één of meerdere voorwaarden niet naleeft en/of onjuiste of onvolledige gegevens meedeelt:
· De gehele of gedeeltelijke terugvordering van de uitbetaalde subsidie.
· De stopzetting van de procedure tot uitbetaling van de toegekende subsidie.
Artikel 9:
Dit reglement
· wordt bekendgemaakt via de webtoepassing van de gemeente conform de bepalingen van art. 286, §1 van het Decreet lokaal bestuur.
· treedt in werking op 01 januari 2026 en loopt tot 31 december 2027. Dit wil zeggen dat bij de aanvraag een factuur met datum vanaf 1 januari 2026 moet gevoegd worden.
Decreet lokaal bestuur.
Bestuursdecreet en uitvoeringsbesluiten.
Gelet op de beslissing van de gemeenteraad van 19 december 2017 betreffende Zaalverantwoordelijke GC De Roosenberg - vaststelling vergoedingen
De drie vrijwillige zaalverantwoordelijken (Den Bogaard, de Roosenberg en OC Blanden) ontvangen sinds december 2017 10€ per te controleren weekactiviteit en 15€ per te controleren weekend-activiteit.
Zij zorgen voor de toezicht op het gebouw en de juiste toepassing van het gebruikersreglement gemeentelijke zaalinfrastructuur alsook voor het beheer van de inventaris van de zaaluitrusting (keukenmateriaal, meubilair...).
Deze bedragen werden al 8 jaar niet geïndexeerd. De dienst stelt een aanpassing voor, nl. 15€ per noodzakelijke opkomst. Dit wil zeggen sowieso per voor-controle en per na-controle. Bij elke extra opkomst die gevraagd wordt door de dienst vrije tijd (bijvoorbeeld een voorafgaande rondleiding door de zaal of een extra controle achteraf) kan de vrijwilliger ook een vergoeding ontvangen.
Deze vergoeding dekt alle mogelijke onkosten die kunnen ontstaan bij het uitoefenen van de taken.
Artikel 1: Voor GC De Roosenberg, OC Blanden en Den Bogaard zal een verantwoordelijke aangeduid worden door het schepencollege belast met:
Artikel 2: Er zal een vergoeding uitbetaald worden van 15 euro per noodzakelijke opkomst tijdens weekdagen en 20 euro tijdens het weekend of feestdagen, met een maximum van de maximale vrijwilligersvergoeding per dag. Deze vergoeding dekt alle mogelijke onkosten die kunnen ontstaan bij het uitoefenen van de taken vermeld onder artikel 1.
Artikel 3: Bij het niet correct uitoefenen van de taken vermeld onder artikel 1 wordt er geen vergoeding uitbetaald.
Artikel 4: De beslissing van de gemeenteraad van 19 december 2017 betreffende Zaalverantwoordelijke GC De Roosenberg - vaststelling vergoedingen - wordt opgeheven.
Het decreet Lokaal Bestuur,
Gemeenteraadsbeslissing van 26 mei 2015 in verband met het digitaliseren van het voor- en naschools toezicht in de GBS Blanden en GBS Haasrode en meer bepaald de goedkeuring van het huishoudelijk reglement.
Gemeenteraadsbeslissing van 4 september 2018 betreffende de aanpassing van het huishoudelijk reglement naar aanleiding van de overschakeling op Count-e.
Gemeenteraadsbeslissing van 27 augustus 2019 betreffende de aanpassing van de tarieven en het bijhorende huishoudelijk reglement.
Gemeenteraadsbeslissing van 26 augustus 2025 betreffende de aanpassing van de tarieven van de schoolopvang.
In de gemeenteraadszitting van 26 augustus 2025 werd de aanpassing van de tarieven voor de schoolopvang beslist.
Deze aanpassing werd nog niet in het huishoudelijk reglement opgenomen.
Artikel 1: De gemeenteraad besluit het huishoudelijk reglement schoolopvang aan te passen. Tegelijk worden enkele praktische wijzigingen doorgevoerd:
SCHOOLOPVANG
OUD-HEVERLEE
HUISHOUDELIJK REGLEMENT
Inhoud
1. Algemeen
1.1 Inleiding.
1.2 Organiserend bestuur.
1.3 Doelgroep omschrijving.
1.4 Openingsuren.
1.5 Inschrijven voor de opvang.
1.5.1 Reguliere schooldagen.
1.5.2 Pedagogische studiedagen.
1.6 Verzekering.
1.7 Klachtenbehandeling.
2. Intern werkingskader
2.1 Principes m.b.t. pedagogisch beleid.
2.2 Principes m.b.t. de samenwerking met de ouders.
3. Wederzijdse afspraken tussen de ouders en de schoolopvang
3.1 Afspraken i.v.m. breng en haal momenten.
3.2 Afspraken i.v.m. versnaperingen.
3.3 Afspraken i.v.m. kleding en verzorging.
3.4 Opvang van een ziek kind.
3.5 Regeling als een kind ziek wordt of een ongeval krijgt tijdens de opvang.
3.6 Medicatie.
3.7 Naleving van de wet op bescherming van de persoonlijke levenssfeer.
4. Geldelijke bepalingen
4.1 Gezinsbijdragen.
4.2 Aanpassing van de gezinsbijdragen.
4.3 Verminderde gezinsbijdragen.
4.3.1 Gezinskorting.
4.3.2 Sociaal tarief.
4.4 Administratiebijdrage.
4.5 Facturatie.
4.5.1 Procedure niet-betaalde facturen.
4.6 Fiscale attesten.
5. Allerlei
5.1 Klachtenbehandeling.
5.2 Telefoonnummers.
Schoolopvang Oud-Heverlee, verder de 'schoolopvang' genoemd, wordt georganiseerd voor de kinderen van de volgende basisscholen:
- Gemeentelijke basisschool De Hazensprong Haasrode,
- Gemeentelijke basisschool De Lijsterboom Blanden.
verder de 'participerende scholen' genoemd.
Meer concrete informatie vindt u verder in dit reglement.
Het gemeentebestuur van Oud-Heverlee organiseert de schoolopvang in de participerende scholen.
Contactpersonen:
Gemeentelijke coördinator:
Personeelsdienst gemeente Oud-Heverlee:
Tel: 016/38.88.29
E-mail: onderwijs@oud-heverlee.be
Website: www.oud-heverlee.be
Lokale coördinator:
Voor Haasrode: Directeur Cindy Borgers
A. Verheydenstraat 19, 3053 Oud-Heverlee
Tel: 016 39 41 70 – Lagere school
Tel: 016 39 41 75 - Kleuterschool
E-mail: gbshaasrode@dehazensprong.be
Voor Blanden: Directeur Hans Vanden Brande
Bierbeekstraat 4, 3052 Oud-Heverlee
Tel: 016 39 41 50 - Lagere school
Fax: 016 39 41 59
Tel: 016 39 41 55 - Kleuterschool
E-mail: secretariaat@delijsterboom.be
Bevoegde schepen voor kinderopvang en onderwijs:
Katrien Timmermans,
Tel: 0478 98 25 76
E-mail: katrien.timmermans@oud-heverlee.be
Afhankelijk van waar een kind school loopt en van de leeftijd, kan het terecht in één van de schoolopvang locaties.
In het kwartier voor en na de schooluren zorgen de leerkrachten van de school zelf voor de bewaking van de kinderen, aansluitend daarop start de schoolopvang. Tijdens het schooljaar wordt op alle schooldagen schoolopvang georganiseerd voor en/of na de schooluren in de lokalen van de school of in de nabije omgeving ervan.
Onze locaties zijn geopend vanaf 7u 's morgens tot een kwartier voor de aanvang van de lessen en vanaf een kwartier na het einde van de lessen tot maximaal 18u van maandag tem vrijdag.
Uren schoolopvang:
- voorschools: 7u tem 8.30u
- naschools: 15.45u tem 18u
- woensdagnamiddag: 12.20u tem 18u
Om gebruik te kunnen maken van de schoolopvang is het nodig dat het kind beschikt over een streepjescode. Die code wordt door de school aangemaakt en aan je kind(eren) toegewezen. Deze code wordt 's ochtends bij elk brengen en 's avonds bij elk ophalen gescand door de begeleiding.
Bij het eerste gebruik van de streepjescode verklaren de ouders kennis genomen te hebben van dit huishoudelijk reglement en ermee akkoord te gaan.
Om praktische redenen moet er tijdig ingeschreven worden voor schoolopvang op pedagogische studiedagen (minimum 2 dagen voor de pedagogische studiedag). Meer informatie hierover krijgt u hierover via de scholen.
De gemeente Oud-Heverlee heeft een verzekering voor burgerlijke aansprakelijkheid voor de kinderen en het personeel. Er is ook een verzekering tegen lichamelijke ongevallen voor de kinderen tijdens hun verblijf in de schoolopvang. De polissen kunnen worden ingekeken bij de gemeentelijke coördinator.
Aangifte van schadegevallen of ongevallen gebeurt bij de school via het secretariaat. De aangifte moet binnen de drie werkdagen gebeuren, zodat de verzekeringsinstelling op de hoogte gebracht kan worden.
Als u vragen of opmerkingen hebt, laat ons dat dan weten. Spreek erover met de begeleid(st)er of de schooldirecteurs. De opvang is er op de allereerste plaats voor uw kind en uzelf. We willen onze werking zoveel mogelijk afstemmen op uw vragen en noden. Waar nodig, zoeken wij naar oplossingen, verbeterpunten of een nieuwe aanpak. Neem gerust de tijd voor een babbel met de begeleid(st)ers. Zij zullen u graag informeren over de opvang en de kinderen.
Als u niet tevreden bent, kan u uw klacht schriftelijk of digitaal melden aan de gemeente of de school (zie pagina 3). Elke klacht zal discreet behandeld worden.
Het opvangproject wil optimale kansen bieden aan elk kind in de opvang. Dit betekent dat we rekening houden met wat uw kind aankan.
Aangezien buitenschoolse opvang tot de vrije tijd behoort, kunnen de kinderen zich bij ons ontspannen en zelf bepalen wat ze willen spelen, voor zover de infrastructuur en de inrichting dit toelaten.
De kinderen kunnen in de opvang hun huiswerk maken in een aangepaste en rustige omgeving, maar er wordt geen huiswerkbegeleiding aangeboden. De kinderen worden gemotiveerd om hun huiswerk te maken maar zij worden hier niet toe verplicht. De begeleiding kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor de inhoud van de huistaken.
Wij vinden het ook zinvol dat de kinderen de kans krijgen binnen de opvang zichzelf te zijn in hun sociale relaties. Het belang van een verdraagzaam en geweldloos gedrag staat daarbij centraal.
De begeleiding gaat informeel en persoonlijk met de kinderen om. Waar nodig worden duidelijke en consequente grenzen getrokken en afspraken gemaakt.
Wij hebben een beleid omtrent preventie, detectie en aanpak van grensoverschrijdend gedrag. Hieronder verstaan wij: "elk bedreigend of gewelddadig gedrag met zowel actieve of passieve betrokkenheid van het kind, van lichamelijke, emotionele en/of seksuele aard, en dit door een volwassene die in een vertrouwens- en/of gezagsrelatie staat waardoor schade wordt berokkend of dreigt te worden berokkend aan het kind." Elk signaal en/of vermoeden van grensoverschrijdend gedrag t.a.v. een kind in de kinderopvangvoorziening kan u steeds melden aan de lokale coördinator. Elke melding wordt ernstig genomen, onderzocht en opgevolgd.
We willen ouders zoveel mogelijk informeren over de schoolopvang. Dit gebeurt grotendeels via de schoolwebsite, via mail, brief of het communicatiekanaal van de school.
Daarnaast zijn ook al uw suggesties over de werking en het beleid welkom. Deze zullen met de nodige aandacht behandeld worden. Zie ook 1.7. Klachtenbehandeling.
Tijdens de dagelijkse breng- en haal momenten, staan ook onze begeleid(st)ers open voor al uw vragen. Neem gerust de tijd voor een praatje.
Alle algemene afspraken werden opgenomen in dit huishoudelijke reglement. Wanneer u uw kind inschrijft, verklaart u hiermee akkoord te gaan.
De kinderen moeten 's morgens tot binnen begeleid worden en 's avonds moeten ze in de schoolopvang opgehaald worden. Daarbij moet, omwille van de veiligheid van de kinderen, de aanwezigheid van elk kind steeds digitaal bevestigd worden door de ophaler.
In al de opvangvestigingen wordt het registratiesysteem van Count-e gebruikt. De aanwezige kinderen worden geregistreerd door het scannen van een unieke streepjescode. Breng daarom deze code steeds mee naar elk breng en haal moment. Wanneer u de aanwezigheid van uw kind niet digitaal bevestigt, zal de volledige opvangtijd aangerekend worden.
Gelieve de openingsuren van de schoolopvang strikt te respecteren.
Uiteraard kan het uitzonderlijk eens gebeuren dat u niet tijdig in de schoolopvang geraakt. Wij vragen u dan de schoolopvang begeleiding hiervan telefonisch, voor 18u, op de hoogte te brengen.
De opvang zal na sluitingstijd als volgt aangerekend worden:
1ste keer te laat ophalen: 2,5 euro per 15 minuten en per kind
2de keer te laat ophalen: 5 euro per 15 minuten en per kind
3de keer of meer te laat ophalen: 10 euro per 15 minuten en per kind.
Bij herhaaldelijk laattijdig afhalen zullen wij u vragen een andere opvangmogelijkheid voor uw kind te zoeken die beter aansluit bij uw noden.
Onder geen enkel beding mogen de kinderen de opvang zelfstandig verlaten zonder expliciete toestemming van de ouders.
Wij vragen u ook mee te delen aan wie de opvangkosten gefactureerd moeten worden.
Op woensdagmiddag brengen de kinderen hun lunchpakket mee.
Tijdens pedagogische studiedagen vragen wij u om de kinderen speelkleding aan te doen die aan de weersomstandigheden is aangepast (liefst gemarkeerd met naam). Zorg bij slecht weer ook altijd voor regenkledij en bij warm weer voor een petje en zonnecrème.
Kinderen die naar de schoolopvang komen, moeten zindelijk zijn. In samenspraak met de lokale coördinator kunnen uitzonderlijk afspraken worden gemaakt voor een korte overgangsfase. Wij vragen u om in dat geval ook reservekleding mee te geven.
Wanneer uw kind luizen heeft, vragen wij u de schoolopvang hiervan onmiddellijk op de hoogte te brengen zodat ook de andere ouders geïnformeerd kunnen worden. U moet dan ook onmiddellijk een gepaste behandeling starten. Informatie over de verschillende behandelingsmethodes tegen luizen kan u bij de lokale coördinator of in de schoolopvang krijgen.
Om zowel uw kind als de andere kinderen en de begeleiding te beschermen, vragen we u om ons te informeren over alle, ook niet onmiddellijk zichtbare, medische problemen. Zo kunnen we beter de mogelijke gevaren inschatten en met de nodige waakzaamheid handelen.
Kinderen die te ziek zijn om naar school te gaan, zijn ook te ziek om naar de opvang te komen.
Kinderen die volgende ziektetekens vertonen worden niet toegelaten in de opvang:
- diarree: lopende of waterige ontlasting met koorts of bloederige ontlasting (losse stoelgang is geen reden tot weigering)
- braken: met algemeen ziek zijn; oppassen voor uitdroging
- zeer zware hoest (neusloop en hoest zonder algemeen ziek zijn is geen reden tot weigering)
- koorts (meer dan 38,5°) gepaard met keelpijn, braken, diarree, oorpijn, prikkelbaarheid, verwardheid of rode uitslag
- elk kind dat niet kan deelnemen aan de normale activiteiten van de school of de opvang wegens ziektetoestand
Als uw kind tijdens de opvang ziek wordt, zal de begeleid(st)er contact met u opnemen.
Samen wordt dan naar een passende oplossing gezocht. Meestal zullen wij u vragen om uw kind zo snel mogelijk op te halen. Indien dat niet mogelijk is of indien de situatie het vereist, doen we een beroep op een huisdokter. In eerste instantie proberen we uw eigen huisarts te bereiken; als dat niet lukt, contacteren we een andere geneesheer. Bij zeer ernstige noodsituaties verwittigen we de hulpdiensten.
Zie ook paragraaf "verzekering" onder het hoofdstuk "Algemeen".
In principe worden er geen geneesmiddelen toegediend. We raden u aan om uw huisarts te vragen geneesmiddelen voor te schrijven die u 's morgens en 's avonds zelf kunt toedienen.
Medische gegevens kunnen enkel opgevraagd worden onder de verantwoordelijkheid van een arts. Administratieve en sociale gegevens worden opgevraagd onder de verantwoordelijkheid van de gemeente.
Overeenkomstig de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer hebt u als ouder recht op toegang tot de administratieve gegevens die uw kind, uzelf of uw gezin betreffen en kunt U de verbetering ervan vragen.
Onze medewerkers delen geen informatie over uw kind of zijn/haar verblijf mee aan derden. Zij nemen de nodige discretie in acht.
Soms worden er tijdens de activiteiten foto's genomen in de opvang. Het gebeurt dat ook uw kind op de foto staat. De foto's kunnen gebruikt worden voor publicatie in een krant, een folder, de website, enz. … Indien u niet wenst dat uw kind herkenbaar voorkomt op de foto, moet u ons hiervan schriftelijk op de hoogte brengen.
De gezinsbijdrage dekt alle verblijfskosten. Uw kind brengt een eigen lunchpakket mee voor woensdagmiddag.
Waar uw kind ook opgevangen wordt, overal worden dezelfde tarieven aangerekend.
De gezinsbijdragen worden berekend op basis van de aanwezigheidsduur van uw kind.
Indien er meerdere kinderen uit één gezin worden afgehaald, dan geldt de afhaaltijd van het eerste kind voor alle anderen mits het afhalen van de anderen kinderen gebeurt binnen een tijdsspanne van 10 minuten.
De gezinsbijdrage ten laste van de ouders wordt vastgesteld op 1,39 euro per begonnen half uur en per kind.
De gezinsbijdrage ten laste van de ouders, voor de opvang tijdens een pedagogische studiedag, wordt vastgesteld op 8,94 euro voor een halve dag en 17,85 euro voor een hele dag en dit per kind.
Op volgende momenten wordt de schoolopvang aangerekend:
| Voorschools |
Naschools (ma, di, do,vrij) |
Naschools (woe) |
| 7u - 8.30u |
15.45u - 18u |
12.20u - 18u |
Kinderen die na 8.15u in de opvang komen worden per kwartier of 0,59 euro gefactureerd.
De naschoolse opvang start om 15.45 uur, maar er zal pas vanaf 16.00 uur gefactureerd worden.
De gezinsbijdragen zijn fiscaal aftrekbaar.
In de laatste schoolweek van de maand april van het lopende jaar ontvangt u een fiscaal attest met de vermelding van alle betaalde gezinsbijdragen van het voorbije jaar. Dit fiscaal attest laat u toe de opvangkosten in uw belastingaangifte in mindering te brengen.
Elke aanpassing van de gezinsbijdragen wordt u vooraf gemeld.
Als meerdere kinderen van hetzelfde gezin tijdens een dagdeel van de schoolopvang gelijktijdig aanwezig zijn op dezelfde opvanglocatie, geldt vanaf het eerste kind:
0,53 euro per begonnen kwartier
1,06 euro per begonnen half uur
6,71 euro voor een halve dag
13,39 euro voor een hele dag
U kunt sociaal tarief aanvragen bij de lokale coördinator. U bezorgt hiervoor uw meest recente aanslagbiljet of kortingskaart 'verhoogde' tegemoetkoming'. Het toekennen van een sociaal tarief gebeurt op jaarbasis. U dient dus jaarlijks de meest recente documenten aan ons te bezorgen.
Indien u uw aanslagbiljet niet bezorgt, wordt uw tarief veranderd naar het normale tarief totdat u het gewenste bewijs bezorgt.
U komt in aanmerking indien uw gezamenlijk belastbaar gezinsinkomen onder de grensbedragen van het RVV - statuut ligt. Deze grensbedragen worden elk jaar op 1 januari geïndexeerd. We hanteren vanaf januari 2015 de nieuwe grenswaarden en zullen hierbij steeds rekening houden met het voordeel van de klant.
Voor meer info kunt u terecht bij de lokale coördinator.
Het sociaal tarief bedraagt:
0,35 euro per begonnen kwartier
0,71 euro per begonnen half uur
4,47 euro voor een halve dag en
8,93 euro voor een hele dag.
Wij vragen een maandelijkse betaling van de gezinsbijdragen.
Indien de betaling niet tijdig (vóór de vervaldag vermeld op de factuur) gebeurt, wordt er een herinneringsbrief verstuurd.
Bij uitblijven van betaling na deze herinneringsbrief zal u aangetekend een waarschuwing tot dwangbevel ontvangen.
Indien de factuur dan nog niet betaald wordt, zijn wij verplicht om uw dossier over te maken aan een gerechtsdeurwaarder.
Bij betalingsmoeilijkheden raden wij u aan om zo snel mogelijk contact op te nemen met de gemeente.
Als u na verschillende aanmaningen niet betaalt en het nalaat een regeling te treffen, zullen maatregelen worden overwogen zoals uw kind(eren) in de opvang te weigeren.
De kosten voor de opvang van kinderen tot 12 jaar in een erkende locatie zijn fiscaal aftrekbaar, met een maximum van 14,00 euro per dag per kind. Dit attest bezorgen we u tussen de krokus- en paasvakantie.
Indien u vragen of opmerkingen heeft, laat dit aan ons weten. Spreek onze begeleid(st)ers of lokale coördinatoren aan. We willen onze werking zoveel mogelijk afstemmen op uw vragen en noden. Samen met u gaan we op zoek naar oplossingen, verbeterpunten of een andere aanpak.
Indien u niet tevreden bent, kan u uw klacht schriftelijk overmaken aan de Gemeente of schooldirecteur (zie gegevens onder punt 1.2)
Elke klacht wordt discreet behandeld.
De schoolopvang kan u bereiken via onderstaande telefoonnummer:
| Opvanglocatie |
Telefoonnummer |
| De Hazensprong - lagere school |
016 39 41 77 |
| De Hazensprong - kleuterschool |
016 39 41 78 |
| De Lijsterboom - lagere school |
0492 34 14 34 |
| De Lijsterboom - kleuterschool |
0492 34 40 62 |
De gemeentelijke coördinator, kan u bereiken via:
Tel.: 016/38.88.28
E-mail: onderwijs@oud-heverlee.be
Alle informatie en dit huishoudelijk reglement is eveneens terug te vinden op www.oud-heverlee.be.
Artikel 2: Dit reglement vervangt het reglement van 29 november 2022.
Artikel 3: Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
Wet overheidsopdrachten.
Decreet lokaal bestuur.
In het meerjarenplan werd de bouw van de GBS Blanden De Lijsterboom opgenomen voor een totale investering van 12.157.000 euro. De subsidie via Agodie werd geraamd op 7.461.000 euro. Deze subsidie zal op verschillende momenten naar gelang de vordering van de werken, uitbetaald worden. Om dit in te plannen in het huidige meerjarenplan wordt gedacht aan een gefaseerde financiering van de werken tot aan de voorlopige oplevering. Naast de behoefte aan een soepele financieringsformule is er ook de behoefte aan ondersteuning en expertise bij de uitrol van een dergelijk omvangrijk project, zowel op administratief, technisch als juridisch vlak die verder gaat dan wat er kan verwacht worden van het reeds aangestelde Interleuven. Beide noden brengen de organisatie er toe om voor een mogelijke oplossing de markt te verkennen.
De ervaring van andere openbare besturen leert dat hiervoor een dienstverlening financiering met projectbegeleiding gebruikt wordt. Er wordt voorgesteld hiervoor een marktconsultatie te organiseren. De opdracht heeft als hoofdopdracht de toekenning van een krediet, is ondeelbaar met de technisch-financiële begeleiding, en is hierdoor uitgesloten van de toepassing van de Wet inzake overheidsopdrachten (art.21§2 en 28§1 6°). Er worden 3 instellingen aangeschreven. De marktconsultatie zal op basis van het opgesteld document "consultatiereglement financiering met projectbegeleiding" gebeuren.
Stemming amendementenSamen
Amendement 1:
Op de gemeenteraad van 30 september 2025 werd volgend principe aangenomen:
De kandidaat-opdrachtnemer houdt er in zijn offerte rekening mee dat hij al het nodige zal doen om, wanneer de opdracht met hem gesloten wordt, te werk te gaan als een voorzichtige en redelijke partner en hierin te proberen vermijden dat er:
- wordt samengewerkt met bedrijven die winsten genereren uit economische activiteiten gelinkt aan de illegale bezetting en blokkages van de Gazastrook, de Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem;
- producten of ingrediënten van producten worden geleverd door bedrijven die winsten genereren uit economische activiteiten gelinkt aan de illegale bezetting en blokkages van de Gazastrook, de Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem.
Door in te schrijven op deze opdracht verklaart de inschrijver een aanbod te doen dat hieraan voldoet.
Wanneer het onmogelijk is om dit bij de start van de uitvoering van de opdracht te waarborgen, zal de opdrachtnemer ook tijdens de uitvoering van de opdracht blijven zoeken naar alternatieven om de voormelde doelstellingen alsnog te realiseren.
De gemeenteraad besluit deze clausule mee op te nemen in dit consultatiereglement.
Voor: Mattias Bouckaert, Adinda Claessen, Hanna Van Steenkiste, Wim Aertsen, Annik Minnoie, Alexander Binon, Jean-Louis Vertonen, Bart Ponsaerts.
Tegen: Arnouts Arts, Steeno Maggy, Binon Mark, Eerlingen Tine, Van Biesbroeck Francis, Timmermans Katrien, Clerckx Bart, Debruyne Kris, Lemaitre Patrice, Teck Tom, Gilias Fien, Auwerx Jenna.
Het amendement wordt niet goedgekeurd.
Amendement 2:
De gemeenteraad besluit het luik “technisch-financiële projectbegeleiding” te schrappen uit deze consultatie. Dit luik is immers (1) strijdig met de eerder aangegane overeenkomst exclusieve dienstverlening Interleuven, (2) overlappend met de opdracht van de raadgevend architect (3) marktverstorend, door de te beperkt gemotiveerde koppeling tussen financiële diensten en technische projectbegeleiding.
We lichten dit amendement graag verder toe:
Op de gemeenteraad van 25 maart 2025 werd er een exclusieve dienstverleningsovereenkomst goedgekeurd met Interleuven. Op deze gemeenteraad wordt een gelijkaardige overeenkomst voorgelegd. De toelichting vermeldt duidelijk: De gemeente kan aldus kiezen om voor de betrokken diensten een beroep te doen op de zelfstandige groepering ‘Interleuven ondersteunende activiteiten’, dan wel om deze diensten zelf uit te oefenen, doch ziet hierbij wel af van de mogelijkheid om de dienst, gedurende de looptijd van de exclusiviteit, te laten uitvoeren door derden.
De rol van financieel-technisch adviseur wordt o.a. als volgt omschreven:
De exclusieve dienstverlening van interleuven omvat o.a.
2.3.2. Het ontwerp omvat : Het opmaken van het aanbestedingsdossier dat toelaat vergelijkbare offertes te verkrijgen, met de ontwerpplannen : grondplannen, lengte- en dwarsprofielen; het bestek met de administratieve en technische bepalingen, de omstandige meetstaat, het inschrijvingsformulier; de gedetailleerde raming der werken; de bijhorende toelichtings- en berekeningsnota's (statische rekennota leidingen;technisch lengteprofiel (bv. bij persingen); dimensionering pompstations en persleidingen;plan van wegomlegging).
2.6.2. De coördinatie van de werken :
• vanuit technisch oogpunt: integreren van uitvoeringen van uiteenlopende werkzaamheden in
functie van hun onderling verband;
• vanuit chronologisch oogpunt: vastleggen van een rationele volgorde van studies en werken;
opvolgen en toezien op de naleving van algemene planning van bij de aanvang van de werken.
2.6.3. De algemene leiding van de uitvoering overeenkomstig de voorschriften en bepalingen van het aanbestedingsdossier :
• nazicht van plannen, detailschema's, berekeningsnota's, enz. opgesteld door de aannemer;
• controle van de uitvoering en vordering der werken op de werf;
• nazicht van de testverslagen van de toestellen opgemaakt door de fabrikant;
• bepaling van het programma van de proeven en beoordeling van de beproevingen en keuringen van materialen en werken;
• het bijwonen van werfvergaderingen met verslaggeving en werfbezoek.
2. Overlap met de rol raadgever-architect
De opdracht van de raadgever wordt als volgt gemotiveerd in de beslissing van het schepencollege: “Anderzijds is het opportuun om tevens een deskundige architect aan te stellen die zowel de gemeente als Interleuven bijstaat bij het vertalen van het programma van eisen naar een toekomstgericht/ duurzaam ruimtelijk concept”. Deze rol is overlappend met de omschrijving van de technisch raadgever. Er ontstaat een dubbele kost voor de gemeente.
3. Marktverstorend
Zelfs indien men deze derde partij 'technisch raadgever' wenselijk acht, is er geen noodzaak om dit te koppelen aan de rol van financiële dienstverlener. Dit is integendeel een vrij doorzichtige manier om de gunning toe te wijzen aan een klassieke grootbank. De motivering van deze koppeling is onvoldoende. Ze is mogelijk nadelig voor de gemeente, omdat de raadgever afhankelijk is van de financiële instelling, die als belang heeft een zo hoog mogelijk leningsbedrag te realiseren.
Voor: Mattias Bouckaert, Adinda Claessen, Hanna Van Steenkiste, Wim Aertsen, Annik Minnoie, Alexander Binon, Jean-Louis Vertonen, Bart Ponsaerts.
Tegen: Arnouts Arts, Steeno Maggy, Binon Mark, Eerlingen Tine, Van Biesbroeck Francis, Timmermans Katrien, Clerckx Bart, Debruyne Kris, Lemaitre Patrice, Teck Tom, Gilias Fien, Auwerx Jenna.
Het amendement wordt niet goedgekeurd.
Artikel 1: Het consultatiereglement voor de opdracht “Marktconsultatie - Financiering van nieuwbouw van gebouwen GBS Blanden De Lijsterboom door middel van krediet met technisch-financiële en juridische projectbegeleiding, wordt goedgekeurd.
Artikel 2: Volgende kredietverleners zullen worden geconsulteerd:
Belfius
BNP Paribas Fortis
KBC
Ons lokaal bestuur werd geselecteerd voor de thema-audit rond toekomstbestendig hr-beleid, standaard neemt audit Vlaanderen ook het luik organisatiebeheersing mee. Bij de rapporten formuleerde het managementteam op vraag van audit een reactie.
Artikel 1: de gemeenteraad neemt kennis van de auditrapporten en de managementreacties.
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017
De beslissing van 21 mei 2012:
- tot oprichting van en toetreding tot de vereniging zonder winstoogmerk ‘Woonzorgzone De Kouter’
- tot goedkeuring van de oprichtingsakte van de vereniging zonder winstoogmerk ‘Woonzorgzone De Kouter’ (statuten van de vereniging)
- tot goedkeuring van de samenwerkingsovereenkomst aangaande het participatieve PPS-project ‘Woonzorgzone De Kouter’ en de bijlagen die er integraal deel van uitmaken.
De raad van bestuur van de vzw woonzorgzone de Kouter heeft besloten om een algemene vergadering bijeen te roepen op 17 december 2025.
Artikel 1: De gemeenteraad besluit de agenda van de algemene vergadering van 17 december 2025 van WZZ De Kouter goed te keuren.
Artikel 2: De gemeenteraad besluit Jos Rutten aan te duiden als vertegenwoordiger voor de algemene vergadering.
Nieuwe gemeentewet van 24 juni 1988
Decreet Lokaal bestuur.
Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij het Koninklijk Besluit van 16 maart 1968
Artikel 7 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980
Decreet van 16 mei 2008 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens
Koninklijk Besluit van 01 december 1975 houdende de aanvullende reglementen op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg
Ministerieel Besluit van 11 oktober 1976 waarbij de minimum afmetingen en bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald
Besluit van de Vlaamse Regering van 23 januari 2009 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens
Omzendbrief MOB/2009/01 van 03 april 2009
Onderhavig aanvullend reglement heeft uitsluitend betrekking op de gemeentewegen voor gemotoriseerd verkeer
Onderhavig aanvullend reglement heeft geen betrekking op de gewestwegen, parkwegen, specifieke landbouwwegen en trage wegen
Het koninklijk besluit van 12 maart 2023 tot wijziging van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg
De voorbije jaren is er verschillende keren aan bod gekomen om een fietszone in te voeren in de wijk Duivenstraat–Vinkenbosstraat–Demunterstraat.
Deze wijk ligt namelijk op een traject dat veel gebruikt wordt door jonge fietsers die naar school in Leuven gaan, maar ook door werknemers die met de fiets naar hun werk in Leuven rijden.
De fietszone vervangt sinds 1 april 2023 (KB van 12 maart 2023) in het Belgisch staatsblad de fietsstraat.
Een fietszone is een zone die ingericht is als fietsroute, maar waarop tevens auto's zijn toegestaan.
In een fietszone :
Er wordt voorgesteld om een nieuwe fietszone in te stellen in een wijk van Blanden rond de Duivenstraat en de Vinkenbosstraat.
Zie plan in bijlage.
Deze maatregel wordt genomen om de verkeersveiligheid te verbeteren op een belangrijke fietsroute (school en werkverkeer) van en naar Leuven.
Artikel 1: De gemeenteraad keurt het instellen van een nieuwe fietszone in de gemeente in een wijk van Blanden rond de Duivenstraat, de Demunterstraat en de Vinkenbosstraat.
De markering wordt aangebracht overeenkomstig de bepalingen van het Koninklijk Besluit van 1 december 1975 en het Ministerieel Besluit van 1 oktober 1976.
Artikel 2: Het reglement treedt in werking vanaf 1 januari 2026. De documenten worden overgemaakt ter kennisgeving aan de Vlaamse Overheid, Afdeling Beleid Mobiliteit en Verkeersveiligheid, Departement Mobiliteit en Openbare werken en aan de griffie van de politierechtbank van en te Leuven.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en uitvoeringsbesluiten.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 en uitvoeringsbesluiten.
Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.
De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.
De wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, meer bepaald artikel 42, § 1, 1° a) (de goed te keuren uitgave excl. btw bereikt de drempel van € 143.000,00 niet) en artikel 43.
Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren.
De beslissing van de gemeenteraad van 25 maart 2025 betreffende" Toekenning exclusiviteit voor bepaalde dienstverlening aan de zelfstandige groepering Interleuven ondersteunende activiteiten".
De beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 18 september 2025 betreffende "Intergemeentelijke samenwerking - Interleuven: exclusieve dienstverlening technische en administratieve begeleiding, advisering en coördineren van projecten: Aanstelling Interleuven voor de opmaak van een omgevingsvergunning en uitvoeringsdossier, opvolging der werken en veiligheidscoördinatie, voor de realisatie van 2 schoolgebouwen te Blanden in het kader van een Agion-bouwdossier.
In het kader van de realisatie van 2 nieuwe schoolgebouwen te Blanden heeft Interleuven aangesteld als ontwerper en tevens als dienstverlener technische en administratieve begeleiding, advisering en coördineren van projecten, de lastvoorwaarden opgemaakt voor de aanstelling van een studiebureau voor de opmaak van een studie stabiliteit.
Toelichting omtrent het onderwerp van de studie:
De dienst infrastructuur stelt voor de opdracht “Nieuwbouw kleuter- en lagere school Blanden: studie stabiliteit" op te starten via een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking. Hiertoe is een bestek opgemaakt met nummer 324.108-ST. De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten.
De totale geraamde uitgave bedraagt € 60.000,00 exclusief btw of € 72.600,00 inclusief 21% btw.
Artikel 1: De gemeenteraad keurt het bestek en de raming goed voor de opdracht ”Nieuwbouw kleuter- en lagere school Blanden: studie stabiliteit”, opgesteld door Interleuven.
De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het bestek met nummer 324.108-ST en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten. De raming van deze opdracht bedraagt €60.000,00 exclusief btw of € 72.600,00 inclusief 21% btw.
Artikel 2: Bovengenoemde opdracht wordt gegund bij wijze van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.
Artikel 3: Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast met het voeren van de onderhandelingsprocedure en de uitvoering van de opdracht.
Artikel 4: De uitgaven voor deze opdracht zijn voorzien in het ontwerpmeerjarenplan 2026-2031 onder meerjarenplannummer MJP000409, actie AC000023 De twee vestigingen van de GBS De Lijsterboom worden vernieuwd met subsidies. Kwaliteit, duurzaamheid, comfort van leerling en leerkracht en multifunctioneel ruimtegebruik voor de inwoners van de gemeente staan hierbij centraal.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en uitvoeringsbesluiten.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 en uitvoeringsbesluiten.
Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.
De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.
De wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, meer bepaald artikel 42, § 1, 1° a) (de goed te keuren uitgave excl. btw bereikt de drempel van € 143.000,00 niet) en artikel 43.
Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren.
De beslissing van de gemeenteraad van 25 maart 2025 betreffende" Toekenning exclusiviteit voor bepaalde dienstverlening aan de zelfstandige groepering Interleuven ondersteunende activiteiten".
De beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 18 september 2025 betreffende "Intergemeentelijke samenwerking - Interleuven: exclusieve dienstverlening technische en administratieve begeleiding, advisering en coördineren van projecten: Aanstelling Interleuven voor de opmaak van een omgevingsvergunning en uitvoeringsdossier, opvolging der werken en veiligheidscoördinatie, voor de realisatie van 2 schoolgebouwen te Blanden in het kader van een Agion-bouwdossier.
In het kader van de realisatie van 2 nieuwe schoolgebouwen te Blanden heeft Interleuven aangesteld als ontwerper en tevens als dienstverlener technische en administratieve begeleiding, advisering en coördineren van projecten, de lastvoorwaarden opgemaakt voor de aanstelling van een studiebureau voor de opmaak van een studie studie technieken en EPB.
Toelichting omtrent het onderwerp van de studie:
De dienst infrastructuur stelt voor de opdracht “Nieuwbouw kleuter- en lagere school: studie technieken en EPB" op te starten via een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking. Hiertoe is een bestek opgemaakt met nummer 324.108-TE. De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten.
De totale geraamde uitgave bedraagt € 97.500,00 exclusief btw of € 117.975,00 inclusief 21% btw.
Artikel 1: De gemeenteraad keurt het bestek en de raming goed voor de opdracht ”Nieuwbouw kleuter- en lagere school Blanden: studie technieken en EPB”, opgesteld door Interleuven.
De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het bestek met nummer 324.108-TE en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten. De raming van deze opdracht bedraagt €97.500,00 exclusief btw of € 117.975,00 inclusief 21% btw.
Artikel 2: Bovengenoemde opdracht wordt gegund bij wijze van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.
Artikel 3: Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast met het voeren van de onderhandelingsprocedure en de uitvoering van de opdracht.
Artikel 4: De uitgaven voor deze opdracht zijn voorzien in het ontwerpmeerjarenplan 2026-2031 onder meerjarenplannummer MJP000409, actie AC000023 De twee vestigingen van de GBS De Lijsterboom worden vernieuwd met subsidies. Kwaliteit, duurzaamheid, comfort van leerling en leerkracht en multifunctioneel ruimtegebruik voor de inwoners van de gemeente staan hierbij centraal.
• het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur;
• de statuten van Interleuven, zoals door de algemene vergadering laatst gewijzigd werd op 24 september 2025;
• de samenwerkingsovereenkomst tussen de Zelfstandige Groepering Interleuven Ondersteunende Activiteiten en haar leden 2020-2025 die de gemeente heeft goedgekeurd;
• De statuten van Interleuven bepalen dat de deelnemers beroep kunnen doen op de diensten op basis van wederzijdse exclusiviteit en volgens een kosten- en expertisedelend principe;
• Op basis van de wijziging van de statuten van Interleuven op de algemene vergadering van 24 september 2025 worden volgende diensten door de Zelfstandige Groepering Interleuven Ondersteunende Activiteiten aangeboden:
1.1. Bouw & infra – ontwerp en opvolging van infrastructuurwerken
1.2. Bouw & infra – ontwerp en opvolging van gebouwen
1.3. Bouw & infra – veiligheidscoördinatie ontwerp en verwezenlijking bij infrastructuurwerken
1.4. Bouw & infra – veiligheidscoördinatie ontwerp en verwezenlijking bij gebouwen
1.5. Bouw & infra – technische en administratieve begeleiding, adviseren en coördineren van projecten
2.1. Omgeving – planning, ontwerp en onderzoek
2.2. Uitvoering Omgeving – omgevingsvergunningenbeleid
2.3. Omgeving – Huis voor omgevingsKwaliteit (ad hoK)
2.4. Omgeving – ondersteuning gemeentelijke omgevingsdienst
2.5. Omgeving – projectwerking milieu & klimaat
2.6. Omgeving – omgevingshandhaving
2.7. Omgeving – Vervoerregio Leuven
2.8. Omgeving – GIS-inventarisatie en/of actualisatie van ruimtelijke situeerbare gegevens
3. SLIMME REGIO
3.1. Slimme regio – informatieveiligheid
3.2. Slimme regio – begeleiding bij de uitbouw en het gebruik van het regionaal digitaal loket kinderopvang
3.3. Slimme regio – begeleiding bij de uitbouw van een dataplatform
3.4.Slimme regio – adviesverlening slimme regio/gemeente
4. PROJECTONTWIKKELING
4.1. Projectontwikkeling – ondersteuning lokaal woonbeleid
4.2. Projectontwikkeling – realisatie van woonprojecten
4.3. Projectontwikkeling – ondersteuning ruimtelijk-economisch beleid
4.4. Projectontwikkeling – (her)ontwikkeling en optimalisatie van bedrijventerreinen en bedrijfspanden
4.5. Projectontwikkeling – ondernemen: adviesverlening bedrijfshuisvestingsbeleid
4.6. Projectontwikkeling – projectregie en gebiedsontwikkeling
4.7. Projectontwikkeling – begeleiding en ondersteuning in vastgoed(transacties).
4.8. Projectontwikkeling – patrimoniumbeheer
• De werking van de Zelfstandige Groepering Interleuven Ondersteunende Activiteiten wordt opgevolgd door een stuurgroep waarin alle deelnemers worden vertegenwoordigd;
• De gemeente duidde een vertegenwoordiger aan voor de komende legislatuur en voor deelname aan de stuurgroep die op 24 september 2025 heeft plaatsgevonden;
• Tijdens deze stuurgroep werd de huidige samenwerkingsovereenkomst tussen de Zelfstandige Groepering Interleuven Ondersteunende Activiteiten en haar leden 2020-2025 geactualiseerd in een versie 2026-2031;
• Er werd bovendien een nieuwe versie van de individuele samenwerkingsovereenkomst Zelfstandige Groepering Interleuven Ondersteunende Activiteiten goedgekeurd voor de periode 2026-2031;
De gemeente is als deelnemer van Interleuven en als deelnemer van de zelfstandige groepering ‘Interleuven ondersteunende activiteiten’ in de mogelijkheid om beroep te doen op de diensten van haar intercommunale, alsook op deze diensten dewelke in exclusiviteit worden aangeboden, waardoor de wetgeving overheidsopdrachten niet van toepassing is;
De toekenning van diensten aan de zelfstandige groepering ‘Interleuven ondersteunende activiteiten’ heeft door de gezamenlijke aanwerving van personeel onder meer volgende voordelen:
• schaalvoordelen en gedeelde expertise,
• flexibiliteit in inzet en taakverdeling,
• continuïteit en kennisopbouw binnen de regio.
De statuten van Interleuven voorzien in een vergoedingssysteem waarbij op transparante basis de kosten kunnen worden toegewezen. Voor de aanrekening van de prestaties zal gewerkt worden met een open boekhouding.
De uurlonen voor de personeelsleden worden door de zelfstandige groepering ‘Interleuven ondersteunende activiteiten’ op basis van de reële kostprijs als volgt bepaald (toestand op 01-03-2025):
– Algemeen projectleider/specialist-expert : 133,00 euro inclusief BTW
: (basis na de komma 132,82 inclusief BTW)
- Projectleider : 118,00 euro inclusief BTW
: (basis na de komma 117,85 inclusief BTW)
- Projectmedewerker - expert : 109,00 euro inclusief BTW
: (basis na de komma 108,50 inclusief BTW)
- Projectmedewerker : 97,00 euro inclusief BTW
: (basis na de komma 97,273 inclusief BTW)
De hier opgegeven uurlonen zijn gekoppeld aan de indexaanpassing van de lonen zoals toepasselijk in de openbare sector. Alle andere kosten, zoals verplaatsingskosten, uitrustingskosten, ... zijn begrepen in deze uurprijs.
De uurlonen worden telkens berekend op een cijfer na de komma waarna overgegaan wordt tot afronding op het lagere of hogere eenheidscijfer. Bij een volgende indexering wordt terug uitgegaan van het vorige, na de komma bekomen cijfer, zodat telkens een correcte berekening van de uurtarieven plaatsvindt.
Het afsluiten van deze samenwerkingsovereenkomst heeft tevens tot gevolg heeft dat de gemeente zich ertoe verbindt om voor de diensten dewelke in deze overeenkomst worden omschreven, uitsluitend een beroep te doen op de diensten van de zelfstandige groepering ‘Interleuven ondersteunende activiteiten’, en dit voor een welomschreven periode dewelke echter de duur van zes jaar niet mag overschrijden;
De gemeente kan aldus kiezen om voor de betrokken diensten een beroep te doen op de zelfstandige groepering ‘Interleuven ondersteunende activiteiten’, dan wel om deze diensten zelf uit te oefenen, doch ziet hierbij wel af van de mogelijkheid om de dienst, gedurende de looptijd van de exclusiviteit, te laten uitvoeren door derden, tenzij de gemeente beroep doet op de uitzonderingsclausule voor één project per afgesloten afgesloten subnummer;
Voor de uitvoering van deze exclusieve taken wordt gewerkt overeenkomstig in bijlage toegevoegde samenwerkingsovereenkomst.
Artikel 1.
De raad hecht zijn goedkeuring aan de samenwerkingsovereenkomst tussen de Zelfstandige Groepering Interleuven Ondersteunende Activiteiten en haar leden, actualisatie 2026-2031.
Artikel 2
De volgende diensten, zoals voorzien in de bijlagen van de statuten van Interleuven, worden in exclusiviteit toegekend aan de zelfstandige groepering ‘Interleuven ondersteunende activiteiten’ met ingang van 01-01-2026 tot en met 31-12-2031, met dien verstande dat opdrachten die werden toegekend vóór het verstrijken van voormelde periode, zullen worden afgewerkt onder het systeem van de exclusieve dienstverlening :
1. BOUW & INFRA
1.1. Bouw & infra – ontwerp en opvolging van infrastructuurwerken
1.2. Bouw & infra – ontwerp en opvolging van gebouwen
1.3. Bouw & infra – veiligheidscoördinatie ontwerp en verwezenlijking bij infrastructuurwerken
1.4. Bouw & infra – veiligheidscoördinatie ontwerp en verwezenlijking bij gebouwen
1.5. Bouw & infra – technische en administratieve begeleiding, adviseren en coördineren van projecten
2. OMGEVING
2.2. Uitvoering Omgeving – omgevingsvergunningenbeleid
Het ondersteunen en adviseren van het lokaal bestuur inzake omgevingsvergunningenbeleid.
2.2.1. Geïntegreerde aanpak, waarbij zowel het ruimtelijk/stedenbouwkundig als het milieuluik van de omgevingsvergunningen wordt behandeld
2.3. Omgeving – Huis voor omgevingsKwaliteit (ad hoK)
Het begeleiden, ondersteunen en adviseren van het lokaal bestuur om de omgevingskwaliteit te verhogen, evenals bij de uitvoering van de ruimtelijke visie van het lokale bestuur.
2.3.1. Kwaliteitskamer
2.3.2. Open oproep
2.4. Omgeving – ondersteuning gemeentelijke omgevingsdienst
Het ondersteunen en adviseren van de gemeentelijke omgevingsdienst.
2.4.1. Ruimtelijke ordening
2.4.2. Milieu en klimaat
2.4.3. Mobiliteit
2.5. Omgeving – projectwerking milieu & klimaat
Het voor en met het lokaal bestuur opzetten, uitwerken en uitvoeren van milieu- en/of klimaat-acties en projecten in uitvoering van het gemeentelijk milieu &klimaatbeleid, de burgemeestersconvenant, LEKP en andere gemeentelijke verplichtingen inzake milieu & klimaat.
2.6. Omgeving – omgevingshandhaving
Het ondersteunen van het lokaal bestuur/de politiezone bij het uitvoeren van de taken inzake omgevingshandhaving (zijnde milieu, ruimtelijke ordening, onroerend erfgoed), door:
2.6.2. geïntegreerde omgevingshandhaving: aan de hand van een goedgekeurd beleidskader, omgevingshandhavingsdossiers behandelen via proactief en reactief optreden door gekwalificeerde intergemeentelijke handhavingsmedewerkers, voor het milieu-, en/of het ruimtelijke ordenings- en/of het onroerend erfgoedluik.
2.7. Omgeving – Vervoerregio Leuven
Het begeleiden, ondersteunen en adviseren van het lokaal bestuur bij de werking van de Vervoerregio Leuven en de rol van het lokaal bestuur in deze, alsmede de technische uitwerking van concrete opdrachten.
3. SLIMME REGIO
3.2. Slimme regio – begeleiding bij de uitbouw en het gebruik van het regionaal digitaal loket kinderopvang.
3.2.1. Basisondersteuning regionaal digitaal loket kinderopvang.
4. PROJECTONTWIKKELING
4.2. Projectontwikkeling – realisatie van woonprojecten
De realisatie van A tot Z van, al dan niet gemengde (met mogelijke samenwerking diverse partners), woonprojecten.
Dit kan de verschillende fasen van een ontwikkeling van haalbaarheidsonderzoek tot oplevering omvatten. Woonprojecten gedetailleerd onderzoeken o.a. op hun stedenbouwkundig-ruimtelijke, milieutechnische, technische, financiële en organisatorische haalbaarheid, de realisatie ervan voorbereiden en aftoetsen bij mogelijke partners en/of ontwikkelaars.
Artikel 3 – De uitvoering van deze diensten gebeurt overeenkomstig de in bijlage toegevoegde samenwerkingsovereenkomst.
Artikel 4 – Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast met het uitvoeren van huidige beslissing.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.
De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.
De wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, meer bepaald artikel 42, § 1, 1° a) (de goed te keuren uitgave excl. btw bereikt de drempel van € 143.000,00 niet).
Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.
Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen, meer bepaald artikel 90, 1°.vergemaakt.
De opmaak van een masterplan voor de noordsite van het Zoet Water is opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031.
In het kader van de opdracht “Masterplan Zoet Water (Noord)” werd een bestek met nr. MPE 2026 opgesteld door de ontwerper.
De uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op € 41.322,31 excl. btw of € 50.000,00 incl. 21% btw.
Er wordt voorgesteld de opdracht te gunnen bij wijze van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.
Als limietdatum voor het indienen van de offertes wordt 2 februari 2026 om 10.00 uur voorgesteld.
De uitgave voor deze opdracht is voorzien in het meerjarenplan.
Stemming amendement Samen
Amendement:
De ontwikkeling van de zone rond het Zoet Water is een project over meerdere legislaturen. Een breed draagvlak over alle politieke partijen is dan ook erg belangrijk. Overeenkomstig aanpak bij het toekomstforum Zoet Water, wordt er een stuurgroep samengesteld met vertegenwoordigers van alle fracties in de gemeenteraad, om het ontwerp-proces te begeleiden. De selectie van de ontwerper gebeurt door deze stuurgroep.
Voor: Mattias Bouckaert, Adinda Claessen, Hanna Van Steenkiste, Wim Aertsen, Annik Minnoie, Alexander Binon, Jean-Louis Vertonen, Bart Ponsaerts.
Tegen: Arnouts Arts, Steeno Maggy, Binon Mark, Eerlingen Tine, Van Biesbroeck Francis, Timmermans Katrien, Clerckx Bart, Debruyne Kris, Lemaitre Patrice, Teck Tom, Gilias Fien, Auwerx Jenna.
Het amendement wordt niet goedgkeurd.
Artikel 1 : Het bestek voor de opdracht “Masterplan Zoet Water (Noord)”, wordt goedgekeurd. De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten voor aannemingen van werken, leveringen en diensten. De raming bedraagt € 41.322,31 excl. btw of € 50.000,00 incl. 21% btw.
Artikel 2: Bovengenoemde opdracht wordt gegund bij wijze van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.
Artikel 3: De offertes dienen het bestuur ten laatste te bereiken op 2 februari 2026 om 10.00 uur.
Artikel 4: Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast met het voeren van de onderhandelingsprocedure en de uitvoering van de opdracht.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.
De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.
De wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, meer bepaald artikel 42, § 1, 1° a) (de goed te keuren uitgave excl. btw bereikt de drempel van € 143.000,00 niet).
Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.
Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen, meer bepaald artikel 90, 1°.vergemaakt.
De opmaak van een masterplan voor Sint-Joris-Weert is opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031.
In het kader van de opdracht “Masterplan Zoet Water (Noord)” werd een bestek met nr. MPE 2026 opgesteld door de ontwerper.
Er wordt voorgesteld de opdracht te gunnen bij wijze van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.
Als limietdatum voor het indienen van de offertes wordt 2 februari 2026 om 10.00 uur voorgesteld.
De uitgave voor deze opdracht is voorzien in het meerjarenplan.
Stemming amendement Samen
Alle fracties in de gemeenteraad krijgen de kans een vertegenwoordiger af te vaardigen naar de stuurgroep die het masterplan Sint-Joris-Weert begeleidt.
Voor: Mattias Bouckaert, Adinda Claessen, Hanna Van Steenkiste, Wim Aertsen, Annik Minnoie, Alexander Binon, Jean-Louis Vertonen, Bart Ponsaerts.
Tegen: Arnouts Arts, Steeno Maggy, Binon Mark, Eerlingen Tine, Van Biesbroeck Francis, Timmermans Katrien, Clerckx Bart, Debruyne Kris, Lemaitre Patrice, Teck Tom, Gilias Fien, Auwerx Jenna.
Het amendement wordt niet goedgekeurd.
Artikel 1 : Het bestek voor de opdracht “Masterplan Sint-Joris-Weert”, wordt goedgekeurd. De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten voor aannemingen van werken, leveringen en diensten. De raming bedraagt € 80.000 excl. btw of € 96.800 incl. 21% btw.
Artikel 2: Bovengenoemde opdracht wordt gegund bij wijze van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.
Artikel 3: De offertes dienen het bestuur ten laatste te bereiken op 2 februari 2026 om 10.00 uur.
Artikel 4: Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast met het voeren van de onderhandelingsprocedure en de uitvoering van de opdracht.
Het bestuursdecreet en uitvoeringsbesluiten.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen.
Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en wijzigingen.
Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en wijzigingen.
De Wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten Artikel 92.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en uitvoeringsbesluiten.
De beslissing van de gemeenteraad van 28 januari 2025 aangaande de omschrijving van het begrip dagelijks bestuur.
Het aangepast meerjarenplan 2020-2025/7 van het lokaal bestuur Oud-Heverlee.
Het ministerieel besluit tot toekenning van een projectsubsidie natuur voor het uitvoeren van het project Het apart leggen en inrichten van de Vaalbeek langs de vijvers van het zoet water.
De beslissing van de gemeenteraad van 28 mei 2024 houdende de goedkeuring van de samenwerkingsovereenkomst voor de herinrichting van de vijvers van het zoet water en het in aparte bedding leggen van de Vaalbeek te Oud-Heverlee.
De beslissing van de gemeenteraad van 25 maart 2025 goedkeuring bestek.
Antea bezorgde de documenten als bijlage in het kader van de aanbesteding van fase 2 van de werken aan het Zoet Water en in het bijzonder Lot 1, de werken aan de Vaalbeek. De omgevingsaanleg zit vervat in Lot 2 en werd nog niet verder uitgewerkt.
Concreet beschikken we over volgende documenten:
Het uiteindelijke aandeel van de gemeente bedraagt €350.000,00 inclusief BTW
De documenten werden reeds een eerste keer gescreend door de provinciale dienst Waterlopen. In het kader van de agendering op de provincieraad koppelen we ze graag ambtelijk terug met alle partners zodat deze als basis kunnen gebruikt worden voor het definitief bestek.
Er wordt voorgesteld het dossier goed te keuren mits volgende aanpassingen:
| Actie: AC000026 Gefaseerd uitvoeren van het beheersplan van het Zoet Water, waaronder de inrichting van de visvijver |
|
| Meerjarenplannummer |
MJP000479 |
| Budgetsleutel |
2025/2260000/PATR/0319/ -- Waterlopen en waterbekkens - Zoet Water inrichting visvijver, vernieuwing stuwen,... |
| 2025 Voorzien krediet fase 1 in MJP2020-2025 |
1.675.110,40 euro |
| 2025 Reeds vastgelegd fase 1 |
13.799,13 euro |
| 2025 Beschikbaar na vastlegging |
1.661.311,27 euro |
| 2025 Benodigd bedrag fase 1 gunning |
1.021.451,93 euro |
| 2025 Nog beschikbaar bedrag fase 1 |
639.859,34 euro |
| Meerjarenplannummer in MJP2026-2031 |
MJP000614 |
| 2026 Voorzien krediet fase 2 |
1.637.000,00 euro |
| 2026 Benodigd bedrag deel gemeente fase2 raming |
1.740.420,80 euro |
| 2026 Nog beschikbaar bedrag fase 2 |
-103.332,80 euro |
| 2026 Nog beschikbaar bedrag fase 1 + 2 |
536.526,54 euro |
PM : Financieel gevolg ontvangsten ingevolge investeringssubsidies:
MJP000480 (MJP 2020- 2025) ->voor 2025 : 35.000 euro
MJP000615 (MJP 2026- 2031) -> voor 2026 : 1.657.209,00 euro en voor 2027: 682.713,00 euro
Artikel 1: De gemeenteraad keurt het bestek, de meetstaat en de plannen van de omgevingsaanleg fase 2 goed voor een geraamd gemeentelijk bedrag van €1.740.420,80 inclusief BTW mits volgende aanpassingen:
Artikel 2: De uitgave voor deze opdracht is voorzien in de begroting van 2026 onder de actie AC000026 Gefaseerd uitvoeren van het beheersplan van het Zoet Water, waaronder de inrichting van de visvijver, op budgetcode 2260000/PATR/0319/ -- Waterlopen en waterbekkens - Zoet Water inrichting visvijver, vernieuwing stuwen,... .
Artikel 3: Provincie Vlaams-Brabant en ANB op de hoogte stellen van deze beslissing van het college van burgemeester en schepenen.
De MAR werd opnieuw samengesteld gezien de nieuwe legislatuur 2025-3030.
Statuten worden opnieuw goedgekeurd door de gemeenteraad bij een nieuwe gemeentelijke beleidsperiode. Alleen de gemeenteraad is bevoegd voor de organisatie van adviesraden.
De gemeentelijke milieuadviesraad werd opgericht via een besluit van de gemeenteraad van 28 januari 1992.
De gemeenteraad van 24 maart-1992 keurde de statuten van de gemeentelijke milieuadviesraad goed.
Op de gemeenteraad van 24 maart 1992 werd het huishoudelijk reglement van de gemeentelijke milieuadviesraad goedgekeurd. Dit huishoudelijk reglement, gewijzigd door de gemeenteraad op 24 februari 2003, bepaalt de wijze waarop de gemeentelijke milieuadviesraad zijn bevoegdheden uitoefent.
In deze samengevoegde statuten worden alle vorige beslissingen geïncorporeerd. Ze vervangen dus vroegere statuten, reglementen en afsprakennota's.
De MAR richt zich naar haar huishoudelijk reglement en geeft inhoudelijk sterk advies en een bredere, diverse betrokkenheid.
Op 05/11 heeft de MAR de opmerkingen van het college bekeken, hun statuten aangepast en doorgestuurd.
Artikel 1: De gemeenteraad gaat akkoord met het nieuw huishoudelijk reglement inzake de Milieu Advies Raad Oud-Heverlee (MAR).
GEMEENTELIJKE MILIEUADVIESRAAD OUD-HEVERLEE
SAMENGEVOEGDE STATUTEN,
HUISHOUDELIJK REGLEMENT EN AFSPRAKENNOTA
1. OORSPRONG
De gemeentelijke milieuadviesraad werd opgericht via een besluit van de gemeenteraad van 28 januari 1992.
De gemeenteraad van 24 maart-1992 keurde de statuten van de gemeentelijke milieuadviesraad goed.
Op de gemeenteraad van 24 maart 1992 werd het huishoudelijk reglement van de gemeentelijke milieuadviesraad goedgekeurd. Dit huishoudelijk reglement, gewijzigd door de gemeenteraad op 24 februari 2003, bepaalt de wijze waarop de gemeentelijke milieuadviesraad zijn bevoegdheden uitoefent.
In deze samengevoegde statuten worden alle vorige beslissingen geïncorporeerd. Ze vervangen dus vroegere statuten, reglementen en afsprakennota’s.
2. BENAMING
De adviesraad draagt de naam “gemeentelijke milieuadviesraad Oud-Heverlee”, afgekort als MAR Oud-Heverlee.
3. JURIDISCH STATUUT
De gemeentelijke milieuadviesraad is een adviesorgaan, ingesteld door de gemeenteraad conform het Decreet Lokaal Bestuur. De raad heeft geen rechtspersoonlijkheid en is autonoom in zijn adviserende werking.
4. BEVOEGDHEDEN
De gemeentelijke milieuadviesraad onderzoekt, adviseert, informeert en rapporteert over milieuaangelegenheden in de gemeente Oud-Heverlee in hun meest brede betekenis.
4.1 Onderzoek
De onderzoeksbevoegdheid van de MAR strekt zich uit over het grondgebied van de gemeente Oud-Heverlee, maar kan uitgebreid worden naar andere grondgebieden wanneer deze op enige wijze de milieuaangelegenheden van Oud-Heverlee beïnvloeden.
4.2 Informatie
Het is de taak van de MAR het gemeentebestuur/schepencollege in te lichten over significante milieuaangelegenheden die zich in de gemeente voordoen. De gemeentelijke milieuadviesraad kan echter niet enkel het schepencollege informeren, maar ook de bevolking en de betrokken instanties of personen na kennisgeving aan het schepencollege.
De initiatieven voor de bevolking worden in samenwerking met de milieudienst gepland om overlapping en tegenstrijdigheden met andere raden, verenigingen, organisaties…. te vermijden.
4.3 Advies
De gemeentelijke milieuadviesraad adviseert het schepencollege en/of de gemeenteraad over het gemeentelijk milieu- en natuurbeleid, vanuit een milieu-analytisch standpunt over de milieuaangelegenheden die zich binnen de gemeente voordoen en zal voor zover dat mogelijk is oplossingen aanreiken. De advisering gebeurt op vraag van het schepencollege, de gemeenteraad en/of de schepen van leefmilieu of op eigen initiatief.
Alle adviezen van de MAR zijn niet-bindend, maar worden door het bestuur zorgvuldig overwogen.
Om de adviesfunctie van de gemeentelijke milieuadviesraad mogelijk te maken, zal de gemeente aan de gemeentelijk milieuadviesraad de agenda’s en de verslagen van de gemeenteraad bezorgen.
4.4 Rapportage en opvolging
De MAR volgt nauwlettend de milieuaangelegenheden waarover advies gegeven werd op en rapporteert of, en in welke mate, er rekening gehouden werd met de afgeleverde adviezen.
5. DOELSTELLINGEN
De gemeentelijke milieuadviesraad beoogt het behoud, de verbetering en het herstel van het leefmilieu te Oud-Heverlee. De adviezen van de raad zullen steeds tot doel hebben de kwaliteit van het leefmilieu te waarborgen, meer bepaald de bestaande natuurwaarden te behouden en te verbeteren, de uitbouw van ons patrimonium te stimuleren en milieubelastende ingrepen te vermijden of te reduceren.
6. SOORTEN LEDEN
6.1 Statutaire leden en niet statutaire leden
6.1.1 Statutaire leden
Het streefdoel is dat een derde van de gemeentelijke milieuadviesraad bestaat uit vertegenwoordigers van een milieu- en/of natuurvereniging, die erkend is als vereniging in de gemeente Oud-Heverlee.
Teneinde deze vertegenwoordiging van de milieu- en natuurverenigingen, zoals vermeld hierboven, te waarborgen zullen de diverse verenigingen, instellingen of organisaties een effectief ledenaantal volgens volgende verdeelsleutel kunnen afvaardigen: de mandaten zullen evenredig tussen deze verenigingen, instellingen of organisaties worden verdeeld zodat de vereiste 33% zo dicht mogelijk benaderd wordt; het aantal mandaten zal toegewezen worden op de laatste vergadering van het kalenderjaar of herzien worden bij toetreding van een nieuwe in aanmerking komende milieu- en natuurvereniging.
6.1.2 Niet statutaire leden
Elke inwoner van de gemeente Oud-Heverlee kan, als individu of voorgedragen door een vereniging van Oud-Heverlee, instelling of organisatie, lid worden van de gemeentelijke milieuadviesraad, mits hij/zij:
6.2 Stemgerechtigde leden, niet-stemgerechtigde leden en waarnemers
6.2.1 Stemgerechtigde leden
Stemgerechtigde leden zijn:
Stemgerechtigde leden dienen zich te onthouden van stemming wanneer er voor hen enig financieel of zakelijk belang of persoonlijk voordeel speelt.
6.2.2 Niet-stemgerechtigde leden
Niet-stemgerechtigde leden zijn:
Niet-stemgerechtigde leden kunnen deelnemen aan de discussies, maar kunnen niet drukken op het formuleren van het advies. De onafhankelijke werking van de MAR mag immers niet in het gedrang komen.
6.2.3 Waarnemers
Het is de gemeentelijke milieuadviesraad toegelaten advies in te winnen van deskundigen buiten de gemeentelijke milieuadviesraad. Bovendien is het de gemeentelijke milieuadviesraad ook toegelaten belanghebbenden te horen.
Inwoners kunnen deelnemen aan vooraf vastgestelde en bepaalde vergaderingen van de MAR, die toegankelijk zijn voor iedere inwoner en waarvoor een algemene oproep gelanceerd is (= open MAR). Deze inwoners nemen deel als niet-stemgerechtigd lid.
6.2.4 Genderevenwicht en diversiteit
De leden van de MAR streven ernaar om de adviesraad te laten bestaan uit een diverse groep mensen inzake geslacht en leeftijd.
7. BEEINDIGING LIDMAATSCHAP VAN DE MAR
Het lidmaatschap eindigt:
1) een lid de doelstellingen en de statuten niet naleeft. In dit geval kan een gesloten vergadering, bij stemming en met een meerderheid van 2/3 van de aanwezige stemgerechtigde leden, beslissen het lidmaatschap te verbreken;
2) een stemgerechtigd lid driemaal na elkaar zonder verontschuldiging afwezig blijft. Op dat moment zal het lid aangeschreven worden met de vermelding, dat bij een volgende afwezigheid het lid als ontslagnemend zal beschouwd worden.
Stemgerechtigde vertegenwoordigers van verenigingen of organisaties, en waarvan het lidmaatschap beëindigd wordt, kunnen vervangen worden door een nieuwe vertegenwoordiger.
8. BESTUUR
8.1 Verkiezingsprocedure
De gemeentelijke milieuadviesraad kan alleen geldig stemmen over de aanstelling van zijn bestuursleden als dit punt op de agenda van de vergadering staat.
De oproep voor de verkiezing van de bestuursleden dient minstens 8 dagen vóór de vergadering gepost of gemaild te zijn. De oproep vermeldt voor elke bestuursfunctie de namen van de kandidaten en geeft aan in welke hoedanigheid elke kandidaat in de gemeentelijke milieuadviesraad zetelt.
Alleen de vertegenwoordigers van de aangesloten stemgerechtigde verenigingen, instellingen of organisaties en de aangesloten stemgerechtigde burgers kunnen zich kandidaat stellen voor elke beschikbare bestuursfunctie. Noch de burgemeester, noch een schepen, noch een vertegenwoordiger van een politieke fractie kan als bestuurslid zetelen in de MAR.
Indien voor de vastgestelde verkiezingsdatum, zich voor één of meerdere bestuursfuncties geen kandidaat heeft aangediend, dient dit meegedeeld te worden aan de leden op de vergadering. Elk stemgerechtigd lid heeft dan het recht op de vergadering bij geheime rondvraag een eigen voorkeur-kandidaat aan te duiden. Tussen de kandidaten die hun voordracht accepteren, wordt op de vergadering gekozen. Indien op deze manier nog geen kandidaat naar voor treedt, wordt de functie ad interim waargenomen door het oudste aanwezige lid tot een kandidaat beschikbaar is.
De duur van de mandaten is gelijklopend met de legislatuur van de gemeenteraad. Wanneer een mandaat van een lid van de raad van bestuur tussentijds vacant wordt, wijst de algemene vergadering een opvolger aan, die het mandaat van zijn voorganger voortzet.
Bij vacatie van de functie van voorzitter en/of ondervoorzitter benoemt de raad van bestuur een plaatsvervanger tot de eerstvolgende algemene vergadering. De algemene vergadering kiest een opvolger, die het mandaat van zijn voorganger voortzet.
8.2 Functies
De MAR zelf wordt bestuurd door een triumviraat, nl. een voorzitter, een ondervoorzitter en een secretaris. Deze worden door de stemgerechtigde leden gekozen uit de kandidaten voor deze functies. Voorzitter en ondervoorzitter worden door en uit de stemgerechtigde leden verkozen.
De voorzitter leidt de vergaderingen van de gemeentelijke milieuadviesraad en bereidt deze indien nodig, mee voor. Hij/zij stelt de agenda vast en zorgt voor de uitvoering van zijn beslissingen. Alleen de voorzitter vertegenwoordigt de gemeentelijke milieuadviesraad naar buiten toe. De voorzitter is bevoegd om namens de gemeentelijke milieuadviesraad van de gemeente Oud-Heverlee alle briefwisseling te ondertekenen.
De ondervoorzitter kan in principe de voorzitter enkel vervangen bij diens afwezigheid of verhindering. Indien ook de ondervoorzitter afwezig of verhinderd is, neemt de secretaris of de oudste aanwezige deze functie waar. Bij afwezigheid van de voorzitter voor een langere termijn kan de ondervoorzitter het volledige takenpakket overnemen.
De secretaris is samen met de voorzitter/ondervoorzitter verantwoordelijk voor het opstellen van de verslagen en de schriftelijke adviezen aan het gemeentebestuur. De ontwerpverslagen, de ontwerpadviezen en opmerkingen (mailverkeer) worden enkel aan de stemgerechtigde leden, de milieuambtenaar en de schepen voor leefmilieu bezorgd. De goedgekeurde verslagen worden op de gemeentelijke website geplaatst en zijn als zodanig voor iedereen (alle leden) toegankelijk. Voor het rondsturen van de uitnodigingen voor de vergadering, de agenda en de verzending van documenten wordt de secretaris bijgestaan door de voorzitter en eventueel de milieuambtenaar.
9. VERGADERINGEN
9.1 Verplichte of vrije vergaderingen
Verplichte vergadering
De voorzitter is gehouden de gemeentelijke milieuadviesraad bijeen te roepen binnen de 15 dagen, indien een schriftelijk verzoek tot advies wordt gedaan, hetzij door het schepencollege, de gemeenteraad of de schepenen van leefmilieu, hetzij door minstens 10 leden van de gemeentelijke milieuadviesraad.
Vrije vergadering
De gemeentelijke milieuadviesraad vergadert wanneer hij bijeengeroepen wordt door de voorzitter of op de vraag van 1/3 van de stemgerechtigde leden (kenbaar gemaakt aan de voorzitter of de secretaris).
9.2 Gesloten en open vergaderingen
De MAR vergadert ten minste 4 maal per jaar. De uitnodiging tot de vergadering wordt bij benadering 10 dagen voor de vergadering verstuurd of gemaild naar de leden. Deze uitnodiging vermeldt de datum, de plaats, het uur en de agendapunten van de vergadering. Het verslag van de vorige vergadering wordt door de secretaris of de voorzitter rondgemaild en ter goedkeuring voorgelegd ten laatste 10 dagen voor de volgende vergadering.
Op aangeven van de voorzitter wordt aan de leden van de gemeentelijke milieuadviesraad gevraagd om in de vergaderingen verstrekte informatie over vertrouwelijke onderwerpen niet naar buiten toe kenbaar te maken.
Binnen de gemeentelijke milieuadviesraad kunnen werkgroepen of afdelingen worden opgericht om bijzondere punten aan voorbereidend onderzoek te onderwerpen.
Normaal zijn de vergaderingen gesloten, maar open vergaderingen zijn toegelaten. Elke inwoner van de gemeente Oud-Heverlee kan als niet-stemgerechtigd lid deelnemen aan deze open vergaderingen. Deze open vergaderingen worden aangekondigd in het gemeentelijk infoblad of kenbaar gemaakt via gemeentelijke kanalen.
10. AGENDA
De agendapunten dienen bij benadering 10 dagen voor de vergadering aan de voorzitter of de secretaris te worden toegezonden. Er zal in de agenda een onderscheid gemaakt worden tussen adviesvragen en eerder informatieve punten.
Als laatste punt op de agenda wordt telkens een punt “varia” toegevoegd, waar ieder lid de kans krijgt om daar waar mogelijk toelichting te bekomen over bepaalde aangelegenheden of om een bijkomend punt op de agenda van de volgende vergadering te plaatsen.
11. BESLUITVORMING
De besluiten worden genomen bij gewone meerderheid van de aanwezige, stemgerechtigde leden, tenzij in de gevallen waar de statuten een afwijkende bepaling voorzien.
De gemeentelijke milieuadviesraad zal streven naar een consensus bij het geven van adviezen. Indien geen consensus bereikt wordt, wordt er gestemd. De uitslag van deze stemming wordt vermeld in het advies. Bij gelijk stemmenaantal voor en tegen zullen beide gemotiveerde adviezen altijd aan het schepencollege worden overgemaakt.
12. AANWEZIGHEDEN OP DE VERGADERINGEN
Leden die verhinderd zijn een vergadering bij te wonen, moeten de voorzitter of secretaris hiervan verwittigen. Deze personen worden in het verslag opgenomen als verontschuldigd.
13. WERKINGSTOELAGE
De gemeente stimuleert de werking van de gemeentelijke milieuadviesraad door voldoende financiële en/of logistieke en informatieve ondersteuning, volgens de gemeentelijke budgettaire mogelijkheden.
De gemeentelijke milieuadviesraad ressorteert onder de gemeente. Om de risico’s voor burgerlijke aansprakelijkheid, rechtsbijstand en lichamelijke ongevallen te dekken zal de gemeente de nodige verzekeringspolissen afsluiten voor de leden en medewerkers van de gemeentelijke milieuadviesraad.
De gemeente stelt kosteloos een vergaderlokaal ter beschikking op de vergaderdata, mits afspraak.
14. CONTINUITEIT VAN DE MAR
De MAR volgt de uitvoering van de gemeentelijke legislatuur. In praktijk wil dat zeggen dat de samenstelling van de MAR aanvangt na de installatie van een nieuw samengestelde gemeenteraad en theoretisch het mandaat van de leden van de MAR gelijkloopt met de duur van het mandaat van de leden van de gemeenteraad.
Rond het einde van de gemeentelijke legislatuur gebeurt er een oproep voor nieuwe kandidaten in het gemeentelijk informatieblad.
Nieuwe leden zijn ook welkom in de tussenperiode, hun kandidatuur zal worden onderzocht.
De MAR moet bij voorkeur zes maanden volgend op de installatie van de nieuwe gemeenteraad, opnieuw worden samengesteld. De nieuwe samenstelling van de MAR zal bevestigd worden door de gemeenteraad.
Het individuele lidmaatschap en de bestuursfuncties zijn hernieuwbaar. De voorzitter, ondervoorzitter en secretaris worden gekozen/herkozen tijdens de installatievergadering uit de kandidatenlijsten. Deze installatievergadering wordt geleid door de voorzitter of zijn vervanger.
De gemeentelijke milieuadviesraad wordt opgeheven en aangesteld door middel van een gewone gemeenteraadsbeslissing.
Om de continuïteit van de adviesraad te waarborgen verzekert de uittredende gemeentelijke milieuadviesraad in afwachting van een nieuwe adviesraad de continuïteit gedurende de periode tot het besluit van de gemeenteraadsbeslissing zijn validiteit heeft.
15. STATUTENWIJZIGING
Het voorstel tot wijziging van de statuten moet zijn vermeld op de agenda van de vergadering, waarop 2/3 van de stemgerechtigde leden aanwezig moet zijn; indien dit 2/3 quorum niet wordt gehaald, dan beslist de eerstvolgende vergadering bij gewone meerderheid van stemmen over het wijzigingsvoorstel, ongeacht het aantal.
Een wijziging van de statuten moet worden goedgekeurd door een 2/3 meerderheid van de aanwezige stemgerechtigde leden van de gemeentelijke milieuadviesraad. Daarna moeten de statuten voorgelegd worden aan de gemeenteraad.
16. RELATIE GEMEENTEBESTUUR - GEMEENTELIJKE MILIEUADVIESRAAD
Om een vlotte samenwerking tussen het gemeentebestuur/schepencollege en de milieuadviesraad te verzekeren werden volgende afspraken gemaakt:
16.1 Hoe vraagt de gemeente een advies aan?
Het schepencollege zal adviesvragen steeds schriftelijk, mondeling tijdens de vergadering of per mail stellen. Deze adviesvragen bevatten de volgende gegevens:
16.2 Wanneer moet de gemeente advies vragen?
De gemeentelijke milieuadviesraad wordt tijdig om advies gevraagd over ontwerpbesluiten, plannen en projecten van de gemeente of intergemeentelijke samenwerkingen die een substantiële invloed kunnen hebben op het milieu, de natuur of de duurzame ontwikkeling binnen de gemeente.
16.3 Binnen welke termijn moet de MAR een advies uitbrengen?
De adviestermijn voor het uitbrengen van een advies bedraagt maximaal twee maanden. Wordt binnen de twee maand na het verzoek van het schepencollege, de gemeenteraad of de schepen van leefmilieu geen advies uitgebracht dan wordt dit verondersteld gunstig te zijn.
16.4 Hoe moet de MAR zijn advies formuleren?
Het advies zal, naast een duidelijk standpunt of herformulering, een omstandige motivering bevatten. Het advies van de gemeentelijke milieuadviesraad maakt steeds deel uit van het desbetreffende dossier.
16.5 Wat doet het schepencollege en/of gemeenteraad met het ontvangen advies van de MAR?
Het schepencollege en/of de gemeenteraad en/of de schepen van leefmilieu zal aan de gemeentelijke milieuadviesraad mededelen of het advies geheel of gedeeltelijk gevolgd wordt en motiveert deze beslissing.
Ingeval het advies van de gemeentelijke milieuadviesraad niet wordt gevolgd, motiveert het schepencollege en/of de gemeenteraad en/of de schepen van leefmilieu zijn andersluidende beslissing binnen de 3 maanden na aflevering van het advies en brengt die ter kennis van de gemeentelijke milieuadviesraad.
Indien het beleidsaspecten betreft waarin de gemeente een louter adviserende bevoegdheid heeft, wordt het advies van de gemeentelijke milieuadviesraad meegestuurd naar de overheid die de beslissing neemt.
Verdere afsprakennota’s kunnen opgemaakt worden na goedkeuring door de MAR, maar maken geen deel uit van de statuten, als ze niet ter goedkeuring worden voorgelegd aan de gemeenteraad.
17. ONTBINDING
De gemeentelijke milieuadviesraad kan ontbonden worden door de stemgerechtigde leden volgens dezelfde procedure als een wijziging van de statuten.
Decreet lokaal bestuur.
Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.
Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen.
Op 26 december 2022 werd door betrokkene een omgevingsvergunningsaanvraag tot het slopen van bestaande constructies en het verbouwen en uitbreiden van een gebouw tot een meergezinswoning met 8 woongelegenheden en 2 handelsruimtes (met grondafstand), ingediend. De aanvraag werd volledig en ontvankelijk verklaard op 24 maart 2023.
Het dossier ging in openbaar onderzoek van 28 maart 2023 tot en met 26 april 2023. Binnen deze periode werden er 4 bezwaarschriften ingediend.
De gemeenteraad keurde op 27 juni 2023 de zaak der wegen goed (2 grondafstanden: 81ca en 66ca).
Het college van burgemeester en schepenen verleende een voorwaardelijke omgevingsvergunning op 8 augustus 2023.
Tegen de beslissing werd in beroep gegaan en op 1 februari 2024 verleende de deputatie een voorwaardelijke omgevingsvergunning.
Tegen deze beslissing werd opnieuw in beroep gegaan en op 5 juni 2026 vernietigde de Raad voor Vergunningsbetwistingen de beslissing.
Op vraag van de deputatie werd er een nieuw openbaar onderzoek gehouden van 8 oktober 2025 tot en met 6 november 2025. Er werden 2 bezwaarschriften ingediend. Artikel 47 van het Omgevingsvergunningsbesluit stelt dat de gemeenteraad kennis dient te nemen van de standpunten, opmerkingen en bezwaren die zijn ingediend tijdens het openbaar onderzoek. De bezwaarschriften zijn terug te vinden als bijlage.
De gemeenteraad dient in de zitting van 16 december 2025 een uitspraak te doen inzake de voorgestelde zaak der wegen.
Het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar als voorbereiding op het advies van het college van burgemeester en schepenen wordt nog niet toegevoegd aan dit agendapunt.
Het advies van het college van burgemeester en schepenen over de vergunbaarheid (en de eventuele opgelegde voorwaarden) wordt na de beslissing van de gemeenteraad opgemaakt.
De zaak der wegen omvat:
- een grondafstand van 75 ca op de hoek van de Bierbeekstraat en de Lijstersstraat. Deze zone omvat een boom met ronde bank en een plantenperk;
- een grondafstand van 38 ca nabij de perceelsgrens met Lijstersstraat 3. Deze zone omvat een groot deel van 3 voorziene parkeerplaatsen;
- een erfdienstbaarheid van 16 ca nabij de perceelsgrens met Lijstersstraat 3. Deze zone omvat het overige deel van de 3 parkeerplaatsen. Het betreft hier een bovengrondse erfdienstbaarheid aangezien de ondergrond in gebruik is als parking bij het gebouw.
De aanleg van de 3 zones wordt uitgevoerd door de bouwheer en vervolgens overgedragen aan de gemeente. De aanleg omvat het aanleggen van de verharde en onverharde zones en de plaatsing van een boom met ronde bank. Dit gebeurt in samenspraak met de dienst infrastructuur van de gemeente Oud-Heverlee. Het onderhoud van deze zone wordt dan ook overgedragen aan de gemeente.
De gemeenteraad dient een besluit te nemen over de zaak van de wegen. Indien deze niet wordt toegevoegd aan de omgevingsvergunningsaanvraag, kan er geen geldige omgevingsvergunning worden afgeleverd (artikel 31 van het Decreet betreffende de Omgevingsvergunning).
Artikel 1: De gemeenteraad keurt de 2 voorgestelde grondafstanden (75 ca en 38 ca) goed.
Artikel 2: De gemeenteraad keurt de bovengrondse erfdienstbaarheid (16 ca) goed. De bovengrondse erfdienstbaarheid blijft eigendom van de aanvrager, maar heeft een openbaar karakter.
Artikel 3: De zones voor grondafstand die zullen afgestaan worden zoals weergegeven op het opmetingsplan (rooilijnplan) van landmeter B. Mertens (75 ca en 38 ca) opgenomen in de omgevingsvergunningsaanvraag OMV_2022014171 dienen kosteloos aan de gemeente afgestaan te worden en aangelegd te worden zoals bepaald in de motivatienota en op het inplantingsplan en na overleg met de dienst infrastructuur van de gemeente Oud-Heverlee.
Artikel 4: De zone van bovengrondse erfdienstbaarheid wordt aangelegd zoals bepaald in de motivatienota en op het inplantingsplan en na overleg met de dienst infrastructuur van de gemeente Oud-Heverlee.
Artikel 5: De kosten van de akte van de notaris vallen ten laste van de aanvrager.
Artikel 6: Tegen dit besluit van de gemeenteraad kan binnen de 30 dagen in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering. De procedure van dit beroep verloopt volgens art. 31/1 van het Omgevingsvergunningsdecreet.
Artikel 7: Dit besluit van de gemeenteraad is nietig:
- wanneer de omgevingsvergunning met dossiernummer OMV_2022014171 (OMV/2022/163/OV), ingediend voor de aanvraag tot het slopen van bestaande constructies en het verbouwen en uitbreiden van een gebouw tot een meergezinswoning met 8 woongelegenheden en 2 handelsruimtes (met grondafstand), gelegen Bierbeekstraat 6 en 6A, 3052 Oud-Heverlee, kadastraal gekend afdeling 3 sectie A nummers 65G, 65H, 66R niet wordt verleend, of wanneer deze in administratief of jurisdictioneel beroep wordt vernietigd;
- wanneer het voorwerp van de omgevingsvergunning niet binnen de in de vergunning voorziene of wettelijke termijn wordt gerealiseerd.
Artikel 8: De gemeenteraad duidt de burgemeester en algemeen directeur aan tot het ondertekenen van de akte van de grondafstand.
Het Decreet over het Lokaal Bestuur dd. 22 december 2017, inzonderheid artikel 41, artikelen 396 en volgende;
Het bovenlokaal Cultuurdecreet dd. 15 juni 2018;
De beslissing van de gemeenteraad van 27 mei 2025 waar de principiële deelname kandidatuur Leuven & Beyond Europese Culturele Hoofdstad 2030 (LOV2030) en principiële deelname aan de voorbereidingen IGS Cultuur Oost-Brabant werd goedgekeurd;
Op 27 mei 2025 nam de gemeenteraad een principiële beslissing om deel te nemen aan de kandidatuur Leuven & Beyond 2030 (LOV2030) als Europese Culturele Hoofdstad en om een nieuw intergemeentelijk cultureel samenwerkingsverband voor Oost-Brabant voor te bereiden.
De deelnemende steden en gemeenten richten samen de intergemeentelijke projectvereniging Cultuurregio COBRA op. Dit is een lichte vorm van intergemeentelijke samenwerking waarin elke gemeente een evenwaardige stem heeft.
Via Cultuurregio COBRA kunnen Vlaamse werkingssubsidies voor de cultuurregio worden aangevraagd. De Vlaamse middelen dienen vooral voor de organisatorische werking (klein professioneel team en overhead). De gemeentelijke bijdragen per inwoner worden ingezet voor kennisdeling, ondersteuning van lokale culturele actoren en gezamenlijke bovenlokale cultuurprojecten.
De inhoudelijke krijtlijnen worden verder uitgewerkt in een Cultuurnota voor Cultuurregio COBRA, met doelstellingen rond ondersteuning van lokale spelers, gezamenlijke publieksinitiatieven, cultuurparticipatie (met aandacht voor kwetsbare groepen) en uitwisseling van expertise tussen gemeenten.
De maatschappelijke zetel van Cultuurregio COBRA wordt ondergebracht in de stad Aarschot, als centraal gelegen centrumstad met ervaring in intergemeentelijke culturele samenwerking.
Volgens de decretale regels voor projectverenigingen (decreet lokaal bestuur) beschikt Cultuurregio COBRA uitsluitend over een raad van bestuur. De deelnemende gemeenten benoemen elk één stemgerechtigd lid van de raad van bestuur en duiden daarnaast een afgevaardigde met raadgevende stem aan uit de gemeenteraad. Het stemgerechtigde bestuurslid dient te komen uit de meerderheid en is bij voorkeur de schepen van cultuur, de afgevaardigde met raadgevende stem uit de oppositie. Zo worden zowel meerderheid als oppositie structureel betrokken bij de werking van Cultuurregio COBRA.
Overwegende dat de oprichting van de Intergemeentelijke Culturele Samenwerking (IGS) met de naam COBRA een versterking beoogt van de cultuurbeleving en -ontwikkeling in de regio Oost-Brabant. De IGS richt zich op kennisdeling, dienstverlening, en de gezamenlijke ontwikkeling van culturele initiatieven en projecten, zoals beschreven in het meerjarenplan. Dit zorgt voor een structurele en doelgerichte samenwerking tussen de steden en gemeenten en biedt een platform voor de implementatie van grotere culturele projecten die de regio ten goede komen.
Overwegende dat de werking van COBRA wordt gestructureerd en vastgelegd in een heldere Cultuurnota, die in februari 2026 aan de gemeenteraden wordt gepresenteerd.
De gemeente wil sterker samenwerken met andere gemeenten in Oost-Brabant om een duurzaam bovenlokaal cultuurbeleid uit te bouwen. Dat past binnen de ambities rond cultuurparticipatie, kwaliteitsvolle cultuurprojecten en de kandidatuur Leuven & Beyond 2030.
Een intergemeentelijke projectvereniging is een passende en sobere bestuursvorm. Ze laat toe om Vlaamse werkingssubsidies te ontvangen, een beperkte professionele werking uit te bouwen en tegelijk de bestuurlijke autonomie en een evenwaardige stem van elke gemeente te behouden.
Door de statuten en samenwerkingsovereenkomst nu goed te keuren, wordt de deelname van de gemeente aan Cultuurregio COBRA juridisch verankerd en kan de nieuwe cultuurregio tijdig opstarten.
de statuten vermelden
De wetgeving i.v.m. de intergemeentelijke samenwerkingsvormen bepaalt dat
- het stemgerechtigd lid uit de politieke partijen komt die in het CBS zetelen, m.a.w. uit de meerderheid. Dat kan de burgemeester, een schepen of een gemeenteraadslid zijn.
- het lid met de raadgevende stem uit de fracties komt die niet vertegenwoordigd zijn in het CBS, met andere woorden, uit de oppositie.
Omdat dit algemene regelgeving is, hebben we dat niet meer zo expliciet opgenomen in de statuten.
De algemeen-directeuren en de meeste schepenen weten dit vanuit hun betrokkenheid bij andere IGS'sen; voor sommige cultuurambtenaren is dit misschien minder gekend?
Wij streven er naar dat de schepenen van cultuur afgevaardigd worden zodat de RvB meteen hun platform wordt...tenzij er onverenigbaarheden zijn uiteraard
positief advies
Advies ADV/2025/208 van Yannic Vanderplanken van 25 november 2025: Gunstig
Gelet op de voorziene budgetten in het ontwerp meerjarenplan 2026-2031 (MJP000341 - werkingskosten intergemeentelijke cultuursamenwerking - LOV 2030 en cultuurprojecten)
De projectvereniging wordt gefinancierd door de deelnemende gemeenten via een jaarlijkse geïndexeerde bijdrage van € 0,675 per inwoner, op basis van het aantal inwoners op 1 januari van het betreffende jaar. En anderzijds door de jaarlijkse werkingssubsidie vanuit het decreet bovenlokale cultuurwerking van 8 maart 2024.
De Vlaamse werkingssubsidies voor de cultuurregio worden rechtstreeks aan de projectvereniging toegekend en gebruikt voor personeels- en werkingskosten.
Artikel 1: De gemeenteraad beslist tot oprichting van de projectvereniging Cobra, samen met de andere deelnemende steden en gemeenten uit Oost-Brabant.
Artikel 2: De gemeenteraad keurt de ontwerpstatuten van de projectvereniging COBRA goed. De statuten worden als bijlage bij dit besluit gevoegd en maken er integraal deel van uit.
Artikel 3: De gemeenteraad keurt de samenwerkingsovereenkomst met de steden en gemeenten van goed en bevestigt gehouden te zijn tot uitvoering van de samenwerkingsovereenkomst tot 15 februari 2032.
Artikel 4: In het ontwerp meerjarenplan 2026-2031 wordt een jaarlijks bedrag van 0,675 € per inwoner te voorzien ter ondersteuning van de realisatie van bovenlokale cultuurprojecten in de eigen gemeente en binnen de brede (Europese) programmalijnen ‘human, nature, innovation’ voor LOV2030.
Artikel 5: De oprichtingsakte van de projectvereniging COBRA wordt binnen dertig dagen na dagtekening ter informatie voorgelegd aan de toezichthoudende overheid.
Artikel 6: De gemeenteraad duidt volgende personen aan als vertegenwoordigers van de gemeente in de raad van bestuur van de projectvereniging COBRA:
Lid met stemrecht: Schepen Tine Eerlingen – plaatsvervanger met stemrecht: raadslid Maggy Steeno
Lid zonder stemrecht: Adinda Claessen - plaatsvervanger zonder stemrecht: Hanna Van Steenkiste.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen.
Het decreet van 28 april 1993 houdende de regeling voor het Vlaams Gewest van het administratief toezicht op de gemeenten.
Het decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur.
Het decreet lokaal bestuur titel 6, hoofdstuk 2, art. 304.
De gemeenteraad staat in voor de organisatie van raden en overlegstructuren die als opdracht hebben op regelmatige en systematische wijze het gemeentebestuur te adviseren. Aan het begin van een nieuwe gemeentelijke bestuursperiode worden de adviesraden opnieuw samengesteld.
27 personen stelden zich kandidaat voor de cultuurraad n.a.v. de oproep tot deelname aan de gemeentelijke adviesraden.
Tijdens de raad van bestuur van 3 februari 2025 werden de 27 kandidaturen voorgelegd.
Artikel 1: Het college van burgemeester en schepenen besluit de adviesraad 'cultuurraad' als volgt samen te stellen voor de periode 2025-2031:
1. Stemgerechtigde leden
| Cecile Vermeulen |
| Rudi Eyckmans |
| Martine Vanherck |
| Marc Demeyer |
| Els Nagels |
| Dirk Vandueren |
| Philippe Bajeux |
| Jan Wouters |
| Paul Demia |
| Lut Azijn |
| Eric Dendooven |
| Paul Clerckx |
| Joël Breysem |
| Jan Meertens |
| Dirk Dejaeghere |
| Sofie Peyskens |
| Leon de Borger |
| Kaat Van Wonterghem |
| Koen Vlaeyen |
| Lieve Timmermans |
| Dirk Deberdt |
| Geert Schrijnen |
| Bernadette Vanautgaerden |
| Greta Dereymaeker |
| Lieve Debraekeleer |
| Wim Vandebergen |
| Albert Morren |
2. Niet-stemgerechtigde leden
- Tine Eerlingen, bevoegde schepen
- Deskundige cultuur & erfgoed
- Bibliothecaris
- Directie of vertegenwoordiger De Vonk
Artikel 170§4 van de grondwet.
Het decreet over het lokaal bestuur en wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018 en wijzigingen.
Het besluit van de gemeenteraad van 26 maart 2024 tot aanvaarding van klimaatactieplan.
De financiële toestand van de gemeente.
In toepassing van artikel 21 van het decreet lokaal bestuur werd dit punt op vraag van SAMEN aan de gemeenteraadsagenda van 16 december 2025 toegevoegd.
Op 26 maart 2024 keurde de gemeenteraad het Energie- en klimaatactieplan goed. Een van de centrale doelstellingen hierin is: “We engageren ons om op het grondgebied van onze gemeente tegen 2030 minstens 40% minder CO2 uit te stoten t.o.v. 2011”.
De emissie van helikopter-vluchten is aanzienlijk, zoals o.a. blijkt uit het rapport van den Boer (2006) in opdracht van het Nederlandse ministerie van milieu. De impact is aanzienlijk groter dan de emissies van een vliegtuig of een wagen. Het compenseren van deze extra uitstoot betekent voor de gemeente dus een aanzienlijke inspanning. Daarom is het passend een belasting hierop te voorzien, volgens het principe ‘de vervuiler betaalt’.
Artikel 1: Er wordt, met ingang van 01 januari 2026, voor een termijn eindigend op 31 december 2030, een gemeentebelasting gevestigd op helihavens op het grondgebied van de gemeente Oud-Heverlee.
Artikel 2: De belasting is verschuldigd door de fysieke persoon of rechtspersoon die volgens de registratie bij het Directoraat-generaal Luchtvaart een machtiging tot aanleg heeft aangevraagd.
Artikel 3: De belasting wordt vastgesteld op 5.000 € per jaar. De belasting is verschuldigd per begonnen kalenderjaar, ongeacht het effectief gebruik.
Artikel 4: Er is een vrijstelling van belasting voor helihavens die enkel gebruikt worden door veiligheids- en hulpdiensten.
Artikel 6: Het bedrag van de belasting mag ingekohierd worden
- vanaf 1 februari van het lopende kalenderjaar
Artikel 8: De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat periodiek vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 9: De vestiging, de invordering en de geschillenprocedure gebeuren volgens de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 (en latere wijzigingen) betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen.
In toepassing van artikel 21 van het decreet lokaal bestuur werd dit punt op vraag van SAMEN aan de gemeenteraadsagenda van 16 december 2025 toegevoegd.
Onze vertegenwoordiger op de algemene vergadering van C-smart kreeg op de gemeenteraad van 17 november 2025 als mandaat om alle agendapunten goed te keuren. Het voorbije werkjaar gebeurde er echter een twijfelachtige transactie, waarbij de belangrijke participatie in CIPAL NV in Cipal Schaubroeck werd verkocht aan Total Specific Solutions, zonder akkoord van de gemeentebesturen-vennoten (zie onze vraag hierover op de gemeenteraad van 30 juni 2025). Deze transactie brengt voor de gemeentebesturen in belangrijke mate onzekerheid over toekomstige prijzen en betekent een grote afhankelijkheid van een buitenlandse investeerder, die een aanzienlijk rendement nastreeft op zijn investering. In de verkoopscataloog werden aan investeerders grote winstmarges beloofd. Het lijkt dan ook passend om als signaal zich te onthouden bij het goedkeuren van de begroting.
Artikel 1: De gemeenteraad herziet het besluit van de gemeenteraad van 17 november 2025 waarin Jenna Auwerx mandaat krijgt om alle agendapunten goed te keuren. De gemeente zal zich bij punt 2. goedkeuring begroting onthouden, en dit motiveren vanuit het ontransparant verloop van het verkoopsproces.
In toepassing van artikel 21 van het decreet lokaal bestuur werd dit punt op vraag van SAMEN aan de gemeenteraadsagenda van 16 december 2025 toegevoegd.
Op de gemeenteraad van 17 november 2025 kwam de belasting op leegstand aan bod. Deze belasting wil een ontradend effect hebben, en eigenaars stimuleren om leegstaande woningen te activeren om de huurmarkt. Om dit effect te bewaren, is het belangrijk deze belasting mee te indexeren. Door dit niet te doen, geeft men de facto een korting van 23 %. Een consequente indexering kan een meer-inkomst voor de gemeente betekenen van 90.000 € over het ganse meerjarenplan.
|
|
|
|
|
|
Met index 2 % |
|
|
|
|
|
|
|
|
tarief 1/01/ 2020 |
Opbrengst jaarrekening 2024 |
Voorstel niet- indexering |
Opbrengst 6 jaar |
2026 |
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
2031 |
Totale opbrengst op 6 jaar |
| leegstand |
1250 |
54.375 |
1.250 |
326.250 |
1.537 |
1.567 |
1.599 |
1.631 |
1.663 |
1.696 |
416.799 |
Artikel 1: De gemeenteraad besluit de belasting op leegstand aan te passen overeenkomstig de gezondheidsindex. Het basisbedrag wordt 1537 per 12 maanden leegstand, met een maximum van 6.148 € voor leegstand van 48 maanden of meer.
Artikel 2: De gemeenteraad besluit deze belasting jaarlijks op 1 januari te indexeren, overeenkomstig de gezondheidsindex.
In toepassing van artikel 21 van het decreet lokaal bestuur werd dit punt op vraag van SAMEN, RED Oud-Heverlee en Annick Minnoye aan de gemeenteraadsagenda van 16 december 2025 toegevoegd.
De nieuwe school voor Blanden is met stip het grootste dossier van deze legislatuur, met een geplande investering van minstens 12 miljoen euro. De geplande oppervlakte, verspreid over beide campussen, is ongeveer 4000 m². Met deze motie willen we de gemeenteraad oproepen om een tweede optie grondig te onderzoeken: een unieke school op een unieke locatie: la Foresta (voormalig Franciscaner-klooster).
We roepen op om een pauze van 50 dagen te installeren in het lopende ontwerp-proces, om dit scenario grondig te onderzoeken. We bouwen immers voor meer dan 50 jaar ! Dit studiewerk vertrekt niet van een leeg blad.
De gemeente stelde reeds een adviseur aan (VW architecten), die de opdracht kan opnemen om een haalbaarheidsonderzoek te doen van de inplanting van de school in La Foresta (zie foto's in bijlage).
Troeven
Obstakels
Natuurlijk beseffen we dat de afweging niet zwart/wit is. Er zijn ook obstakels te overwinnen. We zien die onder ogen: .
Evident is een grondige toetsing aan diverse plannen en wettelijke kaders onontbeerlijk, o.a. masterplan Brabantse Wouden, regelgeving natuurbehoud, strategische visie Beleidsplan Ruimte Vlaanderen en conceptnota beleidsplan Ruimte Vlaanderen. Dit geldt voor elke mogelijke ontwikkeling op de site.
We vinden het essentieel dat beide sporen gelijkwaardig onderzocht worden, zodat de bevolking objectief geïnformeerd kan worden over voor- en nadelen. De gemeente organiseert daartoe een doordacht inspraaktraject, om samen met alle belanghebbende tot besluitvorming te komen.
Artikel 1: De gemeenteraad besluit om een tijdelijke pauze te installeren in de opdracht van Interleuven in het ontwerp van de school. Het voorlopig ontwerp geeft voldoende duidelijkheid over de mogelijkheden en beperkingen op de huidige site.
Artikel 2: De gemeenteraad besluit de aangestelde adviserend architect opdracht te geven om een grondige haalbaarheidsstudie te doen van de inplanting van de school in La Foresta, vertrekkend vanuit de eerdere studie van DMOA en de eerdere presentaties van de vorige eigenaar op de Gecoro en kwaliteitskamer. De nodige kredieten worden voorzien, indien nodig, om de huidige opdracht uit te breiden. Het leerkrachtenteam en de ouders worden maximaal mee betrokken bij deze verkenning.
Artikel 3: De gemeenteraad nodigt de eigenaar uit op een commissie ruimte, om het perspectief van de eigenaar mee te integreren in de besluitvorming.
Artikel 4: De gemeenteraad vraagt het schepencollege om op korte termijn een participatie-traject uit te werken (genre zoetwater-forum), waarbij inwoners op basis van zo volledig mogelijke informatie de kans krijgen om de afweging te maken tussen beide scenario’s.
Visual ontwerp academie De Vonk - presentatie Kwaliteitskamer (zie bijlage)
In toepassing van artikel 21 van het decreet lokaal bestuur werd dit punt op vraag van N-VA raadslid Maggy Steeno aan de gemeenteraadsagenda van 16 december 2025 toegevoegd.
Het antwoord is te beluisteren via de opname van de vergadering, die terug te vinden is op de website van de gemeente. Dit punt wordt behandeld op tijdstip 2:55:56 van de opname.
In toepassing van artikel 21 van het decreet lokaal bestuur werd dit punt op vraag van SAMEN aan de gemeenteraadsagenda van 16 december 2025 toegevoegd.
In december zijn bibliotheken in en rond Leuven weer erg gegeerd als studeerruimte. In het verleden organiseerde de gemeente zelf ook studeerplekken, o.a. in de oude parochiezaal en in de Roosenberg. De nieuwe zaal Den Boogaard leent zich ongetwijfeld goed tot samen studeren.
Vraag:
Welk aanbod zal de gemeente doen ?
Het antwoord is te beluisteren via de opname van de vergadering, die terug te vinden is op de website van de gemeente. Dit punt wordt behandeld op tijdstip 2:59:55 van de opname.
In toepassing van artikel 21 van het decreet lokaal bestuur werd dit punt op vraag van SAMEN aan de gemeenteraadsagenda van 16 december 2025 toegevoegd.
In mei werd de opstelling van snelheidsbeperkende maatregelen rond de S-bocht in Pragen gewijzigd. Er gebeurde toen geen voorafgaand overleg met inwoners. Er was wel een engagement om na 6 maanden een evaluatie te plannen.
Vragen:
Het antwoord is te beluisteren via de opname van de vergadering, die terug te vinden is op de website van de gemeente. Dit punt wordt behandeld op tijdstip 3:01:22 van de opname.
In toepassing van artikel 21 van het decreet lokaal bestuur werd dit punt op vraag van SAMEN aan de gemeenteraadsagenda van 16 december 2025 toegevoegd.
Het schepencollege besliste 30.000 euro te investeren in de verwarmingsinstallatie van de kerk van Blanden: De gemeente investeert hier in privaat patrimonium, zonder garantie/duidelijkheid over toekomstig gebruik. Het lijkt logischer om eerst de herbestemming vast te leggen, een duidelijke eigendomstructuur te bepalen (vb. neemt de gemeente de kerk in erfpacht) en dan dit soort investeringen te doen.
Vragen:
Het antwoord is te beluisteren via de opname van de vergadering, die terug te vinden is op de website van de gemeente. Dit punt wordt behandeld op tijdstip 3:03:43 van de opname.
In toepassing van artikel 21 van het decreet lokaal bestuur werd dit punt op vraag van SAMEN aan de gemeenteraadsagenda van 16 december 2025 toegevoegd.
In antwoord op de parlementaire vraag van Mieke Schauvliege blijkt dat er in de gemeente Oud-Heverlee vaker dan in andere gemeente verhoogde PFAS-waarden worden vastgesteld in de drinkwatercentra. De wettelijke Vlaamse norm, gebaseerd op een Europese norm van 100 nanogram per liter voor de som van 20 PFAS substanties) , wordt niet overschreden. Maar de gezondheidsnorm die de bevoegde Europese experten voorstellen, de European Food Safety Authority (EFSA), ligt 25 keer lager dan deze Vlaamse norm en wordt wel overschreden.
Vragen:
Het antwoord is te beluisteren via de opname van de vergadering, die terug te vinden is op de website van de gemeente. Dit punt wordt behandeld op tijdstip 3:05:46 van de opname.
De voorzitter sluit de zitting op 16/12/2025 om 22:40.
Namens gemeenteraad,
Marijke Pertz
algemeen directeur
Kris Debruyne
voorzitter van de gemeenteraad