Terug gemeenteraad

Tue 01/09/2026 - 19:30 vergaderzaal Meerdael

Goedkeuring ontwerp notulen

  • Goedkeuring ontwerp notulen

    De gemeenteraad neemt kennis van de ontwerpnotulen, opgesteld door de algemeen directeur, van de vorige vergadering van 30 juni 2026.

    De gemeenteraadsleden nemen er nota van dat tot het einde van de huidige vergadering opmerkingen kunnen gemaakt worden betreffende de redactie van de notulen.

Openbaar

Normaal

Financien

  • Artikel 1: De gemeenteraad neemt kennis van de rapportering van de financieel directeur omtrent het debiteurenbeheer op 30 juni 2026. 

  • Artikel 1: De gemeenteraad neemt kennis van de rapportering van de financieel directeur omtrent het verlenen van het voorafgaand visum tijdens het eerste semester van 2026.

  • Artikel 1: De gemeenteraad beslist volgend materieel vast actief buiten gebruik te stellen en te vervreemden. Het actief zal uit de boekhoudkundige inventaris uitgeboekt worden.

    - Opel Combo, eerste indienstname  28/03/2006

  • Artikel 1. De gemeenteraad keurt de ruilovereenkomst tussen de gemeente Oud-Heverlee en Fluvius Zenne-Dijle goed voor de ruil van een perceel grond van 29 m² aan Parking Roosenberg, Maurits Noestraat te Oud-Heverlee, kadastraal gekend als 1ste afdeling, sectie D, deel van perceelnummer 46/d, tegen een lokaal van 12 m² in gebouw Roosenberg, Maurits Noestraat 15-15A te Oud-Heverlee, kadastraal gekend als 1ste afdeling, sectie D, deel van perceelnummer 50/a.
    Artikel 2. De gemeenteraad keurt goed dat de ruil wordt toegestaan en aanvaard voor de prijs van 1,00 euro, betaalbaar door Fluvius Zenne-Dijle aan de gemeente Oud-Heverlee bij het verlijden van de authentieke akte.
    Artikel 3. De gemeenteraad keurt de vestiging van de in de ruilovereenkomst beschreven erfdienstbaarheden goed, met name een ondergrondse erfdienstbaarheid voor aanleg, herstel, vervanging en onderhoud van leidingen en een bovengrondse erfdienstbaarheid voor doorgang, overeenkomstig het bijgevoegde plan.
    Artikel 4. De gemeenteraad neemt kennis van de verplichting om de betrokken erfdienstbaarheidsstroken vrij te houden en om de permanente toegang tot het perceel van Fluvius Zenne-Dijle te waarborgen, zoals bepaald in de ruilovereenkomst.
    Artikel 5. De gemeenteraad neemt kennis dat alle kosten van de overeenkomst en van de authentieke akte, inclusief het opmetingsplan, ten laste zijn van Fluvius Zenne-Dijle. Notaris Daniëls uit Oud-Heverlee wordt aangesteld voor de gemeente Oud-Heverlee.
    Artikel 6. De gemeenteraad machtigt de burgemeester en de algemeen directeur, of hun rechtsgeldige plaatsvervangers, om de ruilovereenkomst en de authentieke akte namens de gemeente Oud-Heverlee te ondertekenen, na aanvulling van de nog openstaande administratieve gegevens.
    Artikel 7. Een afschrift van deze beslissing wordt bezorgd aan Fluvius Zenne-Dijle en aan de instrumenterende notaris.

Secretariaat

Onderwijs

  • Artikel 1: De gemeenteraad beslist het bestaande schoolreglement gewoon basisonderwijs, goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 30 september 2025, op te heffen en volgend schoolreglement goed te keuren met ingangsdatum 1 september 2026.

    Artikel 2:  Het schoolreglement gewoon basisonderwijs en de infobrochure worden bij elke inschrijving van een leerling en nadien bij elke wijziging, ter beschikking gesteld aan de ouders, die ondertekenen voor akkoord.  

  • Artikel 1: De gemeenteraad besluit om het bestaande arbeidsreglement voor de personen die onder gezag arbeid verrichten in de gemeentelijke basisscholen: gemeentelijke basisschool De Lijsterboom, p/a Bierbeekstraat 4, 3052 Oud‑Heverlee, gemeentelijke basisschool De Hazensprong, A.Verheydenstraat 19, 3053 Oud-Heverlee te wijzigen.

    Artikel 2:  De gemeenteraad besluit het arbeidsreglement basisonderwijs in bijlage goed te keuren, de ingangsdatum is 1 september 2026.

  • Artikel 1: De gemeenteraad besluit om het bestaande arbeidsreglement voor de personen die onder gezag arbeid verrichten in de gemeentelijke muziekacademie De Vonk, te wijzigen met ingangsdatum 1 september 2026.

    Artikel 2: De gemeenteraad keurt het arbeidsreglement voor Academie De Vonk schooljaar 2026-2027 goed.

     

    Hoofdstuk 1      Algemene bepalingen en definities

    1.1        Draagwijdte

    Art.1       Dit  arbeidsreglement is een reglement van inwendig bestuur en heeft een afdwingbaar karakter.

    Art.2       Dit  arbeidsreglement is ondergeschikt aan dwingende wetsbepalingen en hun uitvoeringsbesluiten.

    Art.3       De arbeidsvoorwaarden die een gevolg zijn van andere wettelijke, decretale en reglementaire bepalingen dan deze opgesomd in dit arbeidsreglement blijven onverkort gelden. Het gaat onder meer over de rechten en plichten opgesomd in het Decreet Rechtspositie voor de personeelsleden gesubsidieerd door het ministerie van Onderwijs en Vorming.

    1.2        Toepassingsgebied

    Art.4       Dit reglement is van toepassing op het gesubsidieerd personeel zoals bedoeld in het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding (verder genoemd Decreet Rechtspositie) met name:

    • de vastbenoemde personeelsleden,
    • tijdelijk aangestelde personeelsleden voor bepaalde duur,
    • tijdelijk aangestelde personeelsleden voor doorlopende duur

    tewerkgesteld in een ambt van een van volgende categorieën:

    • bestuurs- en onderwijzend personeel,
    • ondersteunend personeel,
    • opvoedend hulppersoneel,

    die tewerkgesteld zijn in de Gemeentelijke Academie voor Muziek en Woord van Oud-Heverlee met inbegrip van

    • de personeelsleden die in deze academie tewerkgesteld zijn via reaffectatie of wedertewerkstelling,
    • de personeelsleden die in de academie tewerkgesteld zijn en ten laste van de werkingsmiddelen of de eigen middelen aangesteld zijn in toepassing van het decreet betreffende het deeltijds kunstonderwijs, artikel 82.

    1.3        Definities

     

    Art.5       Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:

    • §1     ABC: het afzonderlijk bijzonder comité. In dit comité zetelen afgevaardigden van het schoolbestuur en van de representatieve vakorganisaties. Zij onderhandelen vooraf over bepaalde de grondregelingen met betrekking tot personeelsaangelegenheden, o.a. over voorliggend arbeidsreglement (bijvoorbeeld: de arbeidsduur en de organisatie van het werk, jaarlijkse vakantieregeling).            
    • §2     HOC: het hoog overlegcomité. In dit comité zetelen afgevaardigden van het schoolbestuur en van de representatieve vakorganisaties. Zij overleggen vooraf over bepaalde grondregelingen met betrekking tot personeelsaangelegenheden, o.a. over voorliggend arbeidsreglement (bijvoorbeeld: uurroosters, bepalingen i.v.m. bescherming tegen geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk).
    • §3     Academie:  Het pedagogisch geheel waar deeltijds kunstonderwijs wordt georganiseerd en dat onder leiding staat van een directeur. De academie omvat de volgende vestigingsplaatsen:

    ­   De hoofdinstelling:

    * Gemeentelijke Academie voor Muziek en Woord Oud-Heverlee

    Armand Verheydenstraat 19, 3053 Haasrode

    ­   De vestigingsplaatsen:

    * Dorpsstraat 85, 3050 Oud-Heverlee

    * Bierbeekstraat 4, 3052 Blanden

    * Beekstraat 13, 3051 Sint-Joris-Weert

    * Ontmoetingscentrum Armand Verheydenstraat, 3053 Haasrode

    * Schoolstraat 37, 3360 Bierbeek

    *Kerk Blanden, Kartuizerstraat 3052 Blanden (bijzondere vestigingsplaats orgelklas)

    • §4     Artistiek-pedagogisch project: Het geheel van de fundamentele uitgangspunten dat het schoolbestuur voor de academie en haar werking heeft bepaald.
    • §5     Dienstorder: een opdracht en/of mededeling uitgaande van het college van burgemeester en schepenen, een bevoegde ambtenaar of de directeur, die bepalingen van interne orde op een dwingende wijze vastlegt.
    • §6     Directeur: de persoon die door het schoolbestuur met de dagelijkse leiding van de academie is belast.
    • §7     Leerlingen: de personen die ingeschreven zijn aan de academie overeenkomstig de reglementaire toelatingsvoorwaarden.
    • §8     Ouders: de personen die het ouderlijk gezag uitoefenen of in rechte of in feite de minderjarige onder hun bewaring hebben.
    • §9     Pedagogische begeleidingsdienst: de dienst belast met de externe ondersteuning van de academie volgens het eigen pedagogisch concept, onder meer bij het ontwikkelen van initiatieven ter bevordering van de onderwijskwaliteit en het stimuleren van initiatieven ter versterking van de beroepsbekwaamheid van de personeelsleden.
    • §10  Schoolbestuur: de instantie die verantwoordelijk is voor de academie, namelijk het gemeentebestuur van Oud-Heverlee, Gemeentestraat 2, 3054 Vaalbeek
    • §11   Vakbondsafgevaardigde: afgevaardigde van één van de representatieve vakorganisaties.
    • §12  Vestigingsplaats: een gebouw of gebouwencomplex waarin de academie of een gedeelte ervan is gehuisvest.

     

     

    Hoofdstuk 2                 Arbeidsduur, arbeidstijd, prestatieregeling, vakantieregeling

    2.1        Algemeen

    Art.6       Het schooljaar begint op 1 september en eindigt op 31 augustus.

    Art.7       De lessen kunnen op alle dagen van de week georganiseerd worden.

    Art.8       De normale openingsuren van de academie zijn de volgende:

     

    Dagen

    Uren

    Maandag

    van 9.00u

    tot 22.00u

    Dinsdag

    van 9.00u

    tot 22.00u

    Woensdag

    van 9.00u

    tot 22.00u

    Donderdag

    van 9.00u

    tot 22.00u

    Vrijdag

    van 9.00u

    tot 22.00u

    Zaterdag

    van 8.30u

    tot 17.00u

     

    Art.9       De directeur stelt het lessenrooster op.

    Art.10     De directeur maakt een eerste ontwerp van de individuele uurroosters van de personeelsleden op. Hij/zij streeft hierbij naar een optimale afstemming op de noden van de organisatie rekening houdend met het comfort en de vragen van de personeelsleden.

    Art.11     De directeur verdeelt de leerlingen over de uren leraar. Op basis hiervan stelt iedere leraar het definitieve individuele uurrooster op, met inbegrip van rustpauzes.

    Art.12     De leerkrachten kunnen maximaal vijf uur lesgeven zonder pauze. Wie meer dan vijf uur lesgeeft op eenzelfde dag, bouwt in deze lesdag een pauze in van minstens een kwartier. Bovendien mag de arbeidsduur niet meer bedragen dan 10 uur per dag.

    Wie zicht verplaatst tussen de vestigingsplaatsen, neemt daarvoor minstens een half uur pauze. (Dit geldt niet voor de verplaatsing tussen beide vestigingsplaatsen te Haasrode).

    Art.13     Alle  uurroosters die voorkomen of kunnen voorkomen in de academie maken integraal deel uit van het arbeidsreglement. Ze worden opgenomen in de schoolorganisatie en zijn raadpleegbaar via het secretariaat van de academie. Elk personeelslid ontvangt een exemplaar van zijn individuele uurrooster dat vanaf dan bindend wordt voor beide partijen. Bij elke wijziging hiervan ontvangt het betrokken personeelslid een aangepaste versie.

    Art.14     Het personeelslid leeft zijn individueel uurrooster stipt na. De afstand of de verplaatsing zijn, behoudens overmacht, geen rechtvaardiging voor afwezigheden of te laat komen.

    Art.15     De personeelsleden mogen hun lessen of activiteiten niet inkorten, verplaatsen of verwisselen met die van hun collega’s of ze op een andere dan de gebruikelijke plaats geven, zonder voorafgaande toestemming van de directeur. Zie ook hoofdstuk 7 ‘Lesverplaatsingen’.

    Art.16      

    • §1     Personeelsvergaderingen (inclusief vakvergaderingen) en oudercontacten kunnen worden georganiseerd buiten de normale aanwezigheid van leerlingen.
    • §2     De algemene personeelsvergaderingen en oudercontacten worden bij dienstorder meegedeeld bij het begin van het schooljaar. Er worden jaarlijks twee algemene personeelsvergaderingen georganiseerd.
    • §3     De vakvergaderingen worden bij dienstorder meegedeeld minimaal vier weken op voorhand. Er worden per vakgebied jaarlijks minstens twee vakvergaderingen georganiseerd.
    • §4     Bijkomende personeels-/vakvergaderingen kunnen uitzonderlijk worden gepland indien de noodzaak zich voordoet en worden bij dienstorder bekendgemaakt.

    Art.17     Er kan twee keer per schooljaar een pedagogische studiedag en één keer per jaar een academie-overschrijdende pedagogische studiedag worden georganiseerd voor alle personeel of voor een groep van personeelsleden. Deze kunnen worden georganiseerd buiten de normale aanwezigheid van leerlingen. Deze studiedagen worden bij het begin van het schooljaar per dienstorder bekend gemaakt. De lessen worden dan geschorst voor alle leerlingen of voor een groep van leerlingen. Deze data kunnen in uitzonderlijke gevallen na vakbondsonderhandeling wijzigen of pas later bekend worden gemaakt.

    Art.18     Elk personeelslid is verplicht de personeelsvergaderingen, oudercontacten en pedagogische studiedagen bij te wonen, tenzij het dienstorder anders bepaalt.

    Art.19     De opvolging van leerlingen in het kader van leren in een alternatieve leercontext kan buiten het uurrooster van de academie en afwijkend van het individuele uurrooster van het personeelslid worden georganiseerd, ook tijdens het weekend, ’s avonds of op feestdagen. Tussen het personeelslid en de verantwoordelijke van de alternatieve leercontext wordt systematisch overleg gepleegd over het leerproces van de leerling.

    Art.20     Openbare voorstellingen en andere uitvoeringen, opendeurdagen en schoolfeesten met leerlingenactiviteiten kunnen buiten het uurrooster van de academie en afwijkend van het individuele uurrooster van het personeelslid worden georganiseerd. In dat geval kan het personeelslid gedurende maximaal vier dagen per jaar in geval van een voltijdse opdracht en maximaal twee dagen per jaar in geval van een deeltijdse opdracht verplicht worden om aan deze activiteiten deel te nemen. Deelname aan andere activiteiten gebeurt op vrijwillige basis. De data van bovengenoemde activiteiten worden meegedeeld vóór 31 oktober van het betreffende schooljaar.

    Art.21     §1. Behoudens verplichte deelname aan voornoemde vergaderingen en activiteiten, kunnen aan personeelsleden ook andere opdrachten buiten de normale aanwezigheid van leerlingen worden geëist buiten de jaarlijkse vakantieperiodes, indien deze opdrachten werden onderhandeld in het ABC. Deze andere opdrachten worden jaarlijks vóór 1 december aan de personeelsleden meegedeeld bij dienstorder. Het personeelslid is verplicht om deze onderhandelde opdrachten uit te voeren, tenzij het dienstorder anders bepaalt.

    §2. Aan elk personeelslid kunnen instellingsgebonden opdrachten worden toegewezen als deze zijn opgenomen in de lijst van instellingsgebonden opdrachten die het schoolbestuur heeft vastgelegd na onderhandeling in het ABC.

    Art.22     De duur van de jaarlijkse vakantie wordt geregeld conform de bepalingen van de onderwijsreglementering:

    1° de zomervakantie begint op 1 juli en eindigt op 31 augustus;

    2° de herfstvakantie begint op de maandag van de week waarin 1 november valt en duurt één week. Als 1 november op een zondag valt, dan begint de herfstvakantie op 2 november;

    3° de kerstvakantie begint op de maandag van de week waarin 25 december valt en duurt twee weken. Als 25 december op een zaterdag of een zondag valt, dan begint de kerstvakantie op de maandag na 25 december;

    4° de krokusvakantie begint op de zevende maandag voor Pasen en duurt één week;

    5° de paasvakantie begint op de eerste maandag van april en duurt twee weken. Als Pasen in maart valt, dan begint de paasvakantie op de maandag na Pasen. Als Pasen na 15 april valt, dan begint de paasvakantie op de tweede maandag voor Pasen.          

    Art.23     Als ze niet tijdens een vakantieperiode vallen, is er bovendien vakantie op de volgende dagen:

    1° 1 november;

    2° 11 november;

    3° 25 december;

    4° Pasen;

    5° paasmaandag;

    6° 1 mei;

    7° Hemelvaartsdag;

    8° Pinksteren;

    9° pinkstermaandag.

    Art.24     Per schooljaar legt het schoolbestuur twee facultatieve vakantiedagen vast. Deze facultatieve vakantiedagen worden aan de personeelsleden meegedeeld via een dienstorder.

    Art.25     De lessen kunnen de dag voor, van en na de parlementaire, provinciale of gemeentelijke verkiezingen of een volksraadpleging worden geschorst wanneer de lokalen naar aanleiding van deze activiteit zijn gebruikt. De directeur brengt de personeelsleden hiervan per dienstorder op de hoogte.

    Art. 25bis   De volgende personeelsleden kunnen worden ingezet buiten de vestigingsplaatsen van de academie:

    -      leraren die zijn aangesteld ten behoeve van samenwerkingsinitiatieven met basisscholen, secundaire scholen of hogescholen: inzetbaar in alle scholen van het lokaal samenwerkingsinitiatief. Bedraagt de afstand tussen de hoofdvestigingsplaats van de academie en de school meer dan 25 kilometer, dan is het akkoord van het personeelslid nodig.

    Het schoolbestuur van de academie waaraan het personeelslid geaffecteerd is, blijft werkgever van het personeelslid.

    2.2       Directeur

    Art.26     De directeur is telkens wanneer de dienst het vereist, in één van de vestigingsplaatsen aanwezig, behoudens gerechtvaardigde afwezigheden in dienstverband.

    Art.27     Tijdens de schoolvakanties moet de directeur de prestaties uitvoeren die noodzakelijk zijn om de goede werking van de academie te garanderen, maar tijdens de zomervakantie moet een vakantieperiode van zes weken gegarandeerd zijn, waarvan een ononderbroken periode van vijf weken op te nemen tussen 6 juli en 15 augustus.

    2.3        Leraar en begeleider

    Art.28     Voor de ambten van leraar en begeleider is het aantal lestijden vereist voor een ambt met volledige prestaties als volgt vastgesteld:

    In de domeinen Muziek en Woordkunst-drama:

    ­   in de eerste, tweede en derde graad: 22 lestijden;

    ­   in de vierde graad en in de kortlopende studierichtingen: 20 lestijden;

    ­   een lestijd duurt zestig minuten.

    Art.29     Elk personeelslid verzekert zijn opdracht zoals vastgelegd door het schoolbestuur. De wekelijkse opdracht van een personeelslid dat deeltijds presteert, bedraagt een evenredig deel van het in voorgaand artikel vermeld aantal lestijden. De wekelijkse opdracht bestaat uit lesopdracht en/of opdracht begeleider en/of opdracht pedagogische coördinatie en/of opdracht aanvangsbegeleiding en/of opdracht samen school maken en/of opdracht ter ondersteuning van de kerntaak en/of opdracht leeractiviteiten op maat en/of opdracht kunstkuur.

    Art.30     Het personeelslid moet 10 minuten voorafgaandelijk aan de les aanwezig zijn, en na het beëindigen van de les indien de opdracht dit vereist, behalve voor wie van een andere lesplaats komt.

    Art.31     Personeelsleden die buiten het individuele uurrooster verplicht aanwezig moeten zijn op vergaderingen of andere activiteiten, kunnen deze tijd niet compenseren. Deze vergaderingen en activiteiten maken deel uit van de normale werking van een academie voor deeltijds kunstonderwijs.

    Art.32     Extra-murosactiviteiten

    • §1     De organisatie van extra-murosactiviteiten in opdracht, wordt geregeld door de betrokken leraar in overleg met de directeur en andere betrokken leraars. Behoudens uitzonderlijke omstandigheden wordt het tijdstip van deze activiteiten aan de personeelsleden zes weken op voorhand meegedeeld.
    • §2     De organisatie van extra-murosactiviteiten op initiatief van een of meerdere personeelsleden kan enkel na voorafgaandelijk akkoord van de directeur.
    • §3     Het personeelslid blijft tijdens de extra-murosactiviteiten verantwoordelijk voor het toezicht op de minderjarige leerlingen zowel tijdens de verplaatsing als tijdens de activiteit zelf.

    Art.33     De schoolvakanties zijn in principe vakantiedagen voor leraars en begeleiders.
    In functie van de goede werking van de academie kan echter op hen een beroep worden gedaan binnen de lijst van opdrachten bepaald na onderhandeling in het ABC, maar een ononderbroken vakantieperiode tussen 6 juli en 15 augustus moet gegarandeerd zijn.

    Art.34     Het personeelslid verzekert toezicht voor minderjarige leerlingen tot 10 minuten na het einde van de les, behalve personeelsleden die zich onmiddellijk moeten verplaatsen naar een andere vestigingsplaats voor het uitoefenen van hun opdracht. Wanneer een leerling na afloop van de les niet wordt opgehaald en het personeelslid aanwezig blijft op de vestigingsplaats, contacteert het personeelslid het secretariaat en/of de ouders van de leerling.

    Ouders van minderjarige leerlingen worden aan het begin van elk schooljaar geïnformeerd door het personeelslid indien deze zich naar een andere vestigingsplaats moeten verplaatsen en bijgevolg geen toezicht kan verzekeren na het einde van de les. In dat geval eindigt het toezicht van het personeelslid op het einde van de lestijd.

     

    2.4         Administratief medewerker

    Art.35     Prestatiestelsel administratief medewerkers

    • §1     Administratief bedraagt het aantal wekelijkse prestatie-eenheden voor een ambt met volledige prestaties: 38.
    • §2     Een ambt met onvolledige prestaties wordt administratief uitgedrukt in een geheel aantal van deze 38 wekelijkse prestatie-eenheden.
    • §3     De effectieve wekelijkse prestaties voor een ambt met volledige prestaties bedraagt 36 klokuren.
    • §4     De effectieve wekelijkse prestaties in een ambt met onvolledige prestaties wordt bekomen door de administratieve opdracht zoals bepaald in §2, om te zetten aan de hand van de omrekeningstabel zoals gevoegd in bijlage 5.

    Art.36     Personeelsleden die buiten het individuele uurrooster verplicht aanwezig moeten zijn op vergaderingen of andere activiteiten buiten de jaarlijkse vakantieperiodes, kunnen deze tijd compenseren binnen het individuele uurrooster en dit in samenspraak met de directeur.

    Art.37      

    • §1     Voor de administratief medewerkers zijn de schoolvakanties in principe vakantiedagen, met uitzondering van maximum vijf prestatiedagen voor voltijds aangestelde personeelsleden. Bij deeltijds werkenden wordt het aantal prestatiedagen verhoudingsgewijs aangepast.
    • §2     Uiterlijk voor de kerstvakantie wordt aan de betrokken personeelsleden hun te leveren prestatiedagen tijdens de schoolvakanties van het volgende kalenderjaar meegedeeld per dienstorder. Een ononderbroken vakantieperiode van vijf weken, waarin alleszins 15 juli tot en met 15 augustus valt, wordt gegarandeerd.
    • §3     De prestatiedagen zijn steeds volledige dagen, tenzij het schoolbestuur na akkoord met het personeelslid beslist om de dagen in halve prestatiedagen in te delen.
    • §4     Om uitzonderlijke dienstredenen kan het schoolbestuur vragen om meer dan het vooraf bepaalde aantal prestatiedagen te werken tijdens de jaarlijkse vakantie. In dat geval kunnen die extra prestatiedagen gecompenseerd worden buiten de jaarlijkse vakantieperiodes en dit in samenspraak met de directeur.

    2.5         ICT-coördinator 

    Art.38     Prestatiestelsel ICT-coördinator

    • §1     Voor de ICT-coördinator is het ambt met volledige prestaties vastgesteld op 36 klokuren per week.
    • §2     De wekelijkse opdracht van een ICT-coördinator die deeltijds fungeert, bedraagt een geheel aantal van deze 36 klokuren.

    Art.39     Het leveren van de prestaties is niet noodzakelijk gebonden aan de periode van normale aanwezigheid van de leerlingen.

    Art.40     Personeelsleden die buiten het individuele uurrooster verplicht aanwezig moeten zijn op vergaderingen of andere activiteiten buiten de jaarlijkse vakantieperiodes, kunnen deze tijd compenseren binnen het individuele uurrooster en dit in samenspraak met de directeur.

    Art.41     De schoolvakanties zijn in principe vakantiedagen voor de ICT-coördinatoren.
    In functie van de goede werking van de academie kan echter op hen een beroep worden gedaan binnen de lijst van opdrachten bepaald na onderhandeling in het ABC, maar een ononderbroken vakantieperiode tussen 6 juli en 15 augustus moet gegarandeerd zijn.

     

    Hoofdstuk 3                 Afwezigheden en verlof

    3.1        Individuele afwezigheden

    Art.42     Bij te laat komen moet het personeelslid zich vooraf aanmelden bij de directeur of in geval van zijn/haar afwezigheid, op het secretariaat.

    Art.43     Bij vroegtijdig verlaten van de arbeidsplaats verwittigt het personeelslid onmiddellijk de directeur of ingeval van zijn/haar afwezigheid, het secretariaat, en motiveert hij zijn/haar vertrek.

    Art.44     Bij afwezigheid, om welke reden dan ook, verwittigt het personeelslid zo spoedig mogelijk de directeur of in geval van zijn/haar afwezigheid, het secretariaat, minstens vóór het begin van de lessen en met vermelding van de reden en van de waarschijnlijke duur van de afwezigheid.

    Art.45     De directeur meldt elke onwettige afwezigheid van een personeelslid schriftelijk aan het college van burgemeester en schepenen. Het personeelslid ontvangt een kopie van dit schrijven.

    Art.46     Behoudens overmacht, overhandigt het personeelslid aan zijn vervanger het nodige om de continuïteit van de lessen te kunnen verzekeren.

    3.2        Ziekte

    Art.47     Bij afwezigheid wegens ziekte is het personeelslid gehouden de op hem/haar toepasselijke reglementering inzake ziekteverloven correct na te leven.

    Art.48     §1. Ingeval van ziekte verwittigt (of laat verwittigen) het personeelslid onmiddellijk de directeur en het secretariaat telefonisch of per mail voor de aanvang van zijn opdracht, en indien mogelijk uiterlijk  om 11.30u.
    §2. Is het personeelslid de directeur zelf, dan verwittigt hij zijn schoolbestuur op de wijze als in §1 vermeld.

    Art.49     Bij verlenging van het ziekteverlof verwittigt het personeelslid de directeur ten laatste op de vooravond van de dag waarop het lopende verlof verstrijkt. Is het personeelslid de directeur zelf, dan verwittigt hij zijn schoolbestuur zoals hier vermeld.

    Art.50     Bij vervroegde terugkeer uit ziekteverlof verwittigt het personeelslid de directeur ten laatste op de vooravond van de dag waarop het personeelslid vervroegd terugkeert uit ziekteverlof. Is het personeelslid de directeur zelf, dan verwittigt hij zijn schoolbestuur zoals hier vermeld.

    Art.51     Het schoolbestuur of de directeur kan vanaf een afwezigheid van één dag wegens ziekte een controleonderzoek aanvragen. Indien het initiatief uitgaat van de directeur, stelt hij het schoolbestuur hiervan op de hoogte. Het personeelslid moet zich aan het controleonderzoek onderwerpen. Het controleonderzoek omvat alle medische, gespecialiseerde, klinische en radiologische onderzoeken. Het controleonderzoek is kosteloos voor de werknemer met uitzondering van de eventuele verplaatsingskosten.
    De beroepsmogelijkheden voorzien in het Besluit van de Vlaamse regering van 8 december 1993 betreffende de controle op de afwezigheid wegens ziekte zijn onverminderd van toepassing.

    3.2bis Contact tijdens arbeidsongeschiktheid 

    Art. 51bis Tijdens een periode van arbeidsongeschiktheid onderhoudt het schoolbestuur op een respectvolle en proportionele wijze contact met het personeelslid, met als doel het welzijn te bewaken en, waar mogelijk, een terugkeer naar het werk te faciliteren. Het bestuur zal de medewerker niet onder druk zetten om het werk te hervatten en zal geen informatie vragen over de aard of oorzaak van de ziekte.

    Gedurende de periode van arbeidsongeschiktheid:

                kan het schoolbestuur contact opnemen met het personeelslid, rekening houdend met diens gezondheidstoestand;

    wordt het personeelslid geacht bereikbaar te zijn via de contactgegevens die bij het bestuur gekend zijn, tenzij dit om medische redenen niet mogelijk is. In dat geval brengt het personeelslid of een vertegenwoordiger het bestuur hiervan op de hoogte;

    worden contacten beperkt tot wat noodzakelijk is voor de opvolging van de afwezigheid en de eventuele werkhervatting.

    Het contact verloopt via de directeur van de academie of de personeelsdienst van de gemeente.

    De frequentie en de wijze van het contact worden afgestemd op de duur van de arbeidsongeschiktheid en de medische toestand van het personeelslid.

    3.3         Afwezigheids- en verlofstelsels

    Art.52      

    • §1     Het personeel kan genieten van een persoonlijk(e) verlof, afwezigheid, loopbaanonderbreking,  zorgkrediet of dienstvrijstelling volgens de modaliteiten vastgelegd in:

                   - de onderwijsreglementering;

    - het reglement inzake modaliteiten van aanvraag en toekenning van verlofstelsels goedgekeurd door de gemeenteraad.

    • §2     Het college van burgemeester en schepenen kan ad hoc beslissen om een dienstvrijstelling toe te kennen.

    Art.52bis   Als aan een personeelslid een flexibele werkregeling is toegestaan volgens artikel 17novies van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs, dan geldt een opzeggingstermijn van minstens veertien dagen voor de aanvraag van een eventuele vervroegde stopzetting. Eventuele vakantiedagen schorten deze periode op.

     

    Hoofdstuk 4                 Meting van en controle op de arbeid

    Art.53     Het personeelslid dient telkens bij de aanvang en het einde van de arbeidsprestaties zijn aanwezigheid te registreren, door het ondertekenen van een aanwezigheidslijst.

    Art.54     De prestaties van het personeel worden vastgesteld aan de hand van de uur- en/of toezichtroosters en de aanwezigheidslijst, de afwezigheden aan de hand van een afwezigheidsregister.

     

    Hoofdstuk 5                 Betaling van het salaris

    Art.55      

    • §1     Het Agentschap voor Onderwijsdiensten van het ministerie van Onderwijs en Vorming is verantwoordelijk voor de uitbetaling van het salaris, het wachtgeld en de toelagen. Dit wordt rechtstreeks door het Agentschap voor Onderwijsdiensten uitbetaald na verloop van termijn, met name op de laatste werkdag van de maand. De betaling gebeurt bij overschrijving op de post- of bankrekening van het personeelslid.
    • §2     Het vakantiegeld wordt betaald ten vroegste vanaf 1 mei en uiterlijk op 30 juni van het jaar van de vakantie.
    • §3     De eindejaarstoelage wordt in eenmaal uitbetaald tijdens de maand december van het in aanmerking genomen jaar.

    Art.56      

    • §1     De directeur van de academie draagt er zorg voor dat de nodige gegevens om te komen tot de correcte uitbetaling van het salaris en/ of het wachtgeld tijdig naar het Agentschap voor Onderwijsdiensten worden doorgezonden. Voorafgaand aan deze elektronische communicatie legt de directeur de gegevens ter kennisname, en indien vereist ook ter goedkeuring, voor aan het personeelslid.
    • §2     Het personeelslid draagt er zorg voor dat het de noodzakelijke documenten tijdig aan de directeur of zijn gemachtigde overhandigt.

    Art.57     Het personeelslid kan zijn individueel salarisdossier raadplegen via ‘Mijn Onderwijs Personeel’.

    Art.58     Het schoolbestuur vergoedt de kosten van het woon-werkverkeer van het personeelslid volgens de reglementaire bepalingen ter zake.

    Art.59      

    • §1     Het personeelslid dat in opdracht van het schoolbestuur een occasionele dienstverplaatsing maakt met de eigen wagen, motor of bromfiets krijgt een kilometervergoeding gelijk aan het bedrag dat jaarlijks bepaald wordt voor de federale ambtenaren. Verplaatsingen die het personeelslid in opdracht van het schoolbestuur/directeur maakt naar een alternatieve leercontext, worden beschouwd als occasionele dienstverplaatsingen.
    • §2     Het schoolbestuur vergoedt de verplaatsingskosten volgens de reglementaire bepalingen ter zake indien het personeelslid in opdracht van het schoolbestuur een activiteit bijwoont buiten de gebruikelijke werkplaats en daarvoor gebruik maakt van het openbaar vervoer.

     

    Hoofdstuk 6                 Leerlingentoezicht

    Art.60     Het personeelslid mag leerlingen die onder zijn toezicht staan, geen opdrachten geven die los staan van de lesactiviteit en waarvoor de leerling zich buiten de academie moet begeven.

    Art.61     Het personeelslid mag aan minderjarige leerlingen geen toestemming geven om de academie vroegtijdig te verlaten, ook niet tijdens lesonderbrekingen, tenzij de directeur hiermee instemt of per dienstorder andere richtlijnen worden meegedeeld hieromtrent. In voorkomend geval maakt het personeelslid de nodige afspraken met de ouders.

    Art.62     In geval van extra-murosactiviteiten leeft het personeelslid de bepalingen na beschreven in artikel 30. Het personeelslid maakt met de directeur en desgevallend de ouders afspraken inzake voldoende begeleiding van de minderjarige leerlingen, de bereikbaarheid van het personeelslid, de verplaatsing van en naar de activiteit.

    Art.63     Het personeelslid dat zijn taak wegens dringende redenen moet onderbreken, zorgt ervoor dat de leerlingen niet zonder toezicht blijven en verwittigt de directeur.

    Art.64     Wanneer zich een ongeval of ernstig feit voordoet met een leerling, verwittigt het personeelslid dat met het toezicht belast is, zo spoedig mogelijk de directeur.

    De directeur neemt onmiddellijk alle nodige maatregelen en verwittigt desgevallend de ouders van de betrokken leerling. Bij afwezigheid van de directeur laat het personeelslid niet na zelf de nodige maatregelen te nemen. De directeur heeft de verantwoordelijkheid het college van burgemeester en schepenen van het ongeval of ernstig feit in kennis te stellen.

    Hoofdstuk 7                 Lesverplaatsingen

    Art.65     Een lesverplaatsing is elke leeractiviteit die verplaatst wordt naar een ander tijdstip in de loop van het schooljaar binnen het door de academie vastgelegde uurrooster. Lessen kunnen in principe niet worden verplaatst naar een vakantiedag of wettelijke feestdag, behoudens op expliciete vraag van zowel de leerlingen als de leerkracht. 

    Art.66     Een lesverplaatsing heeft steeds een uitzonderlijk karakter en kan alleen worden toegestaan omwille van actieve deelname aan:

    ­   individueel artistieke of pedagogische redenen (repetities, uitvoeringen, opnames, workshops,...),

    ­   professionaliseringsactiviteiten

    ­   jury’s van evaluatiemomenten

    ­   of om uitzonderlijke persoonlijke redenen.

    Art.67     Het contingent van het toegelaten aantal te verplaatsen lessen voor artistieke of pedagogische activiteiten is per leraar bepaald op maximaal 10 % van zijn jaaropdracht, hetgeen overeenstemt met vier maal zijn wekelijkse lesopdracht. Uitzonderlijk kan in overleg met de directeur hierop een afwijking worden toegestaan.

    Art.68     Lesverplaatsingen die de continuïteit van het leerproces van de leerling in het gedrang brengen worden niet toegestaan. Lesverplaatsingen van meer dan veertien opeenvolgende kalenderdagen zijn pedagogisch en organisatorisch niet verantwoord, behoudens tussenliggende schoolvakanties. Bij langdurige en regelmatig terugkerende lesverplaatsingen moet gebruik worden gemaakt van een reglementair voorzien verlofstelsel.

    Art.69     De leraar legt in samenspraak met de leerlingen datum en uur van de inhaalles vast en legt dit ter goedkeuring voor aan de directeur. Lessen kunnen niet worden verplaatst naar een vakantiedag of wettelijke feestdag.

    Art.70     De inhaalles moet binnen een periode van veertien kalenderdagen vóór of na het oorspronkelijke lesuur worden gegeven, met inachtneming van een redelijke spreiding, tenzij hier in overleg met de directeur een afwijking is toegestaan.

    Art.71     Een verplaatste les heeft de gebruikelijke duurtijd. Bij een lesverplaatsing wordt bij voorkeur de samenstelling van de groep gerespecteerd.

    Art.72     Aanvraagprocedure

    Leraars/begeleiders die lesverplaatsingen wensen aan te vragen doen dit ten laatste veertien kalenderdagen vóór de te verplaatsen les via het digitale administratieplatform DKO3.

    In bijzondere en uitzonderlijke gevallen kan afgeweken worden van de normale aanvraagtermijn. De leraar motiveert met de nodige bewijsstukken het bijzondere en uitzonderlijke karakter.

    • §1     De aanvraag is gericht aan de directeur van de academie en vergezeld van een verantwoordingsstuk.
    • §2     De directie geeft, na beoordeling van de motivering, binnen de vijf kalenderdagen na datum van aanvraag al of niet zijn schriftelijke toestemming en vermeldt die via het platform.

    Art.73     De leraar van wie de lesverplaatsing is toegestaan, brengt de leerlingen en de ouders van de minderjarige leerlingen schriftelijk of elektronisch op de hoogte van de lesverplaatsing.

    Art.74     Leraars die het oneens zijn met de beslissing van de directeur, kunnen zich wenden tot het college van burgemeester en schepenen.

     

    Hoofdstuk 8                 Functiebeschrijvingen en evaluatie

    Art.75     De rechten en plichten die van toepassing zijn met betrekking tot functiebeschrijvingen, functioneringsgesprekken en evaluaties zijn beschreven in:

    ­   hoofdstuk Vbis en Vter van het Decreet Rechtspositie;

    ­   in de algemene afspraken (‘evaluatiereglement’) die het schoolbestuur na onderhandeling in het ABC heeft vastgelegd. Dit ‘evaluatiereglement’ is opgenomen in bijlage 6 en maakt integraal deel uit van het arbeidsreglement. Elk personeelslid ontvangt er een kopie van.

    Art.76     Elk personeelslid ontvangt een functiebeschrijving voor zijn ambt en voert zijn kerntaken uit zoals beschreven in die functiebeschrijving. Personeelsleden worden gecoacht en begeleid. Indien het personeelslid uitgenodigd wordt op een eerste formeel functioneringsgesprek, wordt hiervan een verslag opgemaakt met inbegrip van de persoons- en ontwikkelingsgerichte doelstellingen voor dit personeelslid. Het personeelslid leeft de concrete afspraken na die gemaakt zijn naar aanleiding van het eerste formeel functioneringsgesprek, tijdens de coaching of begeleiding en/of het evaluatiegesprek.

    Art.77     Het evaluatiedossier met de functiebeschrijving per ambt, desgevallend het verslag van het eerste formeel functioneringsgesprek, de verslagen van de eventueel er nog op volgende functioneringsgesprekken, de verslagen van andere acties in verband met coaching en de evaluatieverslagen worden in de academie bewaard door de directeur (eerste evaluator), het evaluatiedossier van de directeur wordt bewaard door de algemeen directeur. Ook de eventuele schriftelijke opmerkingen van het personeelslid bij deze verslagen, maken hiervan deel uit. De directeur/ algemeen directeur is gehouden door het ambtsgeheim.

    Art. 77bis Het volgen van nascholing is een recht en een plicht voor elk personeelslid. Het schoolbestuur stelt voor de academie jaarlijks een professionaliseringsplan op zoals bepaald in artikel 8 van het decreet van 8/5/2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs. Het volgen van professionalisering is voor elk personeelslid een kerntaak die in de functiebeschrijving wordt opgenomen. Personeelsleden maken hun concrete wensen tot professionalisering kenbaar aan hun (eerste) evaluator.

     

    Hoofdstuk 8bis Beoordeling aan de vooravond van TADD

    Art. 77ter

    • §1     Het tijdelijk personeelslid van bepaalde duur dat aan de vooravond van zijn TADD een beoordeling met werkpunten of een negatieve beoordeling ontvangt, kan hiertegen verhaal indienen bij het college van burgemeester en schepenen tot uiterlijk zeven kalenderdagen volgend op de schriftelijke mededeling van de beoordeling. Het verhaal wordt ingediend door middel van een gedateerd en ondertekend beroepsschrift dat aangetekend wordt ingediend bij het college van burgemeester en schepenen. Het beroepsschrift vermeldt op straffe van nietigheid ten minste het voorwerp van het beroep en de feitelijke omschrijving en motivering van de ingeroepen bezwaren. Er kunnen overtuigingsstukken worden bijgevoegd. Het personeelslid kan vragen om gehoord te worden.
    • §2     Het verhaal  wordt behandeld door het college van burgemeester en schepenen dat beslist om de beoordeling met werkpunten/de negatieve beoordeling te bevestigen of te vernietigen. De beslissing wordt voor het einde van het schooljaar schriftelijk/aangetekend ter kennis gebracht aan het personeelslid. Bij overschrijding van deze termijn wordt de beoordeling met werkpunten/de negatieve beoordeling geacht vernietigd te zijn.

     

    Hoofdstuk 9                 Ontslagregeling

    9.1        Opzeggingstermijnen

    Art.78     De opzeggingstermijnen voor de tijdelijk aangestelde personeelsleden in een wervingsambt die nog geen rechten hebben voor een tijdelijke aanstelling voor doorlopende duur zijn vastgelegd in de artikelen 21, 24 tot en met 29 en in de artikelen 60 en 61 van het Decreet Rechtspositie.

    Art.79     De opzeggingstermijnen voor de tijdelijk aangestelde personeelsleden met recht op een tijdelijke aanstelling voor doorlopende duur zijn vastgelegd in de artikelen 21, 60 tot en met 62bis en 64 van het Decreet Rechtspositie.

    Art.80     De opzeggingstermijnen voor de vast benoemde personeelsleden in een wervingsambt zijn vastgelegd in de artikelen 60 tot en met 62bis en 64 van het Decreet Rechtspositie.

    Art.81     De opzeggingstermijnen voor een tijdelijk aangestelde directeur zijn vastgelegd in artikel 42 van het Decreet Rechtspositie.

    Art.82     De opzeggingstermijnen voor een vast benoemde directeur zijn vastgelegd in de artikelen 43ter, 60 tot en met 62bis en 64 van het Decreet Rechtspositie.

     

    9.2        Dringende redenen

    Art.83     Volgende ernstige tekortkomingen maken het voortduren van de tijdelijke aanstelling van bepaalde duur onmiddellijk en definitief onmogelijk, onder voorbehoud van de beoordelingsbevoegdheid van de Kamer van Beroep, en zonder dat deze lijst limitatief is:

    ­   herhaalde niet-naleving van de strikte uurregeling,

    ­   ongewettigde afwezigheid,

    ­   opzettelijke wanprestatie,

    ­   beledigingen of verwijten,

    ­   druggebruik, alcoholintoxicatie en dronkenschap tijdens de diensturen,

    ­   diefstal,

    ­   geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag,

    ­   bedrog,

    ­   weigering om toevertrouwde taken en opdrachten uit te voeren,

    ­   elk feit dat tegenstrijdig is met de goede zeden,

    ­   overtreden van veiligheidsvoorschriften,

    ­   opzettelijk schade toebrengen aan het gemeentebestuur, de academie of de infrastructuur van de academie, met inbegrip van het bewust binnenbrengen of verspreiden van een virus op de informaticaserver of elke poging om de veiligheidssystemen van de informatica te schenden,

    ­   het kraken of kopiëren van websites;

    ­   overbrengen aan derden van gegevens die beschermd zijn door ambtsgeheim,

    ­   het regelmatig bezoeken of verspreiden, op om het even welke manier, van beelden of teksten met een racistisch of pornografisch karakter binnen de gemeentelijke inrichtingen, met inbegrip van de informaticaserver;

    ­   het verspreiden van lasterlijke feiten;

    ­   ...

    Art.84     De beroepsprocedure tegen het ontslag om dringende redenen is vastgelegd in artikel 25 (wervingsambten) en artikel 42, §6 (bevorderingsambten) van het Decreet Rechtspositie en in artikel 8bis van het besluit van de Vlaamse regering van 22 mei 1991 omtrent de preventieve schorsing en de tucht, alsmede omtrent het ontslag van sommige tijdelijke personeelsleden in het gesubsidieerd onderwijs en in de gesubsidieerde psycho-medisch-sociale centra.

     

    Hoofdstuk 10              Orde- en tuchtregeling

    Art.85     Preventieve schorsing

    • §1     In het geval dat een vast benoemd personeelslid, een personeelslid tijdelijk aangesteld van doorlopende duur of een in de academie gereaffecteerd of wedertewerkgesteld personeelslid moet worden verwijderd in het belang van de dienst, spreekt het schoolbestuur een preventieve schorsing uit. Preventieve schorsing is enkel mogelijk tijdens de behandeling van een tuchtvordering of strafrechtelijk onderzoek, indien het belang van de dienst zulks vereist.
    • §2     In het geval het schoolbestuur een ontslag om dringende redenen uitspreekt, wordt het betreffende tijdelijke personeelslid met onmiddellijke ingang preventief geschorst bij hoogdringendheid.
    • §3     Wanneer het personeelslid strafrechtelijk vervolgd wordt of wanneer het personeelslid tuchtrechtelijk vervolgd wordt wegens een ernstig vergrijp waarbij het personeelslid op heterdaad betrapt is of waarvoor er afdoende aanwijzingen zijn, kan het schoolbestuur beslissen om aan de preventieve schorsing een inhouding van salaris te koppelen conform artikel 67 van het Decreet Rechtspositie.

    Art.86     Een vast benoemd personeelslid, een personeelslid tijdelijk aangesteld van doorlopende duur of een in de academie gereaffecteerd of wedertewerkgesteld personeelslid wordt op verslag van de algemeen directeur door het schoolbestuur onderworpen aan een tuchtonderzoek met een eventuele tuchtsanctie tot gevolg indien het handelt in strijd met de bepalingen inzake rechten en plichten van het personeel zoals voorzien in het Decreet Rechtspositie, het Decreet Lokaal Bestuur /de Nieuwe Gemeentewet en dit arbeidsreglement.

    Art.87     De mogelijke tuchtstraffen zijn vastgelegd in de artikelen 64 tot en met 66 van het Decreet Rechtspositie.

    Art.88     Het orgaan dat bevoegd is om een (voorstel tot) tuchtstraf uit te spreken (bepaald in artikel 68 van het Decreet Rechtspositie) oordeelt autonoom over de zwaarte van de (voorgestelde) tuchtstraf. Het respecteert hierbij de motiveringsplicht van bestuurshandelingen in openbare dienst.

    Art.89     De beroepsprocedure tegen de preventieve schorsing en tegen een tuchtstraf is vastgelegd in de artikelen 67bis en 72 van het Decreet Rechtspositie en de artikelen 13 tot en met 19 van het besluit van de Vlaamse regering van 22 mei 1991 omtrent de preventieve schorsing en de tucht, alsmede omtrent het ontslag van sommige tijdelijke personeelsleden in het gesubsidieerd onderwijs en in de gesubsidieerde psycho-medisch-sociale centra.

     

    Hoofdstuk 11              Personeelsdossier

    Art.90     Het schoolbestuur is houder van een bestand van persoonsgegevens. De verzamelde gegevens worden gebruikt om een personeelsbestand aan te leggen.

    Art.91     Het dossier van het personeelslid omvat een administratief dossier en desgevallend een tuchtdossier.

    Art.92     Het schoolbestuur of de personen die door het schoolbestuur zijn belast met het houden van het dossier en iedere andere persoon die het betreffende dossier mag inkijken, zijn gehouden door het ambtsgeheim.

    Art.93     Het personeelslid kan na afspraak met de dienst onderwijs van de gemeente Oud-Heverlee kennisnemen van de inhoud van zijn/haar dossier en kan een aanpassing vragen van eventuele fouten. Contact dient opgenomen te worden met onderwijs@oud-heverlee.be of 016 38 88 20.
    Het personeelslid kan zich hierbij door een raadsman of vakbondsafgevaardigde laten bijstaan of vertegenwoordigen. De documenten moeten ter plaatse blijven. Op eenvoudig verzoek heeft het personeelslid recht op een afschrift, eventueel tegen kostprijs indien de vraag buitenproportioneel is.

    11.1    Administratief dossier

    Art.94     Het administratief dossier bestaat uit de documenten (beslissingen, brieven, stukken,...) betreffende de loopbaan die door het ministerie van Onderwijs en Vorming of in het kader van de sociale wetgeving kunnen worden opgevraagd aangaande de indiensttreding, de opdrachtwijziging, de vaststelling van opdracht, de uitdiensttreding, de dienstonderbrekingen, de cumulatie en het pensioen.

    Art.95     Het personeelslid verschaft het schoolsecretariaat alle inlichtingen die noodzakelijk zijn voor inschrijving in of wijziging aan het administratief dossier.

    Art.96     Het schoolbestuur, de directeur en het personeelslid voegen steeds alle relevante stukken toe aan het administratief dossier.

    Art.97     Het personeelslid deelt aan het schoolbestuur en het schoolsecretariaat schriftelijk elke wijziging mee in zijn persoonlijke toestand die verband houdt met de aanstellingsbeslissing of met de bezoldigingsregeling, inzonderheid wijzigingen in de burgerlijke staat, de nationaliteit, de bekwaamheidsbewijzen, de samenstelling van het gezin, de woonplaats, de cumulaties en het bezit van burgerlijke en politieke rechten. Deze inlichtingen moeten vooraf of uiterlijk zeven kalenderdagen na het intreden van de wijzigingen meegedeeld worden en zo spoedig mogelijk gestaafd worden met de vereiste officiële documenten. Een kopie van deze officiële documenten wordt bewaard in het administratief dossier.

    Art.98     Wanneer de dossiers die bestemd zijn voor het ministerie van Onderwijs en Vorming voorzien in een afschrift voor het personeelslid, wordt dit afschrift hem/haar onverwijld bezorgd.

    11.2  Tuchtdossier

     

    Art.99     Het tuchtdossier omvat de stukken die worden opgesteld en verzameld met het oog op de toepassing van de tuchtregeling.

    Art.100   Zo nodig kunnen bepaalde stukken uit het administratief dossier en/of het evaluatiedossier overgebracht worden naar het tuchtdossier.

    Art.101   De stukken worden genummerd en in chronologische volgorde gerangschikt. Er wordt een inventaris toegevoegd. Het schoolbestuur legt aan het personeelslid elk stuk dat in zijn tuchtdossier wordt opgenomen, voor ondertekening ter kennisneming voor.

    Art.102   De doorgehaalde tuchtstraffen worden na de decretaal voorziene termijn definitief uit het tuchtdossier verwijderd.

     

    Hoofdstuk 12             Bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de personeelsleden

    12.1     Algemeen 

    Art.103    

    • §1     Het personeelslid komt de verplichtingen na die hem/haar zijn opgelegd door wetten, decreten, besluiten, omzendbrieven, reglementen, dienstorders, ICT-policy en schoolwerkplan.
    • §2     De deontologische code voor het gemeentepersoneel is integraal op de personeelsleden van toepassing.

    Art.104    

    • §1     Alle berichten die het personeelslid aanbelangen (waaronder dienstorders en mededelingen zoals de vacantverklaringen), worden hem/haar medegedeeld via het professionele e-mailadres. Elk personeelslid ontvangt bij indiensttreding een persoonlijk e-mailadres binnen de digitale werkomgeving van Academie De Vonk. Het personeelslid aanvaardt dit e-mailadres als het communicatiekanaal voor de directie en het schoolbestuur. De academie/het schoolbestuur bewaart het bewijs van verzending.  Deze dienstorders zijn nadien te raadplegen op het schoolsecretariaat en op het intranet (Teams).
      De vacantverklaring van de betrekkingen in wervingsambten in het kader van de vaste benoeming gebeurt schriftelijk en wordt tevens openbaar gemaakt door middel van een ad valvas in de leraarskamer.
    • §2     Het schoolbestuur en de directeur schikken zich in hun elektronische communicatie met het Ministerie van Onderwijs en Vorming naar de gebruiksvoorwaarden zoals vastgelegd in de omzendbrief PERS/2011/02 van 11 april 2011: “Gebruiksvoorwaarden van de elektronische communicatie tussen de schoolbesturen en het Agentschap voor Onderwijsdiensten (AGODI) en het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen (AHOVOKS)”.

    12.2     Ten aanzien van het schoolbestuur, de directeur en het personeelsteam

    Art.105   Het personeelslid erkent het gezag van het schoolbestuur, van zijn afgevaardigden en van de directeur van de academie. Het personeelslid is gehoorzaamheid en respect verplicht aan deze instantie/personen.

    Art.106   De directeur en de personeelsleden moeten zich loyaal opstellen ten opzichte van de academie en het bestuur in aanwezigheid van elkaar, leerlingen, ouders of derden.

    Art.107   Het personeelslid mag de gemeenteraadsleden niet belemmeren om de onderwijsinstelling te bezoeken overeenkomstig het huishoudelijk reglement van de gemeente. Gemeenteraadsleden hebben niet het recht om bij deze gelegenheid opmerkingen te maken aan het personeelslid, opdrachten of onderrichtingen te geven of leerlingen te ondervragen.

    Art.108   Het personeelslid mag de gemeenteraadsleden niet verhinderen om inzage te krijgen van elke akte en elk stuk betreffende het bestuur van de onderwijsinstelling (ongeacht de drager), overeenkomstig het huishoudelijk reglement van de gemeente.

    Art.109   Het personeelslid staat onder toezicht van de directeur en moet handelen volgens de instructies en opdrachten die hij/zij van de directeur ontvangt. Het personeelslid mag niet verhinderen dat de directeur de klassen bezoekt zo dikwijls als hij nodig acht.

    Art.110   De directeur is door het schoolbestuur belast met de leiding over de academie, met de uitvoering van de beslissingen van de gemeentelijke overheden en met de toepassing van de wets- en reglementaire bepalingen en de dienstorders met betrekking tot de academie. Hij is ook bevoegd om de kwaliteit van de geleverde prestaties te controleren. Dit houdt ook de bevoegdheid in om de aan- en afwezigheden te controleren, de taken te verdelen, orde en tucht te handhaven.

    Art.111   Bij afwezigheid van de directeur wordt zijn opdracht waargenomen door een personeelslid dat door het schoolbestuur als verantwoordelijke wordt aangeduid. In geval van afwezigheid wegens ziekte of het opnemen van een reglementair verlof door de directeur wordt hij vervangen door een persoon die door het schoolbestuur tijdelijk aangesteld wordt in het ambt van directeur.

    Art.112   Het schoolbestuur kan na overleg en rekening houdend met de bepalingen van de Nieuwe Gemeentewet/het Decreet Lokaal Bestuur bepaalde taken en verantwoordelijkheden delegeren aan de directeur. Het schoolbestuur steunt de directeur in zijn gezag.

    Art.113   De directeur moet tegenover de personeelsleden de nodige objectiviteit, respect en redelijkheid aan de dag leggen.      

    Art.114   Het personeelslid richt zich in principe via de directeur tot het schoolbestuur, die zo nodig zijn advies aan de vraag of het voorstel van het personeelslid toevoegt. De directeur bezorgt deze vraag of dit voorstel aan het schoolbestuur binnen zeven kalenderdagen, de schoolvakanties uitgezonderd, na ontvangst van de vraag of het voorstel.

    Art.115   Het schoolbestuur en de directeur steunen het gezag van het personeel ten aanzien van de leerlingen en hun ouders.

    Art.116   Het schoolbestuur en de directeur van de academie laten ruimte voor de eigen persoonlijkheid van elk personeelslid, in zoverre deze de realisatie van het artistiek pedagogisch project, het schoolwerkplan en het goed functioneren van de academie niet in de weg staat.

    Art.117   De directeur meldt elke door hem vastgestelde overtreding van dit reglement schriftelijk aan het college van burgemeester en schepenen. Het personeelslid ontvangt een kopie van dit schrijven.

    12.3      Ten aanzien van ouders, leerlingen en derden

    Art.118   Het personeelslid moet zich in zijn dienstrelaties en in de omgang met de leerlingen, de ouders van de leerlingen en het publiek op een correcte wijze gedragen. Het personeelslid moet alles vermijden wat het vertrouwen van het publiek kan schaden of afbreuk kan doen aan de eer of de waardigheid van zijn functie in het onderwijs.

    Art.119   Het personeelslid verleent aan de leerlingen / ouders de nodige informatie, openheid en samenwerking.

    Art.120   Het personeelslid respecteert in zijn omgang met de leerlingen internationale en grondwettelijke beginselen inzake de rechten van de mens en van het kind in het bijzonder.

    Art.121   Het personeelslid is mede verantwoordelijk voor de pedagogische kwaliteit van de academie.

    Art.122   Het personeelslid geeft blijk van een individuele bekommernis voor alle leerlingen en doet in hun belang aanbevelingen aan de directeur. Het personeelslid moedigt de persoonlijke en collectieve inspanningen van de leerlingen aan en zet zich in voor het welzijn van alle leerlingen.

    Art.123   De relaties met de ouders zijn gegrondvest op het wederzijds en gezamenlijk nastreven van het ontwikkelings- en opvoedingswelzijn van de leerling.

    Art.124   De directeur zorgt voor de nodige informatiekanalen (schoolagenda, rapport, ...) en zorgt er ook voor dat oudercontacten worden georganiseerd waarop ouders en personeelsleden elkaar op geregelde tijdstippen kunnen ontmoeten.

    Art.125   Het personeelslid mag geen onregelmatig ingeschreven leerlingen aanvaarden, tenzij de directeur dit uitdrukkelijk goedkeurt.

    Art.126   Het personeelslid laat in de gebouwen van de academie geen personen toe die vreemd zijn aan de academie zonder de toestemming van de directeur.

    Art.127    

    • §1     Alleen een bekwame helper zoals bedoeld in het KB van 29 februari 2024 omtrent de bekwame helper mag bepaalde verpleegkundige handelingen stellen mits instructie of opleiding en delegatie door een arts. Elk personeelslid dat wil optreden als bekwame helper, meldt dit aan de directeur. De directeur maakt aan alle personeelsleden bekend welke personeelsleden optreden als bekwame helper. Meer informatie is te vinden op de volgende website: Bekwame helper | FOD Volksgezondheid (belgium.be).
    • §2     De directeur stelt het schoolbestuur in kennis van een ongeval of ernstig feit binnen de academie.

    Art.128   Het personeelslid doet geen beroep op externen (gastsprekers, ouders...) zonder toestemming van de directeur.

     

    12.4     Ten aanzien van de inspectie, verificatie en de pedagogische begeleidingsdienst

    Art.129   Het personeelslid werkt constructief mee aan de externe controles voorzien door het Ministerie van onderwijs en vorming en andere overheidsinstellingen. Het personeelslid maakt controle mogelijk en verleent zijn medewerking aan de opgelegde acties of onderzoeksverrichtingen.

    Art.130   De directeur agendeert na een doorlichting het doorlichtingsverslag binnen de dertig kalenderdagen na ontvangst en bespreekt het integraal op een personeelsvergadering. Het doorlichtingsverslag ligt ter inzage op het bureel van de directeur.

    Art.131   Het personeelslid streeft ernaar om tekortkomingen, vastgesteld bij externe controles, weg te werken.

    Art.132   Het personeelslid aanvaardt de bevoegdheid van de pedagogische begeleiders en andere personen waarop het schoolbestuur een beroep doet, voor zover hun optreden conform is met hun opdracht. In geval van een conflict wordt dit voorgelegd aan de directeur en/of het schoolbestuur.

     

    Hoofdstuk 13             Specifieke verplichtingen

    13.1    Ambtsgeheim, discretieplicht, privacy en informatieveiligheid

    Art.133   Het personeelslid respecteert te allen tijde zowel de geldende regelgeving over de bescherming van persoonsgegevens, waaronder de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), als het informatiebeveiligings- en privacybeleid van het schoolbestuur, zoals onder meer vastgesteld in de IT-policy, privacyverklaring en dienstnota’s.

    Elk personeelslid kan slechts persoonsgegevens verwerken in opdracht van het schoolbestuur en binnen de werking van de academie(administratie). Het personeelslid mag niet individueel beslissen om (bijkomende) persoonsgegevens te verwerken voor een doeleinde dat niet eerder door een wettelijke bepaling of het schoolbestuur werd vastgelegd.
    Elke betwisting wordt aan het schoolbestuur voorgelegd.
    De functionaris gegevensbescherming van het schoolbestuur, (zie bijlage 5) ziet toe op de naleving van de regelgeving inzake privacy en gegevensbescherming. Hij/zij rapporteert bij het schoolbestuur. Hij/zij informeert en adviseert de personeelsleden over hun verplichtingen bij de verwerking van persoonsgegevens. Binnen de academie is er een aanspreekpunt (zie bijlage 5) dat in contact staat met de functionaris voor gegevensbescherming van het schoolbestuur en betrokken wordt in het informatieveiligheidsbeleid van het schoolbestuur (wat onderwijs betreft).

    Art.134   Het personeelslid dat uit hoofde van zijn taak toegang heeft tot persoonsgegevens, ziet erop toe dat deze gegevens worden bijgewerkt en dat onjuiste, onvolledige of niet ter zake dienende gegevens worden verbeterd of verwijderd.
    Het personeelslid respecteert het beleid inzake toegangsrechten en paswoorden.
    Het personeelslid zorgt ervoor dat de toegang tot de verwerking beperkt blijft tot personen die uit hoofde van hun taak of voor de behoeften van de dienst rechtstreeks toegang hebben tot de geregistreerde informatie. Het personeelslid zorgt ervoor dat de persoonsgegevens alleen worden meegedeeld aan de personen die wettelijk gerechtigd zijn toegang te hebben.

    Art.135   §1. Het is het personeelslid verboden feiten bekend te maken die het kent uit hoofde van zijn ambt of die hem zijn toevertrouwd, uitgezonderd de feiten die het personeelslid om deontologische of wettelijke redenen kan of moet melden aan een externe begeleider, een vertrouwensarts, het jeugdbeschermingscomité of de gerechtelijke instanties.
    §2. Indien het personeelslid niet onder het ambtsgeheim valt, ondertekent het een vertrouwelijkheidsverklaring.

    Art.136   §1. Het is verboden om persoonsgegevens kenbaar te maken en/of door te geven aan derden, tenzij er voor deze verwerking een grondslag bestaat in toepassing van de AVG, zoals het naleven van een wettelijke of reglementaire bepaling , of het lidmaatschap bij de Onderwijsvereniging van Steden en Gemeenten (OVSG) en de daaruit voortvloeiende dienstverlening.
    Gemeenteraadsleden hebben het recht op inzage in alle dossiers, stukken en akten die het bestuur van het gemeentelijk onderwijs betreffen overeenkomstig artikel 29 van het decreet over het lokaal bestuur en art. 84, §1 Nieuwe Gemeentewet. Dit betekent dat gemeenteraadsleden inzage hebben in alle dossiers, stukken en akten die nodig zijn om het bestuur van het gemeentelijk onderwijs te controleren en die van gemeentelijk/gemengd belang zijn (individuele personeelsdossiers vallen hier niet onder).
    Bij de uitoefening van het inzagerecht kunnen er persoonsgegevens verwerkt worden. In voorkomend geval moet er rekening worden gehouden met de algemene verordening gegevensbescherming.

    §2. Het personeelslid dat kennis neemt van een datalek, zoals een identiteitsdiefstal of schending van een geheimhoudingsplicht, meldt dit onmiddellijk aan het aanspreekpunt informatieveiligheid binnen de academie (zie bijlage 5).

    Art.137   §1. De academie kan foto’s waar personeelsleden herkenbaar en centraal op afgebeeld zijn, slechts publiceren na ondubbelzinnige toestemming van het personeelslid.
    Het personeelslid kan deze toestemming steeds herroepen.
    §2. Het schoolbestuur informeert de personeelsleden over hoe het met hun persoonsgegevens omgaat via de privacyverklaring voor personeelsleden.

    Art.138   Aan de vestiging in Haasrode (Verheydenstraat 19) is camerabewaking voorzien. Bijlage 9 bij dit arbeidsreglement is een reglement inzake deze camerabewaking, opgesteld met de bedoeling om de organisatie, verantwoordelijkheden en procedures inzake het cameratoezicht op de gebouwen die het lokaal bestuur in gebruik heeft, transparant te maken met het oog op een integer gebruik van de bewakingscamera’s en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de gefilmde personen.

    Art. 138bis   Bewakingscamera’s

    De academie maakt gebruik van bewakingscamera’s ter preventie van vandalisme en diefstal. De plaatsen die onder camerabewaking staan, worden duidelijk aangeduid met een pictogram. Deze beelden worden in principe maximaal 4 weken bewaard. Personeelsleden die werden gefilmd, kunnen deze beelden opvragen op voorwaarde dat de vraag voldoende gedetailleerd is.

     

    13.2     Zorgvuldig bestuur

    Art.139   Het personeelslid mag geen giften, geschenken, beloningen of andere voordelen die zijn integriteit kunnen aantasten, vragen, eisen of aannemen.

    Art.140   Het personeelslid mag zijn gezag niet aanwenden voor politieke of commerciële doeleinden.

    Art.141   Het personeelslid geeft blijk van respect voor de religieuze, filosofische of politieke overtuiging van de leerlingen en hun ouders.

    Art.142   De verkoop van goederen is verboden, behoudens schriftelijke goedkeuring door het schoolbestuur.

    Art.143   Mededelingen waarvan derden vragen ze te verspreiden onder of via de leerlingen worden alleen verdeeld met toestemming van de directeur. De directeur wint indien nodig het advies in van het college van burgemeester en schepenen.

     

    13.3    Initiatieven van personeelsleden

    Art.144   Alle teksten die het personeelslid wil verspreiden in de academie, moeten vooraf ter goedkeuring aan de directeur worden voorgelegd.

    Art.145   Een geldomhaling in de academie door het personeelslid kan slechts gebeuren na schriftelijke goedkeuring van de directeur.

    Art.146   Het personeelslid dat deelneemt aan kunstmanifestaties buiten de academie en daarbij de naam van de academie wil gebruiken, moet daarvoor de schriftelijke toestemming van de directeur bekomen.

    Art.147   Activiteiten die personeelsleden op eigen initiatief organiseren voor een bepaalde leerlingengroep, vallen niet onder de verantwoordelijkheid van het schoolbestuur. Het personeelslid dient dit duidelijk te communiceren naar de leerlingen/ouders toe.

    Art.148    

    • §1     Het personeelslid mag geen machines, toestellen, grondstoffen en dienstvoertuigen van de academie gebruiken voor privédoeleinden, behalve na uitdrukkelijke toestemming van het college van burgemeester en schepenen.

      

    13.4     Verzekering

    Art.149   Het schoolbestuur onderschrijft een verzekeringspolis burgerlijke aansprakelijkheid en rechtsbijstand voor haar personeelsleden en dit volgens de normale gangbare voorwaarden van dergelijke verzekeringspolis.
    Hierdoor is het personeelslid in het kader van de uitoefening van zijn opdracht verzekerd als zijn burgerlijke aansprakelijkheid, in het gedrang komt of als het personeelslid gevat wordt door een juridische procedure. Als het personeelslid zelf, ten laste van een derde die niet het schoolbestuur is of een van haar leden, een vordering tot schadevergoeding instelt voor fysieke of materiële schade of de daaruit voortvloeiende morele schade opgelopen in of ten gevolge van de uitoefening van zijn ambt, dan staat het schoolbestuur in voor de juridische bijstand.
    Op eenvoudig verzoek kan het personeelslid de polis inkijken.
    Het schoolbestuur neemt de kosten die normaal voortvloeien uit deze verplichtingen, voor zijn rekening.

    Art.150   Het personeelslid laat zijn persoonlijke bezittingen niet onbeheerd achter. Het schoolbestuur is niet verantwoordelijk voor gebeurlijke diefstallen.

     

    13.5     Academiereglement

    Art.151   Het personeelslid doet, binnen zijn verantwoordelijkheid, het academiereglement door de leerlingen naleven en zorgt voor orde en tucht op een manier die verenigbaar is met de menselijke waardigheid.

    Art.152   Het personeelslid beoordeelt objectief de laakbare daden of houdingen van de leerlingen. Sancties worden opgelegd conform het academiereglement en moeten pedagogisch verantwoord zijn.

    Art.153   Het personeelslid verwittigt de directeur ingeval van ernstige inbreuken op het academiereglement die hij/zij vaststelt bij de leerlingen en hun ouders.

     

    13.6     Gebruik van communicatie- en informaticatoepassingen

    Art.154    

    • §1     Onder communicatie- en informaticatoepassingen worden alle middelen verstaan die voor informatieverwerking of voor communicatie aangewend kunnen worden, waaronder apparatuur en programmatuur. Deze middelen omvatten zowel professionele als persoonlijke communicatie- en informaticatoepassingen. Onder professionele communicatie- en informaticatoepassingen worden alle communicatie- en informaticatoepassingen verstaan die door het schoolbestuur ter beschikking gesteld zijn.
    • §2     Elk personeelslid van de academie ontvangt een individueel e-mailadres voor professioneel gebruik. Het personeelslid gebruikt zijn professioneel e-mailadres enkel voor professionele doeleinden. Bij gebrek aan een professioneel e-mailadres geeft het personeelslid aan het schoolbestuur of de directie een persoonlijk e-mailadres door.
      Het personeelslid erkent e-mail als één van de mogelijke communicatievormen tussen hem, het leidinggevend personeel en het schoolbestuur. Het personeelslid controleert geregeld de inhoud van zijn mailbox en volgt zijn e-mail binnen een redelijke termijn op.
    • §3     Het personeelslid kan gebruik maken van alle professionele communicatie- en informaticatoepassingen van de academie voor zover dit nodig is voor de goede uitoefening van zijn/haar taak. De privacyverklaring bevat hiervan een actueel overzicht.

    Art.155                       

    • §1     Het personeelslid maakt in het algemeen van de communicatie- en informaticatoepassingen gebruik als een normaal zorgvuldig persoon en in het bijzonder overeenkomstig de richtlijnen van het schoolbestuur.
    • §2     Deze richtlijnen worden vastgelegd in een ICT-policy of meegedeeld bij dienstorder en bevatten de controlemaatregelen en de gevolgen die verbonden zijn aan overtredingen.

    Art. 155bis

                   Alle afspraken in verband met het recht op deconnectie zijn opgenomen in bijlage 9 bij dit arbeidsreglement.

     

    13.7     Bestellingen, andere extra onkosten en schoolfinanciën

    Art.156   De keuze en de aankoop van leerboeken, cursussen, didactisch materiaal, instrumenten en andere arbeidsmiddelen gebeuren door het schoolbestuur op voorstel van de directie, na overleg met het betrokken personeelslid en in voorkomend geval in overeenstemming met de toepasselijke reglementering en/of op advies van de preventieadviseur.

     Art.157   Het personeelslid dat een bestelling of andere extra onkosten wenselijk acht, legt een aanvraag voor aan de directeur. De eventuele bestelling of terugbetaling van extra onkosten gebeurt overeenkomstig de interne richtlijnen en betreffende regelgeving. De middelen waarvoor het schoolbestuur de kosten draagt, blijven uiteraard eigendom van het schoolbestuur.

    Art.158   De financieel directeur is verantwoordelijk voor de girale inning van de gelden die door de leerlingen en/of de ouders worden betaald. De algemeen directeur of zijn gemachtigde is verantwoordelijk voor de chartale inning van de gelden die door de ouders worden betaald. De directeur of een ander personeelslid kan, na delegatie en conform de regels van het organisatiebeheersingssysteem, worden belast met deze inningsbevoegdheden.

     

    Hoofdstuk 14              Auteurs- en naburige rechten

    Art.159   Het personeelslid respecteert te allen tijde de geldende auteursrechten, naburige rechten en reprografierechten.

    14.1     Auteursrechten (werken)

    Art.160    

    • §1     Voor het publiek gebruik van beschermde werken moet een vergoeding worden betaald aan de beheersvennootschap van de rechten.
    • §2     De aanvraag voor het gebruik gebeurt via het schoolbestuur of na delegatie door de directeur. De betaling gebeurt via het schoolbestuur.
    • §3     Er is geen vergoeding verschuldigd voor het gebruik in het kader van de kosteloze uitvoering in het kader van schoolactiviteiten en voor evaluatietoonmomenten zonder inkomgeld.

    Art.161    

    • §1     Bij alle werken die de leerlingen maken, worden zij als auteur beschouwd. Het personeelslid kan hierop geen enkele afbreuk doen zonder de uitdrukkelijke toestemming van de leerling.
    • §2     De leerlingen worden uitgenodigd om alle werken die in de loop van het schooljaar op de academie werden gemaakt, vrij ter beschikking te stellen van de academie.
      Deze werken kunnen enkel worden gebruikt voor didactisch-pedagogische doeleinden (voorbeeldfunctie) of activiteiten die de academie naar buiten uit moeten vertegenwoordigen (voorstellingen, opendeurdagen, drukwerk...).
    • §3     Het personeelslid verbindt er zich toe om, bij iedere activiteit waarbij op de één of andere manier gebruik wordt gemaakt van werken van leerlingen, de naam van de leerling te vermelden en het recht op eerbied voor deze werken te garanderen.

    14.2      Naburige rechten (prestaties)

    Art.162    

    • §1     Voor het publiek gebruik van opgenomen muziekuitvoeringen moet een billijke vergoeding worden betaald aan de beheersvennootschap van de rechten belast met de inning van de billijke vergoeding.
    • §2     Er is geen vergoeding verschuldigd voor het gebruik in het kader van de kosteloze uitvoering in het kader van schoolactiviteiten (bijvoorbeeld muziek gebruikt tijdens de lessen) en voor publieke evaluatietoonmomenten.
    • §3     De billijke vergoeding is niet van toepassing op muziek die wordt gebruikt als begeleiding van een optreden van leerlingen bij schoolvoorstellingen. Bij dit gebruik van muziek is het exclusief recht van toepassing, dat wil zeggen dat de uitdrukkelijke toestemming vereist is van de auteur, de artiest en de producent.
    • §4     De aanvraag voor het gebruik gebeurt via het schoolbestuur of na delegatie door de directeur. De betaling gebeurt via het schoolbestuur.

    14.3     Reprografierechten onderwijs (werken, databanken en prestaties)

    Art.163    

    • §1     Het personeelslid mag werken, databanken en prestaties kopiëren en meedelen voor onderwijsdoeleinden en leeft hierbij de richtlijnen van de desbetreffende dienstorders na. Dit kan op zowel digitale als klassieke wijze. Hiervoor hoeft geen toestemming gevraagd te worden aan de rechthebbende, maar er moet wel een vergoeding worden betaald aan de beheersvennootschap van de rechten.
    • §2     Het personeelslid mag de vermelde werken, databanken en prestaties enkel reproduceren

    1) voor zover dit verantwoord is door de nagestreefde niet-winstgevende doelstelling, plaatsvindt in het kader van de normale activiteiten van de instelling, beveiligd wordt door passende maatregelen en geen afbreuk doet aan de normale exploitatie van het werk.
    2) voor zover dit verantwoord is door de nagestreefde, niet-winstgevende doelstelling en op voorwaarde dat het gebruik plaatsvindt onder de verantwoordelijkheid van een onderwijsinstelling, in haar gebouwen of elders, of door middel van een beveiligde elektronische omgeving die alleen toegankelijk is voor de leerlingen of studenten en het onderwijzend personeel van de onderwijsinstelling.

    • §3     Bij het kopiëren van volledige boeken, liedjesteksten, audiovisuele werken en elektronische bestanden is de uitdrukkelijke toelating van de auteur of een andere rechthebbende vereist. Hiertoe moet het personeelslid een toelating vragen via het schoolbestuur of na delegatie via de directeur.
    • §4     Voor het kopiëren van volledige partituren is altijd de toestemming vereist van de auteur, zijn uitgever of een andere rechthebbende.
      Enkel originele partituren mogen worden gebruikt. Elk gebruik van kopieën van partituren valt dan onder de verantwoordelijkheid van de eigenaar van de kopieën.

    14.4     Overdracht van vermogensrechten

    Art.164    

    • §1     Het personeelslid dat in uitvoering van zijn aanstelling werken tot stand brengt die vallen binnen het toepassingsgebied van zijn ambt of opdracht, behoudt alle morele rechten op die werken en draagt zijn vermogensrechten over aan het schoolbestuur.
    • §2     De vermogensrechten worden zonder specifieke vergoeding overgedragen, in hun meest volledige wettelijke omvang, voor alle gekende exploitatievormen en voor de volledige beschermingsduur van de werken.
    • §3     Het schoolbestuur kan deze werken vrij naar eigen inzichten exploiteren en is niet verplicht tot exploitatie over te gaan.
    • §4     Indien het werk in de toekomst geëxploiteerd wordt volgens exploitatievormen die momenteel onbekend zijn, zal het winstaandeel van het personeelslid gelijk zijn aan het winstaandeel dat volgens de marktvoorwaarden die gelden op het ogenblik van exploitatie, toegekend wordt aan auteurs die hun werk volgens dezelfde exploitatievormen in het gewone commerciële circuit uitgeven.

     

    Hoofdstuk 15              Veiligheid, gezondheid en welzijn

    15.1     Algemeen

    Art.165   Het schoolbestuur is verantwoordelijk voor de veiligheid, de gezondheid en het welzijn van de personeelsleden en stagiairs in de academie en werkt hiervoor een beleid uit.

    Art.166   Het schoolbestuur heeft een interne dienst voor preventie en bescherming op het werk met ten minste één preventieadviseur.
    De namen van de leden van de gemeentelijke interne dienst voor preventie en bescherming op het werk zijn opgenomen in bijlage 2 bij dit arbeidsreglement.

    Art.167   Het schoolbestuur is verantwoordelijk voor het uitwerken van een dynamisch risicobeheersingssysteem in samenwerking met de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk en de leden van de hiërarchische lijn. Het personeelslid volgt de richtlijnen op die hieruit voortvloeien.

    Art.168   De directeur houdt, als lid van de hiërarchische lijn en in overleg met de gemeentelijke interne dienst voor preventie en bescherming, toezicht op de toepassing van het beleid en reglementering inzake veiligheid, gezondheid en welzijn in de academie.

    Art.169    

    • §1     Het personeelslid draagt naar best vermogen zorg voor zijn eigen veiligheid en gezondheid en die van anderen. Daartoe moet het op de juiste wijze gebruik maken van arbeidsmiddelen en veiligheidsvoorzieningen. Het verleent bijstand aan het schoolbestuur, de directeur en de gemeentelijke interne dienst voor preventie en bescherming op het werk.
    • §2     Het personeelslid brengt de directeur onmiddellijk op de hoogte van iedere situatie waarvan het vermoedt dat deze een ernstig en onmiddellijk gevaar voor de veiligheid en de gezondheid met zich brengt, alsmede van elk vastgesteld gebrek in de beschermingssystemen. De directeur brengt onmiddellijk het schoolbestuur en de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk op de hoogte.

    Art.170   Het personeelslid neemt deel aan de vormingen die het schoolbestuur organiseert over de risico’s en preventiemaatregelen die van toepassing zijn in de academie.

    Art.171   Het schoolbestuur is aangesloten bij een externe dienst voor preventie en bescherming op het werk.
    De naam en de contactmogelijkheden van de preventieadviseur-psychosociale aspecten of van de externe dienst voor preventie en bescherming op het werk waartoe de preventieadviseur psychosociale aspecten behoort zijn opgenomen in bijlage 2 bij dit arbeidsreglement, evenals de naam en contactmogelijkheden van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer.

    Art.172   Het personeelslid aanvaardt de bevoegdheid van de leden van de gemeentelijke interne en de externe dienst voor preventie en bescherming op het werk en van andere personen die van het schoolbestuur een opdracht hebben gekregen in het kader van de welzijnswet, de codex over de wet welzijn en het ARAB (algemeen reglement voor arbeidsbescherming).

    Art.173   Het schoolbestuur duidt per vestigingsplaats een of meerdere hulpverleners inzake eerste hulp bij ongevallen aan. De namen van deze hulpverleners per vestigingsplaats en de plaats van de EHBO-koffer zijn opgenomen in bijlage 2 bij dit arbeidsreglement.

    Art.174   Een personeelslid of leerling dat een letsel in dienstverband oploopt, kan zich wenden tot de hulpverlener inzake eerste hulp bij ongevallen.

    Art. 174bis Het personeelslid leeft de bij dienstorder meegedeelde verplichtingen van het schoolbestuur na met betrekking tot het milieubeleid: onder meer recyclage, zuinig energie- en waterverbruik, scheiding van afval, gebruik van giftige of gevaarlijke stoffen.

     

    15.2     Gezondheid

    Art.175   Het personeelslid dat door het schoolbestuur als onderworpen is opgegeven is verplicht in te gaan op het verzoek zich te melden voor het gezondheidstoezicht.

    Art.176   Het personeelslid, of mits zijn toestemming de behandelende arts, mag rechtstreeks een spontane raadpleging bij de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer aanvragen naar aanleiding van gezondheidsklachten toe te schrijven aan zijn arbeidssituatie.

    Art.177   Het personeelslid deelt elk gebruik van geneesmiddelen en elke wijziging in hun lichamelijke en/of geestelijke gezondheidstoestand onmiddellijk aan de directeur mee als die een gevaar kunnen opleveren

    ­   voor de veiligheid van de leerlingen en/of derden;

    ­   bij de bediening van toestellen, machines en/of voertuigen als het gaat om een personeelslid dat door zijn functie instaat voor de bediening van toestellen, machines en/of voertuigen.

    Art.178   De werkgever is verplicht de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer te verwittigen wanneer:

    ­   een personeelslid klaagt over ongemakken of tekenen van aandoening die kunnen worden toegeschreven aan zijn arbeidsomstandigheden;

    ­   de werkgever vaststelt dat de lichamelijke of geestelijke toestand van het personeelslid de risico’s verbonden aan de werkpost onmiskenbaar verhoogt.

     

    15.3     Genotsmiddelen

    Art.179   Binnen de volledige academie, met inbegrip van zowel de gebouwen als de speelplaatsen en andere open ruimten is het verboden:

    -        te roken,

    -        alcohol te gebruiken,

    -        drugs en/of roesopwekkende middelen te gebruiken.

    -        Het is ook verboden te roken binnen een straal van 10 meter aan de in- en uitgang van de academie.

    Art.180   Het rookverbod is eveneens van kracht buiten de openingsuren van de academie en tijdens de vakantieperioden.

    Art.181   Het personeelslid mag zich niet aanbieden in de academie indien hij onder invloed verkeert van alcohol, drugs of roesopwekkende middelen.

    Art.182   De bepalingen van artikel 179 en 181 zijn eveneens van toepassing tijdens extra-murosactiviteiten.

    Art.183   Het personeelslid moet handelen conform de richtlijnen van het schoolbestuur inzake drug- en alcoholbeleid. Deze richtlijnen worden meegedeeld bij dienstorder.

    Art.184   Onverminderd de bepalingen van hoofdstuk 10, kan het personeelslid bij overtreding van de bepalingen vermeld in art. 179 tot en met art. 183 als volgt gesanctioneerd worden:

    -        mondelinge opmerking door de directeur/ algemeen directeur;

    -        schriftelijke neerslag van de overtreding opnemen in het personeelsdossier van het betrokken personeelslid;

    -        schriftelijke melding van de overtreding(en) aan het schoolbestuur.

     

    15.4     Veiligheid

    Art.185   Het personeelslid neemt de nodige veiligheidsmaatregelen ter bescherming van de leerlingen bij activiteiten waaraan een gevaar of een risico verbonden is.

    Art.186   Het personeelslid leeft de richtlijnen van het schoolbestuur na in verband met de risico’s en preventiemaatregelen die van toepassing zijn in de academie.

    Art.187   Het personeelslid leeft de bepalingen in verband met brandveiligheid na en neemt deel aan alle initiatieven die het schoolbestuur neemt om het personeel vertrouwd te maken met evacuatie en het gebruik van blusmiddelen.

    Art.188   Het personeelslid neemt de nodige veiligheidsmaatregelen en volgt desgevallend de instructies van het schoolbestuur wat betreft

    -        het dragen van aangepaste kledij,

    -        het dragen van beschermkledij,

    -        het gebruik van beschermingsmiddelen,

    -        het verbod om bijvoorbeeld hoofddeksels, sieraden, losse kledij, sjaaltjes,… te dragen,

    om redenen van veiligheid.

     

    15.5     Arbeidsongeval, ongeval op weg naar of van het werk

    Art.189   Het personeelslid dat slachtoffer is van elk arbeidsongeval of ongeval op weg naar en van het werk, al dan niet met arbeidsongeschiktheid tot gevolg, brengt onmiddellijk de directeur op de hoogte. Het personeelslid geeft een volledige beschrijving van de omstandigheden waarin het ongeval zich heeft voorgedaan.

    Art.190   Bij een ongeval op het werk kan het personeelslid zich wenden tot de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer of tot een geneesheer naar keuze.

    De naam van de arbeidsongevallenverzekeraar is opgenomen in bijlage 2 bij dit arbeidsreglement.

     

    Hoofdstuk 16             Bescherming psychosociale risico’s op het werk, waaronder geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk

    16.1     Algemeen

    Art.191   Begripsomschrijving

    Psychosociale risico’s op het werk: de kans dat een of meerdere personeelsleden psychische schade ondervinden die al dan niet kan gepaard gaan met lichamelijke schade, ten gevolge van een blootstelling aan de elementen van de arbeidsorganisatie, de arbeidsinhoud, de arbeidsvoorwaarden, de arbeidsomstandigheden en de interpersoonlijke relaties op het werk, waarop de werkgever impact heeft en die objectief een gevaar inhouden

    16.2     Beginselverklaring geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag

    Art.192   Geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk wordt niet getolereerd omdat het strijdig is met de rechten van de personeelsleden en met de eerbied voor hun menselijke waardigheid en omdat het een overtreding van de wet is. In het Vlaams Regeerakkoord 2024-2029 is een nultolerantie opgenomen tegen geweld en bedreigingen aan leraren en het voltallig onderwijspersoneel. De Vlaamse overheid zal zich burgerlijke partij stellen bij werkonbekwaamheid van het personeelslid. Bij werkonbekwaamheid raadt men elk personeelslid aan aangifte te doen bij de politie. Indien er geen sprake is van werkonbekwaamheid kan elk personeelslid aangifte te doen via meldpuntgeweld.onderwijspersoneel@vlaanderen.be.

    Art.193   Het personeelslid onthoudt zich van elke vorm van verbaal, niet-verbaal of lichamelijk gedrag, waarvan hij of zij weet of zou moeten weten dat het afbreuk doet aan de waardigheid van een persoon en een ontoelaatbare schending inhoudt van die waardigheid. Elk personeelslid onthoudt zich bijgevolg van elke daad van geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk.

    Art.194   De dader die vastgestelde inbreuken heeft gepleegd, wordt behandeld en gesanctioneerd overeenkomstig de bepalingen omtrent tucht (vast benoemde en TADD’er) en ontslag (gewone tijdelijke) zoals beschreven in het Decreet Rechtspositie.

    Art.195   Het personeelslid heeft een meldingsplicht, via de aangestelde personeelsleden, wanneer er ernstige aanwijzingen zijn dat een leerling of een personeelslid slachtoffer is van grensoverschrijdend gedrag.

    16.3     Raadgeving en hulp

    Art.196    

    • §1     Het schoolbestuur stelt een preventieadviseur psychosociale aspecten aan. Hij is bevoegd om de bij wet voorziene opdrachten te vervullen met betrekking tot de preventie van geweld, pesterijen en/of ongewenst seksueel gedrag op het werk. Zo werkt hij op aanvraag mee aan het opstellen van de algemene preventiemaatregelen en moet hij de verzoeken tot interventie die hij in ontvangst neemt, onderzoeken.
    • §2     Het schoolbestuur kan ook een vertrouwenspersoon aanduiden binnen de academie die binnen de informele procedure bevoegd is voor het ontvangen en opvolgen van klachten over grensoverschrijdend gedrag vanwege personeelsleden en/of leerlingen. De vertrouwenspersoon wordt aangesteld om volledig onafhankelijk op te treden als vertrouwenspersoon. Hij dient het slachtoffer op te vangen, te helpen, te steunen en bij te staan in het zoeken naar een oplossing.
    • §3     De namen en contactmogelijkheden van de preventieadviseur psychosociale aspecten en desgevallend van de vertrouwenspersoon zijn opgenomen in bijlage 2 bij dit arbeidsreglement.

    16.4     Procedures

    Art.197   Informele psychosociale interventie

    • §1     Het personeelslid dat schade ondervindt ten gevolge van psychosociale risico’s op het werk, waaronder geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op het werk, kan een beroep doen op de procedure voor informele psychosociale interventie.
    • §2     Het personeelslid richt zich tot de vertrouwenspersoon of de preventieadviseur psychosociale aspecten voor een eerste raadpleging. Dit eerste persoonlijk onderhoud moet plaatsvinden binnen een termijn van 10 kalenderdagen en moet in een document worden bevestigd, waarvan het personeelslid een kopie ontvangt.
    • §3     De vertrouwenspersoon of preventieadviseur psychosociale aspecten zal naargelang de keuze van het personeelslid:
      - actief luisteren en eventueel advies geven aan het personeelslid;
      - een interventie bij een ander persoon uitvoeren;
      - een bemiddeling tussen de partijen ondernemen, indien beide partijen hiermee instemmen.
    • §4     De vertrouwenspersoon of preventieadviseur psychosociale aspecten neemt het type van interventie op in een gedateerd en ondertekend document waarvan het personeelslid een kopie ontvangt.

    Art.198   Formele interventie

    • §1     Indien de bemiddeling of de informele interventie niet tot een resultaat leidt of onmogelijk blijkt, kan het personeelslid  een verzoek tot formele interventie indienen. 
    • §2     Binnen de termijn van 10 kalenderdagen moet de preventieadviseur psychosociale aspecten een verplicht persoonlijk onderhoud hebben met het personeelslid. Hij bevestigt in een document dat het verplicht persoonlijk onderhoud heeft plaats gevonden en overhandigt hiervan een kopie aan het personeelslid.
    • §3     De preventieadviseur psychosociale aspecten  kan het verzoek weigeren wanneer de situatie duidelijk geen psychosociale risico’s op het werk inhoudt.
    • §4     De preventieadviseur psychosociale aspecten brengt het schoolbestuur op de hoogte van  het verzoek met collectief karakter of het verzoek met individueel karakter.
    • §5     Indien het een verzoek is met collectief karakter dient de werkgever op zoek te gaan naar een gepaste reactie. Uiterlijk na drie maanden deelt de werkgever schriftelijk en gemotiveerd zijn beslissing mee over de gevolgen die hij aan het verzoek zal geven. Hij doet dit aan de preventieadviseur psychosociale aspecten, de preventieadviseur interne dienst en het HOC.
    • §6     Indien het gaat om een verzoek met individueel karakter dan zal  de preventieadviseur psychosociale aspecten een onpartijdig onderzoek instellen in volledige onafhankelijkheid en brengt hij het schoolbestuur een advies met voorstellen betreffende de toe te passen maatregelen.  Hij brengt het personeelslid en alle rechtstreeks betrokkenen schriftelijk op de hoogte wanneer hij dit advies aan het schoolbestuur heeft overhandigd.
    • §7     Het schoolbestuur is verplicht om de betrokken partijen te informeren over de gevolgen van het verzoek.
    • §8     Wanneer de feiten niet ophouden, of wanneer het schoolbestuur geen passende maatregelen treft, moet de preventieadviseur psychosociale aspecten – in overleg met de klager – een beroep in stellen bij Toezicht Welzijn op het Werk.

    Hoofdstuk 17             Onthaal van nieuwe personeelsleden

    Art.199   De indiensttreding van het personeelslid is het gevolg van een aanstellingsbesluit. Het personeelslid ontvangt bij de indiensttreding een afschrift van:
    - het aanstellingsbesluit;
    - de beginselverklaring neutraliteit;
    - het artistiek pedagogisch project;
    - het arbeidsreglement, met inbegrip van de aanvullende verplichtingen en onverenigbaarheden;
    - het academiereglement;
    - de algemene veiligheidsrichtlijnen;
    - de richtlijnen in geval van evacuatie;
    - zijn functiebeschrijving

    - de lijst met instellingsgebonden opdrachten

    - de overeenkomst inzake aanvangsbegeleiding (bij starters).
    Het schoolwerkplan en de goedgekeurde leerplannen die worden bijgehouden op het schoolsecretariaat, zijn ter beschikking van de personeelsleden.
    Het personeelslid wordt geacht deze documenten te kennen, te aanvaarden en ze na te leven.

    Art.200    

    • §1     De directeur organiseert het onthaal van nieuwe personeelsleden, geeft hen de nodige inlichtingen en instructies met het oog op de bescherming van het welzijn op het werk bij de uitvoering van hun werk en het voorkomen van ongevallen en vergewist zich ervan dat deze nieuwe personeelsleden deze inlichtingen goed hebben begrepen en in de praktijk brengen. De directeur of een ervaren personeelslid dat de directeur aanduidt, begeleidt het beginnende personeelslid hierbij.
    • §2     De directeur ondertekent een document waaruit blijkt dat de nodige inlichtingen en instructies werden verstrekt m.b.t. het welzijn op het werk. Dit document wordt bijgehouden door de interne preventieadviseur.
    • §3     Het schoolbestuur voorziet in aanvangsbegeleiding, het personeelslid gaat hierop in.
      De duur en intensiteit van de aanvangsbegeleiding worden bepaald in onderling overleg tussen het personeelslid en de directeur en opgenomen in een schriftelijke overeenkomst. Deze wordt in onderling overleg aangepast als gevolg van nieuwe afspraken.

     

    Hoofdstuk 18             Bevoegde inspectiediensten

     

    Art.201   De adressen van de volgende bevoegde inspectiediensten zijn opgenomen in bijlage 1 bij dit arbeidsreglement:

    ­   het Toezicht op de Sociale Wetten,

    ­   het Toezicht op het Welzijn op het werk

    ­   Sociale Inspectie

     

     

     

     

     

     

      

     

     

    BIJLAGEN

    BIJLAGE 1: ADRESSEN VAN DE BEVOEGDE INSPECTIEDIENSTEN

     

    Externe Directies Toezicht welzijn op het werk

     

    Directie Limburg – Vlaams-Brabant

    Directiehoofd : Leuckx Stefan

    Elke woensdag van 9 u tot 16u30, zonder onderbreking

    Tel : 02/ 233 41 90

    E-mail: tww.limburg.vlaamsbrabant@werk.belgie.be

    Koning Albertstraat 16B

    3290 DIEST

     

    Algemene directie Toezicht op de Sociale Wetten

     

    Voor algemene vragen om informatie over materies van het TSW:

    • Telefonisch van maandag tot vrijdag van 9 u tot 12 u en van 14 u tot 16 u op 02/ 235 55 55
    • Per mail naar : info.tsw@werk.belgie.be

     

    Individueel onderhoud, neerlegging van een klacht en vragen om informatie over lopende dossiers:

    Voor een individueel onderhoud of neerlegging van een klacht:

    • Op woensdag van 9 u tot 16 u zonder onderbreking
    • Op andere dagen: maak een afspraak van maandag tot vrijdag tussen 9 u en 12 u of tussen 14 u en 16 u op het telefoonnummer 02/ 233 44 60 of per mail naar tsw.leuven@werk.belgie.be

    Voor een vraag om informatie over een dossier in behandeling bij het TSW:

    • Telefonisch van maandag tot vrijdag tussen 9 u en 12 u en tussen 14 u en 16 u op het telefoonnummer 02/ 233 44 60 of per mail naar tsw.leuven@werk.belgie.be

     

    Praktische inlichtingen

     

    Tel : 02/ 233 44 60

    E-mail : tsw.leuven@werk.belgie.be

     

    Attaché-directiehoofd : Hans Vrebosch

     

    Ambtsgebied : Aarschot, Begijnendijk, Bekkevoort, Bertem, Bierbeek, Boortmeerbeek, Boutersem, Diest, Geetbets, Glabbeek, Haacht, Herent, Hoegaarden, Holsbeek, Huldenberg, Keerbergen, Kortenaken, Kortenberg, Landen, Leuven, Linter, Lubbeek, Oud-Heverlee, Rotselaar, Scherpenheuvel-Zichem, Tervuren, Tielt-Winge, Tienen, Tremelo en Zoutleeuw

     

    Adres:

    Federaal administratief centrum

    Philipssite 3A bus 8

    3001 LEUVEN

     

    FOD Sociale Zekerheid & Openbare instellingen van sociale zekerheid

     

    Sociale inspectie  Regio Leuven

    Vrijdag van 9 u tot 12 u

    Tel : 016/ 29 32 69

    socinspvlaamsbrabant@minsoc.fed.be

    RSZ-FAC (6de verdieping), Philipssite 3A (bus 7), 3000 LEUVEN

     

     

     

     

     


    BIJLAGE 2: MEDEDELINGEN INZAKE WELZIJN

    Interne dienst voor preventie en bescherming op het werk

    Adviesverlening en begeleiding Preventie en Welzijn, Brouwersstraat 6, 3000 Leuven

    Tel : 016/ 28 42 01

    www.interleuven.be

    Preventieadviseur: Katty Vanreymenant  (katty.vanreymenant@interleuven.be)

     

    Externe dienst voor preventie en bescherming op het werk

    Preventieadviseur-arbeidsarts IDEWE : Eveline LINSSEN

    eveline.linssen@idewe.be   Tel: 016/ 39 04 38

     

    Psychosociale risico’s waaronder, geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk

    Preventieadviseur psychosociale aspecten: IDEWE: Nele ROELANDT

    nele.roelandt@idewe.be    Tel : 016/ 39 04 38

     

    Eerste hulp

    Namen van de verantwoordelijken voor EHBO per vestigingsplaats

    -        Haasrode: Katrien Vercauter / Chris Vanhoven

    -        Blanden: Roel Laethem / Sarah Verelst

    -        Oud-Heverlee: Liesbeth Vande Kerkhof / Sidney Van Genechten

    -        Sint-Joris-Weert: Kristien Van der Staey

    -        Bierbeek: Ben Wijnants

    -        Kerk Blanden: Joris Céoen

    Plaats(en) van de EHBO-kist per vestigingsplaats

    -        Haasrode: kast leraarslokaal

    -        Blanden: kast muzieklokaal

    -        Oud-Heverlee: leraarslokaal

    -        Sint-Joris-Weert: kast leraarslokaal

    -        Bierbeek school ‘t Klavertje

     

    Arbeidsongevallenverzekeraar

    Gesubsidieerde personeelsleden

    Departement Onderwijs – dienst arbeidsongevallen

    Hendrik Consciencegebouw

    Koning Albert II-laan 15, 1210 BRUSSEL

     

    Niet-gesubsidieerde personeelsleden (via gemeentebestuur)

    Ethias, Prins Bisschopssingel 73, 3500 HASSELT


     

    BIJLAGE 3: OMREKENINGSTABEL PRESTATIEREGELING VOOR ADMINISTRATIEF MEDEWERKERS IN HET DEELTIJDS KUNSTONDERWIJS

     

    - Omkaderingseenheden

    - Prestatie-eenheden voor administratieve opdracht

    - Deler voor bezoldigingsregeling

    Effectieve wekelijkse prestaties

    1

    1 u

    2

    2 u

    3

    2 u 45’

    4

    3 u 45’

    5

    4 u 45’

    6

    5 u 45’

    7

    6 u 45’

    8

    7 u 30’

    9

    8 u 30’

    10

    9 u 30’

    11

    10 u 30’

    12

    11 u 15’

    13

    12 u 15’

    14

    13 u 15’

    15

    14 u 15’

    16

    15 u 15’

    17

    16 u

    18

    17 u

    19

    18 u

    20

    19 u

    21

    20 u

    22

    20 u 45’

    23

    21 u 45’

    24

    22 u 45’

    25

    23 u 45’

    26

    24 u 45’

    27

    25 u 30’

    28

    26 u 30’

    29

    27 u 30’

    30

    28 u 30’

    31

    29 u 15’

    32

    30 u 15’

    33

    31 u 15’

    34

    32 u 15’

    35

    33 u 15’

    36

    34 u

    37

    35 u

    38

    36 u

     

     

     

    BIJLAGE 4: MEDEDELINGEN INZAKE INFORMATIEVEILIGHEID EN PRIVACY

    Informatieveiligheidsconsulent (Functionaris voor gegevensbescherming)

    -        Jill Müller :     jill.muller@vera.be

     

    -        Adviesverlening en Begeleiding

    Consulent Informatieveiligheid/DPO

    Brouwerstraat 6    3000 LEUVEN

    Tel : 016/ 28 42 79

     

    Aanspreekpunt informatieveiligheid academie

     

    -        Directie :     directie@academiedevonk.be

    016 39 41 81 

     

     

     

     

     

     

     

    BIJLAGE 5: REGLEMENT FUNCTIONEREN EN EVALUEREN GESUBSIDIEERD ONDERWIJSPERSONEEL – GEMEENTELIJKE ACADEMIE VOOR MUZIEK EN WOORD OUD-HEVERLEE

     

    Art.1                          

    • §1     De directeur wordt aangeduid als eerste evaluator voor alle gesubsidieerde personeelsleden aangesteld in een wervingsambt in zijn instelling.
    • §2     De algemeen directeur, die zijn/haar bevoegdheid mag delegeren, wordt aangeduid als tweede evaluator voor alle gesubsidieerde personeelsleden in wervingsambten.
    • §3     De algemeen directeur, die zijn/haar bevoegdheid mag delegeren, wordt aangeduid als de evaluator van de directeur.

     

    Art.2         De tweede evaluator bewaakt het proces, bewaakt de kwaliteit en waakt over de objectiviteit en de eenvormigheid van de evaluaties over de personeelsleden heen.

     

    Art.3         Voor de evaluatoren wordt in het kader van het voeren van functionerings- en evaluatiegesprekken een opleiding voorzien zodat de evaluator voldoende competent is om met kennis van zaken en op een objectieve evenwichtige manier een oordeel uit te spreken over het presteren van het personeelslid. Daartoe wordt bij OVSG+ ingeschreven voor de opleiding voor evaluatoren.

     

    Art.4                      

    • §1     De (eerste) evaluator nodigt het personeelslid per e-mail, met leesbevestiging, uit voor een eerste formeel functioneringsgesprek. Hij kondigt dit minimaal 10 werkdagen op voorhand aan.
    • §2     Het personeelslid kan per mail, met leesbevestiging, een functioneringsgesprek vragen. Het gesprek vindt plaats binnen een redelijke termijn na de vraag. De datum van het gesprek wordt bepaald door de (eerste) evaluator. 
    • §3     Van het eerste formeel functioneringsgesprek wordt door de (eerste) evaluator een verslag opgemaakt.  In dit verslag worden persoons- en ontwikkelingsgerichte doelstellingen opgenomen. Dit verslag wordt ondertekend door de (eerste) evaluator en ter ondertekening voor ontvangst aan het personeelslid voorgelegd. Het verslag wordt bewaard in het evaluatiedossier dat beheerd wordt door de (eerste) evaluator. 
    • §4     De (eerste) evaluator houdt de coachingshistoriek bij.
    • §5     De evaluatie wordt uitgevoerd op basis van evaluatiecriteria die aansluiten bij de functiebeschrijving en bij de doelstellingen van de onderwijsinstelling en het schoolbestuur.
    • §6     De (eerste) evaluator bepaalt het tijdstip van het evaluatiegesprek en deelt dit minimaal 10 werkdagen op voorhand per e-mail, met leesbevestiging, mee.
    • §7     De (eerste) evaluator stelt het evaluatieverslag op. Dit verslag wordt bewaard in het evaluatiedossier.

     

    Art.5         De (eerste) evaluator zorgt voor de informatiedoorstroming naar het schoolbestuur en desgevallend naar de tweede evaluator.

     

     

     

     

     

     

    BIJLAGE 6: INSTELLINGSGEBONDEN OPDRACHTEN

     

    Als functiebeschrijvingen hanteren we de modellen van OVSG (ambten leraar, directeur, begeleider, ICT-coördinator, administratief medewerker). We expliciteren daarnaast onderstaande instellingsgebonden opdrachten:

     

    A. OPNEMEN VAN VERANTWOORDELIJKHEDEN DIE HET LES- OF KLASGEBEUREN OVERSCHRIJDEN

     

    Administratie en materiaalbeheer

    - In het belang van de leerling de eigen uurroosters mee opmaken en een optimale klasorganisatie en -administratie bewaken.

    - Het didactisch materiaal (instrumentarium, apparatuur, bibliotheek, klasmeubilair, decor,…) mee beheren conform de afspraken binnen de onderwijsinstelling en desgevallend met aandacht voor het gedeeld gebruik.

     

    Activiteiten

    - Mee organiseren van klasoverschrijdende extra-murosactiviteiten en er actief aan meewerken, conform de afspraken binnen de onderwijsinstelling.

    - Actief deelnemen en organisatorisch/artistiek meewerken aan activiteiten/projecten die door de onderwijsinstelling worden georganiseerd of waarbij ze betrokken is, inclusief voorbereiding, uitvoering en nazorg.

    - Leerlingen speel- en vormingskansen bieden en hen hier optimaal in voorbereiden.

     

    Overleg en participatie

    - aanwezigheid op personeelsvergaderingen, tijdens vakgroepoverleg en werkgroepen, zoals vastgelegd bij dienstorder

     

    Professionalisering

    - Deelname aan twee pedagogische studiedagen. Deze kunnen ook gevolgd worden in een andere academie waar men les geeft.

    - Bijdragen tot het lerend netwerk door expertise te delen, startende leraars mee te ondersteunen en stagiairs te begeleiden.

     

    B. OPNEMEN VAN EEN OF ANDERE SPECIFIEKE ROL OF OPDRACHT

    - Pedagogisch Coördinator

    - Zorgcoördinator

    - Aanvangsbegeleider

    - Ondersteuner kerntaak van de leerkracht

    - Contactpersoon alternatieve leercontext

    - EHBO – hulpverlener

    De taken en functies worden vastgelegd per dienstorder.

     

    C. VERVANGEN VAN AFWEZIGE COLLEGA’S EN AANVULLEND TOEZICHT HOUDEN

    - De continuïteit van de dienst garanderen of actief toezicht houden indien de situatie dit vraagt.

     

    D. VERTEGENWOORDIGING IN SCHOOLEXTERNE ORGANEN

    -Syndicaal afgevaardigde

    -Afgevaardigde in de cultuurraad

    Voor directie:

    -Deel uitmaken van relevante overlegorganen (gemeente, OVSG, VerDi,…)

     

    Opm:

    Bij het verdelen van bovengenoemde instellingsgebonden opdrachten tussen alle personeelsleden wordt rekening gehouden met:

    - Het principe van billijke verdeling.

    - De aard van de kerntaken van de personeelsleden, het voltijds of deeltijds karakter ervan, de tijd die hieraan besteed wordt.

    - De opdracht van de personeelsleden binnen de academie en of en in hoeveel andere instellingen zij nog werkzaam zijn.

    - De mogelijkheden en competenties van de personeelsleden.

    - De tijd die personeelsleden besteden aan hun vertegenwoordiging in officiële inspraakorganen.

     

    Afspraken rond deze instellingsgebonden opdrachten worden bij het begin van het schooljaar vastgelegd.

     

     

     

     

     

     

     

    BIJLAGE 7: BEGINSELVERKLARING NEUTRALITEIT van het STEDELIJK EN GEMEENTELIJK ONDERWIJS

     

    Het onderwijs van steden en gemeenten is een openbare dienst en moet per definitie beantwoorden aan de principes van neutraliteit. Deze principes worden vastgelegd in een lokaal artistiek pedagogisch project, in het academiereglement en in het schoolwerkplan. Ook voor de onderwijspraktijk zijn ze richtinggevend.

     

    WETTELIJK KADER

     

    Open voor iedereen

    Scholen, centra en academies zijn toegankelijk voor iedereen die van hun aanbod wil genieten volgens artikel 6bis van de Schoolpactwet van 29 mei 1959. Dit artikel bepaalt dat een officiële school ‘een open karakter heeft door open te staan voor alle leerlingen, ongeacht de ideologische, filosofische of godsdienstige opvattingen van de ouders en de leerlingen’.

     

    Belgische Grondwet en Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en van het Kind

    Scholen, centra en academies respecteren in hun werking de internationaalrechtelijke en grondwettelijke beginselen inzake de rechten van de mens en van het kind.

     

    Democratisch burgerschap versterken

    Scholen, centra en academies respecteren de principes van de democratische rechtsstaat en versterken deze door hun aanbod, door de manier waarop ze zich organiseren, door een participatieve cultuur te stimuleren en door zelf model te staan voor een democratische samenleving.

     

    ACTIEF PLURALISME

     

    Verbondenheid stimuleren

    Scholen, centra en academies gaan uit van de gemeenschappelijke waarden, overtuigingen, aspiraties… die mensen met elkaar delen, over en door alle mogelijke verschillen heen.

    Tegelijk spreken ze hun verwachtingen hieromtrent uit tegenover de leerlingen, ouders en cursisten. Ze maken in hun curriculum plaats voor gemeenschappelijke waarden. Door hun aanpak stimuleren ze de verbondenheid tussen mensen in hun eigen leer- en leefgemeenschap en in de samenleving.

     

    Diversiteit erkennen en respecteren

    Scholen, centra en academies erkennen en respecteren de diversiteit bij hun leerlingen en cursisten op het vlak van filosofische, levensbeschouwelijke en religieuze overtuiging, sociale, etnische en talige achtergrond, nationaliteit, huidskleur, gender en seksuele voorkeur. Tegelijk stellen ze duidelijk de verwachting dat leerlingen, ouders en cursisten de aanwezige verschillen eveneens respecteren, dat ze bereid zijn te luisteren naar elkaar en begrip opbrengen voor andere opvattingen.

     

    Diversiteit als meerwaarde benutten

    Voor het realiseren van hun doelen vertrekken scholen, centra en academies van de meerwaarde die diversiteit biedt. Als dat mogelijk en relevant is, spelen ze in op de verschillen tussen leerlingen en cursisten door hun aanpak en door het aanbieden van inhoud (curriculum). Ze doen dat onder meer door een kritische dialoog tussen levensbeschouwingen en overtuigingen te stimuleren.

     

    LOKAAL VERANKERD, OPEN OP DE WERELD EN OP DE TOEKOMST

     

    Lokale verankering

    Scholen, centra en academies zijn sterk verweven met de lokale overheid en omgeving. Ze gaan actief op zoek naar samenwerking met andere scholen, buurtbewoners, (groot-)ouders, socio-economische partners of andere partners uit de wijk-, sport-, welzijns-, jeugd- en cultuursector.

     

    Wereldburgerschap

    Scholen, centra en academies zijn niet alleen verankerd in de lokale gemeenschap, maar ze staan ook open voor een wereld gekenmerkt door globalisering en internationalisering.

     

    Duurzaamheid

    Scholen, centra en academies erkennen de noodzaak om met het oog op de toekomst ecologisch duurzame en gezonde keuzes te maken en ze vertalen die overtuiging in hun aanbod en in hun manier van werken.

     

     

     

    BIJLAGE 8: REGLEMENT MET BETREKKING TOT CAMERABEWAKING VAN GEBOUWEN LOKAAL BESTUUR OUD-HEVERLEE

     

    Artikel 1:

    Dit reglement is opgesteld met de bedoeling om de organisatie, verantwoordelijkheden en procedures inzake het cameratoezicht op de gebouwen die het lokaal bestuur in gebruik heeft, transparant te maken met het oog op een integer gebruik van de bewakingscamera’s en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de gefilmde personen. Dit reglement is zowel op het ogenblik van goedkeuring van dit reglement als in de toekomst van toepassing, 

    Wettelijke verwijzingen

    • De wet van 21 maart 2007 tot regeling van de plaatsing en het gebruik van bewakingscamera’s;
    • Het koninklijk besluit van 10 februari 2008 tot vaststelling van de wijze waarop wordt aangegeven dat er camerabewaking plaatsvindt.

     

    Artikel 2:

    Doel van het cameratoezicht

    1. Het cameratoezicht heeft volgende doelstellingen:
      1.  Vergroten van het gevoel van veiligheid én de veiligheid van personeelsleden en leerlingen van de gemeentelijke basisscholen en academie De Vonk.
      2. Het terugdringen van vandalisme en/of inbraken door de preventieve werking van het cameratoezicht.
      3. Het verkrijgen van materiaal dat gebruikt kan worden als bewijslast in het geval van grensoverschrijdend of bovenwettelijk gedrag van zowel bij de school betrokken personen alsook van personen die niet bij de school betrokken zijn.

    2. Het is uitdrukkelijk geen doelstelling van het cameratoezicht (en bijgevolg verboden) om de niet-strafbare gedragingen van het personeel in het kader van de arbeidsrelatie te controleren.

     

    3. Inzake het viseren van gedragingen van het personeel die strafbaar zijn conform het Belgisch Strafwetboek en de aanvullende strafwetten, mogen de beslissingen en beoordelingen door het lokaal bestuur niet uitsluitend gebaseerd worden op gegevens die via cameratoezicht verkregen werden.

     

     

    Artikel 3: Organisatie van het cameratoezicht

    1. Informatie aan het personeel

    a)      Het personeel wordt geïnformeerd over de doelen en finaliteit van het cameratoezicht, de plaats waar camera’s worden geplaatst en de procedure inzake de bewaring van en de toegang tot het beeldmateriaal.

    b)      Bij indiensttreding ontvangen zij hiertoe schriftelijke richtlijnen, waar beveiliging van gebouwen via camerabewaking in wordt besproken.

    1. Informatie aan de bezoekers van de schoolgebouwen.

    a)      In de onmiddellijke omgeving van de bewaakte plaats moet de camerabewaking worden aangekondigd door middel van een pictogram voorgeschreven door het koninklijk besluit van 10 februari 2008.

    b)      De pictogrammen worden aangevuld met de tekst „camerabewaking‟ rond de schoolgebouwen

    1. Gebruik van de camera’s.

    a)      Het cameratoezicht wordt uitsluitend gebruikt voor het voorkomen, vaststellen of opsporen van overlast of misdrijven tegen personen of eigendommen van de scholen van  Oud-Heverlee.

    b)      Het cameratoezicht zal niet worden aangewend in het kader van de arbeidsrelatie (controle van de werkgever op de werknemer, controle van de arbeid van het personeel, e.a.).

    c)      Bij de plaatsing van de camera’s wordt zoveel als kan maximaal rekening gehouden met de privacy van het personeel.

    1. Verwerking van het beeldmateriaal.

    a)      Volgende medewerkers hebben toegang tot het beeldmateriaal:

     

    De Algemeen Directeur en het diensthoofd HR / IT

     

    b)      Bij afwezigheid van deze personen, hebben hun respectievelijke plaatsvervangers toegang tot het beeldmateriaal.

    c)      Deze personeelsleden gaan vertrouwelijk en integer om met de kennis die zij hierdoor opdoen, in het bijzonder met betrekking tot de persoonlijke levenssfeer van de gefilmde personen.

    d)      In geval van overtreding zijn de strafbepalingen uit de camerawet en uit de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) van toepassing.

    e)      Conform algemene verordening gegevensbescherming (AVG) de artikelen 12 tot 20 kan de gefilmde persoon op elk moment kennis krijgen van de beelden die op hem betrekking hebben. Hiertoe kan de persoon een gedagtekend en ondertekend verzoek richten aan de Burgemeester/Voorzitter Vast Bureau en bij delegatie aan de Algemeen Directeur.

    f)       De persoon kan desgevallend onjuiste gegevens laten verbeteren en/of de verwijdering van of een verbod van aanwending van de persoonsgegevens bekomen, in zoverre deze gegevens, gelet op het doel van de verwerking, onvoldoende of niet ter zake dienend zijn of waarvan de registratie, de mededeling of de bewaring verboden zijn.

    g)      De persoon kan zich voor de uitoefening van deze rechten tot de gegevensbeschermingsautoriteit en Vlaamse Toezicht commissie (VTC).

     

     

    Artikel 4: Bewaring en vernietiging van de beelden

    1. De opgenomen beelden worden maximaal gedurende 1 maand bewaard, waarna zij gewist worden.
    2. Slechts wanneer de opgenomen beelden noodzakelijk zijn voor opsporingsonderzoek van de politie of als bewijsmateriaal tijdens een rechtszitting, worden zij bewaard totdat deze procedures zijn afgerond.

     

     

    Artikel 5. Geografische plaatsing camera’ s lokaal bestuur.

    Benaming vestigingseenheid    en omschrijving plaats camera

    Sporthal : 2 camera’s    

    • Overzicht parking
    • Ingang leveranciers (zijkant gebouw)                                                                                                                

    Academie De Vonk vestiging Haasrode : 3 camera’s                     

    * Aan de VHL-sporthal met uitzicht op de grote parking, aan het paadje achter de sporthal richting speelplaats school.                                                                                                            

    * Op de personeelsparking achteraan het schoolgebouw

    * Aan het einde van de oprit van de school, ter hoogte van het gebouw van de kleuterschool.

     

     

     

     

     

     

     

    BIJLAGE 9: AFSPRAKENKADER DECONNECTIE

     

    INLEIDING

     

    Deconnectie heeft betrekking op alle personeelsleden, ongeacht hun functie, met het oog op het respecteren van de rust- en verlofperiodes en het bewaken van de balans tussen werk en privéleven.

    In dit kader leggen we de afspraken vast rond het gebruik van digitale communicatiemiddelen in onze academie. Vanuit een bewustzijn van de impact van (de)connectiviteit op het psychosociaal welzijn, streven we een gezonde cultuur na wat betreft dit thema.

     

    Digitale communicatiemiddelen zijn bedoeld als een hulpmiddel dat personeelsleden ondersteunt bij het uitoefenen van hun taken. We zetten maximaal in op de voordelen van deze digitale communicatiemiddelen en bewaken dat zij geen extra werkdruk veroorzaken.

    Bij het opmaken van het lokale afsprakenkader betrekken wij het volledige academieteam (leraars, administratief medewerker, aanvangsbegeleider, coördinatoren).

     

    Directie en personeelsleden spelen een cruciale rol in het toepassen, welslagen en naleven van dit afsprakenkader. Ze nemen hierbij een voorbeeldfunctie op naar alle actoren.

     

    In dit afsprakenkader wordt vastgelegd hoe we de berichtenstroom beheersbaar houden, welke timing verwacht wordt in lezen en opvolgen van berichten, hoe we sociale media professioneel gebruiken en wat verwacht wordt qua digitale communicatie bij ziekte, overmacht, noodsituaties en vakantieperiodes.

     

    VOOR PERSONEELSLEDEN

     

    1. KANALEN & DUIDELIJKHEID

    - Gebruik voor alle werk gerelateerde communicatie het ‘academiedevonk-adres’, ook naar je leerlingen.

    - Een vraag waarvan je niet goed weet aan wie te richten? Richt je tot het centrale mailadres van de academie: secretariaat@academiedevonk.be. Van hieruit wordt doorgestuurd naar wie het aanbelangt.

    - Bundel je boodschappen.

    - Communiceer steeds zo gericht mogelijk aan wie het aanbelangt.

    - Communiceer tijdig.

    - Maak het onderwerp duidelijk en voeg evt toe: ‘ter info’ of ‘belangrijk’.

    - Vermeld deadlines bovenaan in je mail.

    - Verstuur mails naar een grote groep steeds in ‘bcc’.

    - Stuur je een mail uit naam van de organisatie? Zet het secretariaat in cc.

     

    2. TIMING

     

    - Als leraar lees je uiterlijk op de dag van je lesopdracht je mails en volg je ze op.

    - Als coördinator lees je minstens twee keer per week je mails en volg je ze op.

    - Als secretariaat verwerk je mails tijdens de openingsuren en streef je ernaar om binnen de drie werkdagen antwoord te geven.

    - Als directeur streef je ernaar om binnen de drie werkdagen antwoord te geven op mails.

    - Op zaterdagnamiddagen, zondagen en feestdagen wordt niet verwacht dat op mails wordt gereageerd.

    Is de communicatie dringend? Bel, SMS, spreek aan in de academie. Antwoord komt dan zo snel als mogelijk.

     

    3. ZIEKTE / VERLOFSTELSEL / OVERMACHT / NOODSITUATIES

     

    - Wanneer je ziek bent of een verlofstelsel opneemt, wordt verwacht dat contact via telefoon en/of mail beperkt mogelijk is. Je mag als personeelslid zelf aangeven via welke kanalen je kan bereikt worden.

    - Wanneer je terugkeert uit ziekte of uit een verlofstelsel volg je het mailverkeer op uiterlijk de dag van de werkhervatting.

    - In geval van overmacht of bij noodsituaties lees je zo snel als mogelijk mails en volgt op.

     

    4. VAKANTIE

    - Vakantieperiodes zijn digitaal-luwe periodes: om de rust van personeelsleden tijdens de vakantieperiode te garanderen veronderstellen we dat professionele digitale berichten in die periodes tot een minimum worden beperkt.

    - Schoolvakanties en feestdagen:

    * Als leraar of secretariaat hoef je je mails niet op te volgen.

    * Als directeur hoef je je mails niet op te volgen, maar blijf je wel telefonisch bereikbaar voor dringende gevallen. Bij afwezigheid wordt ingesproken op de voicemail. Dit wordt opgevolgd zo snel als mogelijk.

    * Ten laatste op de dag dat de werkopdracht hervat wordt lees je je mailberichten en volgt ze op.

    - Zomervakantie:

    * Teamgerichte communicatie wordt verstuurd uiterlijk op 30 juni.

    * Personeel, secretariaat en directie blijft bereikbaar tot en met 5 juli in functie van de organisatie van het volgende schooljaar. De communicatie blijft gedurende deze periode beperkt tot het strikt noodzakelijke.

    * Vanaf de eerste werkdag na 15 augustus zijn directie en secretariaat opnieuw bereikbaar via e-mail. Dit impliceert niet noodzakelijk een fysieke aanwezigheid op de academie.

    * Vanaf de maandag van de laatste volledige week van de zomervakantie, maar nooit vóór 23 augustus, zijn alle personeelsleden opnieuw bereikbaar via e-mail. Vanaf die datum worden e-mails en telefonische vragen opnieuw binnen de gebruikelijke termijnen opgevolgd en beantwoord. Deze datum wordt vooraf gecommuniceerd aan leerlingen en ouders.

    * Een out of office wordt ingesteld bij iedereen tijdens deze lange periode van afwezigheid.

     

    5. SOCIAL MEDIA

    - Coördinator(en) communicatie, secretariaat en directie kunnen de Social Media van de academie (Instagram en Facebook) gebruiken.

    - We gebruiken Social Media als academie om evenementen aan te kondigen, leerkrachten en/of instrumenten in de kijker te zetten, terug te blikken op activiteiten, promotie te voeren, inschrijvingen aan te kondigen.

    - De chatfuncties worden NIET regelmatig opgevolgd.

    - Als personeelslid kan je sociale media enkel gebruiken vanuit je eigen persoon. Je kan verwijzen naar de academie, maar respecteert hier ten allen tijde de deontologische code.

    - GDPR moet altijd gerespecteerd worden!

     

    6. TIPS

    Hou mailboxen gescheiden.

    Schakel pushmeldingen uit.

    Schakel je out-of-office aan tijdens vakanties.

     

    VOOR LEERLINGEN

    Voor alle werk gerelateerde communicatie gebruiken we het mailadres van het personeelslid voornaam.naam@academiedevonk.be of secretariaat@academiedevonk.be of directie@academiedevonk.be

    Is een leraar ziek, dan word je via mail op de hoogte gebracht. Pas wanneer we geen mailtje terugkrijgen, word je opgebeld of verwittigd via SMS.

    Tijdens de openingsuren van het secretariaat is de academie telefonisch bereikbaar. Deze momenten zijn terug te vinden op de website. Het secretariaat schakelt door indien nodig.

  • Artikel 1: De gemeenteraad keurt het beleidsplan voor september 2026 - 30 juni 2029 van de Academie De Vonk goed.

Infrastructuur

Ruimtelijke ordening en leefmilieu

  • Artikel 1: De gemeenteraad keurt de samenwerkingsovereenkomst Streekhuis Dijleland opgesteld tussen RLD vzw en gemeente Oud-Heverlee goed.

               OVEREENKOMST STREEKHUIS DIJLELAND


    Tussen de ondergetekenden:

     

    Gemeente Oud-Heverlee

    Gemeentestraat 2-10

    3054 Oud-Heverlee

     

     

     

    Hierna genoemd Gemeente Oud-Heverlee

     

    En:

    Regionaal Landschap Dijleland vzw

    (de concessiehouder van het gebouw)

    Streekhuis Dijleland

    Witte Bomendreef 1, 3050 Oud-Heverlee

    tel: +32 (0)460 94 97 36

    Ondernemingsnummer: 0461.935.675

    Hierna genoemd 'RLD vzw’

    Uitgaande dat

    • Natuurinvest op 01.02.2018 het voormalige boswachterhuis De Fonteyn, gelegen in Oud-Heverlee, in concessie heeft gegeven aan RLD vzw voor een periode van 15 jaar. De woning en aanpalende schuur in 2018-2022 een grondige renovatie ondergingen en werden omgevormd als Streekhuis.
    • RLD vzw in het Streekhuis zijn maatschappelijke zetel gevestigd heeft sinds 2022.

     

    Zijn overeengekomen wat volgt: 

    Artikel 1: Voorwerp van de overeenkomst

    1.1.             RLD vzw zal met de steun van gemeente Oud-Heverlee de voormalige boswachterswoning (Witte Bomendreef 1, 3040 Oud-Heverlee) ontwikkelen tot een bezoekerscentrum en Streekhuis, i.s.m. verschillende partners zoals de Vrienden van Heverleebos en Meerdaalwoud, de Geschied & Heemkundige Kring Oud-Heverlee, de Vrienden van de kapel van Steenbergen, het Agentschap voor Natuur en Bos, de provincie Vlaams-Brabant en de Bosgroep Vlaams-Brabant. Naast de huidige partners is het mogelijk dat er in de toekomst nog andere partners mee vorm zullen geven of hun intrek zullen nemen in het Streekhuis.

    1.2.             RLD vzw zal rond het Streekhuis in Oud-Heverlee projecten uitwerken met als doelstelling om enerzijds verenigingen en overheidsdiensten die in de regio 'Dijleland' actief zijn rond thema's als landschap, bos, natuur, erfgoed, landbouw, klimaat, recreatie en toerisme, eenvoudiger met elkaar in contact te brengen. Dit zal tot een betere samenwerking leiden, alsook het delen en verzamelen van expertise en infrastructuur op deze locatie.

    1.3.             Het Streekhuis Dijleland zal bemand worden door RLD vzw. Actuele openingsuren zijn te vinden op https://www.rld.be/contact/  (bij opmaak van de overeenkomst van dinsdag tot vrijdag, van 10u00 tot 16u00). Het Streekhuis zal een uithangbord, aanspreekpunt en infocentrum naar het brede publiek worden, ter verhoging van de plattelandsbeleving. Recreanten, toeristen, schoolkinderen, inwoners, etc. worden hier op een duidelijke en vlotte manier geïnformeerd en wegwijs gemaakt over landschap, bos, natuur, erfgoed, landbouw, klimaat, recreatie en toerisme en de prachtige streek waarin ze vertoeven. RLD vzw en de partners zullen regelmatig evenementen, infosessies en cursussen organiseren in de binnen- en buitenruimte van het Streekhuis. De uitbouw van het Streekhuis en het bijhorend infopunt past zich in in de mogelijke verdere uitbouw van nationaal park Brabantse Wouden.

    1.4.             De buitenruimte van het Streekhuis is, ook buiten de openingsuren, toegankelijk voor recreanten en inwoners en beschikt over een grote picknickbank (ook geschikt voor scholen), een kleinere zitbank, een educatief bijenhotel met infobord, een voormalig bakhuis met kleine serre en een kunstwerk van Ad Wouters. RLD vzw engageert zich om deze buitenruimte net te houden, (bv zwerfvuil opruimen) en te onderhouden (bv maaien).

    1.5.             RLD vzw engageert zich om de mogelijkheden te onderzoeken rond het herstel van de voormalige bakoven (o.a. zoeken naar financiering via subsidies) en deze bakoven een gemeenschapsondersteunende functie te geven in samenspraak met de eigenaar en de gemeente Oud-Heverlee.

    1.6.             De gemeente Oud-Heverlee kan 6 keer per jaar gebruik maken van het Streekhuis (bv voor interne vergaderingen). Het betreft volgende ruimtes in Streekhuis Dijleland (Witte Bomendreef 1, 3040 Oud-Heverlee):

    -        De gelijkvloerse polyvalente zaal

    -        De gelijkvloerse sanitaire ruimtes

    -        De keuken

    -        Wifi

    -        Buitenruimte

    -        Parkeerplaats is aan het Streekhuis niet aanwezig, enkel een zone voor laden en lossen (bereikbaar via Witte Bomendreef vanaf kruispunt met Meerdaalweg).  Parkeren kan bij zaal De Roosenberg of op een andere gereglementeerde parking langs de Maurits Noëstraat.

    -        Voor verdere info wordt verwezen naar het zaalreglement (bijgevoegd)

    1.7.             Het Streekhuis kan daarnaast gebruikt worden i.k.v. initiatieven van de gemeentelijke diensten, namelijk:

    -        Kunstroute of poëzieroute

    -        Infoavond over klimaat of duurzaam en natuurinclusief bouwen: het Streekhuis kan hiervoor een demo-rol vervullen wegens de vele zaken die er aanwezig zijn (geïsoleerd met grasisolatie, toiletten op regenwater, ingerichte vleermuiszolder en -kelder, …)

    1.8.             Het Streekhuis kan gebruikt worden door verenigingen voor activiteiten. Verenigingen uit Oud-Heverlee betalen slechts 30% van de basisonkostenvergoeding.

    1.9.             Gemeente Oud-Heverlee kan een beperkte hoeveelheid boeken of folders aanbieden (in relatie tot natuur, landschap, toerisme, recreatie en erfgoed) in het onthaal. Afspraken hierrond worden per uitgave gemaakt.

    1.10.         Het Streekhuis Dijleland geeft hiermee op verschillende vlakken vorm aan het beleidsplan van gemeente Oud-Heverlee, namelijk:

    -        Het Streekhuis is een aantrekkelijke, groene ontmoetingsplaats, aansluitend op de site Zoet Water, een unieke site waar de gemeente volop inzet op de herinrichting.

    -        RLD vzw werkt aan meer en betere natuur en de valorisering van het lokale erfgoed en het Streekhuis kan bijkomend een sleutelrol spelen als ontmoetingsplek van diverse partners die hieraan werken (Vrienden van Heverleebos en Meerdaalwoud, Bosgroep Vlaams-Brabant, Agentschap Natuur en Bos, Geschied & Heemkundige Kring Oud-Heverlee, de Vrienden van de kapel van Steenbergen, provincie Vlaams-Brabant, gemeente Oud-Heverlee, Natuurpuntafdelingen, RLD, …). Dit zal tot een betere samenwerking leiden, alsook het delen en verzamelen van expertise en infrastructuur op deze locatie.

    -        Het Streekhuis is een mooi voorbeeld van een renovatie met aandacht voor energie- en waterbesparing, duurzaamheid, circulair verbouwen en natuurinclusief bouwen. Het kan als locatie worden gebruikt voor infoavonden rond deze thema’s en zo maximaal zijn demo-rol vervullen.

    -        Het Streekhuis vormt een bijkomende infrastructuur naast de gemeentelijke zaalverhuur en draagt bij aan de ondersteuning van verenigingen en een levendige gemeente. Verenigingen uit Oud-Heverlee betalen slechts 30% van de basisonkostenvergoeding voor andere verenigingen en dit is vergelijkbaar met de prijzen van de gemeentelijke zaalverhuur.

    -        Het Streekhuis fungeert als infopunt voor wandelaars en fietsers en zet aan tot bewegen in de natuur.

    -        Het Streekhuis kan door de gemeente of verenigingen ook ingezet worden voor activiteiten die kunst en cultuur stimuleren (bv kunstroute of poëzieroute).

     

    Artikel 2: Bijkomende voorwaarden ten laste van RLD vzw

    2.1.             RLD vzw is de concessiehouder van Streekhuis Dijleland.

    2.2.             RLD vzw coördineert de boekingen via info@rld.be.

    2.3.             RLD vzw voorziet een code van de sleutelkluis voor elk gebruik.

    2.4.             RLD vzw voorziet volgende faciliteiten:

    • Capaciteit zaal: 30 personen in tafelopstelling;  40 personen indien enkel stoelen in rijen worden opgesteld.
    • 15 tafels (SODEMATUB 120x60 cm) van 2 personen
    • 40 stoelen
    • Beamer en scherm
    • Gebruik keuken : overzicht mogelijk te gebruiken keukenmateriaal (glazen, borden, tassen, …) is terug te vinden op de inventarislijst in de keuken. Permanente bezetting van keukenmateriaal (bv koelkast) is niet mogelijk.
    • 3 toiletten, waarvan 1 rolstoeltoegankelijk (momenteel nog niet afgewerkt)

    2.5.             RLD vzw laat een poetsfirma om de 2 weken schoonmaken.

    2.6.             RLD vzw organiseert een jaarlijkse gebruikersvergadering voor evaluatie van de overeenkomst en het gebruik Streekhuis.

     

    Artikel 3: Voorwaarden ten laste van gemeente Oud-Heverlee

    3.1.             Gemeente Oud-Heverlee betaalt een jaarlijkse ondersteuning van € 2.500 euro per jaar, startend op 01/01/2026 en eindigend op 31 december 2031 (verlengbaar indien beide partijen akkoord gaan).

    3.2.             Gemeente Oud-Heverlee kan boeken/annuleren van Streekhuis via info@rld.be .

    3.3.             Gemeente Oud-Heverlee respecteert het zaalreglement bij gebruik van het Streekhuis (zie bijlage).

    3.4.             In alle communicatie van activiteiten in het Streekhuis, wordt ‘Streekhuis Dijleland’ vermeld en wordt vermeld dat er geen parking op de site aanwezig is.

     

    Artikel 4: Duur en beëindiging of wijzigen overeenkomst

    4.1.             De overeenkomst loopt van 01/01/2026 tot einde van deze legislatuur (2031) en kan nadien verlengd worden bij akkoord van beide partijen.

    4.2.             Deze overeenkomst houdt van rechtswege op wanneer:

    -        de concessie afloopt

    -        RLD ontbonden wordt

    -        in onderlinge overeenstemming wordt beslist om de overeenkomst te wijzigen of te beëindigen

     

    Artikel 5: Afgeleide rechten en plichten

    Noch gemeente Oud-Heverlee, noch RLD vzw kunnen op basis van deze overeenkomst andere rechten en plichten afleiden dan deze vermeld in deze overeenkomst.

     

    Artikel 6: Geschillen

    In geval van betwisting zijn de rechtbanken van het arrondissement Leuven bevoegd.

     

    Opgemaakt te Oud-Heverlee, op datum, in 2 exemplaren. Elke partij verklaart één exemplaar te hebben ontvangen.

     

    Namens gemeente Oud-Heverlee                                      Namens Regionaal Landschap Dijleland vzw

    Marijke Pertz                Kris Debruyne                               Tine Eerlingen                                       Maggy Steeno

    algemeen directeur       voorzitter                                      Voorzitter RLD vzw                             Secretaris RLD


     

    Bijlage: Zaalreglement Streekhuis Dijleland

     

    Algemeen

    1)        Regionaal Landschap Dijleland vzw stelt de gelijkvloerse, polyvalente ruimte in het Streekhuis Dijleland ter beschikking van particulieren, overheden en verenigingen. De zaal kan gebruikt worden voor de organisatie van vergaderingen, infoavonden, workshops, cursussen.

    Fuiven, kansspelen en activiteiten die in strijd zijn met de openbare orde of goede zeden en andere wettelijke bepalingen zijn niet toegelaten. Externe catering (broodjes e.d.) mag aangeleverd of meegebracht worden (zelf te regelen door de organisator / gebruiker).

    2)         De vzw heeft het recht aangevraagde activiteiten te weigeren.

    3)        De vzw heeft steeds het recht de verhuurovereenkomst te verbreken of de activiteit te laten stopzetten indien de veiligheid van de locatie of de bezoekers in het gedrang is of als het zaalreglement niet nageleefd wordt. De inrichter kan hiervoor geen schadevergoeding eisen.

    4)        Doorverhuur aan derden is verboden.

    5)        In communicatie voor uitnodigen mensen naar de polyvalente zaal, moet de gebruiker steeds verwijzen naar parking bij zaal De Roosenberg of een andere gereglementeerde parking langs de Maurits Noëstraat. Aan het Streekhuis kan de gebruiker enkel laden en lossen (bereikbaar via Witte Bomendreef vanaf kruispunt met Meerdaalweg).

    6)        Streekhuis Dijleland is verzekerd door de verplichte uitbatings- en objectieve aansprakelijkheidsverzekering. Streekhuis Dijleland is echter niet verantwoordelijk voor ongevallen, noch in de binnenruimte, noch in de buitenruimte.

     

    Aanwezige faciliteiten

    1)        Capaciteit zaal: 30 personen in tafelopstelling;  40 personen indien enkel stoelen in rijen worden opgesteld.

    2)        3 toiletten, waarvan 1 rolstoeltoegankelijk (momenteel nog niet afgewerkt)

    3)        15 klaptafels (SODEMATUB 120x60 cm) van 2 personen

    4)        40 stoelen

    5)        Beamer en scherm. De beamer kan gebruikt worden mits vooraf aangevraagd. Eigen laptop dient meegebracht te worden.

    6)        Er is een systeem voor ophangen tentoonstellingsmateriaal, dit kan vooraf aangevraagd worden.

    7)        Overzicht mogelijk te gebruiken keukenmateriaal (glazen, borden, tassen, …) is terug te vinden op de inventarislijst in de keuken.

    8)        Koffiezet, thermos en waterkoker mogen gebruikt worden. De gebruiker brengt zelf koffie, thee, melk en suiker mee of bestelt dit minstens 14 dagen vooraf via info@rld.be (kostprijs nog te bepalen).

    9)        Fornuis, oven, afwasmachine en kleine witte koelkast in de keuken mogen gebruikt worden. De gebruiker brengt zelf keukenhanddoeken, afwasblokjes en vaatdoeken mee, en neemt ze nadien weer mee naar huis.

    10)     U mag gebruik maken van de glazen waterflessen. Deze kan u vullen met leidingwater of aan de Minnebron.

     

    Het reserveren en huren

    1)        De gebruiker reserveert via het secretariaat van Regionaal Landschap Dijleland vzw : info@rld.be   en krijgt bevestiging indien de datum en gevraagde tijdstip vrij zijn. Een eventuele optie blijft slechts 3 weken geldig.

    2)        Reservaties kunnen ten vroegste 6 maanden en ten laatste 2 weken op voorhand vastgelegd worden.

    3)        De huur en waarborg moeten uiterlijk 14 dagen voor de activiteit gestort worden op rekeningnummer BE14 5230 8096 6783 van Regionaal Landschap Dijleland vzw, met vermelding “Zaalhuur” + naam en datum activiteit. Bij laattijdige betaling komt de reservatie te vervallen.

    4)        Als de reservering door de gebruiker geannuleerd wordt op minder dan 1 week van de activiteit, zonder gegronde reden, kan een annuleringsvergoeding van 50% van de huurprijs gevraagd worden.

    5)        In de week na de verhuur maakt Streekhuis Dijleland een inventaris op. Eventuele schade en verdwenen voorwerpen (aankoopwaarde) en het eventuele extra werk van Streekhuis Dijleland worden van de waarborg afgehouden. Het resterende deel wordt binnen de 2 weken teruggestort.

     

    Het gebruik van de zaal en terrein rond het gebouw

    1)        Zaal, keuken en terrein moeten proper achtergelaten worden.

    2)        Gedurende de activiteit moeten de nooduitgangen (voordeur zaal en achterdeur keuken) steeds ontsloten worden.

    3)        De gebruiker is verantwoordelijk voor het inrichten van de zaal. Na afloop van de activiteit moet de zaal teruggezet worden naar de oorspronkelijke inrichting.

    4)        Alle gebreken die u bij aankomst in de zaal of tijdens de gebruiksperiode opmerkt, meldt u zo spoedig mogelijk via info@rld.be of bij urgente problemen : Jan Verroken 0477 217 478 of Dina Courant 0476 413 406.

    5)        Er mogen geen punaises, noch plakband op de muren of deuren gebruikt worden. Er is een systeem voor ophangen tentoonstellingsmateriaal, dit kan vooraf aangevraagd worden.

    6)        Mogelijk hangt er een tentoonstelling in de zaal. Indien de gebruiker dit niet wenst, moet hij dit vooraf melden zodat bekeken kan worden of de tentoonstelling afgehaald en veilig opgeborgen kan worden.

    7)        De site van Streekhuis Dijleland maakt integraal deel uit van het natuurgebied ‘Meerdaalwoud en Heverleebos’. De gebruiker moet zelf nagaan of er voor zijn activiteit bijkomende toelating nodig is van het Agentschap voor Natuur en Bos en/of de gemeente Oud-Heverlee en vraagt dit tijdig aan indien nodig. Meer info is te vinden op de desbetreffende websites: https://www.oud-heverlee.be/product/1048/aanvraag-evenement en https://www.natuurenbos.be/node/695

    8)        Licht- en geluidshinder zijn verboden zowel overdag als ’s nachts. Geluidsinstallaties mogen alleen aangewend worden voor achtergrondmuziek en mogen geen luidsprekers bevatten buiten de gebouwen. Uitzonderingen kunnen enkel worden toegestaan bij specifieke evenementen die verbonden zijn aan de natuur- en bosbeleving en dienen voorafgaandelijk en schriftelijk te worden goedgekeurd door Natuurinvest (eigenaar van het gebouw).  Het is verboden vuur te maken in of rond het gebouw.

    9)        In en rond het gebouw geldt een volledig rookverbod.

    10)     Men gaat spaarzaam om met verlichting en water. Indien de verlichting niet werd gedoofd en verwarmingen niet terug in de oorspronkelijke stand werden gezet, worden de kosten verhaald op de gebruiker, volgens de tarieven toeslag verwarming per uur en toeslag verlichting per uur zoals vermeld op de lijst (Nog op te zoeken).

    11)     Herstellingen zijn ten laste van RLD vzw, voor zover ze tenminste niet voortvloeien uit een fout of nalatigheid van de gebruiker. Bij fout of nalatigheid door de huurder zal de kost voor herstelling doorgerekend worden aan de huurder. Schade moet steeds meteen gemeld worden via info@rld.be. Bij dringende problemen en indien er geen medewerker in het gebouw aanwezig is, kan er steeds contact opgenomen worden met Jan Verroken 0477 217 478 of Dina Courant 0476 413 406)

    12)     Bij het beëindigen van de huurperiode, heeft de gebruiker aandacht voor volgende punten:

    • verwarming terug op oorspronkelijke stand zetten
    • tafels en stoelen reinigen alvorens deze weg te zetten op de daarvoor voorziene plaats
    • gebruikte toestellen en voorwerpen reinigen (vb koffiezet, thermos leeggieten en spoelen, frigo legen en proper maken)
    • alles afwassen en droog op de voorziene plaats terugzetten. Afwasmachine mag gebruikt worden als deze ook nog door de gebruiker leeggemaakt kan worden. Afwasblokjes zijn door de gebruiker in dat geval zelf te voorzien.
    • sluiten van de kranen
    • verwijderen van alle persoonlijke materialen
    • borstelen van de zaal
    • lichten doven
    • beamer uitschakelen
    • alle ramen en binnendeuren dichtdoen
    • reinigen toiletten
    • afval dient mee naar huis genomen te worden. De gebruiker brengt hiervoor zelf gepaste afvalzakken mee.
    • sluiten van achterdeur keuken en voordeur zaal en poort toiletruimte en sleutel opbergen in de sleutelkluis.

     

    Tarieven

     

    Basisprijs particulieren en

    bedrijven en verenigingen

    buiten het Regionale Landschap

    Dijleland

    Erkende verenigingen

    uit het Regionale

    Landschap Dijleland

    Erkende verenigingen uit

    Oud-Heverlee en

    AV-leden

    1 dagdeel

    100

    50

    30

    2 dagdelen

    150

    85

    50

    3 dagdelen

    200

    110

    65

    3 dagdelen, vanaf 7de dag

    100

    50

    30

    (De zaal is beschikbaar van 10:00 tot 24:00 tenzij anders overeengekomen. Om 23:00 moeten alle activiteiten beëindigd worden. Tegen 24:00 moet alles opgeruimd zijn en de zaal verlaten).

    Een dagdeel duurt van 9u tot 13u, 13u tot 18u of 18u tot 24u.

    De prijs voor 2 of 3 dagdelen geldt enkel indien die dagdelen op mekaar aansluiten op dezelfde dag. De prijs voor 3 dagdelen vanaf 7de dag geldt enkel indien alle dagen op mekaar aansluiten.

     

    Sleutels en praktische info

    De sleutel is te bekomen via de sleutelkluis waarvoor de gebruiker vooraf de code krijgt van het secretariaat van Regionaal Landschap Dijleland vzw. Korte rondleiding en afspraken mbt gebouw kunnen best vooraf gebeuren na afspraak via info@rld.be.

    Na gebruik van de zaal kan de sleutel achtergelaten worden in de sleutelkluis (achteraan gebouw aan het afdak op de muur naast de groene deur.

     

    Naam activiteit:

    Datum activiteit:

     

    Naam gebruiker:

    Datum reservering:

    Handtekening gebruiker:

  • Artikel 1: De gemeenteraad keurt de voorgestelde grondafstand (strook voor grondafstand naar openbaar domein, lot 3) van 91 ca goed. 

    Artikel 2: De zone voor grondafstand zoals weergegeven op het plan "14102 Plan kosteloze grondafstand" (91ca) opgenomen in de omgevingsvergunningsaanvraag OMV_2026086574 (OMV/2026/92/OV) dient kosteloos aan de gemeente afgestaan te worden. 

    Artikel 3: De kosten van de akte van de notaris vallen ten laste van de aanvrager.

    Artikel 4: Tegen dit besluit van de gemeenteraad kan binnen de 30 dagen in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering. De procedure van dit beroep verloopt volgens art. 31/1 van het Omgevingsvergunningsdecreet.

    Artikel 5: Dit besluit van de gemeenteraad is nietig:

    • wanneer de omgevingsvergunning met dossiernummer OMV_2026086574 (OMV/2026/92/OV) niet wordt verleend, of wanneer deze in administratief of jurisdictioneel beroep wordt vernietigd;
    • wanneer het voorwerp van de omgevingsvergunning niet binnen de in de vergunning voorziene of wettelijke termijn wordt gerealiseerd.

    Artikel 6: De gemeenteraad duidt de burgemeester en algemeen directeur aan tot het ondertekenen van de akte van de grondafstand.

VrijeTijd

  • Artikel 1: De gemeenteraad keurt de aanpassing goed in het reglement voor het bekomen van subsidies van de begrotingspost 'Hulp aan het buitenland'.

    Artikel 1: Algemene bepalingen

    1.1.  Binnen de meerjarenplanning voorziet de gemeente Oud-Heverlee op het vlak van lokaal mondiaal beleid volgende budgetten:

    • a. werkingskosten Wereldraad;
    • b. subsidies voor sensibiliserende activiteiten en acties door derden;
    • c. subsidies voor projecten in het Zuiden, met een link naar onze gemeente (lokale verenigingen/particulieren, jongeren uit de gemeente) en nationale campagnes met lokale activiteiten;
    • d. engagement rond eerlijke handel versterken, door meer in te zetten op fairtrade en op korte ketenprojecten en deze ook bij derden promoten. 

    1.2.  Binnen de beschikbare budgetten van de meerjarenplanning kent het College van Burgemeester en Schepenen (CBS) alle middelen (a, b, c en d) toe, op basis van de adviezen van de Wereldraad. 

    1.3.  Alle aanvragen voor subsidies worden ingediend bij het College van Burgemeester en Schepenen,   T.a.v. Lokaal Mondiaal Beleid, Gemeentestraat 10 te 3054 Oud-Heverlee of per e-mail wereldraad@oud-heverlee.be.  De aanvragen  worden voorgelegd aan de Wereldraad voor advies. 

    1.4.  Na kennisname van het  advies van de Wereldraad, wordt dit ter goedkeuring voorgelegd aan het College van Burgemeester en Schepenen. 

    1.5.  Het gebruik van de toegekende subsidies wordt steeds verantwoord met een verslag en financiële bewijsstukken aan de hand van bijlage 3 en gecontroleerd door de gemeentelijke diensten, overeenkomstig de wet van 14 november 1983 betreffende de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen. 

    1.6.  Elke toegekende subsidie die binnen de twaalf maanden niet wordt aangewend voor het doeleinde waarvoor ze wordt verleend zal door de begunstigde worden teruggestort. Elke toegekende subsidie die niet gestaafd kan worden met financiële bewijsstukken, zijnde facturen en/of kasbewijzen, zal eveneens door de begunstigde worden teruggestort. 

    Artikel 2: Werkingskosten Wereldraad

    2.1. Alle kosten verbonden aan de werking van de Wereldraad worden uit deze begrotingspost (1.1.a.) betaald. 

    Artikel 3: Subsidies voor sensibiliserende activiteiten en acties door derden

    3.1. Elke vereniging/particulier die in de gemeente een sensibiliserende activiteit ontplooit rond een mondiale problematiek kan hiervoor een aanvraag tot subsidiëring indienen via het formulier “Bijlage 1: Aanvraag subsidie sensibiliserende activiteit lokaal mondiaal beleid gemeente Oud-Heverlee”. 

    3.2. De aanvraag moet worden ingediend, uiterlijk twee maanden voorafgaand aan de activiteit. 

    3.3. Om in aanmerking te komen voor subsidiëring betreft het hier een activiteit:

    • die als voornaamste doelstelling heeft het publiek te informeren en te sensibiliseren rond de Noord-Zuid problematiek;
    • die zich richt tot een doelpubliek in de gemeente Oud-Heverlee;
    • die geen loutere activiteit van fondsenwerving is;
    • die ook via andere bronnen wordt medegefinancierd zoals eigen inbreng, gevraagde inkom … 

    3.4. De aanvragen worden onderzocht door de Wereldraad die zijn adviezen voorlegt aan het College van Burgemeester en Schepenen. 

    3.5. Binnen de limieten van de beschikbare budgetten (1.1.b.) stelt de Wereldraad per aanvraag de hoogte van het toegekend bedrag voor. 

    3.6. In geval van een positieve beslissing wordt de subsidie uitbetaald door de financiële diensten van de gemeente aan de hand van voorgelegde financiële bewijsstukken. 

    Artikel 4: Subsidies voor projecten in het zuiden, met een link naar onze gemeente (lokale verenigingen/particulieren, jongeren uit de gemeente) en nationale campagnes met lokale activiteiten 

    4.1. Algemene voorwaarden:

    Een vereniging van hier of ter plaatse in het Zuiden, zowel een professionele ngo als een kleinschalig initiatief van een vereniging/particulier en studenten/werkzoekenden (niet ouder dan 25 jaar) kunnen een project ter medefinanciering aan de gemeente voorstellen:

    • De aanvrager is gedomicilieerd in de gemeente Oud-Heverlee en heeft een échte aantoonbare band met het project. Deze persoon moet kunnen instaan voor een goede communicatie met de gemeente, voor een sensibilisering bij de bevolking en voor de verantwoording en verslaggeving omtrent de verkregen subsidie.
    • Het project heeft een positieve invloed op een aantal Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen.
    • Lokale initiatieven (4de pijler) willen we extra stimuleren en motiveren. Dergelijke projecten krijgen de voorkeur bij het toekennen van de hoogste categorie van betoelaging in de mate dat ze aan de kwaliteitsvoorwaarden van die categorie voldoen.
    • Voor projecten geldt de voorwaarde dat ze info verlenen:

    Verplicht: - een artikel over het project voor het gemeentelijk infoblad. Tekst en bijhorende foto worden aangeleverd via wereldraad@oud-heverlee.be, samen met de                       subsidieaanvraag, uiterlijk op 31 maart. De communicatieambtenaar van de gemeente staat in voor de eindredactie. De tekst en foto verschijnen volgens volgorde van ontvangst, met telkens één artikel per nummer;

    - deelnemen aan de Wereldmarkt;

    Vrijblijvend: - voordrachten in de basisscholen of elders te Oud-Heverlee, met activiteiten en opvolging op termijn;

    - een tentoonstelling over het project organiseren. Het gemeentebestuur stelt gratis een tentoonstellingsruimte met panelen ter beschikking van de aanvrager, waar gedurende twee opeenvolgende weken of langere periode het project kan worden voorgesteld. De aanvragen tot tentoonstellen worden tijdig ingediend, zodat programmatie en bekendmaking tijdig kunnen gebeuren. Uiterlijke data van aanvraag zijn: 1 januari, 1 maart, 1 mei, 1 juli, 1 september en 1 november.

    Het gemeentebestuur wordt steeds vooraf schriftelijk op de hoogte gesteld van dergelijke acties. 

    - korte tekst met foto over het project aanleveren voor publicatie via sociale media.

    De Wereldraad is van mening dat deze inspanningen tot sensibilisatie en kenbaarheid mogen geleverd worden in ruil voor de financiële steun. De mate van sensibilisering binnen de gemeente wordt opgevolgd en zal in rekenschap worden genomen bij het beoordelen van een volgende aanvraag tot betoelaging. 

    1. De aanvragen voor een lopend budgetjaar worden ingediend bij het College van Burgemeester en Schepenen uiterlijk op 31 maart. De gemeente legt deze aanvragen voor advies voor aan de Wereldraad. De Wereldraad beraadslaagt hierover als college. Leden van de Wereldraad die zelf een project ter subsidiëring hebben voorgedragen beslissen niet mee over het door hen ingediende project. 

    De Wereldraad geeft een advies per aanvraag binnen het beschikbare budget (1.1.c.) dat door de gemeente is voorzien. 

    Regels voor de beoordeling van projecten in het Zuiden, met een link naar onze gemeente:

    - We bekijken of de dossiers voldoen aan de vormvereisten – gebeurt grotendeels vooraf door de gemeentelijke administratie:

    • vorige subsidieschijf goed verantwoord
    • aanvraag tijdig ingediend
    • aangetoonde band met de gemeente én het ingediende project

     - We geven een advies in vier categorieën

    • Categorie A – Structurele ontwikkelingsprojecten - hoogste score. Het zijn projecten die structurele doelen nastreven. Ze werken op lange termijn, ze werken aan basisbehoeften en houden een heel sterke betrokkenheid in van de lokale bevolking. Het is niet louter afhankelijk van steun uit Oud-Heverlee.
    • Categorie B – Infrastructuur en/of materiële verwezenlijkingen - tussenscore. Het project heeft voldoende ontwikkelingswaarde, maar voldoet minder aan de hoge normen van een project uit de A-categorie. Meestal gaat het om steun voor infrastructuur en/of materiële verwezenlijkingen
    • C – Sensibiliseringsacties - laagste score: dit project loont de moeite om gesteund te worden, maar er zijn een aantal bemerkingen, een reeks werkpunten
    • 0 – project wordt afgekeurd omdat er te weinig garanties zijn voor een goede bijdrage aan ontwikkeling. Het is teveel gericht op een behoefte van de aanvrager, of het voorstel is niet overtuigend uitgewerkt.

    Op basis van het advies van de Wereldraad neemt het College van Burgemeester en Schepenen een beslissing. De gemeentelijke financiële dienst keert de toegekende subsidie uit op de aangegeven rekening van de begunstigde en dit voor 1 september van het lopende boekjaar.

    4.2. Projecten in het Zuiden

    Een aanvraag wordt ingediend aan de hand van het formulier “Bijlage 2: Aanvraag subsidie project in het Zuiden gemeente Oud-Heverlee”. Dit aanvraagformulier wordt gestaafd met een duidelijke omschrijving van de context waarin het project zich situeert, de concrete resultaten die met wil bereiken, waarvoor de subsidie van de gemeente zal gebruikt worden en vermelding van de categorie waarvoor men een aanvraag indient en duidelijke gegevens omtrent het projectbudget.

    De projectindiener verbindt er zich toe om uiterlijk op 31 maart van het volgend jaar een duidelijk verslag uit te brengen van de gekregen subsidie. Deze verslagen volgen het schema dat is aangegeven in het formulier “Bijlage 3: Schema voor verslaggeving omtrent gebruik van een subsidie toegekend door de gemeente Oud-Heverlee voor een project in het Zuiden” en zijn steeds vergezeld van financiële bewijsstukken, zijnde facturen en/of kasbewijzen, voor een totaalbedrag gelijk aan de verkregen subsidie. Aanvragen en bewijsstukken voor vliegtickets, visakosten, medische kosten, reisverzekering, verblijf en andere persoonlijke onkosten komen niet in aanmerking voor betoelaging.

    4.3. Nationale campagnes

    In Vlaanderen voeren een aantal erkende organisaties actie rond de problematiek van het Zuiden. Elke vereniging in de gemeente Oud-Heverlee, die bij één van deze nationale campagnes is aangesloten en hierrond in Oud-Heverlee campagne voert, kan van de gemeente hiervoor een subsidie ontvangen. Een aanvraag wordt ingediend via het formulier “Bijlage 4: Aanvraag van een subsidie ter ondersteuning van een nationale campagne mondiaal beleid, gevoerd in de gemeente Oud-Heverlee”.

    De vereniging die een aanvraag indient moet kunnen aantonen dat een substantiële inspanning wordt geleverd op volgende vlakken:

    • het mobiliseren van vrijwilligers van de gemeente om de actie mogelijk te maken;
    • het verspreiden van informatie rond de nationale campagne;
    • het meewerken aan de fondsenwerving van de nationale campagne. 

    Aanvragen voor deze vorm van subsidie moeten ingediend worden uiterlijk op 31 maart van het lopende jaar aan het College van Burgemeester en Schepenen. 

    De Wereldraad beoordeelt deze nationale campagnes met lokale acties op een gelijkaardige kwalitatieve manier, met mogelijke score A, B, C of 0 en geeft advies per aanvraag binnen het beschikbare budget (1.1.c.) dat door de gemeente is voorzien. 

    4.4. Uitwisselingsprojecten van jongeren in het Zuiden

    Jongeren die deelnemen aan een project in het Zuiden kunnen een toelage ontvangen voor reis- of deelnamekosten. De aanvraag moet ingediend worden via formulier “Bijlage 5: Aanvraag van een subsidie ter ondersteuning van een uitwisselingsproject voor jongeren in het Zuiden” uiterlijk 3 maanden voor vertrek.

    Jongeren die recht hebben op een verhoogde tegemoetkoming van de ziekteverzekering of leven van een vervangingsinkomen kunnen een verhoogde toelage verkrijgen. De aanvraag moet aan volgende voorwaarden voldoen om in aanmerking te komen voor een toelage:

    • Het land van bestemming staat op de lijst van DAC/OESO. Gemotiveerde uitzonderingen zijn mogelijk.
    • De reis kadert in deelname aan een project of uitwisseling die begeleid wordt door een erkende NGO of 4de pijlerorganisatie, of een stage van een onderwijsinstelling.
    • De jongere is op het moment van de aanvraag van een toelage niet ouder dan 25 jaar en is ingeschreven als student of werkzoekende.
    • De jongere engageert zich om over zijn ervaring een getuigenis te delen, en heeft hierrond een concreet voorstel bij de aanvraag gevoegd.  

    De wereldraad beoordeelt de ingediende aanvragen op hun ontvankelijkheid en adviseert binnen het beschikbare budget (1.1.c.), met een maximum van 500 euro en maximum 20% van het totale reis- en deelnamekosten. De wereldraad zal op basis van het criterium: 'de jongere engageert zich om zijn ervaring in het Zuiden te delen' adviseren welke aanvragen in aanmerking komen voor subsidie, met een maximum van 10 subsidiedossiers per kalenderjaar.

    Artikel 5: Er kan per kalenderjaar slechts één subsidieaanvraag per aanvrager worden ingediend, voor wat betreft projecten in het Zuiden, nationale campagnes en uitwisselingsprojecten van jongeren in het Zuiden.

    Artikel 6:

    Dit reglement wordt bekend gemaakt conform de bepalingen van art. 186 van het gemeentedecreet.

    Dit reglement treedt in werking op 1 november 2026.

     

Personeel

Extra

Bijkomende punten

  • Artikel 1: De gemeenteraad besluit in te gaan op het voorstel van De Lijn om een tussenkomst van 25 % te voorzien in de buzzy-pas abonnementen voor jongeren

  • Artikel 1: De gemeenteraad gaat in op het voorstel van IGO om wijkrenovatie te stimuleren door thermografische dronebeelden. Deze actie past in het klimaatactieplan, o.a. acties rond ontzorgen en inzetten op collectieve aanpak.

     Artikel 2: De gemeenteraad wil de uitvoering van het klimaatactieplan versnellen gezien de urgentie van de klimaatverstoring en besluit bij de eerstvolgende budgetwijziging volgende budgetsleutels als volgt te verhogen.

     

     

    Actueel

     

    MJP000151

    inrichting beheer van natuur groen en bos

    2.500 €

    5.000 €

    MJP000164

    Samenwerking partners rond milieu en klimaat

    4.500 €

    6.000 €

    MJP 000163

    Steun aan gezinnen - milieu en klimaat

    15.600 €

    20.000 €

    MJP000166

    Acties in kader van beheer bos, groen en biodiversiteit

    2.500 €

    5.000 €

    MJP000377

    Wooninfopunt en renovatiebegeleiding

    56.000 €

    70.000 €

    MJP000889

    werkingskosten - acties ikv klimaatactieplan en hemelwaterplan

    10.000 €

    20.000 €

  • Artikel 1: De gemeenteraad ontvangt jaarlijks in november een voortgangsrapport over het Hemelwater den Droogteplan, met daarin een stand van zaken van de 84 acties, aangevuld met eventueel nieuwe initiatieven.

  • Artikel 1: 

    De gemeenteraad neemt kennis van het verzoekschrift tot nietigverklaring bij de Raad van State, in bijlage, ingesteld door Alexander Binon, gemeenteraadslid, tegen de besluiten van 16 december 2025 en het besluit van 27.01.2026 van de gemeenteraad van de gemeente Oud-Heverlee betreffende de beslissing tot:

    1. Consultatiereglement voor de opdracht “Marktconsultatie - Financiering van nieuwbouw van gebouwen GBS Blanden De Lijsterboom door middel van krediet met technisch-financiële en juridische projectbegeleiding, ingetrokken en opnieuw beslist op de gemeenteraad van 27.01.2026,

    2. Aanstelling studiebureau voor de opdracht "Nieuwbouw Kleuter- en lagere school Blanden: Studie stabiliteit": Goedkeuring lastvoorwaarden, gunningswijze, en raming,

    3. Aanstelling studiebureau voor de opdracht "Nieuwbouw kleuter- en lagere school: studie technieken en EPB": Goedkeuring lastvoorwaarden, gunningswijze, en raming,

    4. verwerping gemeenschappelijk agendapunt (SAMEN, RED Oud-Heverlee en Annick Minnoye): La Foresta, met de volgende voorstellen van beslissing:

    “Artikel 1: De gemeenteraad besluit om een tijdelijke pauze te installeren in de opdracht van Interleuven in het ontwerp van de school. Het voorlopig ontwerp geeft voldoende duidelijkheid over de mogelijkheden en beperkingen op de huidige site.

    Artikel 2: De gemeenteraad besluit de aangestelde adviserend architect opdracht te geven om een grondige haalbaarheidsstudie te doen van de inplanting van de school in La Foresta, vertrekkend vanuit de eerdere studie van DMOA en de eerdere presentaties van de vorige eigenaar op de Gecoro en kwaliteitskamer. De nodige kredieten worden voorzien, indien nodig, om de huidige opdracht uit te breiden. Het leerkrachtenteam en de ouders worden maximaal mee betrokken bij deze verkenning.

    Artikel 3: De gemeenteraad nodigt de eigenaar uit op een commissie ruimte, om het perspectief van de eigenaar mee te integreren in de besluitvorming.

    Artikel 4: De gemeenteraad vraagt het schepencollege om op korte termijn een participatietraject uit te werken (genre zoetwater-forum), waarbij inwoners op basis van zo volledig mogelijke informatie de kans krijgen om de afweging te maken tussen beide scenario’s.”

  • Het antwoord is te beluisteren via de opname van de vergadering, die terug te vinden is op de website van de gemeente. Dit punt wordt behandeld op tijdstip 45:54 van de opname.

  • Het antwoord is te beluisteren via de opname van de vergadering, die terug te vinden is op de website van de gemeente. Dit punt wordt behandeld op tijdstip 47:08 van de opname.

  • Het antwoord is te beluisteren via de opname van de vergadering, die terug te vinden is op de website van de gemeente. Dit punt wordt behandeld op tijdstip 51:12 van de opname.

  • Het antwoord is te beluisteren via de opname van de vergadering, die terug te vinden is op de website van de gemeente. Dit punt wordt behandeld op tijdstip 48:37 van de opname.

  • Het antwoord is te beluisteren via de opname van de vergadering, die terug te vinden is op de website van de gemeente. Dit punt wordt behandeld op tijdstip 55:14 van de opname.

  • Het antwoord is te beluisteren via de opname van de vergadering, die terug te vinden is op de website van de gemeente. Dit punt wordt behandeld op tijdstip 58:41 van de opname.

  • Het antwoord is te beluisteren via de opname van de vergadering, die terug te vinden is op de website van de gemeente. Dit punt wordt behandeld op tijdstip 1:04:32 van de opname.