Het decreet lokaal bestuur
Gemeenteraadsbesluit van 29 september 2015 en 24 september 2019 betreffende de aanpassing van het arbeidsreglement van de gemeentelijke basisscholen.
De noodzaak dringt zich op om het bestaande arbeidsreglement opnieuw te actualiseren.
Het ondertekende protocol van 21 februari 2022 naar aanleiding van de vergadering van het afzonderlijk bijzonder onderhandelingscomité met het oog op het aan te passen arbeidsreglement.
Een goede schoolorganisatie steunt op duidelijke afspraken tussen het personeel en het schoolbestuur.
Alle personen die onder gezag arbeid verrichten in het gemeentelijk onderwijs moeten worden geïnformeerd over de voorwaarden die op hun arbeidsverhouding van toepassing zijn.
Het decreet rechtspositie en het decreet basisonderwijs bieden voldoen ruimte om lokaal en autonoom concrete afspraken te maken rond rechten en plichten van het personeel en het schoolbestuur.
Rode tekst: laatste wijzigingen door OVSG op 2 februari 2022
Groene tekst: gewijzigd door de scholen versie oktober 2021
Artikel 1: De gemeenteraad besluit om het bestaande arbeidsreglement voor de personen die onder gezag arbeid verrichten in de gemeentelijke basisscholen: gemeentelijke basisschool De Lijsterboom, p/a Bierbeekstraat 4, 3052 Oud‑Heverlee, gemeentelijke basisschool De Hazensprong, A.Verheydenstraat 19, 3053 Oud-Heverlee, gemeentelijke basisschool De Letterberg, p/a Dorpsstraat 60, 3050 Oud-Heverlee, te wijzigen.
Artikel 2: De gemeenteraad besluit om akkoord te gaan met de wijzigingen aan het arbeidsreglement basisonderwijs.
Artikel 3:
GEMEENTESCHOLEN OUD-HEVERLEE
ARBEIDSREGLEMENT
Inhoud
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen en definities. 6
1.1 Draagwijdte. 6
1.2 Toepassingsgebied. 6
1.3 Definities. 6
Hoofdstuk 2 Arbeidsduur, arbeidstijd, prestatieregeling, vakantieregeling. 9
2.1 Algemeen. 9
2.2 Directeur 12
2.2.1 De directeur van een school 12
2.2.2 De directeur coördinatie-scholengemeenschap. 12
2.3 Zorgcoördinator, ICT-coördinator en administratief medewerker 13
2.3.1 Algemeen. 13
2.3.2 Bepalingen voor de zorgcoördinator / de ICT-coördinator 13
2.3.3 Bepalingen voor de administratief medewerker 14
2.4 Onderwijzend personeel 15
2.5 Stafmedewerker-scholengemeenschap. 16
2.6 Kinderverzorger 17
Hoofdstuk 3 Afwezigheden en verlof 18
3.1 Individuele afwezigheden. 18
3.2 Ziekte. 18
3.3 Afwezigheids- en verlofstelsels. 19
Hoofdstuk 4 Meting van en controle op de arbeid. 20
Hoofdstuk 5 Betaling van het salaris. 20
Hoofdstuk 6 Leerlingentoezicht 21
Hoofdstuk 7 Functiebeschrijvingen en evaluatie. 22
Hoofdstuk 7bis Beoordeling aan de vooravond van TADD.. 23
Hoofdstuk 8 Ontslagregeling. 23
8.1 Opzeggingstermijnen. 23
8.2 Dringende redenen. 24
Hoofdstuk 9 Orde- en tuchtregeling. 26
Hoofdstuk 10 Personeelsdossier 27
10.1 Administratief dossier 27
10.2 Tuchtdossier 28
Hoofdstuk 11 Bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de personeelsleden. 29
11.1 Algemeen. 29
11.2 Ten aanzien van het schoolbestuur, de directeur en het personeelsteam.. 29
11.3 Ten aanzien van ouders, leerlingen en derden. 31
11.4 Ten aanzien van de inspectie, verificatie en de pedagogische begeleidingsdienst 33
Hoofdstuk 12 Specifieke verplichtingen. 33
12.1 Ambtsgeheim, discretieplicht, privacy en informatieveiligheid. 33
12.2 Zorgvuldig bestuur 34
12.3 Initiatieven van personeelsleden. 35
12.4 Verzekering. 35
12.5 Schoolreglement 36
12.6 Gebruik van communicatie- en informaticatoepassingen. 37
12.7 Bestellingen, andere extra onkosten en schoolfinanciën. 37
Hoofdstuk 13 Auteurswet 38
13.1 Auteursrechten (werken) 38
13.2 Naburige rechten (prestaties) 38
13.3 Reprografierechten (werken, databanken en prestaties) 39
13.4 Overdracht van vermogensrechten. 39
Hoofdstuk 14 Veiligheid, gezondheid en welzijn. 40
14.1 Algemeen. 40
14.2 Gezondheid. 41
14.3 Genotsmiddelen. 42
14.4 Veiligheid. 42
14.5 Arbeidsongeval, ongeval op weg naar of van het werk. 43
Hoofdstuk 15 Bescherming psychosociale risico’s op het werk, waaronder geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk. 44
15.1 Algemeen. 44
15.2 Beginselverklaring geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag. 44
15.3 Raadgeving en hulp. 45
15.4 Procedure. 45
Hoofdstuk 16 Onthaal van nieuwe personeelsleden. 48
Hoofdstuk 17 Bevoegde inspectiediensten. 48
BIJLAGEN 50
BIJLAGE 1: INDIVIDUELE UURROOSTERS. 51
BIJLAGE 2: MEDEDELINGEN INZAKE WELZIJN. 52
BIJLAGE 3: ADRESSEN VAN DE BEVOEGDE INSPECTIEDIENSTEN. 54
BIJLAGE 4: MEDEDELINGEN INZAKE INFORMATIEVEILIGHEID EN PRIVACY. 56
BIJLAGE 5 : CHARTER ROND HET GEBRUIK VAN TEAMS. 56
BIJLAGE 6 : EVALUATIEREGLEMENT. 60
Toelichting
De wet van 8 april 1965 tot instelling van de arbeidsreglementen bepaalt dat het schoolbestuur voor haar personeel een arbeidsreglement moet opmaken met daarin een aantal verplichte vermeldingen. Het arbeidsreglement legt de relatie tussen het schoolbestuur en het personeel vast.
In ons model hebben we enerzijds die zaken vermeld die volgens de wet verplicht in een arbeidsreglement moeten worden opgenomen. Anderzijds hebben we dit uitgebreid met bepalingen die volgens ons best worden opgenomen in een arbeidsreglement van een basisschool. Het is echter niet de bedoeling dat het schoolbestuur dit arbeidsreglement zomaar overneemt. Het biedt een uitgangspunt om een eigen arbeidsreglement te ontwikkelen dat maximaal is afgestemd op de lokale situatie, zonder evenwel in te druisen tegen de regelgeving.
Om u hierbij te helpen, hebben we telkens waar relevant in de rechterkolom van onderstaande tabel enige achtergrondinformatie opgenomen en duiden we eventueel aan welke bepalingen hun oorsprong vinden in regelgeving. Zo weet u van welke zaken u inhoudelijk niet kunt afwijken. We hopen dat ons model u kan inspireren om te komen tot een goed werkbaar en op maat gesneden arbeidsreglement voor uw school.
Bevoegdheid goedkeuring
De gemeenteraad is bevoegd om dit arbeidsreglement goed te keuren maar kan dit in het Vlaams Gewest delegeren naar het schepencollege, zie artikel 41, tweede lid, 2° Decreet Lokaal Bestuur
Overleg- en onderhandelingsprocedure (wet van 8 april 1965 – hoofdstuk IIIbis)
Voor het opstellen en wijzigen van het arbeidsreglement moeten de onderhandeling- en overlegprocedures worden gevolgd zoals geregeld in de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel („syndicaal statuut‟):
– voor de bepalingen uit het arbeidsreglement die onderhandelingsmaterie zijn, moet de onderhandelingsprocedure worden gevolgd (bijvoorbeeld: de arbeidsduur en de organisatie van het werk, jaarlijkse vakantieregeling);
– voor de bepalingen uit het arbeidsreglement die overlegmaterie zijn, moet de overlegprocedure worden gevolgd (bijvoorbeeld: uurroosters, bepalingen i.v.m. bescherming tegen geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk).
Bepalingen die gewoon worden overgenomen uit bestaande reglementering of die vroeger al zijn onderhandeld of overlegd en in het arbeidsreglement ongewijzigd worden overgenomen, moeten niet opnieuw worden onderhandeld of overlegd alsof ze nooit hebben bestaan. Ook al zou het arbeidsreglement enkel uit dergelijke bepalingen bestaan, toch moet het arbeidsreglement zelf worden overlegd, al was het maar omdat de overleggende partijen het wel moeten eens zijn over het feit dat de bestaande regels correct worden overgenomen en/of dat de verwijzing naar bestaande teksten correct en op een voor iedereen begrijpelijke wijze gebeurt.
Opgelet:
– De bepalingen die noch onderhandelingsmaterie, noch overlegmaterie zijn, maar die verplicht moeten worden vermeld in het arbeidsreglement, worden toch onderworpen aan de overlegprocedure! Dit geldt voor de vermelding van de plaats van de EHBO-koffer, de EHBO-hulpverlener, naam geneesheer tot wie slachtoffer van arbeidsongeval zich kan wenden, adres inspectiediensten belast met toezicht op bescherming van werknemers).
– Er geldt bovendien een specifieke procedure voor materies die onderworpen zijn aan de overlegprocedure maar waarbij geen unaniem gemotiveerd advies wordt bekomen in het overlegcomité. In dat geval wordt het geschil door de voorzitter van het overlegcomité ter kennis gebracht van de Inspecteur van de sociale wetten binnen een termijn van 15 dagen volgend op de dag waarop het proces-verbaal van het comité een definitief karakter heeft gekregen. Deze ambtenaar probeert binnen een termijn van 30 dagen, de uiteenlopende standpunten te verzoenen. Lukt dit niet, dan wordt het geschil binnen 15 dagen na het proces-verbaal van niet-verzoening onderworpen aan de onderhandelingsprocedure. Nadat het protocol van het onderhandelingscomité een definitief karakter heeft gekregen (protocol van akkoord of van niet-akkoord), stelt de overheid het arbeidsreglement vast of brengt de wijzigingen in het arbeidsreglement aan. Merk op dat dergelijke verzoeningsprocedure enkel geldt binnen de context van het arbeidsreglement.
Bekendmaking van het arbeidsreglement
In elke vestigingsplaats moet er een afschrift van het arbeidsreglement aanwezig zijn. De personeelsleden moeten het op elk ogenblik en zonder tussenpersoon kunnen inkijken. In de hoofdschool moet bovendien op een gemakkelijk toegankelijke plaats een bericht worden aangeplakt met de vermelding van de plaats waar het arbeidsreglement kan worden geraadpleegd. Elk personeelslid dient bij zijn indiensttreding een kopie van het arbeidsreglement te ontvangen. Hij moet ook een kopie van iedere wijziging ontvangen. Het gaat om een absolute verplichting. Bij het niet naleven ervan is het personeelslid niet gebonden door de bepalingen van het arbeidsreglement. Het schoolbestuur en de directeur hebben er dus alle belang bij een schriftelijk bewijs te hebben dat aantoont dat het personeelslid een exemplaar heeft ontvangen. De personeelsleden moeten ook op een gemakkelijk toegankelijke plaats inzage kunnen hebben in de teksten waar het arbeidsreglement naar verwijst. Er moet binnen de acht dagen vanaf de datum van inwerkingtreding van het arbeidsreglement een afschrift worden bezorgd aan het regionaal bureau van de Inspectie van de sociale wetten.
Dit document kan nu online worden ingevoerd via www.arbeidsreglement.belgie.be. De toegang tot deze applicatie gebeurt met de elektronische identiteitskaart (eID). Het systeem van aanmelden is hetzelfde als bij andere online diensten van de overheid (zoals tax-on-web).
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen en definities1.1 DraagwijdteArt.1 Dit arbeidsreglement is een reglement van inwendig bestuur en heeft een afdwingbaar karakter. Art.2 Dit arbeidsreglement is ondergeschikt aan dwingende wetsbepalingen en hun uitvoeringsbesluiten. Art.3 De arbeidsvoorwaarden die een gevolg zijn van andere wettelijke, decretale en reglementaire bepalingen dan deze opgesomd in dit arbeidsreglement blijven onverkort gelden. Het gaat onder meer over de rechten en plichten opgesomd in het Decreet Rechtspositie voor de personeelsleden gesubsidieerd door het ministerie van Onderwijs en Vorming. 1.2 ToepassingsgebiedArt.4 Dit reglement is van toepassing op het gesubsidieerd personeel zoals bedoeld in het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding (verder genoemd Decreet Rechtspositie) met name:
tewerkgesteld in een ambt van een van volgende categorieën:
die tewerkgesteld zijn in de gemeentelijke basisscholen van de gemeente Oud-Heverlee met inbegrip van de personeelsleden die in deze scholen tewerkgesteld zijn via reaffectatie of wedertewerkstelling. 1.3 DefinitiesArt.5 Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:
HOC: het hoog overlegcomité. In dit comité zetelen afgevaardigden van het schoolbestuur en van de representatieve vakorganisaties. Zij overleggen vooraf over bepaalde grondregelingen met betrekking tot personeelsaangelegenheden, o.a. over voorliggend arbeidsreglement (bijvoorbeeld: uurroosters, bepalingen i.v.m. bescherming tegen geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk).
|
Toelichting Wet van 8 april 1965 tot instelling van de arbeidsreglementen, zoals gewijzigd Art. 3: Zie o.a. art. 9-15 Decreet Rechtspositie. 1.2 Toepassingsgebied Deze opsomming omvat alle personeelsleden, gesubsidieerd door het ministerie van Onderwijs en Vorming die tewerkgesteld kunnen zijn in een basisschool. Het is dus ook van toepassing op personeelsleden die vervangingen doen. Desgevallend kan dit arbeidsreglement ook van toepassing worden gemaakt op het niet-gesubsidieerd onderwijspersoneel. Opgelet: het volstaat niet om deze niet-gesubsidieerde onderwijspersoneelsleden zomaar bij het toepassingsgebied te vermelden. De onderwijsregelgeving kan voor hen namelijk enkel van toepassing worden gemaakt voor de items waarvoor in de lokale gemeentelijke rechtspositieregeling van het gemeentepersoneel een afwijking is opgenomen voor het niet-gesubsidieerd onderwijspersoneel. Met andere woorden: er moet een rechtsbasis zijn. Hou daarbij rekening dat niet voor alle bepalingen van de gemeentelijke rechtspositieregeling de onderwijsregelgeving kan worden gevolgd. Bijvoorbeeld: de onderwijsregelgeving rond tucht kan niet worden toegepast op niet-gesubsidieerde onderwijspersoneelsleden omdat de kamer van beroep geen bevoegdheden heeft ten aanzien van niet-gesubsidieerd onderwijspersoneel. Indien ervoor wordt geopteerd om de niet-gesubsidieerde onderwijspersoneelsleden in het toepassingsgebied van dit arbeidsreglement op te nemen, zal voor de bepalingen waarvoor de onderwijsregelgeving niet wordt gevolgd, telkens moeten worden verwezen naar de gemeentelijke regeling. Vergeet niet om voor het niet-gesubsidieerd personeel te onderhandelen/overleggen in het bijzonder onderhandelingscomité / het hoog overlegcomité (HOC) van de gemeente. Een alternatief is om voor de niet-gesubsidieerde onderwijspersoneelsleden een afzonderlijk arbeidsreglement uit te werken met daarin de bepalingen die specifiek voor hen van toepassing zijn. Dit zal een combinatie zijn van elementen uit het arbeidsreglement van het gesubsidieerd onderwijspersoneel en uit dat van het „gewoon‟ gemeentepersoneel, naargelang de afwijkingen in de lokale gemeentelijke rechtspositieregeling. 1.3 Definities §3. Door deze definiëring omvat de term ‘directeur’ in dit arbeidsreglement niet alleen de titularis zelf maar desgevallend ook zijn door het schoolbestuur aangeduide vervanger . §6. In scholengemeenschappen die uitsluitend bestaan uit scholen die behoren tot hetzelfde schoolbestuur worden de bevoegdheden van het OCSG uitgeoefend door het afzonderlijk bijzonder comité (ABOC). |
||||||||||||||||||||||||||||||
Hoofdstuk 2 Arbeidsduur, arbeidstijd, prestatieregeling, vakantieregeling2.1 AlgemeenArt.6 Het schooljaar begint op 1 september en eindigt op 31 augustus. Art.7 De lessen worden in aantal gelijkmatig gespreid over 9 halve dagen, van maandag tot en met vrijdag. De woensdagnamiddag is vrij. Art.8 De normale openingsuren van de school zijn de volgende:
(’s Morgens ten vroegste aanvangen om 08.00 uur. ’s Avonds ten vroegste eindigen om 15.00 uur en ten laatste om 17.00 uur, dit is niet te begrijpen als de wekelijkse arbeidsduur van de personeelsleden. Art.9 De rustpauzes worden, behoudens afwijkingen voorzien in de individuele uurroosters, als volgt toegekend: Voormiddag: van 10u20 tot 10u45 Namiddag: van 14u20 tot 14u40 Art.10 De middagpauze wordt, behoudens afwijkingen voorzien in de individuele uurroosters, als volgt toegekend: van 12u15 tot 12u45. Art.11 De directeur stelt het lessenrooster op. Art.12 De directeur stelt het ontwerp van individuele uurroosters van de personeelsleden op, met inbegrip van de toezichtroosters en rustpauzes. Hij streeft hierbij naar een optimale afstemming op de noden van de organisatie rekening houdend met een billijke verdeling tussen de personeelsleden. Art.13 Alle uurroosters die voorkomen of kunnen voorkomen op school maken integraal deel uit van het arbeidsreglement. Ze worden opgenomen in bijlage 1 van dit arbeidsreglement / een aparte map uurroosters/schoolorganisatie. Elk personeelslid ontvangt een exemplaar van zijn individuele uurrooster dat vanaf dan bindend wordt voor beide partijen. Bij elke wijziging hiervan ontvangt het betrokken personeelslid een aangepaste versie. Het personeelslid ondertekent zijn individueel uurrooster of een aangepaste versie voor ontvangst. Art.14 Het personeelslid leeft zijn individueel uurrooster stipt na. De afstand of de verplaatsing zijn, behoudens overmacht, geen rechtvaardiging voor afwezigheden of te laat komen. Art.15 De wekelijkse arbeidsduur is vastgesteld als volgt
- bestuurs- en onderwijzend personeel: maximum 26 klokuren; - beleids- en ondersteunend personeel: 36 klokuren - het paramedisch personeel: 32 klokuren
Art.16
Art.17 Elk personeelslid is verplicht de personeelsvergaderingen, oudercontacten en pedagogische studiedagen bij te wonen, tenzij het dienstorder anders bepaalt. Art.18 Opendeurdagen en schoolfeesten met leerlingenactiviteiten kunnen tijdens het weekend worden georganiseerd. In dat geval kunnen de personeelsleden gedurende maximaal 2 beurten per jaar verplicht worden om aan deze activiteiten deel te nemen. Alle personeelsleden die minimaal een halftijdse opdracht in de school vervullen, moeten naar evenredigheid hun medewerking aan deze activiteiten verlenen. Indien een personeelslid in meerdere scholen fungeert overleggen de betrokken directeurs over de medewerking van dit personeelslid. Deelname aan andere activiteiten tijdens weekends gebeurt op vrijwillige basis. Art.19
Art.20 De lessen kunnen drie halve dagen per schooljaar geschorst worden voor het houden van pedagogische studiedagen. Art.21 De duur van de jaarlijkse vakantie wordt geregeld conform de bepalingen van de onderwijsreglementering. Art.22 De normale rustdagen zijn de jaarlijkse vakantiedagen: herfst-, kerst-, krokus-, paas- en zomervakantie; Art.23 Er is bovendien vakantie op volgende dagen: 11 november, 1 mei, Paasmaandag, Hemelvaartsdag en de daaropvolgende dag en Pinkstermaandag, voor zover zij niet in een vakantieperiode vallen. Art.24 Per schooljaar legt het schoolbestuur twee facultatieve vakantiedagen vast. Deze facultatieve vakantiedagen worden ten laatste op 15 juni van het voorafgaande schooljaar vastgelegd in de jaarkalender en aan de personeelsleden meegedeeld via een dienstorder. Art.25 De lessen kunnen de laatste schooldag vóór de zomervakantie één halve dag geschorst worden om de school in staat te stellen opdrachten verbonden aan het einde van het schooljaar, zoals oudercontacten, te realiseren. Art.26 De lessen kunnen de dag na de parlementaire, provinciale of gemeentelijke verkiezingen worden geschorst wanneer de lokalen naar aanleiding van die verkiezingen gebruikt zijn voor het inrichten van stemopnemingsbureaus. De directeur brengt de personeelsleden hiervan per dienstorder op de hoogte. Art.27 Het schoolbestuur van de school waaraan het personeelslid geaffecteerd is, blijft werkgever van het personeelslid ook al wordt het ingezet in een school van de scholengemeenschap van een ander schoolbestuur. Art.28 Het schoolbestuur houdt bij het inzetten van het personeel rekening met volgende principes:
2.2 Directeur2.2.1 De directeur van een schoolArt.29 De directeur is tijdens de normale aanwezigheid van de leerlingen én telkens wanneer de dienst het vereist, in één van de vestigingsplaatsen aanwezig, behoudens gerechtvaardigde afwezigheden in dienstverband. Art.30 De directeur kan worden ingezet voor de vervulling van opdrachten voor de totaliteit van de scholengemeenschap. Art.31 De directeur/adjunct-directeur met onderwijsopdracht en/of opdracht ICT-coördinator en/of zorgcoördinator moet de nodige regelingen treffen om deze taak naar behoren uit te oefenen. Art.32 Tijdens de schoolvakanties moet de directeur de prestaties uitvoeren die noodzakelijk zijn om de goede werking van de school te garanderen, maar tijdens de zomervakantie moet een vakantieperiode van zes weken gegarandeerd zijn, waarvan een ononderbroken periode van vijf weken op te nemen tussen 6 juli en 15 augustus. 2.2.2 De directeur coördinatie-scholengemeenschapArt.33 De directeur coördinatie-scholengemeenschap krijgt een administratieve standplaats toegewezen in een school behorend tot de scholengemeenschap. Art.34 Hij/zij wordt belast met een coördinerende managementfunctie op het niveau scholengemeenschap. Art.35 De prestaties van de directeur coördinatie-scholengemeenschap worden vastgelegd volgens de afspraken van de scholengemeenschap (o.a. beschikbaarheid, overleg, …). Art.36 De directeur coördinatie- scholengemeenschap kan worden ingezet voor de vervulling van opdrachten voor en in andere scholen van de scholengemeenschap of voor de vervulling van opdrachten voor de totaliteit van de scholengemeenschap. Art.37 De directeur coördinatie-scholengemeenschap is behoudens gerechtvaardigde afwezigheden in dienstverband, tijdens de normale aanwezigheid van de leerlingen en telkens wanneer de dienst het vereist, in één van de vestigingsplaatsen. Art.38 Tijdens de zomervakantie heeft de directeur coördinatie-scholengemeenschap recht op zes weken vakantie, waarvan een ononderbroken periode van vijf weken, op te nemen tussen 6 juli en 15 augustus. 2.3 Zorgcoördinator, ICT-coördinator en administratief medewerker2.3.1 AlgemeenArt.39 De zorgcoördinator, de ICT-coördinator en de administratief medewerker zijn inzetbaar voor de scholengemeenschap Art.40 Ze kunnen ingezet worden voor de vervulling van opdrachten voor en in andere scholen van de scholengemeenschap of voor de vervulling van opdrachten voor de totaliteit van de scholengemeenschap. 2.3.2 Bepalingen voor de zorgcoördinator / de ICT-coördinatorArt.41 De wekelijkse opdracht van de zorgcoördinator / de ICT-coördinator die voltijds fungeert bedraagt 36 klokuren. Art.42 De wekelijkse opdracht van de zorgcoördinator / de ICT-coördinator die deeltijds fungeert bedraagt steeds een evenredig deel van die 36 klokuren. Er wordt steeds afgerond naar een volledig uur. Art.43 Deze prestatieregeling kan niet beperkt blijven tot de periode van normale aanwezigheid van de leerlingen. Art.44 De schoolvakanties zijn vakantiedagen voor de zorgcoördinator / de ICT-coördinator. 2.3.3 Bepalingen voor de administratief medewerkerArt.45 De wekelijkse opdracht van de administratief medewerker die voltijds fungeert bedraagt 36 klokuren. Art.46 De wekelijkse opdracht van de administratief medewerker die deeltijds fungeert bedraagt een evenredig deel van die 36 klokuren. Er wordt steeds afgerond naar een volledig uur. Art.47 Vakantieregeling administratief medewerker
2.4 Onderwijzend personeelArt.48 De personeelsleden verzekeren de hoofdopdracht zoals jaarlijks vastgelegd door het schoolbestuur. Deze hoofdopdracht bestaat uit de lesopdracht en/of beleidsondersteuning en/of bijzondere pedagogische taken. De wekelijkse hoofdopdracht van personeelsleden met een voltijdse betrekking bedraagt voor volgende ambten als volgt: • het ambt van kleuteronderwijzer: minimum 24 lestijden en maximum 26 lestijden. • het ambt van onderwijzer in het gewoon lager onderwijs: minimum 24 lestijden en maximum 27 lestijden. • het ambt van leermeester godsdienst, niet-confessionele zedenleer en lichamelijke opvoeding: minimum 24 lestijden en maximum 28 lestijden. Art.49 De wekelijkse schoolopdracht van het onderwijzend personeel dat voltijds is tewerkgesteld, bedraagt maximaal 26 klokuren te presteren binnen de normale aanwezigheid van de leerlingen. Art.50 De wekelijkse schoolopdracht van het onderwijzend personeel dat deeltijds is tewerkgesteld, bedraagt ten hoogste een evenredig deel van de hierboven vermelde klokuren. Art.51 De personeelsleden verzekeren het toezicht binnen de normale aanwezigheid van de leerlingen. Rekening houdend met de schoolopdracht die van ieder personeelslid kan worden gevraagd, wordt een billijke verdeling uitgewerkt door de directeur in samenspraak met de syndicale afgevaardigden in de school. De criteria voor de invulling van de toezichtopdrachten worden onderhandeld in het ABOC. Art.52 Personeelsleden die buiten het individuele uurrooster verplicht aanwezig moeten zijn op vergaderingen of andere activiteiten kunnen deze tijd niet compenseren. Deze vergaderingen en activiteiten maken deel uit van de normale werking van de school. Art.53 Een personeelslid van het onderwijzend personeel kan worden ingezet voor de vervulling van opdrachten voor andere scholen van de scholengemeenschap Art.54 De schoolvakanties zijn vakantiedagen voor het onderwijzend personeel. Art.55 In functie van de goede werking van de school kan echter op hen maximum Deze opdrachten worden billijk verdeeld tussen de personeelsleden en worden jaarlijks voor 1 december meegedeeld. Art.56 Een personeelslid moet de nodige voorbereidingen treffen om de lessen stipt te kunnen laten aanvangen. Art.57 De organisatie van extra-murosactiviteiten in opdracht, wordt geregeld door de directeur in overleg met de betrokken personeelsleden. Behoudens uitzonderlijke omstandigheden wordt het tijdstip van deze activiteiten aan de personeelsleden meegedeeld voor eind september bij dienstorder. Art.58 De organisatie van extra-murosactiviteiten op initiatief van een of meerdere personeelsleden kan enkel mits voorafgaandelijk akkoord van de directeur. Art.59 Het personeelslid blijft tijdens de extra-murosactiviteiten verantwoordelijk voor het toezicht op de minderjarige leerlingen zowel tijdens de verplaatsing als tijdens de activiteit zelf. 2.5 Stafmedewerker-scholengemeenschapArt.60 De stafmedewerker-scholengemeenschap krijgt een administratieve standplaats toegewezen in een school behorend tot de scholengemeenschap. Art.61 De stafmedewerker-scholengemeenschap draagt actief bij tot het verhogen van het beleidsvoerend vermogen van de scholengemeenschap. Art.62 De stafmedewerker-scholengemeenschap kan ingezet worden voor de vervulling van opdrachten voor en in andere scholen van de scholengemeenschap of voor de vervulling van opdrachten voor de totaliteit van de scholengemeenschap. Art.63 De prestaties van de stafmedewerker-scholengemeenschap worden vastgelegd volgens de afspraken van de scholengemeenschap (o.a. beschikbaarheid, overleg, …). Art.64 De wekelijkse opdracht van de stafmedewerker-scholengemeenschap die voltijds fungeert bedraagt 36 klokuren. Art.65 De wekelijkse opdracht van de stafmedewerker-scholengemeenschap die deeltijds fungeert bedraagt een evenredig deel van 36 klokuren. Art.66 Voor de functie van stafmedewerker-scholengemeenschap geldt de vakantieregeling van het onderliggend ambt. Art.67 In functie van de goede werking van de school kan echter op hem/haar maximum 3 dagen een beroep worden gedaan binnen de lijst van opdrachten bepaald na onderhandeling in het afzonderlijk bijzonder onderhandelingscomité. Maar een ononderbroken vakantieperiode tussen 6 juli en 15 augustus moet gegarandeerd zijn. 2.6 KinderverzorgerArt.68 De opdracht van de kinderverzorger bestaat uit het uitvoeren van verzorgende taken ten aanzien van jonge kleuters en dit ter ondersteuning van de kleuteronderwijzer(s). Art.69 De wekelijkse opdracht van een voltijdse kinderverzorger bedraagt 32 klokuren. Art.70 De wekelijkse opdracht van de kinderverzorger die deeltijds is tewerkgesteld, bedraagt ten hoogste een evenredig deel van de hierboven vermelde klokuren. Art.71 Bij het toezicht binnen de normale aanwezigheid van de leerlingen treedt de kinderverzorger samen met de kleuteronderwijzer op. Rekening houdend met de opdracht van de kinderverzorger, wordt een billijke verdeling uitgewerkt door de directeur. Art.72 Bij toezicht tijdens extra-murosactiviteiten treedt de kinderverzorger op samen met de kleuteronderwijzer. Art.73 Personeelsleden die buiten het individuele uurrooster verplicht aanwezig moeten zijn op relevante vergaderingen of andere activiteiten, kunnen deze tijd niet compenseren. Deze vergaderingen en activiteiten maken deel uit van de normale werking van de school. Art.74 De schoolvakanties zijn vakantiedagen voor de kinderverzorgers. Art.75 In functie van de goede werking van de school kan echter op hen maximum 3 dagen een beroep worden gedaan binnen de lijst van opdrachten bepaald na onderhandeling in het afzonderlijk bijzonder onderhandelingscomité, maar een ononderbroken vakantieperiode tussen 6 juli en 15 augustus moet gegarandeerd zijn. |
Verplicht op te nemen hoofdstuk: Volgende elementen moeten hierin worden geregeld: – aanvang en einde gewone arbeidsdag – tijdstip en duur rusttijden – dagen van regelmatige onderbreking arbeid – deeltijdse arbeidstijdregeling – uurroosters – jaarlijkse vakantie Art. 6-10: Besluit van de Vlaamse Regering van 17/04/1991 tot organisatie van het schooljaar in het basisonderwijs, in het deeltijds onderwijs en in het onderwijs voor sociale promotie georganiseerd, erkend of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap Art 8: Onder de normale openingsuren van de school verstaan we de uren waarbinnen alle personeelsleden met een voltijdse opdracht hun prestaties moeten leveren. Deze wekelijkse schoolopdracht moet in principe worden gepresteerd binnen de normale aanwezigheid van de leerlingen (art. 163, §1, 2de lid van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997). Onder dit laatste verstaat men de periode die loopt vanaf 15 minuten voor de eerste les ’s morgens tot 15 minuten na de laatste les ’s middags en vanaf 15 minuten voor de eerste les ’s namiddags tot 15 minuten na de laatste les ’s avonds (art. 3, 43° decreet basisonderwijs). Art. 11-12: Houd er rekening mee dat er een half uur rust moet worden toegekend wanneer de arbeidstijd per dag meer dan zes uur bedraagt. Bovendien mag de arbeidsduur niet meer bedragen dan 11 uur per dag. Regelgeving: wet van 14/12/2000 tot vaststelling van sommige aspecten van de organisatie van de arbeidstijd in openbare sector. Art.10: Er moet rekening gehouden worden met het Besluit van de Vlaamse Regering van 17/06/1997 betreffende de opdracht van het personeel in het basisonderwijs. Het middagtoezicht is opgenomen in de lijst van taken die niet tot het taken- en opdrachtenpakket van het personeel kunnen behoren Art. 12-13: Individuele uurroosters Het arbeidsreglement moet alle mogelijke toepasselijke (individuele), niet-gepersonaliseerde uurroosters bevatten die in de school voorkomen (of kunnen voorkomen). Deze uurroosters maken deel uit van het arbeidsreglement, hetgeen impliceert dat ze de syndicale procedure volgen (overleg) en door de gemeenteraad worden vastgelegd via het arbeidsreglement. Om de syndicale procedure niet te verzwaren, is het aangewezen om aan elk individueel personeelslid voorafgaandelijk zijn akkoord te vragen met zijn individueel uurrooster. Tijdens de procedure kan men zich dan focussen op de niet-gepersonaliseerde uurroosters waartegen protest is geuit. Opgelet: ook al gaat het individueel personeelslid akkoord met zijn uurrooster, toch blijft de procedure van toepassing. Deze procedure kan merkelijk worden vereenvoudigd indien het opstellen van de uurroosters door de gemeenteraad wordt omschreven als dagelijks personeelsbeheer. Dan wordt namelijk de algemeen directeur hiervoor bevoegd én kan hij deze bevoegdheid delegeren naar de leidinggevenden. Elke aanpassing of toevoeging van een uurrooster blijft wel voorwerp uitmaken van syndicaal overleg.’ Art. 13,14: In het arbeidsreglement wordt het algemeen kader geschetst. Afwijkingen kunnen worden opgenomen in de toezichtroosters, op voorwaarde dat dit ook uitdrukkelijk in het arbeidsreglement is bepaald. Art.15: De wekelijkse schoolopdracht kan evenwel verschillend zijn naargelang het ambt waarin men is tewerkgesteld §3: Omzendbrief van 30/06/2005 betreffende Puntenenveloppen voor scholen en scholengemeenschappen basisonderwijs: personeelsformatie en personeelsaspecten Alle personeelsleden die zijn aangesteld op basis van de puntenenveloppen hebben een prestatieregeling van 36 klokuren voor een voltijdse betrekking. Deze opdracht moet als een totale opdracht worden beschouwd en kan niet, zoals bij de leerkracht, uitgedrukt worden in een aantal contacturen. Deze opdracht wordt breder gedefinieerd in een voltijdse opdracht waarin de volledige functie als basis is opgenomen. Deze totale opdracht omvat ook activiteiten zoals overleg, voorbereidingen, thuiswerk... Het schoolbestuur of de directeur beslist uiteindelijk in welke mate de aanwezigheid op school is vereist. Art. 16-: Aangewezen om hierover bepalingen op te nemen, zo niet zijn ze niet afdwingbaar. De hier vermelde frequenties en bekendmakingen zijn louter suggesties. Art.17 : Via de functiebeschrijvingen wordt afgesproken welke taken een deeltijds aangesteld personeelslid hoort op te nemen. Art.18: Decreet basisonderwijs van 25/02/1997 art.163 Art. 20 : Besluit van de Vlaamse Regering van 17/04/1991 tot organisatie van het schooljaar in het basisonderwijs,..art.3 Art. 21: Er is geen aparte vakantieregeling voor het officieel gesubsidieerde onderwijs (uitgezonderd voor de administratief medewerker). We stellen voor de vakantieregeling van het gemeenschapsonderwijs over te nemen: KB van 15/01/1974 , hoofdstuk I, art. 1, §2, c) Voor de vakantieregeling van de administratief medewerker stellen we voor de regeling uit het ontwerpbesluit van de Vlaamse Regering te volgen (in april 2011 nog onder voorbehoud van goedkeuring). Zie hiervoor ook de ministeriële omzendbrief van 31/03/2011 betreffende de vakantieregeling voor de administratief medewerker en voor bepaalde personeelsleden van het administratief personeel. Art. 22 – 25: Besluit van de Vlaamse Regering van 17/04/1991 tot organisatie van het schooljaar in het basisonderwijs, in het deeltijds onderwijs en in het onderwijs voor sociale promotie georganiseerd, erkend of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap Omzendbrief OND/I/3/GC van 06/03/1995: Het gebruik van schoollokalen bij verkiezingen - regeling vanaf het schooljaar 1994-1995 Art.27- 28: 26-27-28: DRP van 27/03/1991 (ODXXI) art.36octies Art.30: DRP van 27/03/1991 art.36octies Art.34 : Omzendbrief van 30/06/2005 betreffende Puntenenveloppen voor scholen en scholengemeenschappen basisonderwijs: personeelsformatie en personeelsaspecten Art 36 : Art.40 Art. 41,42,43: Besluit van de Vlaamse regering van 17.06.’97 betreffende de opdracht van het personeel in het basisonderwijs, artn. 26bis en 26ter. Omzendbrief van 17.06.’97 betreffende prestatieregeling, punt 2. Omzendbrief van 30.06.’05 betreffende de puntenenveloppen voor scholen en scholengemeenschappen basisonderwijs : personeelsformatie en personeelsaspecten, punt 2.1. Art. 44: Omzendbrief van 30/06/2005 betreffende Puntenenveloppen voor scholen en scholengemeenschappen basisonderwijs: personeelsformatie en personeelsaspecten , punt 2.6. Art.45: Besluit van de Vlaamse regering van 17.06.’97 betreffende de opdracht van het personeel in het basisonderwijs, artn. 26bis en 26ter. Omzendbrief van 30/06/2005 betreffende Puntenenveloppen voor scholen en scholengemeenschappen basisonderwijs: personeelsformatie en personeelsaspecten , punt 2.1. Omzendbrief van 17.06.’97 betreffende prestatieregeling. Art.47: Voor de vakantieregeling van de administratief medewerker stellen we voor de regeling uit het ontwerpbesluit van de Vlaamse Regering te volgen (in april 2011 nog onder voorbehoud van goedkeuring). Zie hiervoor ook de ministeriële omzendbrief van 31/03/2011 betreffende de vakantieregeling voor de administratief medewerker en voor bepaalde personeelsleden van het administratief personeel. Art.48-51: Besluit van de Vlaamse Regering van 17.06’97 betreffende de opdracht van het personeel in het basisonderwijs. art. 8 t.e.m. art. 12 + art. 16 Decreet Basisonderwijs van 25 februari 1997, art. 163, 164 en 165. ODXXI en aanpassing van plage-lestijden vanaf 1/9/2011: Binnen de scholengemeenschap mogen in het gewoon lager onderwijs maximaal 10% plage-lestijden worden ingericht ten opzichte van de totale personeelsformatie in het ambt van onderwijzer. Een onderwijzer kan enkel met een derde plage-lestijden worden belast als dat om organisatorische redenen noodzakelijk is. Omzendbrief van 17.06.’97 betreffende prestatieregeling, punt 1.1. + schema 1. Art.57: De opdracht kan dit bijvoorbeeld vereisen indien het klaslokaal moet klaargezet worden voor de les of opgeruimd worden na de les Art.60-67 : Omzendbrief van 30/06/2005 betreffende Puntenenveloppen voor scholen en scholengemeenschappen basisonderwijs: personeelsformatie en personeelsaspecten Art.68-art.72 Decreet Basisonderwijs van 25.02.’97, art. 163. Besluit van de Vlaamse regering van 17.06.’97 betreffende de opdracht van het personeel in het basisonderwijs, art. 16bis. Art.73 Omzendbrief van 17.06.’97 betreffende prestatieregeling, punt 1.3. Sinds 1 september 2001 behoort in het gewoon kleuteronderwijs het wervingsambt van kinderverzorger tot de personeelscategorie van paramedisch personeel. De schoolopdracht van een voltijdse kinderverzorger bedraagt 32 klokuren. Deze opdracht kan niet beperkt blijven tot de normale aanwezigheid van de leerlingen. Oudercontacten, personeelsvergaderingen en opdrachten bepaald na overleg of onderhandelingen vallen niet binnen de schoolopdracht, maar behoren wel tot de opdracht. Deze opdrachten vallen niet noodzakelijk binnen de periode van normale aanwezigheid van de leerlingen. |
||||||||||||||||||||||||||||||
Hoofdstuk 3 Afwezigheden en verlof3.1 Individuele afwezighedenArt.76 Bij te laat komen moet het personeelslid zich vooraf aanmelden bij de directeur of in geval van zijn afwezigheid, op het secretariaat. Art.77 Bij vroegtijdig verlaten van de arbeidsplaats verwittigt het personeelslid onmiddellijk de directeur of in geval van zijn afwezigheid, het secretariaat, en motiveert hij zijn vertrek. Art.78 Bij afwezigheid, om welke reden dan ook, verwittigt het personeelslid zo spoedig mogelijk de directeur of in geval van zijn afwezigheid, het secretariaat, zo mogelijk vóór de aanvang van de opdracht en met vermelding van de reden en van de waarschijnlijke duur van de afwezigheid. Art.79 De directeur meldt elke onwettige afwezigheid van een personeelslid schriftelijk aan het college van burgemeester en schepenen. Het personeelslid ontvangt een kopie van dit schrijven. Art.80 Behoudens overmacht, overhandigt het personeelslid aan zijn vervanger het nodige om de continuïteit van de lessen te kunnen verzekeren. 3.2 ZiekteArt.81 Bij afwezigheid wegens ziekte is het personeelslid gehouden de op hem/haar toepasselijke reglementering inzake ziekteverloven correct na te leven. Art.82 Ingeval van ziekte verwittigt (of laat verwittigen) het personeelslid de directeur telefonisch of per mail, en dit voor de aanvang van de opdracht. Art.83 Bij verlenging van het ziekteverlof verwittigt het personeelslid de directeur ten laatste op de vooravond van de dag waarop het lopende verlof verstrijkt. Art.84 Bij vervroegde terugkeer uit ziekteverlof verwittigt het personeelslid de directeur ten laatste op de vooravond van de dag waarop het personeelslid vervroegd terugkeert uit ziekteverlof. Art.85 Het schoolbestuur of de directeur kan vanaf een afwezigheid van één dag wegens ziekte een controleonderzoek aanvragen. Indien het initiatief uitgaat van de directeur, stelt hij het schoolbestuur hiervan op de hoogte. Het personeelslid moet zich aan het controleonderzoek onderwerpen. Het controleonderzoek omvat alle medische, gespecialiseerde, klinische en radiologische onderzoeken. Het controleonderzoek is kosteloos voor de werknemer. 3.3 Afwezigheids- en verlofstelselsArt.86 Het personeel kan genieten van een persoonlijk(e) verlof, afwezigheid, loopbaanonderbreking, zorgkrediet of dienstvrijstelling volgens de modaliteiten vastgelegd in: de onderwijsreglementering; het reglement inzake modaliteiten van aanvraag en toekenning van verlofstelsels goedgekeurd door de gemeenteraad. Art.87 Een dienstvrijstelling dient door het personeelslid voor 1 mei aan het schoolbestuur aangevraagd te worden. Het college van burgemeester en schepenen kan ad hoc beslissen om aan personeelsleden een dienstvrijstelling toe te kennen. Dit wordt meegedeeld per dienstorder. |
Art.87
|
||||||||||||||||||||||||||||||
|
Hoofdstuk 4 Meting van en controle op de arbeidArt.88
|
Verplicht op te nemen hoofdstuk
Art88 §2 Neem hier uw eigen registratiesysteem op. Bijvoorbeeld het ondertekenen van een aanwezigheidslijst, het bijhouden van een meldingsregister, … |
Hoofdstuk 5 Betaling van het salarisArt.89
Art.90
Art.91 Het personeelslid kan de “schoollisting “met de salarisgegevens die het Agentschap voor Onderwijsdiensten doorstuurt naar de school, raadplegen op het secretariaat van de school voor wat de gegevens over het eigen salaris betreft. Het personeelslid kan het individueel dossier raadplegen via ‘Mijn onderwijs’. Art.92 Het schoolbestuur vergoedt de kosten van het woon-werkverkeer van het personeelslid volgens de reglementaire bepalingen ter zake. Art.93 Het schoolbestuur vergoedt, volgens de reglementaire bepalingen ter zake, de kosten indien een personeelslid in opdracht van het schoolbestuur tijdelijk onderwijs aan huis verstrekt Art.94 (belangrijke opmerking:
OF Het personeelslid dat in opdracht van het schoolbestuur een occasionele dienstverplaatsing maakt met de eigen wagen, moto of bromfiets is vanuit het schoolbestuur omnium verzekerd. Het bedrag van de kilometervergoeding voor verplaatsingen met de eigen wagen, moto of bromfiets bedraagt 90% (of een hoger percentage) van het bedrag waarop de federale ambtenaren recht hebben.
|
Verplicht op te nemen hoofdstuk met daarin:
PERS/2014/02
KB van 30 januari 1979: art.11
Art. 92: BVR van 8 juli 2011 betreffende de volledige ten laste neming door de werkgever in der onderwijssector van de vervoerskosten voor het openbaar vervoer naar en van het werk en de toekenning van een fietsvergoeding voor het woon-werkverkeer M.O. 13AC/CR/JVM/JS van 22/12/2000 : Uitvoering van de sectorale programmatie van de jaren 1999 en 2000 van de sector “Onderwijs” van de Vlaamse Gemeenschap. Volledige ten laste neming door de werkgever van de vervoerskosten voor het openbaar vervoer naar en van het werk. Toekenning van een fietsvergoeding voor het woon-werkverkeer.
Art.94 Decreet Rechtspositie – artikel 17septies §1. Het bedrag voor de federale ambtenaren wordt jaarlijks bepaald in uitvoering van artikel 13 van het koninklijk besluit van 18 januari 1965 houdende algemene regeling inzake reiskosten. Het schoolbestuur kan dit bedrag met maximum 10 % verminderen, op voorwaarde dat ze daarnaast een omniumverzekering heeft afgesloten voor dienstverplaatsingen. |
Hoofdstuk 6 LeerlingentoezichtArt.95 Het personeelslid mag leerlingen die onder zijn toezicht staan, geen opdrachten geven die los staan van de lesactiviteit en waarvoor de leerling zich buiten de school moet begeven. Art.96 Het personeelslid mag aan de leerlingen geen toestemming geven om de school vroegtijdig te verlaten, ook niet tijdens lesonderbrekingen, tenzij de directeur hiermee instemt of per dienstorder andere richtlijnen worden meegedeeld hieromtrent. In voorkomend geval maakt het personeelslid de nodige afspraken met de ouders. Art.97 In geval van extra-murosactiviteiten leeft het personeelslid de bepalingen na die hierover beschreven staan in dit reglement. Het personeelslid maakt met de directeur en desgevallend de ouders afspraken inzake voldoende begeleiding van de minderjarige leerlingen, de bereikbaarheid van het personeelslid, de verplaatsing van en naar de activiteit. Art.98 Het personeelslid dat zijn taak wegens dringende redenen moet onderbreken, zorgt ervoor dat de leerlingen niet zonder toezicht blijven en verwittigt de directeur. Art.99 Wanneer zich een ongeval of een ernstig feit voordoet met een leerling, verwittigt het personeelslid dat met het toezicht belast is, zo spoedig mogelijk de directeur. |
Hoofdstuk 6: het is sterk aangewezen hierover bepalingen op te nemen zodat ze afdwingbaar zijn |
Hoofdstuk 7 Functiebeschrijvingen en evaluatieArt.100
hoofdstuk Vbis en Vter van het Decreet Rechtspositie; en in de algemene afspraken (‘evaluatiereglement’) die het schoolbestuur na onderhandeling in het OCSG/ABOC heeft vastgelegd. Dit ‘evaluatiereglement’ is opgenomen in bijlage en maakt integraal deel uit van het arbeidsreglement. Elk personeelslid ontvangt er een kopie van.
Art.101 §1 Het evaluatiedossier met de geïndividualiseerde functiebeschrijving per ambt, desgevallend het verslag van het eerste formeel functioneringsgesprek, de van de eventueel er nog op volgende functioneringsgesprekken, de verslagen van andere acties in verband met coaching en de evaluatieverslagen worden in de school bewaard door de directeur (eerste evaluator), het evaluatiedossier van de directeur wordt bewaard door de algemeen directeur. Ook de eventuele schriftelijke opmerkingen van het personeelslid bij deze verslagen, maken hiervan deel uit. De directeur/algemeen directeur is gehouden door het ambtsgeheim. |
Hoofdstuk 7: Decreet Rechtspositie - Hoofdstuk Vbis en Vter M.O. Pers/2007/09 van 29/10/2007 – functiebeschrijving en evaluatie
Zie modeldocumenten OVSG
|
Hoofdstuk 7bis Beoordeling aan de vooravond van TADDArt. 100bis §1. Het tijdelijk personeelslid van bepaalde duur dat aan de vooravond van zijn TADD een beoordeling met werkpunten of een negatieve beoordeling ontvangt, kan hiertegen verhaal indienen bij het college van burgemeester en schepenen tot uiterlijk (redelijke termijn vermelden) kalenderdagen volgend op de schriftelijke mededeling van de beoordeling. Het verhaal wordt ingediend door middel van een gedateerd en ondertekend beroepsschrift dat aangetekend wordt ingediend bij het college van burgemeester en schepenen. Het beroepsschrift vermeldt op straffe van nietigheid ten minste het voorwerp van het beroep en de feitelijke omschrijving en motivering van de ingeroepen bezwaren. Er kunnen overtuigingsstukken worden bijgevoegd. (eventuele bijkomende vormvereisten vermelden) Het personeelslid kan vragen om gehoord te worden. §2. Het verhaal wordt behandeld door het college van burgemeester en schepenen dat beslist om de beoordeling met werkpunten/de negatieve beoordeling te bevestigen of te vernietigen. De beslissing wordt voor het einde van het schooljaar schriftelijk/aangetekend ter kennis gebracht aan het personeelslid. Bij overschrijding van deze termijn wordt de beoordeling met werkpunten/de negatieve beoordeling geacht vernietigd te zijn. §3. (Indien van toepassing) Is het personeelslid aangesteld in meerdere scholen van het schoolbestuur en krijgt het personeelslid tijdens eenzelfde schooljaar verschillende beoordelingen, dan gaat de negatieve beoordeling voor op de andere beoordeling(en. Is er geen negatieve beoordeling, dan gaat de beoordeling met werkpunten voor op de positieve beoordeling. |
|
Hoofdstuk 8 Ontslagregeling8.1 OpzeggingstermijnenArt.101 De opzeggingstermijnen voor de tijdelijk aangestelde personeelsleden in een wervingsambt die nog geen rechten hebben voor een tijdelijke aanstelling voor doorlopende duur zijn vastgelegd in de artikelen 21, 24 tot en met 29 en in de artikelen 60 en 61 van het Decreet Rechtspositie. Art.102 De opzeggingstermijnen voor de tijdelijk aangestelde personeelsleden met recht op een tijdelijke aanstelling voor doorlopende duur zijn vastgelegd in de artikelen 21, 60 tot en met 62bis en 64 van het Decreet Rechtspositie. Art.103 De opzeggingstermijnen voor de vast benoemde personeelsleden in een wervingsambt zijn vastgelegd in de artikelen 60 tot en met 62bis en 64 van het Decreet Rechtspositie. Art.104 De opzeggingstermijnen voor een tijdelijk aangestelde directeur zijn vastgelegd in artikel 42 van het Decreet Rechtspositie. Art.105 De opzeggingstermijnen voor een vast benoemde directeur zijn vastgelegd in de artikelen 43ter, 60 tot en met 62bis en 64 van het Decreet Rechtspositie. 8.2 Dringende redenenArt.106 Volgende ernstige tekortkomingen maken het voortduren van de tijdelijke aanstelling van bepaalde duur onmiddellijk en definitief onmogelijk, onder voorbehoud van de beoordelingsbevoegdheid van de Kamer van Beroep, en zonder dat deze lijst limitatief is: herhaalde niet-naleving van de strikte uurregeling, ongewettigde afwezigheid, opzettelijke wanprestatie, beledigingen of verwijten, druggebruik, alcoholintoxicatie en dronkenschap tijdens de diensturen, diefstal, geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag, bedrog, weigering om toevertrouwde taken en opdrachten uit te voeren, elk feit dat tegenstrijdig is met de goede zeden, overtreden van veiligheidsvoorschriften, opzettelijk schade toebrengen aan het gemeentebestuur, de school of de infrastructuur van de school, met inbegrip van het bewust binnenbrengen of verspreiden van een virus op de informaticaserver of elke poging om de veiligheidssystemen van de informatica te schenden, het kraken of kopiëren van websites; overbrengen aan derden van gegevens die beschermd zijn door ambtsgeheim, het regelmatig bezoeken of verspreiden, op om het even welke manier, van beelden of teksten met een racistisch of pornografisch karakter binnen de gemeentelijke inrichtingen, met inbegrip van de informaticaserver; het verspreiden van lasterlijke feiten; Art.107 De beroepsprocedure tegen het ontslag om dringende redenen is vastgelegd in artikel 25 (wervingsambten) en artikel 42, §6 (bevorderingsambten) van het Decreet Rechtspositie en in artikel 8bis van het besluit van de Vlaamse regering van 22 mei 1991 omtrent de preventieve schorsing en de tucht, alsmede omtrent het ontslag van sommige tijdelijke personeelsleden in het gesubsidieerd onderwijs en in de gesubsidieerde psycho-medisch-sociale centra. |
Opzeggingstermijnen verplicht opnemen
8.2 Dringende redenen Feiten en gebeurtenissen die voor het schoolbestuur een dringende reden kunnen uitmaken, moeten verplicht in het arbeidsreglement worden vermeld. Deze procedure is niet van toepassing op de vast benoemde personeelsleden en de TADD’ers. In principe is voor deze personeelsleden de tuchtprocedure van toepassing. Niettemin kunnen de opgesomde feiten ook als grondslag dienen om een tuchtprocedure op te starten, hetgeen voor zware feiten kan leiden tot ontslag. Art.106: Deze lijst van ernstige tekortkomingen zijn voorbeelden.
|
Hoofdstuk 9 Orde- en tuchtregelingArt.108 Preventieve schorsing Art.109 Een vast benoemd personeelslid, een personeelslid tijdelijk aangesteld van doorlopende duur of een in de school gereaffecteerd of weder tewerkgesteld personeelslid wordt op verslag van de algemeen directeur door het schoolbestuur onderworpen aan een tuchtonderzoek met een eventuele tuchtsanctie tot gevolg indien het handelt in strijd met de bepalingen inzake rechten en plichten van het personeel zoals voorzien in het Decreet Rechtspositie, het Decreet Lokaal Bestuur/de gemeentewet en dit arbeidsreglement. Art.110 De mogelijke tuchtstraffen zijn vastgelegd in de artikelen 64 tot en met 66 van het Decreet Rechtspositie. Art.111 Het orgaan dat bevoegd is om een (voorstel tot) tuchtstraf uit te spreken (bepaald in artikel 68 van het Decreet Rechtspositie) oordeelt autonoom over de zwaarte van de (voorgestelde) tuchtstraf. Het respecteert hierbij de motiveringsplicht van bestuurshandelingen in openbare dienst. Art.112 De beroepsprocedure tegen de preventieve schorsing en deze tuchtstraffen is vastgelegd in de artikelen 67bis en 72 van het Decreet Rechtspositie en de artikelen 13 tot en met 19 van het besluit van de Vlaamse regering van 22 mei 1991 omtrent de preventieve schorsing en de tucht, alsmede omtrent het ontslag van sommige tijdelijke personeelsleden in het gesubsidieerd onderwijs en in de gesubsidieerde psycho-medisch-sociale centra. |
Hoofdstuk verplicht opnemen
Decreet Rechtspositie - Hoofdstuk IX –Tuchtregeling Besluit van de Vlaamse regering van 22/05/1991 omtrent de preventieve schorsing en de tucht alsmede omtrent het ontslag van sommige tijdelijke personeelsleden in het gesubsidieerd onderwijs en in de gesubsidieerde CLB’s.
Voor een “gewoon” tijdelijk personeelslid gelden geen tuchtmaatregelen, zij kunnen enkel worden ontslagen om dringende redenen of met een opzegtermijn van 30 kalenderdagen. |
Hoofdstuk 10 PersoneelsdossierArt.113 Het schoolbestuur is houder van een bestand van persoonsgegevens. De verzamelde gegevens worden gebruikt om een personeelsbestand aan te leggen. Art.114 Het dossier van het personeelslid omvat een administratief dossier en desgevallend een tuchtdossier. Art.115 Het schoolbestuur of de personen die door het schoolbestuur zijn belast met het houden van het dossier en iedere andere persoon die het betreffende dossier mag inkijken, zijn gehouden door het ambtsgeheim. Art.116 Het personeelslid kan tijdens volgende uren kennisnemen van de inhoud van zijn dossier en kan een aanpassing vragen van eventuele fouten: na afspraak met de dienst onderwijs van de gemeente (onderwijs@oud-heverlee.be of 016/38 88 20) 10.1 Administratief dossierArt.117 Het administratief dossier bestaat uit de documenten (beslissingen, brieven, stukken,...) betreffende de loopbaan die door het ministerie van Onderwijs en Vorming of in het kader van de sociale wetgeving kunnen worden opgevraagd aangaande de indiensttreding, de opdrachtwijziging, de vaststelling van opdracht, de uitdiensttreding, de dienstonderbrekingen, de cumulatie en het pensioen. Art.118 Het personeelslid verschaft het schoolsecretariaat alle inlichtingen die noodzakelijk zijn voor inschrijving in of wijziging aan het administratief dossier. Art.119 Het schoolbestuur, de directeur en het personeelslid voegen steeds alle relevante stukken toe aan het administratief dossier. Art.120 Het personeelslid deelt aan het schoolbestuur en het schoolsecretariaat schriftelijk elke wijziging mee in zijn persoonlijke toestand die verband houdt met de aanstellingsbeslissing of met de bezoldigingsregeling, inzonderheid wijzigingen in de burgerlijke staat, de nationaliteit, de bekwaamheidsbewijzen, de samenstelling van het gezin, de woonplaats, de cumulaties en het bezit van burgerlijke en politieke rechten. Deze inlichtingen moeten vooraf of uiterlijk zeven kalenderdagen na het intreden van de wijzigingen meegedeeld worden en zo spoedig mogelijk gestaafd worden met de vereiste officiële documenten. Een kopie van deze officiële documenten wordt bewaard in het administratief dossier. Art.121 Wanneer de dossiers die bestemd zijn voor het ministerie van Onderwijs en Vorming voorzien in een afschrift voor het personeelslid, wordt dit afschrift hem/haar onverwijld bezorgd. 10.2 TuchtdossierArt.122 Het tuchtdossier omvat de stukken die worden opgesteld en verzameld met het oog op de toepassing van de tuchtregeling. Art.123 Zo nodig kunnen bepaalde stukken uit het administratief dossier en/of het evaluatiedossier (zie hoofdstuk 7) overgebracht worden naar het tuchtdossier. Art.124 De stukken worden genummerd en in chronologische volgorde gerangschikt. Er wordt een inventaris toegevoegd. Het schoolbestuur legt aan het personeelslid elk stuk dat in zijn tuchtdossier wordt opgenomen, voor ondertekening ter kennisneming voor. Art.125 De doorgehaalde tuchtstraffen worden na de decretaal voorziene termijn definitief uit het tuchtdossier verwijderd. |
|
Hoofdstuk 11 Bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de personeelsleden11.1 AlgemeenArt.126 §1 Het personeelslid komt de verplichtingen na die hem/haar zijn opgelegd door wetten, decreten, besluiten, omzendbrieven, reglementen, dienstorders en schoolwerkplan. Art.127 Alle berichten die het personeelslid aanbelangen (waaronder de vacantverklaringen), worden hem/haar bij dienstorder medegedeeld. Deze dienstorders zijn nadien te raadplegen op het schoolsecretariaat. 11.2 Ten aanzien van het schoolbestuur, de directeur en het personeelsteamArt.128 Het personeelslid erkent het gezag van het schoolbestuur, van zijn afgevaardigden en van de directeur van de school. Het personeelslid is gehoorzaamheid en respect verplicht aan deze instantie/personen. Art.129 De directeur en de personeelsleden moeten zich loyaal opstellen ten opzichte van de school en het bestuur in aanwezigheid van elkaar, leerlingen, ouders of derden. Art.130 Het personeelslid mag de gemeenteraadsleden niet belemmeren om de onderwijsinstelling te bezoeken overeenkomstig het huishoudelijk reglement van de gemeente. Gemeenteraadsleden hebben niet het recht om bij deze gelegenheid opmerkingen te maken aan het personeelslid, opdrachten of onderrichtingen te geven of leerlingen te ondervragen. Art.131 Het personeelslid mag de gemeenteraadsleden niet verhinderen om inzage te krijgen van elke akte en elk stuk betreffende het bestuur van de onderwijsinstelling (ongeacht de drager), overeenkomstig het huishoudelijk reglement van de gemeente. Art.132 Het personeelslid staat onder toezicht van de directeur en moet handelen volgens de instructies en opdrachten die hij van de directeur ontvangt. Het personeelslid mag niet verhinderen dat de directeur de klassen bezoekt zo dikwijls als hij nodig acht. Art.133 De directeur is door het schoolbestuur belast met de leiding over de school, met de uitvoering van de beslissingen van de gemeentelijke overheden en met de toepassing van de wets- en reglementaire bepalingen en de dienstorders met betrekking tot de school. Hij is ook bevoegd om de kwaliteit van de geleverde prestaties te controleren. Dit houdt ook de bevoegdheid in om de aan- en afwezigheden te controleren, de taken te verdelen, orde en tucht te handhaven. Art.134 Bij afwezigheid van de directeur wordt zijn opdracht waargenomen door een personeelslid dat door het schoolbestuur als verantwoordelijke wordt aangeduid. Art.135 Het schoolbestuur kan na overleg en rekening houdend met de bepalingen van de gemeentewet/het Decreet Lokaal Bestuur bepaalde taken en verantwoordelijkheden delegeren aan de directeur. Het schoolbestuur steunt de directeur in zijn gezag. Art.136 De directeur moet tegenover de personeelsleden de nodige objectiviteit, respect en redelijkheid aan de dag leggen. Art.137 Het personeelslid richt zich in principe via de directeur tot het schoolbestuur, die zo nodig zijn advies aan de vraag of het voorstel van het personeelslid toevoegt. De directeur bezorgt deze vraag of dit voorstel aan het schoolbestuur binnen zeven kalenderdagen, de schoolvakanties uitgezonderd, na ontvangst van de vraag of het voorstel. Art.138 Het schoolbestuur en de directeur steunen het gezag van het personeel ten aanzien van de leerlingen en hun ouders. Art.139 Het schoolbestuur en de directeur van de school laten ruimte voor de eigen persoonlijkheid van elk personeelslid, in zoverre deze de realisatie van het pedagogisch project, het schoolwerkplan en het goed functioneren van de school niet in de weg staat. Art.140 De directeur meldt elke door hem vastgestelde overtreding van dit reglement schriftelijk aan het college van burgemeester en schepenen. Het personeelslid ontvangt een kopie van dit schrijven. 11.3 Ten aanzien van ouders, leerlingen en derdenArt.141 Het personeelslid moet zich in zijn dienstrelaties en in de omgang met de leerlingen, de ouders van de leerlingen en het publiek op een correcte wijze gedragen. Het personeelslid moet alles vermijden wat het vertrouwen van het publiek kan schaden of afbreuk kan doen aan de eer of de waardigheid van zijn functie in het onderwijs. Art.142 Het personeelslid verleent aan de leerlingen / ouders de nodige informatie, openheid en samenwerking. Art.143 Het personeelslid respecteert in zijn omgang met de leerlingen de internationale en grondwettelijke beginselen inzake de rechten van de mens en van het kind in het bijzonder. Art.144 Het personeelslid is mede verantwoordelijk voor de pedagogische kwaliteit van de school. Art.145 Het personeelslid geeft blijk van een individuele bekommernis voor alle leerlingen en doet in hun belang aanbevelingen in de klassenraden of rechtstreeks aan de directeur. Het personeelslid moedigt de persoonlijke en collectieve inspanningen van de leerlingen aan en zet zich in voor het welzijn van alle leerlingen en werkt hieraan binnen het zorgbeleid. Art.146 De relaties met de ouders zijn gegrondvest op het wederzijds en gezamenlijk nastreven van het ontwikkelings- en opvoedingswelzijn van de leerling. Art.147 De directeur zorgt voor de nodige informatiekanalen (schoolagenda, rapport, ...) en zorgt er ook voor dat oudercontacten worden georganiseerd waarop ouders en personeelsleden elkaar op geregelde tijdstippen kunnen ontmoeten. Art.148 Het personeelslid mag geen onregelmatig ingeschreven leerlingen aanvaarden, tenzij mits uitdrukkelijke goedkeuring van de directeur. Art.149 Het personeelslid laat in de gebouwen van de school geen personen toe die vreemd zijn aan de school zonder de toestemming van de directeur. Art.150 Het personeelslid doet geen beroep op externen (gastsprekers, ouders...) zonder toestemming van de directeur. Art.151 De directeur stelt het schoolbestuur in kennis van een ongeval of ernstig feit binnen de school.
|
Art. 126, §2: Art. 193 van het Decreet Lokaal Bestuur. De deontologische code voor het gemeentepersoneel is integraal van toepassing is op het onderwijspersoneel van de gemeente, tenzij anders bepaald in het toepassingsgebied van deze code. Art.127: Vanaf september 2010 moeten de vacante betrekkingen in het kader van de vaste benoeming in wervingsambten niet langer meegedeeld worden aan enkel de potentiële kandidaten, maar aan alle personeelsleden van de scholen van de scholengemeenschap. Voorbeelden om de vacantverklaring van betrekkingen in het kader van vaste benoeming in wervingsambten openbaar te maken: de berichtgeving uithangen in de personeelslokalen van de scholen van de scholengemeenschap. Heb aandacht voor afwezige personeelsleden (zieken, personeelsleden die een verlofstelsel genieten,…). de berichtgeving via een schrijven bezorgen aan alle personeelsleden die op dat ogenblik aangesteld zijn in de scholen van de scholengemeenschap de berichtgeving via een digitale communicatie bezorgen aan alle personeelsleden die op dat ogenblik aangesteld zijn in de scholen van de scholengemeenschap. Heb er aandacht voor dat alle aangestelde personeelsleden toegang hebben tot deze digitale communicatie. Bij communicatie per mail bewaart de school/het schoolbestuur het bewijs van verzending. Voorbeeld om de vacantverklaring openbaar te maken: ad valvas uithangen op het secretariaat, de leraarskamer,… Art.130 Art. 29 en art. 56 van het Decreet Lokaal Bestuur. Art. 84 §2 van de Nieuwe Gemeentewet Het bezoekrecht van de raadsleden mag slechts een louter informatief karakter hebben. Raadsleden mogen zich niet in de plaats stellen van het schepencollege dat belast is met het werkelijke toezicht op het personeel en met het beheer van gemeentelijke inrichtingen. Ze mogen ook de goede werking van de diensten niet hinderen. Art. 131 Art. 29 van het Decreet Lokaal Bestuur. Art. 84 §1 en §2 van de Nieuwe Gemeentewet. Elk raadslid kan zijn inzagerecht persoonlijk en afzonderlijk uitoefenen. Het heeft evenwel niet het recht zich te laten bijstaan door een derde die geen deel uitmaakt van de gemeenteraad. Het inzagerecht heeft betrekking op alle stukken en alle akten van de gemeentelijke onderwijsinstelling, uitgezonderd een document dat nog ter bewerking of in een voorbereidend stadium is. Art. 135: Art.138: Wanneer de directeur tijdens de normale aanwezigheid van de leerlingen wegens gerechtvaardigde afwezigheid in dienstverband niet in de school of in één van de vestigingsplaatsen aanwezig is, kan het schoolbestuur een personeelslid aanduiden om de verantwoordelijkheden van de directeur gedurende zijn/haar afwezigheid op te nemen. Het personeelslid dat door het schoolbestuur wordt aangeduid, kan deze opdracht niet weigeren. Het personeelslid ontvangt hiervoor geen bestuursvergoeding, want het gaat niet om een reglementaire vervanging. Het is aangewezen om deze opdracht in de toekomst op te nemen in de functiebeschrijving van het personeelslid, dat hiervoor door het schoolbestuur zal worden aangeduid. Art. 141: Decreet rechtspositie, art.11 Art. 143: Decreet rechtspositie, art.10 |
11.4 Ten aanzien van de inspectie, verificatie en de pedagogische begeleidingsdienstArt.152 Het personeelslid werkt constructief mee aan de externe controles voorzien door het Ministerie van onderwijs en vorming en andere overheidsinstellingen. Het personeelslid maakt controle mogelijk en verleent zijn medewerking aan de opgelegde acties of onderzoeksverrichtingen. Art.153 De directeur agendeert na een doorlichting het doorlichtingsverslag binnen de dertig kalenderdagen na ontvangst en bespreekt het integraal op een personeelsvergadering. Het doorlichtingsverslag ligt ter inzage op het bureel van de directeur. Art.154 Het personeelslid streeft ernaar om tekortkomingen, vastgesteld bij externe controles, weg te werken. Art.155 Het personeelslid aanvaardt de bevoegdheid van de pedagogische begeleiders en andere personen waarop het schoolbestuur een beroep doet, voor zover hun optreden conform is met hun opdracht. In geval van een conflict wordt dit voorgelegd aan de directeur en/of het schoolbestuur. |
In de huidige stand van zaken kan iedereen zich op eigen verzoek wenden tot het Ministerie van onderwijs en vorming om een exemplaar van een doorlichtingsverslag te bekomen. De doorlichtingsverslagen vanaf 1/1/2007 worden ook gepubliceerd op de website van het ministerie van onderwijs en vorming: www.ond.vlaanderen.be/doorlichtingsverslagen
|
Hoofdstuk 12 Specifieke verplichtingen12.1 Ambtsgeheim, discretieplicht, privacy en informatieveiligheidArt.156 Elk personeelslid kan slechts persoonsgegevens verwerken in opdracht van het schoolbestuur en binnen de werking van de school(administratie). Het personeelslid mag niet individueel beslissen om (bijkomende) persoonsgegevens te verwerken voor een doeleinde dat niet eerder door een wettelijke bepaling of het schoolbestuur werd vastgelegd. Elke betwisting wordt aan het schoolbestuur voorgelegd. Art.157 Het personeelslid dat uit hoofde van zijn taak toegang heeft tot persoonsgegevens, hetzij van personeelsleden, hetzij van leerlingen, ziet erop toe dat deze gegevens worden bijgewerkt en dat onjuiste, onvolledige of niet ter zake dienende gegevens worden verbeterd of verwijderd. Art.158 §1. Het is het personeelslid verboden feiten bekend te maken die het kent uit hoofde van zijn ambt of die hem zijn toevertrouwd, uitgezonderd de feiten die het personeelslid om deontologische of wettelijke redenen kan of moet melden aan het CLB, een externe begeleider, een vertrouwensarts, het jeugdbeschermingscomité of de gerechtelijke instanties. Art.159 Het is verboden om privacygegevens van leerlingen en/of personeelsleden kenbaar te maken en/of door te geven aan derden, tenzij voor de toepassing van een wettelijke of reglementaire bepaling. Art.160 Besluiten en adviezen die via de klassenraad en /of multidisciplinair overleg (MDO) genomen zijn, worden meegedeeld aan ouders. De personeelsleden rapporteren hierover aan ouders conform deze besluiten en adviezen. Art.161 §1. De school kan foto’s waar personeelsleden herkenbaar en centraal op afgebeeld zijn, slechts publiceren na ondubbelzinnige toestemming van het personeelslid. Het personeelslid ondertekent hiervoor het document toestemming digitaal beeldmateriaal. Het personeelslid is op de hoogte dat hij/zij deze toestemming altijd kan inzien, intrekken of wijzigen. Art.162 Het personeelslid heeft de privacyverklaring van het schoolbestuur gelezen en kent zijn rechten en plichten op het vlak van informatieveiligheid en privacy. |
12.1: Ambtsgeheim, discretieplicht en privacy Decreet Rechtspositie, art. 14 Wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens De AVG trad in werking op 24 mei 2016 en zal integraal van toepassing zijn in alle EU-lidstaten vanaf 25 mei 2018. Deze verordening geldt voor alle bedrijven en overheden die persoonsgegevens verwerken, dus ook voor schoolbesturen en hun onderwijsinstellingen. Het is belangrijk dat de werkgever zijn personeelsleden inlicht over de verplichtingen en bewust maakt over informatieveiligheid via de functionaris voor gegevensbescherming. Deze rol kan in principe worden opgenomen door de informatieveiligheidsconsulent. Binnen de school moet er een aanspreekpunt zijn dat in contact staat met deze functionaris voor gegevensbescherming.
Ambtsgeheim: leraars zijn gebonden door het ambtsgeheim, wat inhoudt dat zij discreet moeten omgaan met vertrouwelijke informatie waarvan ze kennis krijgen tijdens de uitoefening van hun ambt. Zij kunnen geen zwijgplicht inroepen tegenover hun hiërarchische oversten (o.a. directie) of collega’s en tegenover ouders, wel tegenover derden (diegenen die niet betrokken zijn bij het opvoedings- of onderwijsgebeuren). Art. 161: Deze toestemming moet vrij (zonder druk om tot toestemming te komen), specifiek (de foto mag voor geen ander doeleinde worden verwerkt dan deze waarvoor de toestemming wordt gegeven) en op informatie berust zijn. In principe is een handtekening die een algemene toelating inhoudt die tezelfdertijd andere activiteiten dekt (zoals een arbeidsreglement) niet voldoende. Het moet gaan om een te ondertekenen document dat op een nauwkeurige wijze verwijst naar de soort(en) foto(‘s) die verspreid zullen worden en naar het doel van deze verspreiding. |
12.2 Zorgvuldig bestuurArt.163 Het personeelslid mag geen giften, geschenken, beloningen of andere voordelen die zijn integriteit kunnen aantasten, vragen, eisen of aannemen. Art.164 Het personeelslid mag zijn gezag niet aanwenden voor politieke of commerciële doeleinden. Art.165 Het personeelslid geeft blijk van respect voor de religieuze, filosofische of politieke overtuiging van de leerlingen en hun ouders. Art.166 De verkoop van goederen is slechts mogelijk mits schriftelijke goedkeuring door het schoolbestuur. Art.167 Mededelingen waarvan derden vragen ze te verspreiden onder of via de leerlingen worden alleen verdeeld met toestemming van de directeur, zonder dat hierbij afbreuk wordt gedaan aan het syndicaal statuut. De mededelingen mogen niet in strijd zijn met de bepalingen opgenomen in het schoolreglement. De directeur wint indien nodig het advies in van het college van burgemeester en schepenen. Art.168 Geldinzamelingen zijn slechts toegestaan indien ze in overeenstemming zijn met de bepalingen van de bijdrageregelingen, voorzien in het schoolreglement. |
12.2 Zorgvuldig bestuur Decreet Rechtspositie, hoofdstuk II Onderwijsdecreet II van 31/07/1990, artikelen 95bis-95sexies
|
12.3 Initiatieven van personeelsledenArt.169 Alle teksten die het personeelslid wil verspreiden in de school, moeten vooraf ter goedkeuring aan de directeur worden voorgelegd. Art.170 Een geldomhaling in de school door het personeelslid kan slechts gebeuren na schriftelijke goedkeuring van de directeur. Art.171
|
|
12.4 VerzekeringArt.172 Het schoolbestuur onderschrijft een verzekeringspolis burgerlijke aansprakelijkheid en rechtsbijstand voor haar personeelsleden en dit volgens de normale gangbare voorwaarden van dergelijke verzekeringspolis. Hierdoor is het personeelslid in het kader van de uitoefening van zijn opdracht verzekerd als zijn professionele burgerlijke aansprakelijkheid, op basis van de artikelen 1382 tot en met 1386 van het Burgerlijk Wetboek, in het gedrang komt of als het personeelslid gevat wordt door een juridische procedure. Als het personeelslid zelf, ten laste van een derde die niet het schoolbestuur is of een van haar leden, een vordering tot schadevergoeding instelt voor fysieke of materiële schade of de daaruit voortvloeiende morele schade opgelopen in of ten gevolge van de uitoefening van zijn ambt, dan staat het schoolbestuur in voor de juridische bijstand. Op eenvoudig verzoek kan het personeelslid de polis inkijken. Art.173 Het personeelslid laat zijn persoonlijke bezittingen niet onbeheerd achter. Art.174 Het schoolbestuur is niet verantwoordelijk voor gebeurlijke diefstallen. |
Art. 172: Decreet Rechtspositie – art. 17bis Personeelsleden zijn burgerrechtelijk aansprakelijk voor hun opzettelijke fouten (= bedrog), zware fouten en gewoonlijk voorkomende lichte fouten begaan in de uitvoering van hun ambt. Zij zijn dus niet langer burgerrechtelijk aansprakelijk voor hun eigen lichte fouten. Het schoolbestuur is aansprakelijk voor deze fouten (met evenwel mogelijkheid tot terugvordering van de schadevergoeding van het betrokken personeelslid), naar analogie met de regeling in het arbeidsovereenkomstenrecht en het vrij onderwijs. (zie ook Art.135)
|
12.5 SchoolreglementArt.175 Het personeelslid doet, binnen zijn verantwoordelijkheid, het schoolreglement door de leerlingen naleven en zorgt voor orde en tucht op een manier die verenigbaar is met de menselijke waardigheid. Art.176 Het personeelslid beoordeelt objectief de laakbare daden of houdingen van de leerlingen. Sancties worden opgelegd conform het schoolreglement en moeten pedagogisch verantwoord zijn. Art.177 Het personeelslid verwittigt de directeur ingeval van ernstige inbreuken op het schoolreglement die hij/zij vaststelt bij de leerlingen en hun ouders. |
|
12.6 Gebruik van communicatie- en informaticatoepassingenArt.178 Het personeelslid kan gebruik maken van alle communicatie- en informaticatoepassingen van de school voor zover dit nodig is voor de goede uitoefening van zijn/haar taak. Art.179
|
|
|
12.7 Bestellingen, andere extra onkosten en schoolfinanciënArt.180 De keuze en de aankoop van leerboeken, cursussen, didactisch materiaal, speelgoed en andere arbeidsmiddelen gebeuren door het schoolbestuur op voorstel van de directie, na overleg met het betrokken personeelslid en in voorkomend geval in overeenstemming met de toepasselijke reglementering en/of op advies van de preventieadviseur. Art.181 Het personeelslid dat een bestelling of andere extra onkosten wenselijk acht, legt een aanvraag voor aan de directeur. De eventuele bestelling of terugbetaling van extra onkosten gebeurt overeenkomstig de interne richtlijnen en betreffende regelgeving. De middelen waarvoor het schoolbestuur de kosten draagt, blijven uiteraard eigendom van het schoolbestuur. Art.182 Vlaams gewest
|
Art. 180: Decreet Rechtspositie, art. 17sexies Zowel de algemeen directeur als de financieel directeur kan, binnen de grenzen van het organisatiebeheersingssysteem, zijn bevoegdheden toevertrouwen aan andere personeelsleden van de gemeente. (art. 220 Decreet Lokaal Bestuur) Decreet Lokaal Bestuur, art. 41 tweede lid 7°, artikel 171 §1 tweede lid, art. 217-220 en art. 272, § 1 / Nieuwe Gemeentewet, art. 138 en 250 Besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen. Ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen. Zie ook losbladig handboek gemeentelijk basisonderwijs Op het extranet OVSG is bij juridisch advies – andere regelgeving een document opgenomen: “Mogelijkheden voor de gemeenteschool op financieel gebied (Vlaams Gewest)” |
Hoofdstuk 13 Auteurswet- en naburige rechtenArt.183 Het personeelslid respecteert te allen tijde de geldende auteursrechten, naburige rechten en reprografierechten. 13.1 Auteursrechten (werken)Art.184
Art.185 §1. Bij alle werken die de leerlingen maken, worden zij als auteur beschouwd. Het personeelslid kan hierop geen enkele afbreuk doen zonder de uitdrukkelijke toestemming van de leerling. 13.2 Naburige rechten (prestaties)Art.186
13.3 Reprografierechten (werken, databanken en prestaties)Art.187
§2 Bij het kopiëren van volledige boeken, liedjesteksten, audiovisuele werken en elektronische bestanden is de uitdrukkelijke toelating van de auteur of een andere rechthebbende vereist. Hiertoe moet het personeelslid een toelating vragen via de inrichtende macht of na delegatie via de directeur. §3 Het personeelslid mag de vermelde werken, databanken en prestaties enkel reproduceren, voor zover dit verantwoord is door de nagestreefde niet-winstgevende doelstelling en wanneer er geen afbreuk wordt gedaan aan de uitgave van het oorspronkelijke werk. §4 Voor het kopiëren van volledige partituren is altijd de toestemming vereist van de auteur, zijn uitgever of een andere rechthebbende. 13.4 Overdracht van vermogensrechtenArt. 186bis
|
Hoofdstuk 13 Auteurswet Wetboek van economisch recht, Boek XLI. – intellectuele eigendom, Titel 5. –Auteursrecht en naburige rechten, in het bijzonder art. XI.191/1 (werken), art. XI.191/2 (databanken) en art. XI.217/1 (prestaties).
De uitzonderingen op het auteursrecht zijn recent uitgebreid voor onderwijs, met uitzondering van bladmuziek. Bladmuziek mag in geen enkel geval nog worden gekopieerd zonder toestemming van de rechthebbende, dus ook geen korte fragmenten meer. Deze onderwijsuitzonderingen zijn gebundeld in art. XI.191/1 en XI.191/2 voor de auteursrechten (en art. XI.217/1 voor de naburige rechten) en hebben nu ook betrekking op digitale toepassingen. Het begrip ‘korte fragmenten’ is geschrapt, maar dit betekent niet dat men nu plots volledige boeken, liedjesteksten, databanken enz. mag kopiëren. Het kopiëren mag immers geen winstgevend karakter hebben, noch afbreuk doen aan de normale exploitatie van de rechthebbende (meestal de uitgever). De notie ‘kort fragment ‘blijft dus een belangrijk aanknopingspunt. Concreet zal het personeelslid nog volledige artikels en werken van beeldende kunst (bv. foto’s, cartoons) mogen kopiëren of korte uittreksels uit boeken, liedjesteksten, audiovisuele werken, elektronische bestanden e.d. voor onderwijsdoeleinden.
Onder bepaalde voorwaarden mag het personeelslid ook werken, databanken en prestaties meedelen aan het publiek voor onderwijsdoeleinden. Art. 186: er komt een nieuw koninklijk besluit met de tarieven voor onderwijs (momenteel nog niet gepubliceerd in het B.S.).
Art. 186bis: Decreet Rechtspositie, art. 17octies
|
Hoofdstuk 14 Veiligheid, gezondheid en welzijn (Voor de actualisering van dit hoofdstuk en inhoudelijke vragen verwijzen wij door naar de preventiediensten van de gemeente)14.1 AlgemeenArt.188 Het schoolbestuur is verantwoordelijk voor de veiligheid, de gezondheid en het welzijn van de personeelsleden en stagiairs in de school en werkt hiervoor een beleid uit. Art.189 De schoolbestuur heeft (of richt op) een interne dienst voor preventie en bescherming op het werk met ten minste één preventieadviseur. Art.190 Het schoolbestuur is verantwoordelijk voor het uitwerken van een dynamisch risicobeheersingssysteem in samenwerking met de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk en de leden van de hiërarchische lijn. Het personeelslid volgt de richtlijnen op die hieruit voortvloeien. Art.191 De directeur houdt, als lid van de hiërarchische lijn en in overleg met de gemeentelijke interne dienst voor preventie en bescherming, toezicht op de toepassing van het beleid en reglementering inzake veiligheid, gezondheid en welzijn in de school. Art.192 Het personeelslid draagt naar best vermogen zorg voor zijn eigen veiligheid en gezondheid en die van anderen. Daartoe moet het op de juiste wijze gebruik maken van arbeidsmiddelen en veiligheidsvoorzieningen, verwittigt het de directeur onmiddellijk van elke situatie die een gevaar kan betekenen en verleent het bijstand aan het schoolbestuur, de directeur en de gemeentelijke interne dienst voor preventie en bescherming op het werk. Art.193 Het personeelslid neemt deel aan de vormingen die het schoolbestuur organiseert over de risico’s en preventiemaatregelen die van toepassing zijn in de school. Art.194 Het schoolbestuur is aangesloten bij een externe dienst voor preventie en bescherming op het werk. Art.195 Het personeelslid aanvaardt de bevoegdheid van de leden van de gemeentelijke interne en externe dienst voor preventie en bescherming op het werk, en van andere personen die van het schoolbestuur een opdracht hebben gekregen in het kader van de welzijnswet, de codex met uitvoeringsbesluiten en het ARAB (algemeen reglement voor arbeidsbescherming). Art.196 Het schoolbestuur duidt per vestigingsplaats een of meerdere hulpverleners aan. De namen van deze hulpverleners per vestigingsplaats en de plaats van het basismateriaal en de verbanddoos zijn opgenomen in bijlage 2 bij dit arbeidsreglement. Art.197 Een personeelslid of leerling dat een letsel in dienstverband oploopt, kan zich wenden tot de hulpverlener inzake eerste hulp bij ongevallen. 14.2 GezondheidArt.198 Het personeelslid dat door het schoolbestuur als onderworpen[1] is opgegeven, is verplicht in te gaan op het verzoek zich te melden voor het gezondheidstoezicht. Art.199 Het personeelslid, of mits zijn toestemming de behandelende arts, mag rechtstreeks een spontane raadpleging bij de preventieadviseur - arbeidsgeneesheer aanvragen naar aanleiding van gezondheidsklachten toe te schrijven aan zijn arbeidssituatie. Art.200 Het personeelslid volgt de richtlijnen van het schoolbestuur
Het personeelslid dient uit eigen beweging geen medicatie toe. Bij ziekte zal het personeelslid in de eerste plaats een ouder of een door de ouder opgegeven contactpersoon trachten te bereiken. Als dit niet lukt en afhankelijk van de hoogdringendheid, zal het personeelslid zich wenden tot de directeur. De directeur neemt contact op met de eigen huisarts van de leerling, een andere arts of eventueel zelfs de hulpdiensten. Art.201 Het personeelslid deelt elk gebruik van geneesmiddelen en elke wijziging in hun lichamelijke en/of geestelijke gezondheidstoestand onmiddellijk aan de directeur mee als die een gevaar kunnen opleveren voor de veiligheid van de leerlingen en/of derden. Art.202 De werkgever is verplicht de preventieadviseur-arbeidsarts te verwittigen wanneer: een personeelslid klaagt over ongemakken of tekenen van aandoening die kunnen worden toegeschreven aan zijn arbeidsomstandigheden; de werkgever vaststelt dat de lichamelijke of geestelijke toestand van het personeelslid de risico’s verbonden aan de werkpost onmiskenbaar verhoogt. Art.203 Het personeelslid leeft de bij dienstorder meegedeelde verplichtingen van het schoolbestuur na, met betrekking tot het milieubeleid o.m. recyclage, zuinig energie-en waterverbruik, scheiding van afval, gebruik van giftige of gevaarlijke stoffen 14.3 GenotsmiddelenArt.204 Binnen de volledige school, met inbegrip van zowel de gebouwen als de speelplaatsen en andere open ruimten is het verboden: - te roken, - alcohol te gebruiken, - drugs en/of roesopwekkende middelen te gebruiken. Sancties in geval van overtreding van het rookverbod kunnen zijn: - mondelinge opmerking door de directeur/algemeen directeur - schriftelijke neerslag van de overtreding opnemen in het personeelsdossier van het betrokken personeelslid - schriftelijke melding van de overtreding(en) aan het schoolbestuur - … Art.205 Het rookverbod is eveneens van kracht buiten de openingsuren van de school en tijdens de vakantieperioden. Art.206 Het personeelslid mag zich niet aanbieden in de school indien hij onder invloed verkeert van alcohol, drugs of roesopwekkende middelen. Art.207 Het personeelslid moet handelen conform de richtlijnen van het schoolbestuur inzake drug- en alcoholbeleid. Deze richtlijnen worden meegedeeld bij dienstorder. 14.4 VeiligheidArt.208 Het personeelslid neemt de nodige veiligheidsmaatregelen ter bescherming van de leerlingen bij activiteiten waaraan een gevaar of een risico verbonden is . Art.209 Het personeelslid leeft de richtlijnen van het schoolbestuur na in verband met de risico’s en preventiemaatregelen die van toepassing zijn in de school. Art.210 In geval van activiteiten buiten de schoolgebouwen moet het personeelslid dit voorafgaandelijk meedelen aan de directeur. In voorkomend geval worden afspraken gemaakt inzake voldoende begeleiding van de leerlingen, de bereikbaarheid van het personeelslid en de verplaatsing van en naar de activiteit. Art.211 Het personeelslid leeft de bepalingen in verband met brandveiligheid na en neemt deel aan alle initiatieven die het schoolbestuur neemt om het personeel vertrouwd te maken met evacuatie en het gebruik van blusmiddelen. 14.5 Arbeidsongeval, ongeval op weg naar of van het werkArt.212 Het personeelslid dat slachtoffer is van elk arbeidsongeval of ongeval op weg naar en van het werk, al dan niet met arbeidsongeschiktheid tot gevolg, brengt onmiddellijk de directeur op de hoogte. Het personeelslid geeft een volledige beschrijving van de omstandigheden waarin het ongeval zich heeft voorgedaan. Art.213 Bij een ongeval op het werk kan het personeelslid zich wenden tot de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer of tot een geneesheer naar keuze. Art.214 De naam van de arbeidsongevallenverzekeraar is opgenomen in bijlage 2 bij dit arbeidsreglement. |
Hoofdstuk 14 Deze verplichtingen worden opgelegd door: de wet van 04/08/1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, de uitvoeringsbesluiten gebundeld in de welzijnscodex, de bepalingen van het algemeen reglement op de arbeidsbescherming (ARAB). De preventieadviseur bevindt zich op het niveau van de gemeente. In de school kan er wel een contactpersoon aangesteld zijn die op de hoogte is van de specifieke veiligheidstoestand van de school. Dit personeelslid staat in nauw contact met de preventieadviseur van de gemeente. Eventueel kan er binnen de IDPBW (interne dienst voor preventie en bescherming op het werk) van de gemeente een aparte afdeling voor het onderwijs worden opgericht indien er tenminste 50 personeelsleden zijn tewerkgesteld in het gemeentelijk onderwijs. De naam/namen van de leden van de gemeentelijke interne dienst voor preventie en bescherming op het werk is (zijn) opgenomen in bijlage 2 bij dit arbeidsreglement. Art. 188: Het schoolbestuur kan zich eventueel aansluiten bij een gemeenschappelijke interne dienst voor preventie en bescherming op het werk. Art. 190 De directeur, als lid van de hiërarchische lijn, volgt de voorgestelde preventiemaatregelen op, rapporteert op geregelde tijdstippen over de uitvoering van preventiemaatregelen en doet de nodige voorstellen inzake remediëring in geval van ongevallen en incidenten en wanneer zich onveilige situaties voordoen. Namen en contactmogelijkheden van de preventie-adviseurs (enerzijds de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer en anderzijds de preventieadviseur-psychosociale aspecten) (en in voorkomend geval van de vertrouwenspersoon) verplicht opnemen (bijlage) Art. 195: K.B. 15/12/2010 Met hulpverlener wordt bedoeld: de werknemer die de eerste hulp moet verstrekken Namen van de hulpverleners verplicht opnemen (bijlage) De risicoanalyse en een overleg met de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer zal uitwijzen hoeveel hulpverleners er dienen te zijn, welke opleiding zij dienen te volgen, wat het basismateriaal (draagberrie, deken, individuele EHBO-kit) en de inhoud van de verbanddoos moet zijn, e.d. Art. 197: KB van 28/05/2003 betreffende het gezondheidstoezicht op de werknemers Het periodiek gezondheidstoezicht is verplicht en van toepassing op werknemers die een veiligheidsfunctie uitoefenen, een functie uitoefenen met verhoogde waakzaamheid, of activiteiten met een bepaald risico (fysisch, biologisch of chemisch). Art. 198: KB van 28/05/2003 betreffende het gezondheidstoezicht op de werknemers Art. 199 §1: Neem hier eigen richtlijnen op. Neem hier eigen richtlijnen op. Let erop dat ze conform zijn met het schoolreglement. De directeur neemt contact op met de eigen huisarts van de leerling, een andere arts of eventueel zelfs de hulpdiensten. Art.202: Om de verplichtingen te kennen, kunt u zich richten tot de milieudienst van de gemeente en de gemeentelijke interne dienst voor preventie en bescherming op het werk. Roken: KB van 19/01/2005 betreffende de bescherming van de werknemers tegen tabaksrook Het rookverbod is ook van toepassing wanneer de lokalen door derden worden gebruikt buiten de normale openingsuren en/of tijdens de vakantieperioden. Het verbod geldt dus 24 uur op 24 en 7 dagen op 7. Decreet van 6 juni 2008 houdende het instellen van een rookverbod in onderwijsinstellingen en centra voor leerlingenbegeleiding. OVSG neemt hier voorbeelden op van mogelijke sancties. Lokaal bepaalt het schoolbestuur welke sancties zij zal treffen bij overtreding van het rookverbod. Art. 206: Zie ook het model ‘Beleidsverklaring alcohol -en drugbeleid’ van OVSG Art.207: bijvoorbeeld: zwembegeleiding en zwemtoezicht Art.208: Zo bijvoorbeeld de richtlijnen in het kader van de veiligheid van speeltoestellen en speelterreinen. KB van 28 maart 2001 betreffende de uitbating van speelterreinen KB van 28 maart 2001 betreffende de veiligheid van speeltoestellen
|
Hoofdstuk 15 Bescherming psychosociale risico’s op het werk, waaronder geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk (Voor de actualisering van dit hoofdstuk en inhoudelijke vragen verwijzen wij door naar de preventiediensten van de gemeente)15.1 AlgemeenArt.215 Begripsomschrijving
15.2 Beginselverklaring geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedragArt.216 Geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk wordt niet getolereerd omdat het strijdig is met de rechten van de personeelsleden en met de eerbied voor hun menselijke waardigheid en omdat het een overtreding van de wet is. Art.217 Het personeelslid onthoudt zich van elke vorm van verbaal, niet-verbaal of lichamelijk gedrag, waarvan hij of zij weet of zou moeten weten dat het afbreuk doet aan de waardigheid van een persoon en een ontoelaatbare schending inhoudt van die waardigheid. Elk personeelslid onthoudt zich bijgevolg van elke daad van geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk. Art.218 De dader die vastgestelde inbreuken heeft gepleegd, wordt behandeld en gesanctioneerd overeenkomstig de bepalingen omtrent tucht (vast benoemde en TADD’er) en ontslag (gewone tijdelijke) zoals beschreven in het Decreet Rechtspositie. Art.219 Het personeelslid heeft een meldingsplicht, via de aangestelde personeelsleden, wanneer er ernstige aanwijzingen zijn dat een leerling of een personeelslid slachtoffer is van grensoverschrijdend gedrag. 15.3 Raadgeving en hulpArt.220
15.4 ProcedureArt.221 Informele psychosociale interventie
Art.222 Formele interventie
|
Hoofdstuk verplicht opnemen, zonder verwijzingen naar andere documenten met daarin: – wijze van onthaal en adviesverlening aan de persoon die verklaart het voorwerp te zijn van geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op het werk – wijze waarop hij/zij zich kan richten tot de preventieadviseur en de vertrouwenspersoon (als er een vertrouwenspersoon is) – wijze waarop de preventieadviseur en de vertrouwenspersoon snel en onpartijdig tussenbeide komen – maatregelen van wedertewerkstelling en begeleiding van het personeelslid dat verklaard heeft het voorwerp te zijn geweest van geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op het werk
Wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van het werk (B.S. 18/09/1996), meer bepaald hoofdstuk Vbis. - Bijzondere bepalingen betreffende geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk(artikelen32bis en volgende). In het Koninklijk besluit van 17 mei 2007 betreffende de voorkoming van psychosociale belasting veroorzaakt door het werk, waaronder geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk (B.S. 6.6.2007) werden de begrippen ‘psychosociale risico’s op het werk’, ‘geweld’, ‘pesterijen’ en ‘ongewenst seksueel gedrag’ duidelijk gedefinieerd. Het Koninklijk besluit van 10 april 2014betreffende de preventie van de psychosociale risico’s op het werk (B.S.28.04.2014) vervangt het Koninklijk besluit van 17 mei 2007 betreffende de voorkoming van psychosociale belasting en gaat ruimer. Met “vertrouwenspersoon” wordt hier “De persoon bedoeld in en aangewezen overeenkomstig artikel 32sexies §2 van de wet van 4 augustus 1996 (welzijnswet) Art. 219 §1. Meestal is de preventieadviseur psychosociale aspecten een personeelslid van de externe dienst voor preventie en bescherming op het werk. §2. Het schoolbestuur duidt de vertrouwenspersoon aan rekening houdend met zijn competenties en het vertrouwen dat de personeelsleden, de leerlingen en/of ouders in deze persoon kunnen stellen. Deze vertrouwenspersoon werkt nauw samen met de preventieadviseur psychosociale aspecten.
15.4 procedure: Bij een klacht kan de vertrouwenspersoon of de preventieadviseur psychosociale aspecten een bemiddelingspoging ondernemen. De personeelsleden moeten de identiteit en de contactmogelijkheden van de preventieadviseur psychosociale aspecten en van de vertrouwensperso(o)n(en) kennen. In kennelijk ernstige gevallen zullen de gerechtelijke instanties moeten worden ingelicht. Zie ook het Steunpunt Grensoverschrijdend Gedrag op http://www.ond.vlaanderen.be/antisociaal gedrag/ Zie ook http://www.respectophetwerk.be |
Hoofdstuk 16 Onthaal van nieuwe personeelsledenArt.223 De indiensttreding van het personeelslid is het gevolg van een aanstellingsbesluit. Het personeelslid ontvangt bij de indiensttreding een afschrift van: Art.224
|
Art. 2293:§2 Koninklijk besluit van 25/04/2007 betreffende het onthaal en de begeleiding van werknemers met betrekking tot de bescherming van het welzijn bij de uitvoering van hun werk ‘Het door de werkgever aangeduid lid van de hiërarchische lijn, belast met het verzekeren van het onthaal, tekent onder zijn naam een document waaruit blijkt dat in het kader van zijn taken bedoeld onder 6° en 7° de nodige inlichtingen en instructies werden verstrekt met betrekking tot het welzijn op het werk. ‘ |
Hoofdstuk 17 Bevoegde inspectiedienstenArt.225 De adressen van de volgende bevoegde inspectiediensten zijn opgenomen in bijlage 3 bij dit arbeidsreglement: het Toezicht op de Sociale Wetten, het Toezicht op het Welzijn op het werk, Sociale Inspectie. |
|
|
|
Verplicht in bijlage op te nemen: het protocol van akkoord/niet akkoord dat het resultaat is van de vakbondsonderhandelingen (zie model OVSG: extranet: Juridisch advies à Personeel à Syndicaal statuut - ABOC)
Verplicht: ondertekening door het schoolbestuur (handtekening burgemeester en algemeen directeur)
|
BIJLAGEN
Uurrooster 1:bijvoorbeeld van een voltijds aangestelde onderwijzer
| Dagen |
Uren |
Uren |
Uren |
Uren |
Totaal uren |
| Maandag |
van |
tot |
en van |
tot |
|
| Dinsdag |
van |
tot |
en van |
tot |
|
| Woensdag |
van |
tot |
|
|
|
| Donderdag |
van |
tot |
en van |
tot |
|
| Vrijdag |
van |
tot |
en van |
tot |
|
|
|
|
|
|
Totaal : |
|
De rustpauzes worden als volgt toegekend:
Voormiddag: van tot
Namiddag: van tot
Uurrooster 2:bijvoorbeeld van een voltijds aangestelde adm. medewerker
| Dagen |
Uren |
Uren |
Uren |
Uren |
Totaal uren |
| Maandag |
van |
tot |
en van |
tot |
|
| Dinsdag |
van |
tot |
en van |
tot |
|
| Woensdag |
van |
tot |
en van |
tot |
|
| Donderdag |
van |
tot |
en van |
tot |
|
| Vrijdag |
van |
tot |
en van |
tot |
|
|
|
|
|
|
Totaal : |
|
De rustpauzes worden als volgt toegekend:
Voormiddag: van tot
Namiddag: van tot
Uurrooster 3:bijvoorbeeld van een deeltijds aangesteld personeelslid
| Dagen |
Uren |
Uren |
Uren |
Uren |
Totaal uren |
| Maandag |
van |
tot |
en van |
tot |
|
| Dinsdag |
van |
tot |
en van |
tot |
|
| Woensdag |
van |
tot |
|
|
|
De rustpauzes worden als volgt toegekend:
Voormiddag: van tot
Namiddag: van tot
De rustpauzes worden als volgt toegekend:
Voormiddag: van tot
Namiddag: van tot
Interne dienst voor preventie en bescherming op het werk
Namen en contactmogelijkheden van de leden van de gemeentelijke interne dienst voor preventie en bescherming op het werk
- Adviesverlening en begeleiding Preventie en Welzijn, Brouwersstraat 6, 3000 Leuven
- Tel : 016/ 28 42 01
- Preventieadviseur: Katty Vanreymenant (katty.vanreymenant@interleuven.be)
- Interne vertrouwenspersoon: nog aan te vullen
Externe dienst voor preventie en bescherming op het werk
Namen en contactmogelijkheden van de leden van de externe dienst voor preventie en bescherming op het werk met de preventieadviseur-arbeidsarts:
- Preventieadviseur-arbeidsarts IDEWE : Eveline LINSSEN
- eveline.linssen@idewe.be Tel: 016/ 39 04 38
Psychosociale risico’s waaronder, geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk
Namen en contactmogelijkheden van de preventieadviseur psychosociale aspecten en de eventuele vertrouwenspersoon bevoegd voor psycosociale aspecten, waaronder geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag
- Preventieadviseur psychosociale aspecten: IDEWE: Elke VELLE
- Elke.velle@idewe.be Tel : 016/ 39 04 38
Eerste hulp
Namen van de hulpverleners per vestigingsplaats
- GBS De Lijsterboom Blanden
Lagere school: Rose Beaujean en Charlotte Degroote
Kleuterschool: Ilse Spreutels en Rose Beaujean
- GBS De Hazensprong Haasrode
Karlien Willio en Catherine Van Laer
- GBS De Letterberg Oud-Heverlee
EHBO: Ann Machiels en Kristel Champagne
Brandblusteam: An Suls en Tania Rondou
Plaats(en) van het basismateriaal en de verbanddoos per vestigingsplaats
- GBS De Lijsterboom Blanden:
Lagere school: in de keuken en de refter
Kleuterschool: in de leraarskamer
- GBS De Letterberg Oud-Heverlee:
In de keuken, de leraarskamer, de gymzaal, de refterkeuken en in het catecheselokaal vlakbij de grote speelplaats.
- GBS De Hazensprong Haasrode:
Lagere school: in het leraarslokaal
Kleuterschool: in de kast in de hal
Arbeidsongevallenverzekeraar
Gesubsidieerde personeelsleden
- Departement Onderwijs – dienst arbeidsongevallen
- Hendrik Consciencegebouw
- Koning Albert II-laan 15, 1210 BRUSSEL
Niet-gesubsidieerde personeelsleden
- Ethias, Prins Bisschopssingel 73, 3500 HASSELT
Externe Directies Toezicht welzijn op het werk
Directie Limburg – Vlaams-Brabant
Directiehoofd : Leuckx Stefan
Elke woensdag van 9 u tot 16u30, zonder onderbreking
Tel : 02/ 233 41 90
E-mail: tww.limburg.vlaamsbrabant@werk.belgie.be
Koning Albertstraat 16B
3290 DIEST
Algemene directie Toezicht en Sociale Wetten
Voor algemene vragen om informatie over materies van het TSW:
Individueel onderhoud, neerlegging van een klacht en vragen om informatie over lopende dossiers.
Voor een individueel onderhoud of neerlegging van een klacht:
Voor een vraag om informatie over een dossier in behandeling bij het TSW:
Praktische inlichtingen
Tel : 02/ 233 44 60
E-mail : tsw.leuven@werk.belgie.be
Attaché-directiehoofd : Hans Vrebosch
Ambtsgebied : Aarschot, Begijnendijk, Bekkevoort, Bertem, Bierbeek, Boortmeerbeek, Boutersem, Diest, Geetbets, Glabbeek, Haacht, Herent, Hoegaarden, Holsbeek, Huldenberg, Keerbergen, Kortenaken, Kortenberg, Landen, Leuven, Linter, Lubbeek, Oud-Heverlee, Rotselaar, Scherpenheuvel-Zichem, Tervuren, Tielt-Winge, Tienen, Tremelo en Zoutleeuw
Adres:
Federaal administratief centrum
Philipssite 3A bus 8
3001 LEUVEN
FOD Sociale Zekerheid & Openbare instellingen van sociale zekerheid
Sociale inspectie Regio Leuven
Informatieveiligheidsconsulent (functionaris voor gegevensbescherming)
Naam en contactmogelijkheden
- Pieter Taes pieter.taes@vera.be
- Adviesverlening en Begeleiding
Consulent Informatieveiligheid/DPO
Brouwerstraat 6 3000 LEUVEN
Tel : 016/ 28 42 79
Aanspreekpunt informatieveiligheid school
Naam en contactmogelijkheden
- Directie van de school
Oud-Heverlee: gbsoudheverlee@gbsdeletterberg.be
Blanden: directie@delijsterboom.be
Haasrode: directie@dehazensprong.be
- ICT-coördinator: marcmerckx@dehazensprong.be
Advies – charter voor gebruik van Teams door leerlingen GBS Oud-Heverlee
Informatie
Gevraagd: opmaken van gedragsregels voor de leerlingen in het gebruik van Microsoft Teams voor dagdagelijks gebruik (en in kader van afstandsonderwijs)
Auteurs: Pieter Taes (DPO)
| Datum |
Versie |
Auteur |
Opmerkingen |
| 28/09/2021 |
0.1 |
Pieter Taes |
Opmaak draft |
| 04/10/2021 |
1.0 |
Pieter Taes |
Publicatie nav. opmerkingen tijdens overleg |
| Xx/xx/2021 |
1.1 |
GBS OH |
Aanpassingen door scholen |
Vraag
De huidige correspondentie tussen leerlingen en de school zit in een digitaliseringsstroom, met de introductie van een nieuw leerlingenbeheersysteem, alsook de opmaak van de Teams-omgeving.
Er is bijgevolg nood aan een praktisch werkingenkader waaraan de leerlingen en hun ouders zich kunnen houden tijdens hun schoolwerkzaamheden.
Men mag niet vergeten dat deze manier van werken volledig nieuw is en veel vragen en onzekerheden kan meebrengen, waardoor het bestuur er best voor kiest om dit nieuwe kanaal (tenminste in deze aanvangsfase) zo nauw mogelijk af te bakenen.
Voorwaarde
Andere ‘geijkte’ platformen worden momenteel niet beschouwd en vanuit het bestuur, in overleg met de DPO, wordt voor deze specifieke werking, Teams als geprefereerd medium voorgesteld.
Advies
| Rechtmatigheid van de verwerking (verwerkingsgrond: toestemming, wettelijke verplichting, overeenkomst, algemeen belang, vitaal belang) |
- Decreet Basisonderwijs (25/02/1997) - Decreet houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten (03/05/2019)
|
| Besluit – de rechtmatigheid (art.6 GDPR/AVG) wordt voldoende ondersteund voor deze toepassing, in deze specifieke context (maar niet daar buiten) |
|
|
| Finaliteit (persoonsgegevens mogen volgens de privacywet slechts verwerkt worden met het oog op één of meer gerechtvaardigde doelstellingen) |
| Het opzetten en monitoren van een Microsoft Teams omgeving past in een bredere tendens van Agentschap Onderwijs om digitaal werken reeds van in het basisonderwijs te promoten (zie bv. ook Digitale leerplatformen en leermiddelen bij afstandsleren (vlaanderen.be)). Volgens de richtlijnen zoals vastgelegd door de Vlaamse regering met betrekking tot de bewaartermijnen van leerlinggebonden documenten wordt alle niet-vernoemde informatie na afloop van de normale schoolcarrière verwijderd vanop het platform (zie omzendbrief BaO/2005/03 van 31/01/2005 (vlaanderen.be)). Op elk moment heeft een ouder zicht op de handelingen van zijn kind op het platform en kunnen zij de vraag stellen aan het schoolbestuur om informatie te verwijderen, doch het bestuur zelf dient te beoordelen of dit mogelijk of gewenst is, al dan niet in samenspraak met de DPO of het lokaal bestuur, al naargelang de specifieke omstandigheden van de aanvraag. |
| Besluit – Finaliteit: conform artikel art. 5(e) GDPR/AVG worden gegevens niet langer bewaard dan strikt gezien noodzakelijk. |
|
|
| Proportionaliteit (er mogen enkel gegevens worden verzameld die "toereikend, ter zake dienend en niet overmatig” zijn) |
| Naast de naam en voornaam die zal dienen om een gepersonaliseerde account aan te maken, zal er geen bijkomende informatie bevraagd worden van de leerling. Dit gegeven is noodzakelijk om persoonsgerichte communicatie toe te laten tussen de school en de leerling, alsook om opvolging van dagelijkse of occasionele taken mogelijk te maken, projectwerk of anderzijdse evaluatie. |
| Besluit – Proportionaliteitsprincipe: Het ‘Only Once’-principe wordt hierbij voldoende geëerd (zie ook art.25 GDPR/AVG). |
|
|
| Transparantie (er dient transparantie en duidelijkheid te zijn betreffende welke gegevens juist worden verwerkt ten opzichte van de betrokken persoon) |
| In het kader van deze werking worden enkel de naam en voornaam en per uitzondering, het wachtwoord van de leerling gebruikt voor het toegang verlenen tot de gecontroleerde Teams-omgeving. Deze gegevens zullen voor geen ander doeleinde worden aangewend. |
| Besluit – Transparantieprincipe wordt voldoende opgevolgd. |
|
| Vertrouwelijkheid (er dient ten allen tijde over gewaakt te worden dat indien noodzakelijk de privacy gewaarborgd wordt door geheimhouding) |
| Binnen het lokaal bestuur geldt een algemeen veiligheidsbeleid (met betrekking tot persoonsgegevens) dat voor alle medewerkers continu actief is. Samen met de DPO wordt er voortdurend gewerkt aan manieren om deze beveiliging te optimaliseren (technisch) en beter bekend te maken op alle niveaus van de organisatie. Door middel van een hele reeks maatregelen wordt ook de kwaliteit van de kennis rond privacy en security verdiept bij alle medewerkers van gemeente en school. Op welke manier dit gebeurt kan men op elk moment navragen bij de DPO van het bestuur of de (Algemeen) Directeur. |
| Besluit – Vertrouwelijkheid: Het herhalen van de principes rond het omgaan met persoonsgegevens binnen een lokaal bestuur is een voortdurende oefening die er voor moet zorgen dat alle verwerkingen met betrekking tot persoonsgegevens binnen eenzelfde proces aan de standaard worden gehouden, maar ook nog buiten dat proces. |
|
|
| Integriteit (de aangeleverde informatie moet juist en compleet zijn en tijdig opgeleverd worden) |
| De gegevens van de (minderjarige) leerling worden te allen tijde aangebracht door de ouders via het inschrijvingsdocument. De ouders hebben de verantwoordelijkheid om deze gegevens up-to-date te houden en de school op de hoogte te stellen wanneer hier verandering in zou komen. Alle informatie die binnenin de Teams-omgeving wordt gedeeld zal steeds factueel en van een praktische (met betrekking tot de werking of organisatie van de school) aard zijn. |
| Besluit – Integriteit: Het doel van de Teams-omgeving is om praktische afspraken, bijkomende opdrachten en contactmomenten en/of vormen van evaluatie mogelijk te maken. |
|
|
| Beschikbaarheid (er dienen duidelijke afspraken te bestaan over wanneer en hoelang de informatie beschikbaar dient te zijn) |
| De inhoud van de gesprekken is enkel zichtbaar voor deelnemers op het moment dat zij actief zijn in de schoolgraad. Elke klas of graad zal afgeschermde communicatie voeren van de andere graden. Enkel de klasleerkracht heeft beheersrechten voor de eigen klas, in de mate date de kennis en de organisatie van het leerkrachtenkorps dit toelaat. De Teams-omgeving zal niet toegankelijk zijn van buiten de beheersde en besloten omgeving die het lokaal bestuur ter beschikking stelt. |
| Besluit – Beschikbaarheid: Enkel tijdens de actieve schoollooptijd zal een deelnemer de inhoud van de gesprekken kunnen meevolgen. |
|
|
| Algemeen besluit |
| Wanneer voorgaande parameters voldoende ingevuld zijn en er een gedragen beslissing door de school is genomen met betrekking tot de werking, beheer en opvolging kan de ingebruikname van Teams binnen de vooropgestelde voorwaarden gebeuren. Ter aanvulling maken we nog een overzicht van de richtlijnen waaraan zowel de deelnemers als de coördinator(en) zich dienen te houden. |
Werking Teams in de gemeentelijke basisscholen van Oud-Heverlee
SPELREGELS EN VOORWAARDEN
Algemene afspraken functiebeschrijving en evaluatie (evaluatiereglement) gesubsidieerd personeel onderwijs
Verzoek
Verplichte adviezen/akkoorden/machtigingen
Gelet op het protocol nr. (nummer) van (datum) van het lokaal comité op het niveau van de scholengemeenschap;
Gelet op het protocol nr. (nummer) van (datum) van het afzonderlijk bijzonder comité;
Considerans
Voorstel
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen
Stemming
BESLUIT:
Artikel 1
Art.2 De tweede evaluator bewaakt het proces, bewaakt de kwaliteit en waakt over de objectiviteit en de eenvormigheid van de evaluaties over de personeelsleden heen.
Art.3 Voor de evaluatoren wordt in het kader van het voeren van functionerings- en evaluatiegesprekken een opleiding voorzien zodat de evaluator voldoende competent is om met kennis van zaken en op een objectieve evenwichtige manier een oordeel uit te spreken over het presteren van het personeelslid. Daartoe wordt bij OVSG+ ingeschreven voor de opleiding voor evaluatoren.
Art. 4
Art. 5 De (eerste) evaluator zorgt voor de informatiedoorstroming naar het schoolbestuur en desgevallend naar de tweede evaluator.
Aldus beslist in zitting van heden.
Namens de gemeenteraad:
De voorzitter De algemeen directeur
Adinda Claessen Marijke Pertz
Functiebeschrijving/ evaluatiecyclus
Belangrijk is het uitgangspunt van het decreet rond functiebeschrijving en evaluatie.
Het decreet gaat uit van positieve inspanningen van 98% van de leerkrachten. Het gaat er van uit dat we de geleverde inspanningen van het personeel gaan waarderen.
Hieronder wordt weergegeven welke trajecten dat onze personeelsleden kunnen doorlopen.
Het groene pad en het oranje pad, of “hoppen” van het ene pad naar het andere pad.
Bij de aanstelling van het personeel (ook korte vervanging) overhandigen wij binnen een billijke periode (binnen een maand, werd geopperd) een functiebeschrijving met de lijst van de IGO’s (instellingsgebondenopdrachten)
Een personeelslid ondertekent deze FB voor kennisname (niet via mail!)
Groene pad
Het decreet gaat er van uit dat de meeste leerkrachten (ong. 98%) dit pad bewandelen. Een pad van coaching, begeleiding, afgewisseld met een functiegesprek, formeel of informeel.
Een verslag mag opgemaakt worden, is niet rechtsmatig.
Facultatief kan er een waarderend gesprek (WG) plaatsvinden.
Er wordt in het decreet nergens vermeld wat de tijdspanne is van het FG, maar men opteert bij op OVSG om zeker 1X per schooljaar gesprekken te voeren met de personeelsleden.
Oranje pad
Hier bevinden zich de “moetjes”.
Eerste Formeel FG
Coaching/ begeleiding
Functiegesprek (FG)
Evaluatiegesprek (EG)
120 dagen:
Verslag:
Lkrn komen terug op het groene pad (= streefdoel!)
Tijdelijke personeelsleden: onmiddellijk ontslag
Langdurig aangestelde personeelsleden: begint de cyclus opnieuw.
Voor de rechtsgeldigheid volstaat het niet om enkel de FB op te nemen in het Schoolwerkplan, maar moeten er protocollen zijn voor akkoord/ voor niet akkoord.
Ook belangrijk voor de evaluatoren om mee te nemen:
[1] Een personeelslid is onderworpen als uit risicoanalyse blijkt dat de risico’s verbonden aan zijn/haar werkactiviteiten medische gezondheidstoezicht door de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer vereisen.
[2] Opmerking: evenveel uurroosters opnemen als er individuele uurregelingen zijn binnen de school.