De gemeenteraad neemt kennis van de ontwerpnotulen, opgesteld door de algemeen directeur, van de vorige vergadering van 29 maart 2022.
De gemeenteraadsleden nemen er nota van dat tot het einde van de huidige vergadering opmerkingen kunnen gemaakt worden betreffende de redactie van de notulen.
Artikel 1: De voorgelegde jaarrekening 2021 van het kerkbestuur Onze-Lieve-Vrouw te Haasrode wordt gunstig geadviseerd met een exploitatieoverschot van 13.429,39 EUR en een investeringsoverschot van 9.815,47 EUR.
Artikel 2: De voorgelegde jaarrekening 2021 van het kerkbestuur Sint-Anna te Oud-Heverlee en Sint-Magdalena te Vaalbeek wordt gunstig geadviseerd met een exploitatieoverschot van 4.513,21 EUR en een investeringsoverschot van 16.136,25 EUR.
Artikel 3: De voorgelegde jaarrekening 2021 van het kerkbestuur Sint-Joris te Sint-Joris-Weert wordt gunstig geadviseerd met een exploitatieoverschot van 3.631,47 EUR en een investeringsevenwicht.
Artikel 4: De voorgelegde jaarrekening 2021 van het kerkbestuur Sint-Jan-Evangelist te Blanden wordt gunstig geadviseerd met een exploitatieoverschot van 24.196,21 EUR en een investeringsoverschot van 4.428,59 EUR, maar met de opmerking dat er geen rekening werd gehouden met de kanttekening van de gemeenteraad dd 15 december 2020 betreffende het budget van 2021. De Z-waarde dient gecorrigeerd te worden omwille van een verkeerde boeking in het jaar 2019.
Artikel 1: De gemeenteraad bekrachtigt het besluit van het college van burgemeester en schepenen om de heer Paul Pues af te vaardigen voor de algemene vergadering van 19 april 2022 van Sociaal Wonen arro Leuven en hem opdracht te geven om de agendapunten goed te keuren:
Artikel 1: De gemeenteraad besluit de agendapunten van de buitengewone algemene vergadering van EthiasCo cvba goed te keuren.
1. Vaststelling van de omzetting van het kapitaal in een statutair onbeschikbare eigen vermogensrekening
2. Aanneming van de rechtsvorm van de besloten vennootschap in toepassing van artikel 41 $ 4 van de wet van 23 maart 2019 tot invoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen
3. Aanneming van de statuten van de besloten vennootschap
4. Opdracht aan ondergetekende notaris om de coórdinatie van de statuten op te stellen en neer te leggen
5. Mandaat van de bestuurders en de leden van de Client Board
Artikel 2: De gemeenteraad besluit de heer David Huygens, gemeenteraadslid, af te vaardigen als stemgerechtigd vertegenwoordiger om deel te nemen aan de buitengewone algemene vergadering van EthiasCo cvba op 5 mei 2022, zijn mandaat te bepalen en hem op te dragen de agendapunten van de algemene vergadering goed te keuren.
Artikel 1: De gemeenteraad van Oud-Heverlee besluit zijn goedkeuring te geven aan de volgende agenda van de algemene vergadering van 27 mei 2022
1. Verslag van de raad van bestuur over het boekjaar 2021 (bijlage)
2. Verslag van de commissaris over zijn werkzaamheden in het boekjaar 2021 (bijlage)
3. Goedkeuring van de jaarrekening over het boekjaar 2021 (bijlage)
Goedkeuring van de winstverdeling
4. Kwijting aan bestuurders en commissaris
5. Ontslag en benoeming bestuurders
6. Rondvraag
Artikel 2: De gemeenteraad besluit om de heer Mattias Bouckaert, vertegenwoordiger voor de algemene vergaderingen van Creadiv NV, mandaat te verlenen om tijdens de algemene vergadering van Creadiv NV van 27 mei 2022 te handelen en te beslissen conform de beslissing van de gemeenteraad van 26 maart 2019.
Artikel 1: De gemeenteraad beslist goedkeuring te verlenen aan alle punten op de agenda van de algemene vergadering TMVS dv van 21 juni 2022 en de daarbij behorende documentatie nodig voor het onderzoek van de agendapunten :
1. Toetreding van deelnemers
2. Actualisering van bijlagen L en2 aan de statuten ingevolge toetredingen
3. Verslag van de raad van bestuur over boekjaar 2O21,
4. Verslag van de commissaris
5. a. Goedkeuring van de jaarrekening over boekja ar 2021, afgesloten per 3L december 202L
b. Goedkeuring van de voorgestelde winstverdeling over boekja ar 202L
6. Kwijting aan de bestuurders en de commissaris
7. Actualisering presentievergoeding
8. Statutaire benoemingen
9. Aanstelling commissaris
Varia
Artikel 2: De gemeenteraad draagt Mattias Bouckaert, vertegenwoordiger op om namens het bestuur alle akten en bescheiden met betrekking tot de algemene vergadering van TMVS dv vastgesteld op 21 juni 2022, te onderschrijven en zijn stemgedrag af te stemmen op het in de beslissing van de gemeenteraad van heden bepaalde standpunt met betrekking tot de agendapunten van voormelde algemene vergadering.
Artikel 3: Een afschrift van dit besluit zal :
gestuurd worden.
Artikel 1: De gemeenteraad besluit om goedkeuring te hechten aan de agenda van de Algemene Vergadering van Fluvius Opdrachthoudende Vereniging van 8 juni 2022 met als agendapunten:
Artikel2: De gemeenteraad van Oud-Heverlee besluit om Adinda Claessen aan te duiden als vertegenwoordiger voor de Algemene Vergadering van Fluvius Opdrachthoudende Vereniging op 8 juni 2022 en betrokken vertegenwoordiger op te dragen haar stemgedrag af te stemmen op de beslissingen genomen in de gemeenteraad van heden inzake voormeld artikel 1 van onderhavige beslissing.
Artikel 3: De gemeenteraad besluit om het college van burgemeester en schepenen te gelasten met de uitvoering van voormelde beslissing en ze onder meer ter kennis te brengen aan Fluvius Opdrachthoudende Vereniging.
Artikel 1: De gemeenteraad besluit zijn goedkeuring te hechten aan de volgende agenda van de algemene vergadering van de opdrachthoudende vereniging PBE van 30 juni 2022:
Artikel 2: De gemeenteraad besluit om mevrouw Maggy Steeno, gemeenteraadslid, aan te duiden als vertegenwoordiger voor de (fysieke of digitale) Algemene Vergadering van de opdrachthoudende vereniging PBE op 30 juni 2022 (of iedere andere datum waarop deze uitgesteld of verdaagd zou worden), en op te dragen haar stemgedrag af te stemmen op de beslissingen genomen in de gemeenteraad van heden inzake voormeld artikel 1 van onderhavige beslissing.
Artikel 3: De gemeenteraad beslist om het college van burgemeester en schepenen opdracht te geven om de huidige beslissing van de gemeenteraad uit te voeren en deze ter kennis te brengen aan de opdrachthoudende vereniging PBE, ter attentie van het secretariaat (in pdf-versie), uitsluitend op het emailadres: vennootschapssecretariaat@fluvius.be.
Artikel 1: De gemeenteraad besluit zijn goedkeuring te geven aan de volgende agenda van de Algemene Vergadering van de opdrachthoudende vereniging Riobra van 22 juni 2022:
Artikel 2: De gemeenteraad besluit om de heer Patrice Lemaître, gemeenteraadslid, aan te duiden als vertegenwoordiger die fysiek dan wel digitaal zal deelnemen aan de Algemene Vergadering van Riobra van 22 juni 2022 (of iedere andere datum waarop deze uitgesteld of verdaagd zou worden) en op te dragen zijn/haar stemgedrag af te stemmen op de beslissingen genomen in de gemeenteraad van heden inzake voormeld artikelen 1 van onderhavige beslissing.
Artikel 3: De gemeenteraad besluit om het college van burgemeester en schepenen te gelasten met de uitvoering van voormelde beslissingen en onder meer kennisgeving hiervan te verrichten aan de opdrachthoudende vereniging Riobra, ter attentie van het secretariaat (in pdf-versie), uitsluitend op het e‑mailadres vennootschapssecretariaat@fluvius.be .
Artikel 1: De gemeenteraad besluit om het bestaande arbeidsreglement voor de personen die onder gezag arbeid verrichten in de gemeentelijke basisscholen: gemeentelijke basisschool De Lijsterboom, p/a Bierbeekstraat 4, 3052 Oud‑Heverlee, gemeentelijke basisschool De Hazensprong, A.Verheydenstraat 19, 3053 Oud-Heverlee, gemeentelijke basisschool De Letterberg, p/a Dorpsstraat 60, 3050 Oud-Heverlee, te wijzigen.
Artikel 2: De gemeenteraad besluit om akkoord te gaan met de wijzigingen aan het arbeidsreglement basisonderwijs.
Artikel 3:
GEMEENTESCHOLEN OUD-HEVERLEE
ARBEIDSREGLEMENT
Inhoud
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen en definities. 6
1.1 Draagwijdte. 6
1.2 Toepassingsgebied. 6
1.3 Definities. 6
Hoofdstuk 2 Arbeidsduur, arbeidstijd, prestatieregeling, vakantieregeling. 9
2.1 Algemeen. 9
2.2 Directeur 12
2.2.1 De directeur van een school 12
2.2.2 De directeur coördinatie-scholengemeenschap. 12
2.3 Zorgcoördinator, ICT-coördinator en administratief medewerker 13
2.3.1 Algemeen. 13
2.3.2 Bepalingen voor de zorgcoördinator / de ICT-coördinator 13
2.3.3 Bepalingen voor de administratief medewerker 14
2.4 Onderwijzend personeel 15
2.5 Stafmedewerker-scholengemeenschap. 16
2.6 Kinderverzorger 17
Hoofdstuk 3 Afwezigheden en verlof 18
3.1 Individuele afwezigheden. 18
3.2 Ziekte. 18
3.3 Afwezigheids- en verlofstelsels. 19
Hoofdstuk 4 Meting van en controle op de arbeid. 20
Hoofdstuk 5 Betaling van het salaris. 20
Hoofdstuk 6 Leerlingentoezicht 21
Hoofdstuk 7 Functiebeschrijvingen en evaluatie. 22
Hoofdstuk 7bis Beoordeling aan de vooravond van TADD.. 23
Hoofdstuk 8 Ontslagregeling. 23
8.1 Opzeggingstermijnen. 23
8.2 Dringende redenen. 24
Hoofdstuk 9 Orde- en tuchtregeling. 26
Hoofdstuk 10 Personeelsdossier 27
10.1 Administratief dossier 27
10.2 Tuchtdossier 28
Hoofdstuk 11 Bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de personeelsleden. 29
11.1 Algemeen. 29
11.2 Ten aanzien van het schoolbestuur, de directeur en het personeelsteam.. 29
11.3 Ten aanzien van ouders, leerlingen en derden. 31
11.4 Ten aanzien van de inspectie, verificatie en de pedagogische begeleidingsdienst 33
Hoofdstuk 12 Specifieke verplichtingen. 33
12.1 Ambtsgeheim, discretieplicht, privacy en informatieveiligheid. 33
12.2 Zorgvuldig bestuur 34
12.3 Initiatieven van personeelsleden. 35
12.4 Verzekering. 35
12.5 Schoolreglement 36
12.6 Gebruik van communicatie- en informaticatoepassingen. 37
12.7 Bestellingen, andere extra onkosten en schoolfinanciën. 37
Hoofdstuk 13 Auteurswet 38
13.1 Auteursrechten (werken) 38
13.2 Naburige rechten (prestaties) 38
13.3 Reprografierechten (werken, databanken en prestaties) 39
13.4 Overdracht van vermogensrechten. 39
Hoofdstuk 14 Veiligheid, gezondheid en welzijn. 40
14.1 Algemeen. 40
14.2 Gezondheid. 41
14.3 Genotsmiddelen. 42
14.4 Veiligheid. 42
14.5 Arbeidsongeval, ongeval op weg naar of van het werk. 43
Hoofdstuk 15 Bescherming psychosociale risico’s op het werk, waaronder geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk. 44
15.1 Algemeen. 44
15.2 Beginselverklaring geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag. 44
15.3 Raadgeving en hulp. 45
15.4 Procedure. 45
Hoofdstuk 16 Onthaal van nieuwe personeelsleden. 48
Hoofdstuk 17 Bevoegde inspectiediensten. 48
BIJLAGEN 50
BIJLAGE 1: INDIVIDUELE UURROOSTERS. 51
BIJLAGE 2: MEDEDELINGEN INZAKE WELZIJN. 52
BIJLAGE 3: ADRESSEN VAN DE BEVOEGDE INSPECTIEDIENSTEN. 54
BIJLAGE 4: MEDEDELINGEN INZAKE INFORMATIEVEILIGHEID EN PRIVACY. 56
BIJLAGE 5 : CHARTER ROND HET GEBRUIK VAN TEAMS. 56
BIJLAGE 6 : EVALUATIEREGLEMENT. 60
Toelichting
De wet van 8 april 1965 tot instelling van de arbeidsreglementen bepaalt dat het schoolbestuur voor haar personeel een arbeidsreglement moet opmaken met daarin een aantal verplichte vermeldingen. Het arbeidsreglement legt de relatie tussen het schoolbestuur en het personeel vast.
In ons model hebben we enerzijds die zaken vermeld die volgens de wet verplicht in een arbeidsreglement moeten worden opgenomen. Anderzijds hebben we dit uitgebreid met bepalingen die volgens ons best worden opgenomen in een arbeidsreglement van een basisschool. Het is echter niet de bedoeling dat het schoolbestuur dit arbeidsreglement zomaar overneemt. Het biedt een uitgangspunt om een eigen arbeidsreglement te ontwikkelen dat maximaal is afgestemd op de lokale situatie, zonder evenwel in te druisen tegen de regelgeving.
Om u hierbij te helpen, hebben we telkens waar relevant in de rechterkolom van onderstaande tabel enige achtergrondinformatie opgenomen en duiden we eventueel aan welke bepalingen hun oorsprong vinden in regelgeving. Zo weet u van welke zaken u inhoudelijk niet kunt afwijken. We hopen dat ons model u kan inspireren om te komen tot een goed werkbaar en op maat gesneden arbeidsreglement voor uw school.
Bevoegdheid goedkeuring
De gemeenteraad is bevoegd om dit arbeidsreglement goed te keuren maar kan dit in het Vlaams Gewest delegeren naar het schepencollege, zie artikel 41, tweede lid, 2° Decreet Lokaal Bestuur
Overleg- en onderhandelingsprocedure (wet van 8 april 1965 – hoofdstuk IIIbis)
Voor het opstellen en wijzigen van het arbeidsreglement moeten de onderhandeling- en overlegprocedures worden gevolgd zoals geregeld in de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel („syndicaal statuut‟):
– voor de bepalingen uit het arbeidsreglement die onderhandelingsmaterie zijn, moet de onderhandelingsprocedure worden gevolgd (bijvoorbeeld: de arbeidsduur en de organisatie van het werk, jaarlijkse vakantieregeling);
– voor de bepalingen uit het arbeidsreglement die overlegmaterie zijn, moet de overlegprocedure worden gevolgd (bijvoorbeeld: uurroosters, bepalingen i.v.m. bescherming tegen geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk).
Bepalingen die gewoon worden overgenomen uit bestaande reglementering of die vroeger al zijn onderhandeld of overlegd en in het arbeidsreglement ongewijzigd worden overgenomen, moeten niet opnieuw worden onderhandeld of overlegd alsof ze nooit hebben bestaan. Ook al zou het arbeidsreglement enkel uit dergelijke bepalingen bestaan, toch moet het arbeidsreglement zelf worden overlegd, al was het maar omdat de overleggende partijen het wel moeten eens zijn over het feit dat de bestaande regels correct worden overgenomen en/of dat de verwijzing naar bestaande teksten correct en op een voor iedereen begrijpelijke wijze gebeurt.
Opgelet:
– De bepalingen die noch onderhandelingsmaterie, noch overlegmaterie zijn, maar die verplicht moeten worden vermeld in het arbeidsreglement, worden toch onderworpen aan de overlegprocedure! Dit geldt voor de vermelding van de plaats van de EHBO-koffer, de EHBO-hulpverlener, naam geneesheer tot wie slachtoffer van arbeidsongeval zich kan wenden, adres inspectiediensten belast met toezicht op bescherming van werknemers).
– Er geldt bovendien een specifieke procedure voor materies die onderworpen zijn aan de overlegprocedure maar waarbij geen unaniem gemotiveerd advies wordt bekomen in het overlegcomité. In dat geval wordt het geschil door de voorzitter van het overlegcomité ter kennis gebracht van de Inspecteur van de sociale wetten binnen een termijn van 15 dagen volgend op de dag waarop het proces-verbaal van het comité een definitief karakter heeft gekregen. Deze ambtenaar probeert binnen een termijn van 30 dagen, de uiteenlopende standpunten te verzoenen. Lukt dit niet, dan wordt het geschil binnen 15 dagen na het proces-verbaal van niet-verzoening onderworpen aan de onderhandelingsprocedure. Nadat het protocol van het onderhandelingscomité een definitief karakter heeft gekregen (protocol van akkoord of van niet-akkoord), stelt de overheid het arbeidsreglement vast of brengt de wijzigingen in het arbeidsreglement aan. Merk op dat dergelijke verzoeningsprocedure enkel geldt binnen de context van het arbeidsreglement.
Bekendmaking van het arbeidsreglement
In elke vestigingsplaats moet er een afschrift van het arbeidsreglement aanwezig zijn. De personeelsleden moeten het op elk ogenblik en zonder tussenpersoon kunnen inkijken. In de hoofdschool moet bovendien op een gemakkelijk toegankelijke plaats een bericht worden aangeplakt met de vermelding van de plaats waar het arbeidsreglement kan worden geraadpleegd. Elk personeelslid dient bij zijn indiensttreding een kopie van het arbeidsreglement te ontvangen. Hij moet ook een kopie van iedere wijziging ontvangen. Het gaat om een absolute verplichting. Bij het niet naleven ervan is het personeelslid niet gebonden door de bepalingen van het arbeidsreglement. Het schoolbestuur en de directeur hebben er dus alle belang bij een schriftelijk bewijs te hebben dat aantoont dat het personeelslid een exemplaar heeft ontvangen. De personeelsleden moeten ook op een gemakkelijk toegankelijke plaats inzage kunnen hebben in de teksten waar het arbeidsreglement naar verwijst. Er moet binnen de acht dagen vanaf de datum van inwerkingtreding van het arbeidsreglement een afschrift worden bezorgd aan het regionaal bureau van de Inspectie van de sociale wetten.
Dit document kan nu online worden ingevoerd via www.arbeidsreglement.belgie.be. De toegang tot deze applicatie gebeurt met de elektronische identiteitskaart (eID). Het systeem van aanmelden is hetzelfde als bij andere online diensten van de overheid (zoals tax-on-web).
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen en definities1.1 DraagwijdteArt.1 Dit arbeidsreglement is een reglement van inwendig bestuur en heeft een afdwingbaar karakter. Art.2 Dit arbeidsreglement is ondergeschikt aan dwingende wetsbepalingen en hun uitvoeringsbesluiten. Art.3 De arbeidsvoorwaarden die een gevolg zijn van andere wettelijke, decretale en reglementaire bepalingen dan deze opgesomd in dit arbeidsreglement blijven onverkort gelden. Het gaat onder meer over de rechten en plichten opgesomd in het Decreet Rechtspositie voor de personeelsleden gesubsidieerd door het ministerie van Onderwijs en Vorming. 1.2 ToepassingsgebiedArt.4 Dit reglement is van toepassing op het gesubsidieerd personeel zoals bedoeld in het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding (verder genoemd Decreet Rechtspositie) met name:
tewerkgesteld in een ambt van een van volgende categorieën:
die tewerkgesteld zijn in de gemeentelijke basisscholen van de gemeente Oud-Heverlee met inbegrip van de personeelsleden die in deze scholen tewerkgesteld zijn via reaffectatie of wedertewerkstelling. 1.3 DefinitiesArt.5 Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:
HOC: het hoog overlegcomité. In dit comité zetelen afgevaardigden van het schoolbestuur en van de representatieve vakorganisaties. Zij overleggen vooraf over bepaalde grondregelingen met betrekking tot personeelsaangelegenheden, o.a. over voorliggend arbeidsreglement (bijvoorbeeld: uurroosters, bepalingen i.v.m. bescherming tegen geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk).
|
Toelichting Wet van 8 april 1965 tot instelling van de arbeidsreglementen, zoals gewijzigd Art. 3: Zie o.a. art. 9-15 Decreet Rechtspositie. 1.2 Toepassingsgebied Deze opsomming omvat alle personeelsleden, gesubsidieerd door het ministerie van Onderwijs en Vorming die tewerkgesteld kunnen zijn in een basisschool. Het is dus ook van toepassing op personeelsleden die vervangingen doen. Desgevallend kan dit arbeidsreglement ook van toepassing worden gemaakt op het niet-gesubsidieerd onderwijspersoneel. Opgelet: het volstaat niet om deze niet-gesubsidieerde onderwijspersoneelsleden zomaar bij het toepassingsgebied te vermelden. De onderwijsregelgeving kan voor hen namelijk enkel van toepassing worden gemaakt voor de items waarvoor in de lokale gemeentelijke rechtspositieregeling van het gemeentepersoneel een afwijking is opgenomen voor het niet-gesubsidieerd onderwijspersoneel. Met andere woorden: er moet een rechtsbasis zijn. Hou daarbij rekening dat niet voor alle bepalingen van de gemeentelijke rechtspositieregeling de onderwijsregelgeving kan worden gevolgd. Bijvoorbeeld: de onderwijsregelgeving rond tucht kan niet worden toegepast op niet-gesubsidieerde onderwijspersoneelsleden omdat de kamer van beroep geen bevoegdheden heeft ten aanzien van niet-gesubsidieerd onderwijspersoneel. Indien ervoor wordt geopteerd om de niet-gesubsidieerde onderwijspersoneelsleden in het toepassingsgebied van dit arbeidsreglement op te nemen, zal voor de bepalingen waarvoor de onderwijsregelgeving niet wordt gevolgd, telkens moeten worden verwezen naar de gemeentelijke regeling. Vergeet niet om voor het niet-gesubsidieerd personeel te onderhandelen/overleggen in het bijzonder onderhandelingscomité / het hoog overlegcomité (HOC) van de gemeente. Een alternatief is om voor de niet-gesubsidieerde onderwijspersoneelsleden een afzonderlijk arbeidsreglement uit te werken met daarin de bepalingen die specifiek voor hen van toepassing zijn. Dit zal een combinatie zijn van elementen uit het arbeidsreglement van het gesubsidieerd onderwijspersoneel en uit dat van het „gewoon‟ gemeentepersoneel, naargelang de afwijkingen in de lokale gemeentelijke rechtspositieregeling. 1.3 Definities §3. Door deze definiëring omvat de term ‘directeur’ in dit arbeidsreglement niet alleen de titularis zelf maar desgevallend ook zijn door het schoolbestuur aangeduide vervanger . §6. In scholengemeenschappen die uitsluitend bestaan uit scholen die behoren tot hetzelfde schoolbestuur worden de bevoegdheden van het OCSG uitgeoefend door het afzonderlijk bijzonder comité (ABOC). |
||||||||||||||||||||||||||||||
Hoofdstuk 2 Arbeidsduur, arbeidstijd, prestatieregeling, vakantieregeling2.1 AlgemeenArt.6 Het schooljaar begint op 1 september en eindigt op 31 augustus. Art.7 De lessen worden in aantal gelijkmatig gespreid over 9 halve dagen, van maandag tot en met vrijdag. De woensdagnamiddag is vrij. Art.8 De normale openingsuren van de school zijn de volgende:
(’s Morgens ten vroegste aanvangen om 08.00 uur. ’s Avonds ten vroegste eindigen om 15.00 uur en ten laatste om 17.00 uur, dit is niet te begrijpen als de wekelijkse arbeidsduur van de personeelsleden. Art.9 De rustpauzes worden, behoudens afwijkingen voorzien in de individuele uurroosters, als volgt toegekend: Voormiddag: van 10u20 tot 10u45 Namiddag: van 14u20 tot 14u40 Art.10 De middagpauze wordt, behoudens afwijkingen voorzien in de individuele uurroosters, als volgt toegekend: van 12u15 tot 12u45. Art.11 De directeur stelt het lessenrooster op. Art.12 De directeur stelt het ontwerp van individuele uurroosters van de personeelsleden op, met inbegrip van de toezichtroosters en rustpauzes. Hij streeft hierbij naar een optimale afstemming op de noden van de organisatie rekening houdend met een billijke verdeling tussen de personeelsleden. Art.13 Alle uurroosters die voorkomen of kunnen voorkomen op school maken integraal deel uit van het arbeidsreglement. Ze worden opgenomen in bijlage 1 van dit arbeidsreglement / een aparte map uurroosters/schoolorganisatie. Elk personeelslid ontvangt een exemplaar van zijn individuele uurrooster dat vanaf dan bindend wordt voor beide partijen. Bij elke wijziging hiervan ontvangt het betrokken personeelslid een aangepaste versie. Het personeelslid ondertekent zijn individueel uurrooster of een aangepaste versie voor ontvangst. Art.14 Het personeelslid leeft zijn individueel uurrooster stipt na. De afstand of de verplaatsing zijn, behoudens overmacht, geen rechtvaardiging voor afwezigheden of te laat komen. Art.15 De wekelijkse arbeidsduur is vastgesteld als volgt
- bestuurs- en onderwijzend personeel: maximum 26 klokuren; - beleids- en ondersteunend personeel: 36 klokuren - het paramedisch personeel: 32 klokuren
Art.16
Art.17 Elk personeelslid is verplicht de personeelsvergaderingen, oudercontacten en pedagogische studiedagen bij te wonen, tenzij het dienstorder anders bepaalt. Art.18 Opendeurdagen en schoolfeesten met leerlingenactiviteiten kunnen tijdens het weekend worden georganiseerd. In dat geval kunnen de personeelsleden gedurende maximaal 2 beurten per jaar verplicht worden om aan deze activiteiten deel te nemen. Alle personeelsleden die minimaal een halftijdse opdracht in de school vervullen, moeten naar evenredigheid hun medewerking aan deze activiteiten verlenen. Indien een personeelslid in meerdere scholen fungeert overleggen de betrokken directeurs over de medewerking van dit personeelslid. Deelname aan andere activiteiten tijdens weekends gebeurt op vrijwillige basis. Art.19
Art.20 De lessen kunnen drie halve dagen per schooljaar geschorst worden voor het houden van pedagogische studiedagen. Art.21 De duur van de jaarlijkse vakantie wordt geregeld conform de bepalingen van de onderwijsreglementering. Art.22 De normale rustdagen zijn de jaarlijkse vakantiedagen: herfst-, kerst-, krokus-, paas- en zomervakantie; Art.23 Er is bovendien vakantie op volgende dagen: 11 november, 1 mei, Paasmaandag, Hemelvaartsdag en de daaropvolgende dag en Pinkstermaandag, voor zover zij niet in een vakantieperiode vallen. Art.24 Per schooljaar legt het schoolbestuur twee facultatieve vakantiedagen vast. Deze facultatieve vakantiedagen worden ten laatste op 15 juni van het voorafgaande schooljaar vastgelegd in de jaarkalender en aan de personeelsleden meegedeeld via een dienstorder. Art.25 De lessen kunnen de laatste schooldag vóór de zomervakantie één halve dag geschorst worden om de school in staat te stellen opdrachten verbonden aan het einde van het schooljaar, zoals oudercontacten, te realiseren. Art.26 De lessen kunnen de dag na de parlementaire, provinciale of gemeentelijke verkiezingen worden geschorst wanneer de lokalen naar aanleiding van die verkiezingen gebruikt zijn voor het inrichten van stemopnemingsbureaus. De directeur brengt de personeelsleden hiervan per dienstorder op de hoogte. Art.27 Het schoolbestuur van de school waaraan het personeelslid geaffecteerd is, blijft werkgever van het personeelslid ook al wordt het ingezet in een school van de scholengemeenschap van een ander schoolbestuur. Art.28 Het schoolbestuur houdt bij het inzetten van het personeel rekening met volgende principes:
2.2 Directeur2.2.1 De directeur van een schoolArt.29 De directeur is tijdens de normale aanwezigheid van de leerlingen én telkens wanneer de dienst het vereist, in één van de vestigingsplaatsen aanwezig, behoudens gerechtvaardigde afwezigheden in dienstverband. Art.30 De directeur kan worden ingezet voor de vervulling van opdrachten voor de totaliteit van de scholengemeenschap. Art.31 De directeur/adjunct-directeur met onderwijsopdracht en/of opdracht ICT-coördinator en/of zorgcoördinator moet de nodige regelingen treffen om deze taak naar behoren uit te oefenen. Art.32 Tijdens de schoolvakanties moet de directeur de prestaties uitvoeren die noodzakelijk zijn om de goede werking van de school te garanderen, maar tijdens de zomervakantie moet een vakantieperiode van zes weken gegarandeerd zijn, waarvan een ononderbroken periode van vijf weken op te nemen tussen 6 juli en 15 augustus. 2.2.2 De directeur coördinatie-scholengemeenschapArt.33 De directeur coördinatie-scholengemeenschap krijgt een administratieve standplaats toegewezen in een school behorend tot de scholengemeenschap. Art.34 Hij/zij wordt belast met een coördinerende managementfunctie op het niveau scholengemeenschap. Art.35 De prestaties van de directeur coördinatie-scholengemeenschap worden vastgelegd volgens de afspraken van de scholengemeenschap (o.a. beschikbaarheid, overleg, …). Art.36 De directeur coördinatie- scholengemeenschap kan worden ingezet voor de vervulling van opdrachten voor en in andere scholen van de scholengemeenschap of voor de vervulling van opdrachten voor de totaliteit van de scholengemeenschap. Art.37 De directeur coördinatie-scholengemeenschap is behoudens gerechtvaardigde afwezigheden in dienstverband, tijdens de normale aanwezigheid van de leerlingen en telkens wanneer de dienst het vereist, in één van de vestigingsplaatsen. Art.38 Tijdens de zomervakantie heeft de directeur coördinatie-scholengemeenschap recht op zes weken vakantie, waarvan een ononderbroken periode van vijf weken, op te nemen tussen 6 juli en 15 augustus. 2.3 Zorgcoördinator, ICT-coördinator en administratief medewerker2.3.1 AlgemeenArt.39 De zorgcoördinator, de ICT-coördinator en de administratief medewerker zijn inzetbaar voor de scholengemeenschap Art.40 Ze kunnen ingezet worden voor de vervulling van opdrachten voor en in andere scholen van de scholengemeenschap of voor de vervulling van opdrachten voor de totaliteit van de scholengemeenschap. 2.3.2 Bepalingen voor de zorgcoördinator / de ICT-coördinatorArt.41 De wekelijkse opdracht van de zorgcoördinator / de ICT-coördinator die voltijds fungeert bedraagt 36 klokuren. Art.42 De wekelijkse opdracht van de zorgcoördinator / de ICT-coördinator die deeltijds fungeert bedraagt steeds een evenredig deel van die 36 klokuren. Er wordt steeds afgerond naar een volledig uur. Art.43 Deze prestatieregeling kan niet beperkt blijven tot de periode van normale aanwezigheid van de leerlingen. Art.44 De schoolvakanties zijn vakantiedagen voor de zorgcoördinator / de ICT-coördinator. 2.3.3 Bepalingen voor de administratief medewerkerArt.45 De wekelijkse opdracht van de administratief medewerker die voltijds fungeert bedraagt 36 klokuren. Art.46 De wekelijkse opdracht van de administratief medewerker die deeltijds fungeert bedraagt een evenredig deel van die 36 klokuren. Er wordt steeds afgerond naar een volledig uur. Art.47 Vakantieregeling administratief medewerker
2.4 Onderwijzend personeelArt.48 De personeelsleden verzekeren de hoofdopdracht zoals jaarlijks vastgelegd door het schoolbestuur. Deze hoofdopdracht bestaat uit de lesopdracht en/of beleidsondersteuning en/of bijzondere pedagogische taken. De wekelijkse hoofdopdracht van personeelsleden met een voltijdse betrekking bedraagt voor volgende ambten als volgt: • het ambt van kleuteronderwijzer: minimum 24 lestijden en maximum 26 lestijden. • het ambt van onderwijzer in het gewoon lager onderwijs: minimum 24 lestijden en maximum 27 lestijden. • het ambt van leermeester godsdienst, niet-confessionele zedenleer en lichamelijke opvoeding: minimum 24 lestijden en maximum 28 lestijden. Art.49 De wekelijkse schoolopdracht van het onderwijzend personeel dat voltijds is tewerkgesteld, bedraagt maximaal 26 klokuren te presteren binnen de normale aanwezigheid van de leerlingen. Art.50 De wekelijkse schoolopdracht van het onderwijzend personeel dat deeltijds is tewerkgesteld, bedraagt ten hoogste een evenredig deel van de hierboven vermelde klokuren. Art.51 De personeelsleden verzekeren het toezicht binnen de normale aanwezigheid van de leerlingen. Rekening houdend met de schoolopdracht die van ieder personeelslid kan worden gevraagd, wordt een billijke verdeling uitgewerkt door de directeur in samenspraak met de syndicale afgevaardigden in de school. De criteria voor de invulling van de toezichtopdrachten worden onderhandeld in het ABOC. Art.52 Personeelsleden die buiten het individuele uurrooster verplicht aanwezig moeten zijn op vergaderingen of andere activiteiten kunnen deze tijd niet compenseren. Deze vergaderingen en activiteiten maken deel uit van de normale werking van de school. Art.53 Een personeelslid van het onderwijzend personeel kan worden ingezet voor de vervulling van opdrachten voor andere scholen van de scholengemeenschap Art.54 De schoolvakanties zijn vakantiedagen voor het onderwijzend personeel. Art.55 In functie van de goede werking van de school kan echter op hen maximum Deze opdrachten worden billijk verdeeld tussen de personeelsleden en worden jaarlijks voor 1 december meegedeeld. Art.56 Een personeelslid moet de nodige voorbereidingen treffen om de lessen stipt te kunnen laten aanvangen. Art.57 De organisatie van extra-murosactiviteiten in opdracht, wordt geregeld door de directeur in overleg met de betrokken personeelsleden. Behoudens uitzonderlijke omstandigheden wordt het tijdstip van deze activiteiten aan de personeelsleden meegedeeld voor eind september bij dienstorder. Art.58 De organisatie van extra-murosactiviteiten op initiatief van een of meerdere personeelsleden kan enkel mits voorafgaandelijk akkoord van de directeur. Art.59 Het personeelslid blijft tijdens de extra-murosactiviteiten verantwoordelijk voor het toezicht op de minderjarige leerlingen zowel tijdens de verplaatsing als tijdens de activiteit zelf. 2.5 Stafmedewerker-scholengemeenschapArt.60 De stafmedewerker-scholengemeenschap krijgt een administratieve standplaats toegewezen in een school behorend tot de scholengemeenschap. Art.61 De stafmedewerker-scholengemeenschap draagt actief bij tot het verhogen van het beleidsvoerend vermogen van de scholengemeenschap. Art.62 De stafmedewerker-scholengemeenschap kan ingezet worden voor de vervulling van opdrachten voor en in andere scholen van de scholengemeenschap of voor de vervulling van opdrachten voor de totaliteit van de scholengemeenschap. Art.63 De prestaties van de stafmedewerker-scholengemeenschap worden vastgelegd volgens de afspraken van de scholengemeenschap (o.a. beschikbaarheid, overleg, …). Art.64 De wekelijkse opdracht van de stafmedewerker-scholengemeenschap die voltijds fungeert bedraagt 36 klokuren. Art.65 De wekelijkse opdracht van de stafmedewerker-scholengemeenschap die deeltijds fungeert bedraagt een evenredig deel van 36 klokuren. Art.66 Voor de functie van stafmedewerker-scholengemeenschap geldt de vakantieregeling van het onderliggend ambt. Art.67 In functie van de goede werking van de school kan echter op hem/haar maximum 3 dagen een beroep worden gedaan binnen de lijst van opdrachten bepaald na onderhandeling in het afzonderlijk bijzonder onderhandelingscomité. Maar een ononderbroken vakantieperiode tussen 6 juli en 15 augustus moet gegarandeerd zijn. 2.6 KinderverzorgerArt.68 De opdracht van de kinderverzorger bestaat uit het uitvoeren van verzorgende taken ten aanzien van jonge kleuters en dit ter ondersteuning van de kleuteronderwijzer(s). Art.69 De wekelijkse opdracht van een voltijdse kinderverzorger bedraagt 32 klokuren. Art.70 De wekelijkse opdracht van de kinderverzorger die deeltijds is tewerkgesteld, bedraagt ten hoogste een evenredig deel van de hierboven vermelde klokuren. Art.71 Bij het toezicht binnen de normale aanwezigheid van de leerlingen treedt de kinderverzorger samen met de kleuteronderwijzer op. Rekening houdend met de opdracht van de kinderverzorger, wordt een billijke verdeling uitgewerkt door de directeur. Art.72 Bij toezicht tijdens extra-murosactiviteiten treedt de kinderverzorger op samen met de kleuteronderwijzer. Art.73 Personeelsleden die buiten het individuele uurrooster verplicht aanwezig moeten zijn op relevante vergaderingen of andere activiteiten, kunnen deze tijd niet compenseren. Deze vergaderingen en activiteiten maken deel uit van de normale werking van de school. Art.74 De schoolvakanties zijn vakantiedagen voor de kinderverzorgers. Art.75 In functie van de goede werking van de school kan echter op hen maximum 3 dagen een beroep worden gedaan binnen de lijst van opdrachten bepaald na onderhandeling in het afzonderlijk bijzonder onderhandelingscomité, maar een ononderbroken vakantieperiode tussen 6 juli en 15 augustus moet gegarandeerd zijn. |
Verplicht op te nemen hoofdstuk: Volgende elementen moeten hierin worden geregeld: – aanvang en einde gewone arbeidsdag – tijdstip en duur rusttijden – dagen van regelmatige onderbreking arbeid – deeltijdse arbeidstijdregeling – uurroosters – jaarlijkse vakantie Art. 6-10: Besluit van de Vlaamse Regering van 17/04/1991 tot organisatie van het schooljaar in het basisonderwijs, in het deeltijds onderwijs en in het onderwijs voor sociale promotie georganiseerd, erkend of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap Art 8: Onder de normale openingsuren van de school verstaan we de uren waarbinnen alle personeelsleden met een voltijdse opdracht hun prestaties moeten leveren. Deze wekelijkse schoolopdracht moet in principe worden gepresteerd binnen de normale aanwezigheid van de leerlingen (art. 163, §1, 2de lid van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997). Onder dit laatste verstaat men de periode die loopt vanaf 15 minuten voor de eerste les ’s morgens tot 15 minuten na de laatste les ’s middags en vanaf 15 minuten voor de eerste les ’s namiddags tot 15 minuten na de laatste les ’s avonds (art. 3, 43° decreet basisonderwijs). Art. 11-12: Houd er rekening mee dat er een half uur rust moet worden toegekend wanneer de arbeidstijd per dag meer dan zes uur bedraagt. Bovendien mag de arbeidsduur niet meer bedragen dan 11 uur per dag. Regelgeving: wet van 14/12/2000 tot vaststelling van sommige aspecten van de organisatie van de arbeidstijd in openbare sector. Art.10: Er moet rekening gehouden worden met het Besluit van de Vlaamse Regering van 17/06/1997 betreffende de opdracht van het personeel in het basisonderwijs. Het middagtoezicht is opgenomen in de lijst van taken die niet tot het taken- en opdrachtenpakket van het personeel kunnen behoren Art. 12-13: Individuele uurroosters Het arbeidsreglement moet alle mogelijke toepasselijke (individuele), niet-gepersonaliseerde uurroosters bevatten die in de school voorkomen (of kunnen voorkomen). Deze uurroosters maken deel uit van het arbeidsreglement, hetgeen impliceert dat ze de syndicale procedure volgen (overleg) en door de gemeenteraad worden vastgelegd via het arbeidsreglement. Om de syndicale procedure niet te verzwaren, is het aangewezen om aan elk individueel personeelslid voorafgaandelijk zijn akkoord te vragen met zijn individueel uurrooster. Tijdens de procedure kan men zich dan focussen op de niet-gepersonaliseerde uurroosters waartegen protest is geuit. Opgelet: ook al gaat het individueel personeelslid akkoord met zijn uurrooster, toch blijft de procedure van toepassing. Deze procedure kan merkelijk worden vereenvoudigd indien het opstellen van de uurroosters door de gemeenteraad wordt omschreven als dagelijks personeelsbeheer. Dan wordt namelijk de algemeen directeur hiervoor bevoegd én kan hij deze bevoegdheid delegeren naar de leidinggevenden. Elke aanpassing of toevoeging van een uurrooster blijft wel voorwerp uitmaken van syndicaal overleg.’ Art. 13,14: In het arbeidsreglement wordt het algemeen kader geschetst. Afwijkingen kunnen worden opgenomen in de toezichtroosters, op voorwaarde dat dit ook uitdrukkelijk in het arbeidsreglement is bepaald. Art.15: De wekelijkse schoolopdracht kan evenwel verschillend zijn naargelang het ambt waarin men is tewerkgesteld §3: Omzendbrief van 30/06/2005 betreffende Puntenenveloppen voor scholen en scholengemeenschappen basisonderwijs: personeelsformatie en personeelsaspecten Alle personeelsleden die zijn aangesteld op basis van de puntenenveloppen hebben een prestatieregeling van 36 klokuren voor een voltijdse betrekking. Deze opdracht moet als een totale opdracht worden beschouwd en kan niet, zoals bij de leerkracht, uitgedrukt worden in een aantal contacturen. Deze opdracht wordt breder gedefinieerd in een voltijdse opdracht waarin de volledige functie als basis is opgenomen. Deze totale opdracht omvat ook activiteiten zoals overleg, voorbereidingen, thuiswerk... Het schoolbestuur of de directeur beslist uiteindelijk in welke mate de aanwezigheid op school is vereist. Art. 16-: Aangewezen om hierover bepalingen op te nemen, zo niet zijn ze niet afdwingbaar. De hier vermelde frequenties en bekendmakingen zijn louter suggesties. Art.17 : Via de functiebeschrijvingen wordt afgesproken welke taken een deeltijds aangesteld personeelslid hoort op te nemen. Art.18: Decreet basisonderwijs van 25/02/1997 art.163 Art. 20 : Besluit van de Vlaamse Regering van 17/04/1991 tot organisatie van het schooljaar in het basisonderwijs,..art.3 Art. 21: Er is geen aparte vakantieregeling voor het officieel gesubsidieerde onderwijs (uitgezonderd voor de administratief medewerker). We stellen voor de vakantieregeling van het gemeenschapsonderwijs over te nemen: KB van 15/01/1974 , hoofdstuk I, art. 1, §2, c) Voor de vakantieregeling van de administratief medewerker stellen we voor de regeling uit het ontwerpbesluit van de Vlaamse Regering te volgen (in april 2011 nog onder voorbehoud van goedkeuring). Zie hiervoor ook de ministeriële omzendbrief van 31/03/2011 betreffende de vakantieregeling voor de administratief medewerker en voor bepaalde personeelsleden van het administratief personeel. Art. 22 – 25: Besluit van de Vlaamse Regering van 17/04/1991 tot organisatie van het schooljaar in het basisonderwijs, in het deeltijds onderwijs en in het onderwijs voor sociale promotie georganiseerd, erkend of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap Omzendbrief OND/I/3/GC van 06/03/1995: Het gebruik van schoollokalen bij verkiezingen - regeling vanaf het schooljaar 1994-1995 Art.27- 28: 26-27-28: DRP van 27/03/1991 (ODXXI) art.36octies Art.30: DRP van 27/03/1991 art.36octies Art.34 : Omzendbrief van 30/06/2005 betreffende Puntenenveloppen voor scholen en scholengemeenschappen basisonderwijs: personeelsformatie en personeelsaspecten Art 36 : Art.40 Art. 41,42,43: Besluit van de Vlaamse regering van 17.06.’97 betreffende de opdracht van het personeel in het basisonderwijs, artn. 26bis en 26ter. Omzendbrief van 17.06.’97 betreffende prestatieregeling, punt 2. Omzendbrief van 30.06.’05 betreffende de puntenenveloppen voor scholen en scholengemeenschappen basisonderwijs : personeelsformatie en personeelsaspecten, punt 2.1. Art. 44: Omzendbrief van 30/06/2005 betreffende Puntenenveloppen voor scholen en scholengemeenschappen basisonderwijs: personeelsformatie en personeelsaspecten , punt 2.6. Art.45: Besluit van de Vlaamse regering van 17.06.’97 betreffende de opdracht van het personeel in het basisonderwijs, artn. 26bis en 26ter. Omzendbrief van 30/06/2005 betreffende Puntenenveloppen voor scholen en scholengemeenschappen basisonderwijs: personeelsformatie en personeelsaspecten , punt 2.1. Omzendbrief van 17.06.’97 betreffende prestatieregeling. Art.47: Voor de vakantieregeling van de administratief medewerker stellen we voor de regeling uit het ontwerpbesluit van de Vlaamse Regering te volgen (in april 2011 nog onder voorbehoud van goedkeuring). Zie hiervoor ook de ministeriële omzendbrief van 31/03/2011 betreffende de vakantieregeling voor de administratief medewerker en voor bepaalde personeelsleden van het administratief personeel. Art.48-51: Besluit van de Vlaamse Regering van 17.06’97 betreffende de opdracht van het personeel in het basisonderwijs. art. 8 t.e.m. art. 12 + art. 16 Decreet Basisonderwijs van 25 februari 1997, art. 163, 164 en 165. ODXXI en aanpassing van plage-lestijden vanaf 1/9/2011: Binnen de scholengemeenschap mogen in het gewoon lager onderwijs maximaal 10% plage-lestijden worden ingericht ten opzichte van de totale personeelsformatie in het ambt van onderwijzer. Een onderwijzer kan enkel met een derde plage-lestijden worden belast als dat om organisatorische redenen noodzakelijk is. Omzendbrief van 17.06.’97 betreffende prestatieregeling, punt 1.1. + schema 1. Art.57: De opdracht kan dit bijvoorbeeld vereisen indien het klaslokaal moet klaargezet worden voor de les of opgeruimd worden na de les Art.60-67 : Omzendbrief van 30/06/2005 betreffende Puntenenveloppen voor scholen en scholengemeenschappen basisonderwijs: personeelsformatie en personeelsaspecten Art.68-art.72 Decreet Basisonderwijs van 25.02.’97, art. 163. Besluit van de Vlaamse regering van 17.06.’97 betreffende de opdracht van het personeel in het basisonderwijs, art. 16bis. Art.73 Omzendbrief van 17.06.’97 betreffende prestatieregeling, punt 1.3. Sinds 1 september 2001 behoort in het gewoon kleuteronderwijs het wervingsambt van kinderverzorger tot de personeelscategorie van paramedisch personeel. De schoolopdracht van een voltijdse kinderverzorger bedraagt 32 klokuren. Deze opdracht kan niet beperkt blijven tot de normale aanwezigheid van de leerlingen. Oudercontacten, personeelsvergaderingen en opdrachten bepaald na overleg of onderhandelingen vallen niet binnen de schoolopdracht, maar behoren wel tot de opdracht. Deze opdrachten vallen niet noodzakelijk binnen de periode van normale aanwezigheid van de leerlingen. |
||||||||||||||||||||||||||||||
Hoofdstuk 3 Afwezigheden en verlof3.1 Individuele afwezighedenArt.76 Bij te laat komen moet het personeelslid zich vooraf aanmelden bij de directeur of in geval van zijn afwezigheid, op het secretariaat. Art.77 Bij vroegtijdig verlaten van de arbeidsplaats verwittigt het personeelslid onmiddellijk de directeur of in geval van zijn afwezigheid, het secretariaat, en motiveert hij zijn vertrek. Art.78 Bij afwezigheid, om welke reden dan ook, verwittigt het personeelslid zo spoedig mogelijk de directeur of in geval van zijn afwezigheid, het secretariaat, zo mogelijk vóór de aanvang van de opdracht en met vermelding van de reden en van de waarschijnlijke duur van de afwezigheid. Art.79 De directeur meldt elke onwettige afwezigheid van een personeelslid schriftelijk aan het college van burgemeester en schepenen. Het personeelslid ontvangt een kopie van dit schrijven. Art.80 Behoudens overmacht, overhandigt het personeelslid aan zijn vervanger het nodige om de continuïteit van de lessen te kunnen verzekeren. 3.2 ZiekteArt.81 Bij afwezigheid wegens ziekte is het personeelslid gehouden de op hem/haar toepasselijke reglementering inzake ziekteverloven correct na te leven. Art.82 Ingeval van ziekte verwittigt (of laat verwittigen) het personeelslid de directeur telefonisch of per mail, en dit voor de aanvang van de opdracht. Art.83 Bij verlenging van het ziekteverlof verwittigt het personeelslid de directeur ten laatste op de vooravond van de dag waarop het lopende verlof verstrijkt. Art.84 Bij vervroegde terugkeer uit ziekteverlof verwittigt het personeelslid de directeur ten laatste op de vooravond van de dag waarop het personeelslid vervroegd terugkeert uit ziekteverlof. Art.85 Het schoolbestuur of de directeur kan vanaf een afwezigheid van één dag wegens ziekte een controleonderzoek aanvragen. Indien het initiatief uitgaat van de directeur, stelt hij het schoolbestuur hiervan op de hoogte. Het personeelslid moet zich aan het controleonderzoek onderwerpen. Het controleonderzoek omvat alle medische, gespecialiseerde, klinische en radiologische onderzoeken. Het controleonderzoek is kosteloos voor de werknemer. 3.3 Afwezigheids- en verlofstelselsArt.86 Het personeel kan genieten van een persoonlijk(e) verlof, afwezigheid, loopbaanonderbreking, zorgkrediet of dienstvrijstelling volgens de modaliteiten vastgelegd in: de onderwijsreglementering; het reglement inzake modaliteiten van aanvraag en toekenning van verlofstelsels goedgekeurd door de gemeenteraad. Art.87 Een dienstvrijstelling dient door het personeelslid voor 1 mei aan het schoolbestuur aangevraagd te worden. Het college van burgemeester en schepenen kan ad hoc beslissen om aan personeelsleden een dienstvrijstelling toe te kennen. Dit wordt meegedeeld per dienstorder. |
Art.87
|
||||||||||||||||||||||||||||||
|
Hoofdstuk 4 Meting van en controle op de arbeidArt.88
|
Verplicht op te nemen hoofdstuk
Art88 §2 Neem hier uw eigen registratiesysteem op. Bijvoorbeeld het ondertekenen van een aanwezigheidslijst, het bijhouden van een meldingsregister, … |
Hoofdstuk 5 Betaling van het salarisArt.89
Art.90
Art.91 Het personeelslid kan de “schoollisting “met de salarisgegevens die het Agentschap voor Onderwijsdiensten doorstuurt naar de school, raadplegen op het secretariaat van de school voor wat de gegevens over het eigen salaris betreft. Het personeelslid kan het individueel dossier raadplegen via ‘Mijn onderwijs’. Art.92 Het schoolbestuur vergoedt de kosten van het woon-werkverkeer van het personeelslid volgens de reglementaire bepalingen ter zake. Art.93 Het schoolbestuur vergoedt, volgens de reglementaire bepalingen ter zake, de kosten indien een personeelslid in opdracht van het schoolbestuur tijdelijk onderwijs aan huis verstrekt Art.94 (belangrijke opmerking:
OF Het personeelslid dat in opdracht van het schoolbestuur een occasionele dienstverplaatsing maakt met de eigen wagen, moto of bromfiets is vanuit het schoolbestuur omnium verzekerd. Het bedrag van de kilometervergoeding voor verplaatsingen met de eigen wagen, moto of bromfiets bedraagt 90% (of een hoger percentage) van het bedrag waarop de federale ambtenaren recht hebben.
|
Verplicht op te nemen hoofdstuk met daarin:
PERS/2014/02
KB van 30 januari 1979: art.11
Art. 92: BVR van 8 juli 2011 betreffende de volledige ten laste neming door de werkgever in der onderwijssector van de vervoerskosten voor het openbaar vervoer naar en van het werk en de toekenning van een fietsvergoeding voor het woon-werkverkeer M.O. 13AC/CR/JVM/JS van 22/12/2000 : Uitvoering van de sectorale programmatie van de jaren 1999 en 2000 van de sector “Onderwijs” van de Vlaamse Gemeenschap. Volledige ten laste neming door de werkgever van de vervoerskosten voor het openbaar vervoer naar en van het werk. Toekenning van een fietsvergoeding voor het woon-werkverkeer.
Art.94 Decreet Rechtspositie – artikel 17septies §1. Het bedrag voor de federale ambtenaren wordt jaarlijks bepaald in uitvoering van artikel 13 van het koninklijk besluit van 18 januari 1965 houdende algemene regeling inzake reiskosten. Het schoolbestuur kan dit bedrag met maximum 10 % verminderen, op voorwaarde dat ze daarnaast een omniumverzekering heeft afgesloten voor dienstverplaatsingen. |
Hoofdstuk 6 LeerlingentoezichtArt.95 Het personeelslid mag leerlingen die onder zijn toezicht staan, geen opdrachten geven die los staan van de lesactiviteit en waarvoor de leerling zich buiten de school moet begeven. Art.96 Het personeelslid mag aan de leerlingen geen toestemming geven om de school vroegtijdig te verlaten, ook niet tijdens lesonderbrekingen, tenzij de directeur hiermee instemt of per dienstorder andere richtlijnen worden meegedeeld hieromtrent. In voorkomend geval maakt het personeelslid de nodige afspraken met de ouders. Art.97 In geval van extra-murosactiviteiten leeft het personeelslid de bepalingen na die hierover beschreven staan in dit reglement. Het personeelslid maakt met de directeur en desgevallend de ouders afspraken inzake voldoende begeleiding van de minderjarige leerlingen, de bereikbaarheid van het personeelslid, de verplaatsing van en naar de activiteit. Art.98 Het personeelslid dat zijn taak wegens dringende redenen moet onderbreken, zorgt ervoor dat de leerlingen niet zonder toezicht blijven en verwittigt de directeur. Art.99 Wanneer zich een ongeval of een ernstig feit voordoet met een leerling, verwittigt het personeelslid dat met het toezicht belast is, zo spoedig mogelijk de directeur. |
Hoofdstuk 6: het is sterk aangewezen hierover bepalingen op te nemen zodat ze afdwingbaar zijn |
Hoofdstuk 7 Functiebeschrijvingen en evaluatieArt.100
hoofdstuk Vbis en Vter van het Decreet Rechtspositie; en in de algemene afspraken (‘evaluatiereglement’) die het schoolbestuur na onderhandeling in het OCSG/ABOC heeft vastgelegd. Dit ‘evaluatiereglement’ is opgenomen in bijlage en maakt integraal deel uit van het arbeidsreglement. Elk personeelslid ontvangt er een kopie van.
Art.101 §1 Het evaluatiedossier met de geïndividualiseerde functiebeschrijving per ambt, desgevallend het verslag van het eerste formeel functioneringsgesprek, de van de eventueel er nog op volgende functioneringsgesprekken, de verslagen van andere acties in verband met coaching en de evaluatieverslagen worden in de school bewaard door de directeur (eerste evaluator), het evaluatiedossier van de directeur wordt bewaard door de algemeen directeur. Ook de eventuele schriftelijke opmerkingen van het personeelslid bij deze verslagen, maken hiervan deel uit. De directeur/algemeen directeur is gehouden door het ambtsgeheim. |
Hoofdstuk 7: Decreet Rechtspositie - Hoofdstuk Vbis en Vter M.O. Pers/2007/09 van 29/10/2007 – functiebeschrijving en evaluatie
Zie modeldocumenten OVSG
|
Hoofdstuk 7bis Beoordeling aan de vooravond van TADDArt. 100bis §1. Het tijdelijk personeelslid van bepaalde duur dat aan de vooravond van zijn TADD een beoordeling met werkpunten of een negatieve beoordeling ontvangt, kan hiertegen verhaal indienen bij het college van burgemeester en schepenen tot uiterlijk (redelijke termijn vermelden) kalenderdagen volgend op de schriftelijke mededeling van de beoordeling. Het verhaal wordt ingediend door middel van een gedateerd en ondertekend beroepsschrift dat aangetekend wordt ingediend bij het college van burgemeester en schepenen. Het beroepsschrift vermeldt op straffe van nietigheid ten minste het voorwerp van het beroep en de feitelijke omschrijving en motivering van de ingeroepen bezwaren. Er kunnen overtuigingsstukken worden bijgevoegd. (eventuele bijkomende vormvereisten vermelden) Het personeelslid kan vragen om gehoord te worden. §2. Het verhaal wordt behandeld door het college van burgemeester en schepenen dat beslist om de beoordeling met werkpunten/de negatieve beoordeling te bevestigen of te vernietigen. De beslissing wordt voor het einde van het schooljaar schriftelijk/aangetekend ter kennis gebracht aan het personeelslid. Bij overschrijding van deze termijn wordt de beoordeling met werkpunten/de negatieve beoordeling geacht vernietigd te zijn. §3. (Indien van toepassing) Is het personeelslid aangesteld in meerdere scholen van het schoolbestuur en krijgt het personeelslid tijdens eenzelfde schooljaar verschillende beoordelingen, dan gaat de negatieve beoordeling voor op de andere beoordeling(en. Is er geen negatieve beoordeling, dan gaat de beoordeling met werkpunten voor op de positieve beoordeling. |
|
Hoofdstuk 8 Ontslagregeling8.1 OpzeggingstermijnenArt.101 De opzeggingstermijnen voor de tijdelijk aangestelde personeelsleden in een wervingsambt die nog geen rechten hebben voor een tijdelijke aanstelling voor doorlopende duur zijn vastgelegd in de artikelen 21, 24 tot en met 29 en in de artikelen 60 en 61 van het Decreet Rechtspositie. Art.102 De opzeggingstermijnen voor de tijdelijk aangestelde personeelsleden met recht op een tijdelijke aanstelling voor doorlopende duur zijn vastgelegd in de artikelen 21, 60 tot en met 62bis en 64 van het Decreet Rechtspositie. Art.103 De opzeggingstermijnen voor de vast benoemde personeelsleden in een wervingsambt zijn vastgelegd in de artikelen 60 tot en met 62bis en 64 van het Decreet Rechtspositie. Art.104 De opzeggingstermijnen voor een tijdelijk aangestelde directeur zijn vastgelegd in artikel 42 van het Decreet Rechtspositie. Art.105 De opzeggingstermijnen voor een vast benoemde directeur zijn vastgelegd in de artikelen 43ter, 60 tot en met 62bis en 64 van het Decreet Rechtspositie. 8.2 Dringende redenenArt.106 Volgende ernstige tekortkomingen maken het voortduren van de tijdelijke aanstelling van bepaalde duur onmiddellijk en definitief onmogelijk, onder voorbehoud van de beoordelingsbevoegdheid van de Kamer van Beroep, en zonder dat deze lijst limitatief is: herhaalde niet-naleving van de strikte uurregeling, ongewettigde afwezigheid, opzettelijke wanprestatie, beledigingen of verwijten, druggebruik, alcoholintoxicatie en dronkenschap tijdens de diensturen, diefstal, geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag, bedrog, weigering om toevertrouwde taken en opdrachten uit te voeren, elk feit dat tegenstrijdig is met de goede zeden, overtreden van veiligheidsvoorschriften, opzettelijk schade toebrengen aan het gemeentebestuur, de school of de infrastructuur van de school, met inbegrip van het bewust binnenbrengen of verspreiden van een virus op de informaticaserver of elke poging om de veiligheidssystemen van de informatica te schenden, het kraken of kopiëren van websites; overbrengen aan derden van gegevens die beschermd zijn door ambtsgeheim, het regelmatig bezoeken of verspreiden, op om het even welke manier, van beelden of teksten met een racistisch of pornografisch karakter binnen de gemeentelijke inrichtingen, met inbegrip van de informaticaserver; het verspreiden van lasterlijke feiten; Art.107 De beroepsprocedure tegen het ontslag om dringende redenen is vastgelegd in artikel 25 (wervingsambten) en artikel 42, §6 (bevorderingsambten) van het Decreet Rechtspositie en in artikel 8bis van het besluit van de Vlaamse regering van 22 mei 1991 omtrent de preventieve schorsing en de tucht, alsmede omtrent het ontslag van sommige tijdelijke personeelsleden in het gesubsidieerd onderwijs en in de gesubsidieerde psycho-medisch-sociale centra. |
Opzeggingstermijnen verplicht opnemen
8.2 Dringende redenen Feiten en gebeurtenissen die voor het schoolbestuur een dringende reden kunnen uitmaken, moeten verplicht in het arbeidsreglement worden vermeld. Deze procedure is niet van toepassing op de vast benoemde personeelsleden en de TADD’ers. In principe is voor deze personeelsleden de tuchtprocedure van toepassing. Niettemin kunnen de opgesomde feiten ook als grondslag dienen om een tuchtprocedure op te starten, hetgeen voor zware feiten kan leiden tot ontslag. Art.106: Deze lijst van ernstige tekortkomingen zijn voorbeelden.
|
Hoofdstuk 9 Orde- en tuchtregelingArt.108 Preventieve schorsing Art.109 Een vast benoemd personeelslid, een personeelslid tijdelijk aangesteld van doorlopende duur of een in de school gereaffecteerd of weder tewerkgesteld personeelslid wordt op verslag van de algemeen directeur door het schoolbestuur onderworpen aan een tuchtonderzoek met een eventuele tuchtsanctie tot gevolg indien het handelt in strijd met de bepalingen inzake rechten en plichten van het personeel zoals voorzien in het Decreet Rechtspositie, het Decreet Lokaal Bestuur/de gemeentewet en dit arbeidsreglement. Art.110 De mogelijke tuchtstraffen zijn vastgelegd in de artikelen 64 tot en met 66 van het Decreet Rechtspositie. Art.111 Het orgaan dat bevoegd is om een (voorstel tot) tuchtstraf uit te spreken (bepaald in artikel 68 van het Decreet Rechtspositie) oordeelt autonoom over de zwaarte van de (voorgestelde) tuchtstraf. Het respecteert hierbij de motiveringsplicht van bestuurshandelingen in openbare dienst. Art.112 De beroepsprocedure tegen de preventieve schorsing en deze tuchtstraffen is vastgelegd in de artikelen 67bis en 72 van het Decreet Rechtspositie en de artikelen 13 tot en met 19 van het besluit van de Vlaamse regering van 22 mei 1991 omtrent de preventieve schorsing en de tucht, alsmede omtrent het ontslag van sommige tijdelijke personeelsleden in het gesubsidieerd onderwijs en in de gesubsidieerde psycho-medisch-sociale centra. |
Hoofdstuk verplicht opnemen
Decreet Rechtspositie - Hoofdstuk IX –Tuchtregeling Besluit van de Vlaamse regering van 22/05/1991 omtrent de preventieve schorsing en de tucht alsmede omtrent het ontslag van sommige tijdelijke personeelsleden in het gesubsidieerd onderwijs en in de gesubsidieerde CLB’s.
Voor een “gewoon” tijdelijk personeelslid gelden geen tuchtmaatregelen, zij kunnen enkel worden ontslagen om dringende redenen of met een opzegtermijn van 30 kalenderdagen. |
Hoofdstuk 10 PersoneelsdossierArt.113 Het schoolbestuur is houder van een bestand van persoonsgegevens. De verzamelde gegevens worden gebruikt om een personeelsbestand aan te leggen. Art.114 Het dossier van het personeelslid omvat een administratief dossier en desgevallend een tuchtdossier. Art.115 Het schoolbestuur of de personen die door het schoolbestuur zijn belast met het houden van het dossier en iedere andere persoon die het betreffende dossier mag inkijken, zijn gehouden door het ambtsgeheim. Art.116 Het personeelslid kan tijdens volgende uren kennisnemen van de inhoud van zijn dossier en kan een aanpassing vragen van eventuele fouten: na afspraak met de dienst onderwijs van de gemeente (onderwijs@oud-heverlee.be of 016/38 88 20) 10.1 Administratief dossierArt.117 Het administratief dossier bestaat uit de documenten (beslissingen, brieven, stukken,...) betreffende de loopbaan die door het ministerie van Onderwijs en Vorming of in het kader van de sociale wetgeving kunnen worden opgevraagd aangaande de indiensttreding, de opdrachtwijziging, de vaststelling van opdracht, de uitdiensttreding, de dienstonderbrekingen, de cumulatie en het pensioen. Art.118 Het personeelslid verschaft het schoolsecretariaat alle inlichtingen die noodzakelijk zijn voor inschrijving in of wijziging aan het administratief dossier. Art.119 Het schoolbestuur, de directeur en het personeelslid voegen steeds alle relevante stukken toe aan het administratief dossier. Art.120 Het personeelslid deelt aan het schoolbestuur en het schoolsecretariaat schriftelijk elke wijziging mee in zijn persoonlijke toestand die verband houdt met de aanstellingsbeslissing of met de bezoldigingsregeling, inzonderheid wijzigingen in de burgerlijke staat, de nationaliteit, de bekwaamheidsbewijzen, de samenstelling van het gezin, de woonplaats, de cumulaties en het bezit van burgerlijke en politieke rechten. Deze inlichtingen moeten vooraf of uiterlijk zeven kalenderdagen na het intreden van de wijzigingen meegedeeld worden en zo spoedig mogelijk gestaafd worden met de vereiste officiële documenten. Een kopie van deze officiële documenten wordt bewaard in het administratief dossier. Art.121 Wanneer de dossiers die bestemd zijn voor het ministerie van Onderwijs en Vorming voorzien in een afschrift voor het personeelslid, wordt dit afschrift hem/haar onverwijld bezorgd. 10.2 TuchtdossierArt.122 Het tuchtdossier omvat de stukken die worden opgesteld en verzameld met het oog op de toepassing van de tuchtregeling. Art.123 Zo nodig kunnen bepaalde stukken uit het administratief dossier en/of het evaluatiedossier (zie hoofdstuk 7) overgebracht worden naar het tuchtdossier. Art.124 De stukken worden genummerd en in chronologische volgorde gerangschikt. Er wordt een inventaris toegevoegd. Het schoolbestuur legt aan het personeelslid elk stuk dat in zijn tuchtdossier wordt opgenomen, voor ondertekening ter kennisneming voor. Art.125 De doorgehaalde tuchtstraffen worden na de decretaal voorziene termijn definitief uit het tuchtdossier verwijderd. |
|
Hoofdstuk 11 Bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de personeelsleden11.1 AlgemeenArt.126 §1 Het personeelslid komt de verplichtingen na die hem/haar zijn opgelegd door wetten, decreten, besluiten, omzendbrieven, reglementen, dienstorders en schoolwerkplan. Art.127 Alle berichten die het personeelslid aanbelangen (waaronder de vacantverklaringen), worden hem/haar bij dienstorder medegedeeld. Deze dienstorders zijn nadien te raadplegen op het schoolsecretariaat. 11.2 Ten aanzien van het schoolbestuur, de directeur en het personeelsteamArt.128 Het personeelslid erkent het gezag van het schoolbestuur, van zijn afgevaardigden en van de directeur van de school. Het personeelslid is gehoorzaamheid en respect verplicht aan deze instantie/personen. Art.129 De directeur en de personeelsleden moeten zich loyaal opstellen ten opzichte van de school en het bestuur in aanwezigheid van elkaar, leerlingen, ouders of derden. Art.130 Het personeelslid mag de gemeenteraadsleden niet belemmeren om de onderwijsinstelling te bezoeken overeenkomstig het huishoudelijk reglement van de gemeente. Gemeenteraadsleden hebben niet het recht om bij deze gelegenheid opmerkingen te maken aan het personeelslid, opdrachten of onderrichtingen te geven of leerlingen te ondervragen. Art.131 Het personeelslid mag de gemeenteraadsleden niet verhinderen om inzage te krijgen van elke akte en elk stuk betreffende het bestuur van de onderwijsinstelling (ongeacht de drager), overeenkomstig het huishoudelijk reglement van de gemeente. Art.132 Het personeelslid staat onder toezicht van de directeur en moet handelen volgens de instructies en opdrachten die hij van de directeur ontvangt. Het personeelslid mag niet verhinderen dat de directeur de klassen bezoekt zo dikwijls als hij nodig acht. Art.133 De directeur is door het schoolbestuur belast met de leiding over de school, met de uitvoering van de beslissingen van de gemeentelijke overheden en met de toepassing van de wets- en reglementaire bepalingen en de dienstorders met betrekking tot de school. Hij is ook bevoegd om de kwaliteit van de geleverde prestaties te controleren. Dit houdt ook de bevoegdheid in om de aan- en afwezigheden te controleren, de taken te verdelen, orde en tucht te handhaven. Art.134 Bij afwezigheid van de directeur wordt zijn opdracht waargenomen door een personeelslid dat door het schoolbestuur als verantwoordelijke wordt aangeduid. Art.135 Het schoolbestuur kan na overleg en rekening houdend met de bepalingen van de gemeentewet/het Decreet Lokaal Bestuur bepaalde taken en verantwoordelijkheden delegeren aan de directeur. Het schoolbestuur steunt de directeur in zijn gezag. Art.136 De directeur moet tegenover de personeelsleden de nodige objectiviteit, respect en redelijkheid aan de dag leggen. Art.137 Het personeelslid richt zich in principe via de directeur tot het schoolbestuur, die zo nodig zijn advies aan de vraag of het voorstel van het personeelslid toevoegt. De directeur bezorgt deze vraag of dit voorstel aan het schoolbestuur binnen zeven kalenderdagen, de schoolvakanties uitgezonderd, na ontvangst van de vraag of het voorstel. Art.138 Het schoolbestuur en de directeur steunen het gezag van het personeel ten aanzien van de leerlingen en hun ouders. Art.139 Het schoolbestuur en de directeur van de school laten ruimte voor de eigen persoonlijkheid van elk personeelslid, in zoverre deze de realisatie van het pedagogisch project, het schoolwerkplan en het goed functioneren van de school niet in de weg staat. Art.140 De directeur meldt elke door hem vastgestelde overtreding van dit reglement schriftelijk aan het college van burgemeester en schepenen. Het personeelslid ontvangt een kopie van dit schrijven. 11.3 Ten aanzien van ouders, leerlingen en derdenArt.141 Het personeelslid moet zich in zijn dienstrelaties en in de omgang met de leerlingen, de ouders van de leerlingen en het publiek op een correcte wijze gedragen. Het personeelslid moet alles vermijden wat het vertrouwen van het publiek kan schaden of afbreuk kan doen aan de eer of de waardigheid van zijn functie in het onderwijs. Art.142 Het personeelslid verleent aan de leerlingen / ouders de nodige informatie, openheid en samenwerking. Art.143 Het personeelslid respecteert in zijn omgang met de leerlingen de internationale en grondwettelijke beginselen inzake de rechten van de mens en van het kind in het bijzonder. Art.144 Het personeelslid is mede verantwoordelijk voor de pedagogische kwaliteit van de school. Art.145 Het personeelslid geeft blijk van een individuele bekommernis voor alle leerlingen en doet in hun belang aanbevelingen in de klassenraden of rechtstreeks aan de directeur. Het personeelslid moedigt de persoonlijke en collectieve inspanningen van de leerlingen aan en zet zich in voor het welzijn van alle leerlingen en werkt hieraan binnen het zorgbeleid. Art.146 De relaties met de ouders zijn gegrondvest op het wederzijds en gezamenlijk nastreven van het ontwikkelings- en opvoedingswelzijn van de leerling. Art.147 De directeur zorgt voor de nodige informatiekanalen (schoolagenda, rapport, ...) en zorgt er ook voor dat oudercontacten worden georganiseerd waarop ouders en personeelsleden elkaar op geregelde tijdstippen kunnen ontmoeten. Art.148 Het personeelslid mag geen onregelmatig ingeschreven leerlingen aanvaarden, tenzij mits uitdrukkelijke goedkeuring van de directeur. Art.149 Het personeelslid laat in de gebouwen van de school geen personen toe die vreemd zijn aan de school zonder de toestemming van de directeur. Art.150 Het personeelslid doet geen beroep op externen (gastsprekers, ouders...) zonder toestemming van de directeur. Art.151 De directeur stelt het schoolbestuur in kennis van een ongeval of ernstig feit binnen de school.
|
Art. 126, §2: Art. 193 van het Decreet Lokaal Bestuur. De deontologische code voor het gemeentepersoneel is integraal van toepassing is op het onderwijspersoneel van de gemeente, tenzij anders bepaald in het toepassingsgebied van deze code. Art.127: Vanaf september 2010 moeten de vacante betrekkingen in het kader van de vaste benoeming in wervingsambten niet langer meegedeeld worden aan enkel de potentiële kandidaten, maar aan alle personeelsleden van de scholen van de scholengemeenschap. Voorbeelden om de vacantverklaring van betrekkingen in het kader van vaste benoeming in wervingsambten openbaar te maken: de berichtgeving uithangen in de personeelslokalen van de scholen van de scholengemeenschap. Heb aandacht voor afwezige personeelsleden (zieken, personeelsleden die een verlofstelsel genieten,…). de berichtgeving via een schrijven bezorgen aan alle personeelsleden die op dat ogenblik aangesteld zijn in de scholen van de scholengemeenschap de berichtgeving via een digitale communicatie bezorgen aan alle personeelsleden die op dat ogenblik aangesteld zijn in de scholen van de scholengemeenschap. Heb er aandacht voor dat alle aangestelde personeelsleden toegang hebben tot deze digitale communicatie. Bij communicatie per mail bewaart de school/het schoolbestuur het bewijs van verzending. Voorbeeld om de vacantverklaring openbaar te maken: ad valvas uithangen op het secretariaat, de leraarskamer,… Art.130 Art. 29 en art. 56 van het Decreet Lokaal Bestuur. Art. 84 §2 van de Nieuwe Gemeentewet Het bezoekrecht van de raadsleden mag slechts een louter informatief karakter hebben. Raadsleden mogen zich niet in de plaats stellen van het schepencollege dat belast is met het werkelijke toezicht op het personeel en met het beheer van gemeentelijke inrichtingen. Ze mogen ook de goede werking van de diensten niet hinderen. Art. 131 Art. 29 van het Decreet Lokaal Bestuur. Art. 84 §1 en §2 van de Nieuwe Gemeentewet. Elk raadslid kan zijn inzagerecht persoonlijk en afzonderlijk uitoefenen. Het heeft evenwel niet het recht zich te laten bijstaan door een derde die geen deel uitmaakt van de gemeenteraad. Het inzagerecht heeft betrekking op alle stukken en alle akten van de gemeentelijke onderwijsinstelling, uitgezonderd een document dat nog ter bewerking of in een voorbereidend stadium is. Art. 135: Art.138: Wanneer de directeur tijdens de normale aanwezigheid van de leerlingen wegens gerechtvaardigde afwezigheid in dienstverband niet in de school of in één van de vestigingsplaatsen aanwezig is, kan het schoolbestuur een personeelslid aanduiden om de verantwoordelijkheden van de directeur gedurende zijn/haar afwezigheid op te nemen. Het personeelslid dat door het schoolbestuur wordt aangeduid, kan deze opdracht niet weigeren. Het personeelslid ontvangt hiervoor geen bestuursvergoeding, want het gaat niet om een reglementaire vervanging. Het is aangewezen om deze opdracht in de toekomst op te nemen in de functiebeschrijving van het personeelslid, dat hiervoor door het schoolbestuur zal worden aangeduid. Art. 141: Decreet rechtspositie, art.11 Art. 143: Decreet rechtspositie, art.10 |
11.4 Ten aanzien van de inspectie, verificatie en de pedagogische begeleidingsdienstArt.152 Het personeelslid werkt constructief mee aan de externe controles voorzien door het Ministerie van onderwijs en vorming en andere overheidsinstellingen. Het personeelslid maakt controle mogelijk en verleent zijn medewerking aan de opgelegde acties of onderzoeksverrichtingen. Art.153 De directeur agendeert na een doorlichting het doorlichtingsverslag binnen de dertig kalenderdagen na ontvangst en bespreekt het integraal op een personeelsvergadering. Het doorlichtingsverslag ligt ter inzage op het bureel van de directeur. Art.154 Het personeelslid streeft ernaar om tekortkomingen, vastgesteld bij externe controles, weg te werken. Art.155 Het personeelslid aanvaardt de bevoegdheid van de pedagogische begeleiders en andere personen waarop het schoolbestuur een beroep doet, voor zover hun optreden conform is met hun opdracht. In geval van een conflict wordt dit voorgelegd aan de directeur en/of het schoolbestuur. |
In de huidige stand van zaken kan iedereen zich op eigen verzoek wenden tot het Ministerie van onderwijs en vorming om een exemplaar van een doorlichtingsverslag te bekomen. De doorlichtingsverslagen vanaf 1/1/2007 worden ook gepubliceerd op de website van het ministerie van onderwijs en vorming: www.ond.vlaanderen.be/doorlichtingsverslagen
|
Hoofdstuk 12 Specifieke verplichtingen12.1 Ambtsgeheim, discretieplicht, privacy en informatieveiligheidArt.156 Elk personeelslid kan slechts persoonsgegevens verwerken in opdracht van het schoolbestuur en binnen de werking van de school(administratie). Het personeelslid mag niet individueel beslissen om (bijkomende) persoonsgegevens te verwerken voor een doeleinde dat niet eerder door een wettelijke bepaling of het schoolbestuur werd vastgelegd. Elke betwisting wordt aan het schoolbestuur voorgelegd. Art.157 Het personeelslid dat uit hoofde van zijn taak toegang heeft tot persoonsgegevens, hetzij van personeelsleden, hetzij van leerlingen, ziet erop toe dat deze gegevens worden bijgewerkt en dat onjuiste, onvolledige of niet ter zake dienende gegevens worden verbeterd of verwijderd. Art.158 §1. Het is het personeelslid verboden feiten bekend te maken die het kent uit hoofde van zijn ambt of die hem zijn toevertrouwd, uitgezonderd de feiten die het personeelslid om deontologische of wettelijke redenen kan of moet melden aan het CLB, een externe begeleider, een vertrouwensarts, het jeugdbeschermingscomité of de gerechtelijke instanties. Art.159 Het is verboden om privacygegevens van leerlingen en/of personeelsleden kenbaar te maken en/of door te geven aan derden, tenzij voor de toepassing van een wettelijke of reglementaire bepaling. Art.160 Besluiten en adviezen die via de klassenraad en /of multidisciplinair overleg (MDO) genomen zijn, worden meegedeeld aan ouders. De personeelsleden rapporteren hierover aan ouders conform deze besluiten en adviezen. Art.161 §1. De school kan foto’s waar personeelsleden herkenbaar en centraal op afgebeeld zijn, slechts publiceren na ondubbelzinnige toestemming van het personeelslid. Het personeelslid ondertekent hiervoor het document toestemming digitaal beeldmateriaal. Het personeelslid is op de hoogte dat hij/zij deze toestemming altijd kan inzien, intrekken of wijzigen. Art.162 Het personeelslid heeft de privacyverklaring van het schoolbestuur gelezen en kent zijn rechten en plichten op het vlak van informatieveiligheid en privacy. |
12.1: Ambtsgeheim, discretieplicht en privacy Decreet Rechtspositie, art. 14 Wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens De AVG trad in werking op 24 mei 2016 en zal integraal van toepassing zijn in alle EU-lidstaten vanaf 25 mei 2018. Deze verordening geldt voor alle bedrijven en overheden die persoonsgegevens verwerken, dus ook voor schoolbesturen en hun onderwijsinstellingen. Het is belangrijk dat de werkgever zijn personeelsleden inlicht over de verplichtingen en bewust maakt over informatieveiligheid via de functionaris voor gegevensbescherming. Deze rol kan in principe worden opgenomen door de informatieveiligheidsconsulent. Binnen de school moet er een aanspreekpunt zijn dat in contact staat met deze functionaris voor gegevensbescherming.
Ambtsgeheim: leraars zijn gebonden door het ambtsgeheim, wat inhoudt dat zij discreet moeten omgaan met vertrouwelijke informatie waarvan ze kennis krijgen tijdens de uitoefening van hun ambt. Zij kunnen geen zwijgplicht inroepen tegenover hun hiërarchische oversten (o.a. directie) of collega’s en tegenover ouders, wel tegenover derden (diegenen die niet betrokken zijn bij het opvoedings- of onderwijsgebeuren). Art. 161: Deze toestemming moet vrij (zonder druk om tot toestemming te komen), specifiek (de foto mag voor geen ander doeleinde worden verwerkt dan deze waarvoor de toestemming wordt gegeven) en op informatie berust zijn. In principe is een handtekening die een algemene toelating inhoudt die tezelfdertijd andere activiteiten dekt (zoals een arbeidsreglement) niet voldoende. Het moet gaan om een te ondertekenen document dat op een nauwkeurige wijze verwijst naar de soort(en) foto(‘s) die verspreid zullen worden en naar het doel van deze verspreiding. |
12.2 Zorgvuldig bestuurArt.163 Het personeelslid mag geen giften, geschenken, beloningen of andere voordelen die zijn integriteit kunnen aantasten, vragen, eisen of aannemen. Art.164 Het personeelslid mag zijn gezag niet aanwenden voor politieke of commerciële doeleinden. Art.165 Het personeelslid geeft blijk van respect voor de religieuze, filosofische of politieke overtuiging van de leerlingen en hun ouders. Art.166 De verkoop van goederen is slechts mogelijk mits schriftelijke goedkeuring door het schoolbestuur. Art.167 Mededelingen waarvan derden vragen ze te verspreiden onder of via de leerlingen worden alleen verdeeld met toestemming van de directeur, zonder dat hierbij afbreuk wordt gedaan aan het syndicaal statuut. De mededelingen mogen niet in strijd zijn met de bepalingen opgenomen in het schoolreglement. De directeur wint indien nodig het advies in van het college van burgemeester en schepenen. Art.168 Geldinzamelingen zijn slechts toegestaan indien ze in overeenstemming zijn met de bepalingen van de bijdrageregelingen, voorzien in het schoolreglement. |
12.2 Zorgvuldig bestuur Decreet Rechtspositie, hoofdstuk II Onderwijsdecreet II van 31/07/1990, artikelen 95bis-95sexies
|
12.3 Initiatieven van personeelsledenArt.169 Alle teksten die het personeelslid wil verspreiden in de school, moeten vooraf ter goedkeuring aan de directeur worden voorgelegd. Art.170 Een geldomhaling in de school door het personeelslid kan slechts gebeuren na schriftelijke goedkeuring van de directeur. Art.171
|
|
12.4 VerzekeringArt.172 Het schoolbestuur onderschrijft een verzekeringspolis burgerlijke aansprakelijkheid en rechtsbijstand voor haar personeelsleden en dit volgens de normale gangbare voorwaarden van dergelijke verzekeringspolis. Hierdoor is het personeelslid in het kader van de uitoefening van zijn opdracht verzekerd als zijn professionele burgerlijke aansprakelijkheid, op basis van de artikelen 1382 tot en met 1386 van het Burgerlijk Wetboek, in het gedrang komt of als het personeelslid gevat wordt door een juridische procedure. Als het personeelslid zelf, ten laste van een derde die niet het schoolbestuur is of een van haar leden, een vordering tot schadevergoeding instelt voor fysieke of materiële schade of de daaruit voortvloeiende morele schade opgelopen in of ten gevolge van de uitoefening van zijn ambt, dan staat het schoolbestuur in voor de juridische bijstand. Op eenvoudig verzoek kan het personeelslid de polis inkijken. Art.173 Het personeelslid laat zijn persoonlijke bezittingen niet onbeheerd achter. Art.174 Het schoolbestuur is niet verantwoordelijk voor gebeurlijke diefstallen. |
Art. 172: Decreet Rechtspositie – art. 17bis Personeelsleden zijn burgerrechtelijk aansprakelijk voor hun opzettelijke fouten (= bedrog), zware fouten en gewoonlijk voorkomende lichte fouten begaan in de uitvoering van hun ambt. Zij zijn dus niet langer burgerrechtelijk aansprakelijk voor hun eigen lichte fouten. Het schoolbestuur is aansprakelijk voor deze fouten (met evenwel mogelijkheid tot terugvordering van de schadevergoeding van het betrokken personeelslid), naar analogie met de regeling in het arbeidsovereenkomstenrecht en het vrij onderwijs. (zie ook Art.135)
|
12.5 SchoolreglementArt.175 Het personeelslid doet, binnen zijn verantwoordelijkheid, het schoolreglement door de leerlingen naleven en zorgt voor orde en tucht op een manier die verenigbaar is met de menselijke waardigheid. Art.176 Het personeelslid beoordeelt objectief de laakbare daden of houdingen van de leerlingen. Sancties worden opgelegd conform het schoolreglement en moeten pedagogisch verantwoord zijn. Art.177 Het personeelslid verwittigt de directeur ingeval van ernstige inbreuken op het schoolreglement die hij/zij vaststelt bij de leerlingen en hun ouders. |
|
12.6 Gebruik van communicatie- en informaticatoepassingenArt.178 Het personeelslid kan gebruik maken van alle communicatie- en informaticatoepassingen van de school voor zover dit nodig is voor de goede uitoefening van zijn/haar taak. Art.179
|
|
|
12.7 Bestellingen, andere extra onkosten en schoolfinanciënArt.180 De keuze en de aankoop van leerboeken, cursussen, didactisch materiaal, speelgoed en andere arbeidsmiddelen gebeuren door het schoolbestuur op voorstel van de directie, na overleg met het betrokken personeelslid en in voorkomend geval in overeenstemming met de toepasselijke reglementering en/of op advies van de preventieadviseur. Art.181 Het personeelslid dat een bestelling of andere extra onkosten wenselijk acht, legt een aanvraag voor aan de directeur. De eventuele bestelling of terugbetaling van extra onkosten gebeurt overeenkomstig de interne richtlijnen en betreffende regelgeving. De middelen waarvoor het schoolbestuur de kosten draagt, blijven uiteraard eigendom van het schoolbestuur. Art.182 Vlaams gewest
|
Art. 180: Decreet Rechtspositie, art. 17sexies Zowel de algemeen directeur als de financieel directeur kan, binnen de grenzen van het organisatiebeheersingssysteem, zijn bevoegdheden toevertrouwen aan andere personeelsleden van de gemeente. (art. 220 Decreet Lokaal Bestuur) Decreet Lokaal Bestuur, art. 41 tweede lid 7°, artikel 171 §1 tweede lid, art. 217-220 en art. 272, § 1 / Nieuwe Gemeentewet, art. 138 en 250 Besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen. Ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen. Zie ook losbladig handboek gemeentelijk basisonderwijs Op het extranet OVSG is bij juridisch advies – andere regelgeving een document opgenomen: “Mogelijkheden voor de gemeenteschool op financieel gebied (Vlaams Gewest)” |
Hoofdstuk 13 Auteurswet- en naburige rechtenArt.183 Het personeelslid respecteert te allen tijde de geldende auteursrechten, naburige rechten en reprografierechten. 13.1 Auteursrechten (werken)Art.184
Art.185 §1. Bij alle werken die de leerlingen maken, worden zij als auteur beschouwd. Het personeelslid kan hierop geen enkele afbreuk doen zonder de uitdrukkelijke toestemming van de leerling. 13.2 Naburige rechten (prestaties)Art.186
13.3 Reprografierechten (werken, databanken en prestaties)Art.187
§2 Bij het kopiëren van volledige boeken, liedjesteksten, audiovisuele werken en elektronische bestanden is de uitdrukkelijke toelating van de auteur of een andere rechthebbende vereist. Hiertoe moet het personeelslid een toelating vragen via de inrichtende macht of na delegatie via de directeur. §3 Het personeelslid mag de vermelde werken, databanken en prestaties enkel reproduceren, voor zover dit verantwoord is door de nagestreefde niet-winstgevende doelstelling en wanneer er geen afbreuk wordt gedaan aan de uitgave van het oorspronkelijke werk. §4 Voor het kopiëren van volledige partituren is altijd de toestemming vereist van de auteur, zijn uitgever of een andere rechthebbende. 13.4 Overdracht van vermogensrechtenArt. 186bis
|
Hoofdstuk 13 Auteurswet Wetboek van economisch recht, Boek XLI. – intellectuele eigendom, Titel 5. –Auteursrecht en naburige rechten, in het bijzonder art. XI.191/1 (werken), art. XI.191/2 (databanken) en art. XI.217/1 (prestaties).
De uitzonderingen op het auteursrecht zijn recent uitgebreid voor onderwijs, met uitzondering van bladmuziek. Bladmuziek mag in geen enkel geval nog worden gekopieerd zonder toestemming van de rechthebbende, dus ook geen korte fragmenten meer. Deze onderwijsuitzonderingen zijn gebundeld in art. XI.191/1 en XI.191/2 voor de auteursrechten (en art. XI.217/1 voor de naburige rechten) en hebben nu ook betrekking op digitale toepassingen. Het begrip ‘korte fragmenten’ is geschrapt, maar dit betekent niet dat men nu plots volledige boeken, liedjesteksten, databanken enz. mag kopiëren. Het kopiëren mag immers geen winstgevend karakter hebben, noch afbreuk doen aan de normale exploitatie van de rechthebbende (meestal de uitgever). De notie ‘kort fragment ‘blijft dus een belangrijk aanknopingspunt. Concreet zal het personeelslid nog volledige artikels en werken van beeldende kunst (bv. foto’s, cartoons) mogen kopiëren of korte uittreksels uit boeken, liedjesteksten, audiovisuele werken, elektronische bestanden e.d. voor onderwijsdoeleinden.
Onder bepaalde voorwaarden mag het personeelslid ook werken, databanken en prestaties meedelen aan het publiek voor onderwijsdoeleinden. Art. 186: er komt een nieuw koninklijk besluit met de tarieven voor onderwijs (momenteel nog niet gepubliceerd in het B.S.).
Art. 186bis: Decreet Rechtspositie, art. 17octies
|
Hoofdstuk 14 Veiligheid, gezondheid en welzijn (Voor de actualisering van dit hoofdstuk en inhoudelijke vragen verwijzen wij door naar de preventiediensten van de gemeente)14.1 AlgemeenArt.188 Het schoolbestuur is verantwoordelijk voor de veiligheid, de gezondheid en het welzijn van de personeelsleden en stagiairs in de school en werkt hiervoor een beleid uit. Art.189 De schoolbestuur heeft (of richt op) een interne dienst voor preventie en bescherming op het werk met ten minste één preventieadviseur. Art.190 Het schoolbestuur is verantwoordelijk voor het uitwerken van een dynamisch risicobeheersingssysteem in samenwerking met de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk en de leden van de hiërarchische lijn. Het personeelslid volgt de richtlijnen op die hieruit voortvloeien. Art.191 De directeur houdt, als lid van de hiërarchische lijn en in overleg met de gemeentelijke interne dienst voor preventie en bescherming, toezicht op de toepassing van het beleid en reglementering inzake veiligheid, gezondheid en welzijn in de school. Art.192 Het personeelslid draagt naar best vermogen zorg voor zijn eigen veiligheid en gezondheid en die van anderen. Daartoe moet het op de juiste wijze gebruik maken van arbeidsmiddelen en veiligheidsvoorzieningen, verwittigt het de directeur onmiddellijk van elke situatie die een gevaar kan betekenen en verleent het bijstand aan het schoolbestuur, de directeur en de gemeentelijke interne dienst voor preventie en bescherming op het werk. Art.193 Het personeelslid neemt deel aan de vormingen die het schoolbestuur organiseert over de risico’s en preventiemaatregelen die van toepassing zijn in de school. Art.194 Het schoolbestuur is aangesloten bij een externe dienst voor preventie en bescherming op het werk. Art.195 Het personeelslid aanvaardt de bevoegdheid van de leden van de gemeentelijke interne en externe dienst voor preventie en bescherming op het werk, en van andere personen die van het schoolbestuur een opdracht hebben gekregen in het kader van de welzijnswet, de codex met uitvoeringsbesluiten en het ARAB (algemeen reglement voor arbeidsbescherming). Art.196 Het schoolbestuur duidt per vestigingsplaats een of meerdere hulpverleners aan. De namen van deze hulpverleners per vestigingsplaats en de plaats van het basismateriaal en de verbanddoos zijn opgenomen in bijlage 2 bij dit arbeidsreglement. Art.197 Een personeelslid of leerling dat een letsel in dienstverband oploopt, kan zich wenden tot de hulpverlener inzake eerste hulp bij ongevallen. 14.2 GezondheidArt.198 Het personeelslid dat door het schoolbestuur als onderworpen[1] is opgegeven, is verplicht in te gaan op het verzoek zich te melden voor het gezondheidstoezicht. Art.199 Het personeelslid, of mits zijn toestemming de behandelende arts, mag rechtstreeks een spontane raadpleging bij de preventieadviseur - arbeidsgeneesheer aanvragen naar aanleiding van gezondheidsklachten toe te schrijven aan zijn arbeidssituatie. Art.200 Het personeelslid volgt de richtlijnen van het schoolbestuur
Het personeelslid dient uit eigen beweging geen medicatie toe. Bij ziekte zal het personeelslid in de eerste plaats een ouder of een door de ouder opgegeven contactpersoon trachten te bereiken. Als dit niet lukt en afhankelijk van de hoogdringendheid, zal het personeelslid zich wenden tot de directeur. De directeur neemt contact op met de eigen huisarts van de leerling, een andere arts of eventueel zelfs de hulpdiensten. Art.201 Het personeelslid deelt elk gebruik van geneesmiddelen en elke wijziging in hun lichamelijke en/of geestelijke gezondheidstoestand onmiddellijk aan de directeur mee als die een gevaar kunnen opleveren voor de veiligheid van de leerlingen en/of derden. Art.202 De werkgever is verplicht de preventieadviseur-arbeidsarts te verwittigen wanneer: een personeelslid klaagt over ongemakken of tekenen van aandoening die kunnen worden toegeschreven aan zijn arbeidsomstandigheden; de werkgever vaststelt dat de lichamelijke of geestelijke toestand van het personeelslid de risico’s verbonden aan de werkpost onmiskenbaar verhoogt. Art.203 Het personeelslid leeft de bij dienstorder meegedeelde verplichtingen van het schoolbestuur na, met betrekking tot het milieubeleid o.m. recyclage, zuinig energie-en waterverbruik, scheiding van afval, gebruik van giftige of gevaarlijke stoffen 14.3 GenotsmiddelenArt.204 Binnen de volledige school, met inbegrip van zowel de gebouwen als de speelplaatsen en andere open ruimten is het verboden: - te roken, - alcohol te gebruiken, - drugs en/of roesopwekkende middelen te gebruiken. Sancties in geval van overtreding van het rookverbod kunnen zijn: - mondelinge opmerking door de directeur/algemeen directeur - schriftelijke neerslag van de overtreding opnemen in het personeelsdossier van het betrokken personeelslid - schriftelijke melding van de overtreding(en) aan het schoolbestuur - … Art.205 Het rookverbod is eveneens van kracht buiten de openingsuren van de school en tijdens de vakantieperioden. Art.206 Het personeelslid mag zich niet aanbieden in de school indien hij onder invloed verkeert van alcohol, drugs of roesopwekkende middelen. Art.207 Het personeelslid moet handelen conform de richtlijnen van het schoolbestuur inzake drug- en alcoholbeleid. Deze richtlijnen worden meegedeeld bij dienstorder. 14.4 VeiligheidArt.208 Het personeelslid neemt de nodige veiligheidsmaatregelen ter bescherming van de leerlingen bij activiteiten waaraan een gevaar of een risico verbonden is . Art.209 Het personeelslid leeft de richtlijnen van het schoolbestuur na in verband met de risico’s en preventiemaatregelen die van toepassing zijn in de school. Art.210 In geval van activiteiten buiten de schoolgebouwen moet het personeelslid dit voorafgaandelijk meedelen aan de directeur. In voorkomend geval worden afspraken gemaakt inzake voldoende begeleiding van de leerlingen, de bereikbaarheid van het personeelslid en de verplaatsing van en naar de activiteit. Art.211 Het personeelslid leeft de bepalingen in verband met brandveiligheid na en neemt deel aan alle initiatieven die het schoolbestuur neemt om het personeel vertrouwd te maken met evacuatie en het gebruik van blusmiddelen. 14.5 Arbeidsongeval, ongeval op weg naar of van het werkArt.212 Het personeelslid dat slachtoffer is van elk arbeidsongeval of ongeval op weg naar en van het werk, al dan niet met arbeidsongeschiktheid tot gevolg, brengt onmiddellijk de directeur op de hoogte. Het personeelslid geeft een volledige beschrijving van de omstandigheden waarin het ongeval zich heeft voorgedaan. Art.213 Bij een ongeval op het werk kan het personeelslid zich wenden tot de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer of tot een geneesheer naar keuze. Art.214 De naam van de arbeidsongevallenverzekeraar is opgenomen in bijlage 2 bij dit arbeidsreglement. |
Hoofdstuk 14 Deze verplichtingen worden opgelegd door: de wet van 04/08/1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, de uitvoeringsbesluiten gebundeld in de welzijnscodex, de bepalingen van het algemeen reglement op de arbeidsbescherming (ARAB). De preventieadviseur bevindt zich op het niveau van de gemeente. In de school kan er wel een contactpersoon aangesteld zijn die op de hoogte is van de specifieke veiligheidstoestand van de school. Dit personeelslid staat in nauw contact met de preventieadviseur van de gemeente. Eventueel kan er binnen de IDPBW (interne dienst voor preventie en bescherming op het werk) van de gemeente een aparte afdeling voor het onderwijs worden opgericht indien er tenminste 50 personeelsleden zijn tewerkgesteld in het gemeentelijk onderwijs. De naam/namen van de leden van de gemeentelijke interne dienst voor preventie en bescherming op het werk is (zijn) opgenomen in bijlage 2 bij dit arbeidsreglement. Art. 188: Het schoolbestuur kan zich eventueel aansluiten bij een gemeenschappelijke interne dienst voor preventie en bescherming op het werk. Art. 190 De directeur, als lid van de hiërarchische lijn, volgt de voorgestelde preventiemaatregelen op, rapporteert op geregelde tijdstippen over de uitvoering van preventiemaatregelen en doet de nodige voorstellen inzake remediëring in geval van ongevallen en incidenten en wanneer zich onveilige situaties voordoen. Namen en contactmogelijkheden van de preventie-adviseurs (enerzijds de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer en anderzijds de preventieadviseur-psychosociale aspecten) (en in voorkomend geval van de vertrouwenspersoon) verplicht opnemen (bijlage) Art. 195: K.B. 15/12/2010 Met hulpverlener wordt bedoeld: de werknemer die de eerste hulp moet verstrekken Namen van de hulpverleners verplicht opnemen (bijlage) De risicoanalyse en een overleg met de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer zal uitwijzen hoeveel hulpverleners er dienen te zijn, welke opleiding zij dienen te volgen, wat het basismateriaal (draagberrie, deken, individuele EHBO-kit) en de inhoud van de verbanddoos moet zijn, e.d. Art. 197: KB van 28/05/2003 betreffende het gezondheidstoezicht op de werknemers Het periodiek gezondheidstoezicht is verplicht en van toepassing op werknemers die een veiligheidsfunctie uitoefenen, een functie uitoefenen met verhoogde waakzaamheid, of activiteiten met een bepaald risico (fysisch, biologisch of chemisch). Art. 198: KB van 28/05/2003 betreffende het gezondheidstoezicht op de werknemers Art. 199 §1: Neem hier eigen richtlijnen op. Neem hier eigen richtlijnen op. Let erop dat ze conform zijn met het schoolreglement. De directeur neemt contact op met de eigen huisarts van de leerling, een andere arts of eventueel zelfs de hulpdiensten. Art.202: Om de verplichtingen te kennen, kunt u zich richten tot de milieudienst van de gemeente en de gemeentelijke interne dienst voor preventie en bescherming op het werk. Roken: KB van 19/01/2005 betreffende de bescherming van de werknemers tegen tabaksrook Het rookverbod is ook van toepassing wanneer de lokalen door derden worden gebruikt buiten de normale openingsuren en/of tijdens de vakantieperioden. Het verbod geldt dus 24 uur op 24 en 7 dagen op 7. Decreet van 6 juni 2008 houdende het instellen van een rookverbod in onderwijsinstellingen en centra voor leerlingenbegeleiding. OVSG neemt hier voorbeelden op van mogelijke sancties. Lokaal bepaalt het schoolbestuur welke sancties zij zal treffen bij overtreding van het rookverbod. Art. 206: Zie ook het model ‘Beleidsverklaring alcohol -en drugbeleid’ van OVSG Art.207: bijvoorbeeld: zwembegeleiding en zwemtoezicht Art.208: Zo bijvoorbeeld de richtlijnen in het kader van de veiligheid van speeltoestellen en speelterreinen. KB van 28 maart 2001 betreffende de uitbating van speelterreinen KB van 28 maart 2001 betreffende de veiligheid van speeltoestellen
|
Hoofdstuk 15 Bescherming psychosociale risico’s op het werk, waaronder geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk (Voor de actualisering van dit hoofdstuk en inhoudelijke vragen verwijzen wij door naar de preventiediensten van de gemeente)15.1 AlgemeenArt.215 Begripsomschrijving
15.2 Beginselverklaring geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedragArt.216 Geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk wordt niet getolereerd omdat het strijdig is met de rechten van de personeelsleden en met de eerbied voor hun menselijke waardigheid en omdat het een overtreding van de wet is. Art.217 Het personeelslid onthoudt zich van elke vorm van verbaal, niet-verbaal of lichamelijk gedrag, waarvan hij of zij weet of zou moeten weten dat het afbreuk doet aan de waardigheid van een persoon en een ontoelaatbare schending inhoudt van die waardigheid. Elk personeelslid onthoudt zich bijgevolg van elke daad van geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk. Art.218 De dader die vastgestelde inbreuken heeft gepleegd, wordt behandeld en gesanctioneerd overeenkomstig de bepalingen omtrent tucht (vast benoemde en TADD’er) en ontslag (gewone tijdelijke) zoals beschreven in het Decreet Rechtspositie. Art.219 Het personeelslid heeft een meldingsplicht, via de aangestelde personeelsleden, wanneer er ernstige aanwijzingen zijn dat een leerling of een personeelslid slachtoffer is van grensoverschrijdend gedrag. 15.3 Raadgeving en hulpArt.220
15.4 ProcedureArt.221 Informele psychosociale interventie
Art.222 Formele interventie
|
Hoofdstuk verplicht opnemen, zonder verwijzingen naar andere documenten met daarin: – wijze van onthaal en adviesverlening aan de persoon die verklaart het voorwerp te zijn van geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op het werk – wijze waarop hij/zij zich kan richten tot de preventieadviseur en de vertrouwenspersoon (als er een vertrouwenspersoon is) – wijze waarop de preventieadviseur en de vertrouwenspersoon snel en onpartijdig tussenbeide komen – maatregelen van wedertewerkstelling en begeleiding van het personeelslid dat verklaard heeft het voorwerp te zijn geweest van geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op het werk
Wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van het werk (B.S. 18/09/1996), meer bepaald hoofdstuk Vbis. - Bijzondere bepalingen betreffende geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk(artikelen32bis en volgende). In het Koninklijk besluit van 17 mei 2007 betreffende de voorkoming van psychosociale belasting veroorzaakt door het werk, waaronder geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk (B.S. 6.6.2007) werden de begrippen ‘psychosociale risico’s op het werk’, ‘geweld’, ‘pesterijen’ en ‘ongewenst seksueel gedrag’ duidelijk gedefinieerd. Het Koninklijk besluit van 10 april 2014betreffende de preventie van de psychosociale risico’s op het werk (B.S.28.04.2014) vervangt het Koninklijk besluit van 17 mei 2007 betreffende de voorkoming van psychosociale belasting en gaat ruimer. Met “vertrouwenspersoon” wordt hier “De persoon bedoeld in en aangewezen overeenkomstig artikel 32sexies §2 van de wet van 4 augustus 1996 (welzijnswet) Art. 219 §1. Meestal is de preventieadviseur psychosociale aspecten een personeelslid van de externe dienst voor preventie en bescherming op het werk. §2. Het schoolbestuur duidt de vertrouwenspersoon aan rekening houdend met zijn competenties en het vertrouwen dat de personeelsleden, de leerlingen en/of ouders in deze persoon kunnen stellen. Deze vertrouwenspersoon werkt nauw samen met de preventieadviseur psychosociale aspecten.
15.4 procedure: Bij een klacht kan de vertrouwenspersoon of de preventieadviseur psychosociale aspecten een bemiddelingspoging ondernemen. De personeelsleden moeten de identiteit en de contactmogelijkheden van de preventieadviseur psychosociale aspecten en van de vertrouwensperso(o)n(en) kennen. In kennelijk ernstige gevallen zullen de gerechtelijke instanties moeten worden ingelicht. Zie ook het Steunpunt Grensoverschrijdend Gedrag op http://www.ond.vlaanderen.be/antisociaal gedrag/ Zie ook http://www.respectophetwerk.be |
Hoofdstuk 16 Onthaal van nieuwe personeelsledenArt.223 De indiensttreding van het personeelslid is het gevolg van een aanstellingsbesluit. Het personeelslid ontvangt bij de indiensttreding een afschrift van: Art.224
|
Art. 2293:§2 Koninklijk besluit van 25/04/2007 betreffende het onthaal en de begeleiding van werknemers met betrekking tot de bescherming van het welzijn bij de uitvoering van hun werk ‘Het door de werkgever aangeduid lid van de hiërarchische lijn, belast met het verzekeren van het onthaal, tekent onder zijn naam een document waaruit blijkt dat in het kader van zijn taken bedoeld onder 6° en 7° de nodige inlichtingen en instructies werden verstrekt met betrekking tot het welzijn op het werk. ‘ |
Hoofdstuk 17 Bevoegde inspectiedienstenArt.225 De adressen van de volgende bevoegde inspectiediensten zijn opgenomen in bijlage 3 bij dit arbeidsreglement: het Toezicht op de Sociale Wetten, het Toezicht op het Welzijn op het werk, Sociale Inspectie. |
|
|
|
Verplicht in bijlage op te nemen: het protocol van akkoord/niet akkoord dat het resultaat is van de vakbondsonderhandelingen (zie model OVSG: extranet: Juridisch advies à Personeel à Syndicaal statuut - ABOC)
Verplicht: ondertekening door het schoolbestuur (handtekening burgemeester en algemeen directeur)
|
BIJLAGEN
Uurrooster 1:bijvoorbeeld van een voltijds aangestelde onderwijzer
| Dagen |
Uren |
Uren |
Uren |
Uren |
Totaal uren |
| Maandag |
van |
tot |
en van |
tot |
|
| Dinsdag |
van |
tot |
en van |
tot |
|
| Woensdag |
van |
tot |
|
|
|
| Donderdag |
van |
tot |
en van |
tot |
|
| Vrijdag |
van |
tot |
en van |
tot |
|
|
|
|
|
|
Totaal : |
|
De rustpauzes worden als volgt toegekend:
Voormiddag: van tot
Namiddag: van tot
Uurrooster 2:bijvoorbeeld van een voltijds aangestelde adm. medewerker
| Dagen |
Uren |
Uren |
Uren |
Uren |
Totaal uren |
| Maandag |
van |
tot |
en van |
tot |
|
| Dinsdag |
van |
tot |
en van |
tot |
|
| Woensdag |
van |
tot |
en van |
tot |
|
| Donderdag |
van |
tot |
en van |
tot |
|
| Vrijdag |
van |
tot |
en van |
tot |
|
|
|
|
|
|
Totaal : |
|
De rustpauzes worden als volgt toegekend:
Voormiddag: van tot
Namiddag: van tot
Uurrooster 3:bijvoorbeeld van een deeltijds aangesteld personeelslid
| Dagen |
Uren |
Uren |
Uren |
Uren |
Totaal uren |
| Maandag |
van |
tot |
en van |
tot |
|
| Dinsdag |
van |
tot |
en van |
tot |
|
| Woensdag |
van |
tot |
|
|
|
De rustpauzes worden als volgt toegekend:
Voormiddag: van tot
Namiddag: van tot
De rustpauzes worden als volgt toegekend:
Voormiddag: van tot
Namiddag: van tot
Interne dienst voor preventie en bescherming op het werk
Namen en contactmogelijkheden van de leden van de gemeentelijke interne dienst voor preventie en bescherming op het werk
- Adviesverlening en begeleiding Preventie en Welzijn, Brouwersstraat 6, 3000 Leuven
- Tel : 016/ 28 42 01
- Preventieadviseur: Katty Vanreymenant (katty.vanreymenant@interleuven.be)
- Interne vertrouwenspersoon: nog aan te vullen
Externe dienst voor preventie en bescherming op het werk
Namen en contactmogelijkheden van de leden van de externe dienst voor preventie en bescherming op het werk met de preventieadviseur-arbeidsarts:
- Preventieadviseur-arbeidsarts IDEWE : Eveline LINSSEN
- eveline.linssen@idewe.be Tel: 016/ 39 04 38
Psychosociale risico’s waaronder, geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk
Namen en contactmogelijkheden van de preventieadviseur psychosociale aspecten en de eventuele vertrouwenspersoon bevoegd voor psycosociale aspecten, waaronder geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag
- Preventieadviseur psychosociale aspecten: IDEWE: Elke VELLE
- Elke.velle@idewe.be Tel : 016/ 39 04 38
Eerste hulp
Namen van de hulpverleners per vestigingsplaats
- GBS De Lijsterboom Blanden
Lagere school: Rose Beaujean en Charlotte Degroote
Kleuterschool: Ilse Spreutels en Rose Beaujean
- GBS De Hazensprong Haasrode
Karlien Willio en Catherine Van Laer
- GBS De Letterberg Oud-Heverlee
EHBO: Ann Machiels en Kristel Champagne
Brandblusteam: An Suls en Tania Rondou
Plaats(en) van het basismateriaal en de verbanddoos per vestigingsplaats
- GBS De Lijsterboom Blanden:
Lagere school: in de keuken en de refter
Kleuterschool: in de leraarskamer
- GBS De Letterberg Oud-Heverlee:
In de keuken, de leraarskamer, de gymzaal, de refterkeuken en in het catecheselokaal vlakbij de grote speelplaats.
- GBS De Hazensprong Haasrode:
Lagere school: in het leraarslokaal
Kleuterschool: in de kast in de hal
Arbeidsongevallenverzekeraar
Gesubsidieerde personeelsleden
- Departement Onderwijs – dienst arbeidsongevallen
- Hendrik Consciencegebouw
- Koning Albert II-laan 15, 1210 BRUSSEL
Niet-gesubsidieerde personeelsleden
- Ethias, Prins Bisschopssingel 73, 3500 HASSELT
Externe Directies Toezicht welzijn op het werk
Directie Limburg – Vlaams-Brabant
Directiehoofd : Leuckx Stefan
Elke woensdag van 9 u tot 16u30, zonder onderbreking
Tel : 02/ 233 41 90
E-mail: tww.limburg.vlaamsbrabant@werk.belgie.be
Koning Albertstraat 16B
3290 DIEST
Algemene directie Toezicht en Sociale Wetten
Voor algemene vragen om informatie over materies van het TSW:
Individueel onderhoud, neerlegging van een klacht en vragen om informatie over lopende dossiers.
Voor een individueel onderhoud of neerlegging van een klacht:
Voor een vraag om informatie over een dossier in behandeling bij het TSW:
Praktische inlichtingen
Tel : 02/ 233 44 60
E-mail : tsw.leuven@werk.belgie.be
Attaché-directiehoofd : Hans Vrebosch
Ambtsgebied : Aarschot, Begijnendijk, Bekkevoort, Bertem, Bierbeek, Boortmeerbeek, Boutersem, Diest, Geetbets, Glabbeek, Haacht, Herent, Hoegaarden, Holsbeek, Huldenberg, Keerbergen, Kortenaken, Kortenberg, Landen, Leuven, Linter, Lubbeek, Oud-Heverlee, Rotselaar, Scherpenheuvel-Zichem, Tervuren, Tielt-Winge, Tienen, Tremelo en Zoutleeuw
Adres:
Federaal administratief centrum
Philipssite 3A bus 8
3001 LEUVEN
FOD Sociale Zekerheid & Openbare instellingen van sociale zekerheid
Sociale inspectie Regio Leuven
Informatieveiligheidsconsulent (functionaris voor gegevensbescherming)
Naam en contactmogelijkheden
- Pieter Taes pieter.taes@vera.be
- Adviesverlening en Begeleiding
Consulent Informatieveiligheid/DPO
Brouwerstraat 6 3000 LEUVEN
Tel : 016/ 28 42 79
Aanspreekpunt informatieveiligheid school
Naam en contactmogelijkheden
- Directie van de school
Oud-Heverlee: gbsoudheverlee@gbsdeletterberg.be
Blanden: directie@delijsterboom.be
Haasrode: directie@dehazensprong.be
- ICT-coördinator: marcmerckx@dehazensprong.be
Advies – charter voor gebruik van Teams door leerlingen GBS Oud-Heverlee
Informatie
Gevraagd: opmaken van gedragsregels voor de leerlingen in het gebruik van Microsoft Teams voor dagdagelijks gebruik (en in kader van afstandsonderwijs)
Auteurs: Pieter Taes (DPO)
| Datum |
Versie |
Auteur |
Opmerkingen |
| 28/09/2021 |
0.1 |
Pieter Taes |
Opmaak draft |
| 04/10/2021 |
1.0 |
Pieter Taes |
Publicatie nav. opmerkingen tijdens overleg |
| Xx/xx/2021 |
1.1 |
GBS OH |
Aanpassingen door scholen |
Vraag
De huidige correspondentie tussen leerlingen en de school zit in een digitaliseringsstroom, met de introductie van een nieuw leerlingenbeheersysteem, alsook de opmaak van de Teams-omgeving.
Er is bijgevolg nood aan een praktisch werkingenkader waaraan de leerlingen en hun ouders zich kunnen houden tijdens hun schoolwerkzaamheden.
Men mag niet vergeten dat deze manier van werken volledig nieuw is en veel vragen en onzekerheden kan meebrengen, waardoor het bestuur er best voor kiest om dit nieuwe kanaal (tenminste in deze aanvangsfase) zo nauw mogelijk af te bakenen.
Voorwaarde
Andere ‘geijkte’ platformen worden momenteel niet beschouwd en vanuit het bestuur, in overleg met de DPO, wordt voor deze specifieke werking, Teams als geprefereerd medium voorgesteld.
Advies
| Rechtmatigheid van de verwerking (verwerkingsgrond: toestemming, wettelijke verplichting, overeenkomst, algemeen belang, vitaal belang) |
- Decreet Basisonderwijs (25/02/1997) - Decreet houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten (03/05/2019)
|
| Besluit – de rechtmatigheid (art.6 GDPR/AVG) wordt voldoende ondersteund voor deze toepassing, in deze specifieke context (maar niet daar buiten) |
|
|
| Finaliteit (persoonsgegevens mogen volgens de privacywet slechts verwerkt worden met het oog op één of meer gerechtvaardigde doelstellingen) |
| Het opzetten en monitoren van een Microsoft Teams omgeving past in een bredere tendens van Agentschap Onderwijs om digitaal werken reeds van in het basisonderwijs te promoten (zie bv. ook Digitale leerplatformen en leermiddelen bij afstandsleren (vlaanderen.be)). Volgens de richtlijnen zoals vastgelegd door de Vlaamse regering met betrekking tot de bewaartermijnen van leerlinggebonden documenten wordt alle niet-vernoemde informatie na afloop van de normale schoolcarrière verwijderd vanop het platform (zie omzendbrief BaO/2005/03 van 31/01/2005 (vlaanderen.be)). Op elk moment heeft een ouder zicht op de handelingen van zijn kind op het platform en kunnen zij de vraag stellen aan het schoolbestuur om informatie te verwijderen, doch het bestuur zelf dient te beoordelen of dit mogelijk of gewenst is, al dan niet in samenspraak met de DPO of het lokaal bestuur, al naargelang de specifieke omstandigheden van de aanvraag. |
| Besluit – Finaliteit: conform artikel art. 5(e) GDPR/AVG worden gegevens niet langer bewaard dan strikt gezien noodzakelijk. |
|
|
| Proportionaliteit (er mogen enkel gegevens worden verzameld die "toereikend, ter zake dienend en niet overmatig” zijn) |
| Naast de naam en voornaam die zal dienen om een gepersonaliseerde account aan te maken, zal er geen bijkomende informatie bevraagd worden van de leerling. Dit gegeven is noodzakelijk om persoonsgerichte communicatie toe te laten tussen de school en de leerling, alsook om opvolging van dagelijkse of occasionele taken mogelijk te maken, projectwerk of anderzijdse evaluatie. |
| Besluit – Proportionaliteitsprincipe: Het ‘Only Once’-principe wordt hierbij voldoende geëerd (zie ook art.25 GDPR/AVG). |
|
|
| Transparantie (er dient transparantie en duidelijkheid te zijn betreffende welke gegevens juist worden verwerkt ten opzichte van de betrokken persoon) |
| In het kader van deze werking worden enkel de naam en voornaam en per uitzondering, het wachtwoord van de leerling gebruikt voor het toegang verlenen tot de gecontroleerde Teams-omgeving. Deze gegevens zullen voor geen ander doeleinde worden aangewend. |
| Besluit – Transparantieprincipe wordt voldoende opgevolgd. |
|
| Vertrouwelijkheid (er dient ten allen tijde over gewaakt te worden dat indien noodzakelijk de privacy gewaarborgd wordt door geheimhouding) |
| Binnen het lokaal bestuur geldt een algemeen veiligheidsbeleid (met betrekking tot persoonsgegevens) dat voor alle medewerkers continu actief is. Samen met de DPO wordt er voortdurend gewerkt aan manieren om deze beveiliging te optimaliseren (technisch) en beter bekend te maken op alle niveaus van de organisatie. Door middel van een hele reeks maatregelen wordt ook de kwaliteit van de kennis rond privacy en security verdiept bij alle medewerkers van gemeente en school. Op welke manier dit gebeurt kan men op elk moment navragen bij de DPO van het bestuur of de (Algemeen) Directeur. |
| Besluit – Vertrouwelijkheid: Het herhalen van de principes rond het omgaan met persoonsgegevens binnen een lokaal bestuur is een voortdurende oefening die er voor moet zorgen dat alle verwerkingen met betrekking tot persoonsgegevens binnen eenzelfde proces aan de standaard worden gehouden, maar ook nog buiten dat proces. |
|
|
| Integriteit (de aangeleverde informatie moet juist en compleet zijn en tijdig opgeleverd worden) |
| De gegevens van de (minderjarige) leerling worden te allen tijde aangebracht door de ouders via het inschrijvingsdocument. De ouders hebben de verantwoordelijkheid om deze gegevens up-to-date te houden en de school op de hoogte te stellen wanneer hier verandering in zou komen. Alle informatie die binnenin de Teams-omgeving wordt gedeeld zal steeds factueel en van een praktische (met betrekking tot de werking of organisatie van de school) aard zijn. |
| Besluit – Integriteit: Het doel van de Teams-omgeving is om praktische afspraken, bijkomende opdrachten en contactmomenten en/of vormen van evaluatie mogelijk te maken. |
|
|
| Beschikbaarheid (er dienen duidelijke afspraken te bestaan over wanneer en hoelang de informatie beschikbaar dient te zijn) |
| De inhoud van de gesprekken is enkel zichtbaar voor deelnemers op het moment dat zij actief zijn in de schoolgraad. Elke klas of graad zal afgeschermde communicatie voeren van de andere graden. Enkel de klasleerkracht heeft beheersrechten voor de eigen klas, in de mate date de kennis en de organisatie van het leerkrachtenkorps dit toelaat. De Teams-omgeving zal niet toegankelijk zijn van buiten de beheersde en besloten omgeving die het lokaal bestuur ter beschikking stelt. |
| Besluit – Beschikbaarheid: Enkel tijdens de actieve schoollooptijd zal een deelnemer de inhoud van de gesprekken kunnen meevolgen. |
|
|
| Algemeen besluit |
| Wanneer voorgaande parameters voldoende ingevuld zijn en er een gedragen beslissing door de school is genomen met betrekking tot de werking, beheer en opvolging kan de ingebruikname van Teams binnen de vooropgestelde voorwaarden gebeuren. Ter aanvulling maken we nog een overzicht van de richtlijnen waaraan zowel de deelnemers als de coördinator(en) zich dienen te houden. |
Werking Teams in de gemeentelijke basisscholen van Oud-Heverlee
SPELREGELS EN VOORWAARDEN
Algemene afspraken functiebeschrijving en evaluatie (evaluatiereglement) gesubsidieerd personeel onderwijs
Verzoek
Verplichte adviezen/akkoorden/machtigingen
Gelet op het protocol nr. (nummer) van (datum) van het lokaal comité op het niveau van de scholengemeenschap;
Gelet op het protocol nr. (nummer) van (datum) van het afzonderlijk bijzonder comité;
Considerans
Voorstel
Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen
Stemming
BESLUIT:
Artikel 1
Art.2 De tweede evaluator bewaakt het proces, bewaakt de kwaliteit en waakt over de objectiviteit en de eenvormigheid van de evaluaties over de personeelsleden heen.
Art.3 Voor de evaluatoren wordt in het kader van het voeren van functionerings- en evaluatiegesprekken een opleiding voorzien zodat de evaluator voldoende competent is om met kennis van zaken en op een objectieve evenwichtige manier een oordeel uit te spreken over het presteren van het personeelslid. Daartoe wordt bij OVSG+ ingeschreven voor de opleiding voor evaluatoren.
Art. 4
Art. 5 De (eerste) evaluator zorgt voor de informatiedoorstroming naar het schoolbestuur en desgevallend naar de tweede evaluator.
Aldus beslist in zitting van heden.
Namens de gemeenteraad:
De voorzitter De algemeen directeur
Adinda Claessen Marijke Pertz
Functiebeschrijving/ evaluatiecyclus
Belangrijk is het uitgangspunt van het decreet rond functiebeschrijving en evaluatie.
Het decreet gaat uit van positieve inspanningen van 98% van de leerkrachten. Het gaat er van uit dat we de geleverde inspanningen van het personeel gaan waarderen.
Hieronder wordt weergegeven welke trajecten dat onze personeelsleden kunnen doorlopen.
Het groene pad en het oranje pad, of “hoppen” van het ene pad naar het andere pad.
Bij de aanstelling van het personeel (ook korte vervanging) overhandigen wij binnen een billijke periode (binnen een maand, werd geopperd) een functiebeschrijving met de lijst van de IGO’s (instellingsgebondenopdrachten)
Een personeelslid ondertekent deze FB voor kennisname (niet via mail!)
Groene pad
Het decreet gaat er van uit dat de meeste leerkrachten (ong. 98%) dit pad bewandelen. Een pad van coaching, begeleiding, afgewisseld met een functiegesprek, formeel of informeel.
Een verslag mag opgemaakt worden, is niet rechtsmatig.
Facultatief kan er een waarderend gesprek (WG) plaatsvinden.
Er wordt in het decreet nergens vermeld wat de tijdspanne is van het FG, maar men opteert bij op OVSG om zeker 1X per schooljaar gesprekken te voeren met de personeelsleden.
Oranje pad
Hier bevinden zich de “moetjes”.
Eerste Formeel FG
Coaching/ begeleiding
Functiegesprek (FG)
Evaluatiegesprek (EG)
120 dagen:
Verslag:
Lkrn komen terug op het groene pad (= streefdoel!)
Tijdelijke personeelsleden: onmiddellijk ontslag
Langdurig aangestelde personeelsleden: begint de cyclus opnieuw.
Voor de rechtsgeldigheid volstaat het niet om enkel de FB op te nemen in het Schoolwerkplan, maar moeten er protocollen zijn voor akkoord/ voor niet akkoord.
Ook belangrijk voor de evaluatoren om mee te nemen:
[1] Een personeelslid is onderworpen als uit risicoanalyse blijkt dat de risico’s verbonden aan zijn/haar werkactiviteiten medische gezondheidstoezicht door de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer vereisen.
[2] Opmerking: evenveel uurroosters opnemen als er individuele uurregelingen zijn binnen de school.
Artikel 1: De gemeenteraad beslist het bestaande schoolreglement gewoon basisonderwijs, goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 28 juli 2020, op te heven.
Artikel 2: De gemeenteraad beslist het vernieuwde schoolreglement goed te keuren.
Artikel 3: De meer specifieke regels en afspraken worden, voor elke van de drie basisscholen individueel, opgenomen in een aparte infobrochure.
Artikel 4: Het schoolreglement gewoon basisonderwijs en de infobrochure worden bij elke inschrijving van een leerling en nadien bij elke wijziging, ter beschikking gesteld aan de ouders, die ondertekenen voor akkoord.
Inhoud
Hoofdstuk 1.............. Algemene bepalingen.....................................................................................
Hoofdstuk 2.............. Engagementsverklaring..................................................................................
Hoofdstuk 3.............. Sponsoring....................................................................................................
Hoofdstuk 4 Kostenbeheersing……………………………………………………………………….
Hoofdstuk 5 Extra-murosactiviteiten....................................................................................
Hoofdstuk 6.............. Huiswerk, agenda’s, evaluatie ,rapporten en schoolloopbaan............................
Hoofdstuk 7.............. Afwezigheden en te laat komen.......................................................................
Hoofdstuk 8.............. Schending van de leefregels, preventieve schorsing, tijdelijke en definitieve uitsluiting
Hoofdstuk 9.............. Getuigschrift basisonderwijs............................................................................
Hoofdstuk 10............ Onderwijs aan huis en synchroon internetonderwijs..........................................
Hoofdstuk 11 Schoolraad,ouderraad en leerlingenraad
Hoofdstuk 12 Leerlingengegevens en privacy
Hoofdstuk 13 ICT-materiaal ter beschikking gesteld door de school (laptop, tablet, internet)
Hoofdstuk 14 Absoluut en permanent algemeen rookverbod …
Hoofdstuk 15 Leerlingenbegeleiding
Hoofdstuk 16 Campus………………………………………………………………….
Hoofdstuk 1 Algemene Bepalingen
Artikel 1
Het schoolreglement regelt de verhouding tussen leerlingen en hun ouders enerzijds en de school/het schoolbestuur anderzijds.
Artikel 2
De ouders ondertekenen het schoolreglement, de infobrochure en het pedagogisch project van de school voor akkoord. Dit is een inschrijvingsvoorwaarde.
Het schoolreglement wordt door de directeur voorafgaand aan elke inschrijving van de leerling schriftelijk of via elektronische drager en met toelichting, indien de ouders dit wensen (schoolwebsite, e-mail, …) ter beschikking gesteld. Bij elke wijziging van het schoolreglement informeert de directeur de ouders schriftelijk of via elektronische drager en met toelichting, indien de ouders dit wensen. De ouders verklaren zich opnieuw schriftelijk akkoord. Indien de ouders zich met de wijziging niet akkoord verklaren, dan wordt aan de inschrijving van het kind een einde gesteld op 31 augustus van het lopende schooljaar. De school vraagt de ouders of ze ook een papieren versie van het schoolreglement en/of eventuele wijzigingen wensen en stelt deze ter beschikking.
Artikel 3
Dit schoolreglement eerbiedigt de internationaalrechtelijke en grondwettelijke beginselen inzake de rechten van de mens en van het kind in het bijzonder.
Artikel 4
Voor de toepassing van dit schoolreglement wordt verstaan onder:
1° Aangetekend: met aangetekende brief of tegen afgifte van een gedateerd ontvangstbewijs.
2° Extra-murosactiviteiten: activiteiten van één of méér schooldagen die plaatsvinden buiten de schoolmuren en worden georganiseerd voor één of meer leerlingengroepen.
3° Klassenraad: team van personeelsleden dat onder leiding van de directeur samen de verantwoordelijkheid draagt of zal dragen voor de begeleiding van en het onderwijs aan een bepaalde leerlingengroep of individuele leerling.
4° Leerlingen: de kinderen die regelmatig zijn ingeschreven in de basisschool.
5° Regelmatige leerling:
- in het lager onderwijs of als zes- en zevenjarige in het kleuteronderwijs: altijd aanwezig ,behalve bij gewettigde afwezigheid;
-vijfjarige in het kleuteronderwijs : voldoende aanwezig (minstens 290 halve dagen )
-deelnemen aan alle onderwijsactiviteiten die voor de leerlingengroep of de leerling worden georganiseerd, behoudens vrijstelling .Deelnemen aan het taalbad of een ander taalintegratietraject wordt beschouwd als een onderwijsactiviteit die voor de leerlingengroep of de leerling wordt georganiseerd..
6° Toelatingsvoorwaarden:
Om toegelaten te worden in het kleuteronderwijs moet een kind ten minste twee en een half jaar oud zijn. Als een kleuter, op het moment van de inschrijving nog geen drie jaar is, kan hij in het basisonderwijs slechts toegelaten worden op één van de volgende instapdagen:
- de eerste schooldag na de zomervakantie;
- de eerste schooldag na de herfstvakantie;
- de eerste schooldag na de kerstvakantie;
- de eerste schooldag van februari;
- de eerste schooldag na de krokusvakantie;
- de eerste schooldag na de paasvakantie;
- de eerste schooldag na Hemelvaart.
Om toegelaten te worden tot het gewoon lager onderwijs moet een leerling zes jaar zijn voor 1 januari van het lopende schooljaar. Als hij nog niet de leeftijd van zeven jaar heeft bereikt of zal bereiken voor 1 januari van het lopende schooljaar, moet hij bovendien aan de volgende voorwaarden voldoen :
1° het voorgaande schooljaar ingeschreven zijn geweest in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende Nederlandstalige school voor kleuteronderwijs en gedurende die periode ten minste 290 halve dagen daadwerkelijk aanwezig geweest zijn (halve dagen aanwezigheid in de rijdende kleuterschool worden beschouwd als aanwezigheid)
2° een gunstig advies van de klassenraad van de school waar de leerling voorafgaand aan de instap in het gewoon lager onderwijs kleuteronderwijs gevolgd heeft. Dit advies omvat de mate waarin de leerling het Nederlands voldoende beheerst om het gewoon lager onderwijs te kunnen starten.
3° bij ongunstig advies van de klassenraad van de kleuterschool :een toelating door de klassenraad van de school waar de leerling het gewoon lager onderwijs wil volgen. Leerlingen met een ongunstig advies worden enkel toegelaten tot het gewoon lager onderwijs mits deze leerlingen een taaltraject doorlopen.
4° voor leerlingen die geen kleuteronderwijs gevolgd hebben, beslist de klassenraad van de school voor lager onderwijs na een taalscreening of deze leerling al dan niet toelating krijgt tot het reguliere traject, of een taalbad in het gewoon lager onderwijs volgt.
Een jaar vroeger naar het lager onderwijs:
Als vijfjarigen worden beschouwd, al wie vijf jaar geworden is vóór 1 januari van het lopende schooljaar.
Er zijn twee mogelijke situaties:
1. Een vijfjarige leerling die het voorgaande schooljaar was ingeschreven in een erkende school voor Nederlandstalig onderwijs kan enkel toegelaten worden mits:
Na kennisneming van en toelichting bij het advies van het CLB en na het gunstig advies of de gunstige beslissing door de klassenraad, nemen de ouders de uiteindelijke beslissing over de vervroegde instap.
2. Een vijfjarige leerling die het voorgaande schooljaar niet ingeschreven was in een erkende school voor Nederlandstalig onderwijs :
Na kennisneming van en toelichting bij het advies van het CLB en na toelating door de klassenraad lager onderwijs, nemen de ouders de uiteindelijke beslissing over de vervroegde instap.
Voor zij-instromers van 7 jaar of ouder gelden de bovenstaande voorwaarden niet.
7° Leerlingengroep: een aantal leerlingen dat samen voor een bepaalde periode eenzelfde opvoedings- of onderwijsactiviteit volgt.
8° Ouders: de personen die het ouderlijk gezag uitoefenen of in rechte of in feite de minderjarige onder hun bewaring hebben.
9° Pedagogisch project: het geheel van de fundamentele uitgangspunten dat door een schoolbestuur voor een school en haar werking wordt bepaald.
10° School: het pedagogisch geheel, waar onderwijs wordt georganiseerd en dat onder leiding staat van de directeur.
11° Schoolbestuur: de inrichtende macht die verantwoordelijk is voor de sch(o)ol(en) van de gemeente, nl. de gemeenteraad. Inzake daden van dagelijks beheer is het college van burgemeester en schepenen bevoegd.
12° Schoolraad: is een officieel inspraakorgaan waarin ouders, personeel, en personen van de lokale gemeenschap vertegenwoordigd zijn.
13° Werkdag: weekdagen van maandag tot vrijdag, met uitzondering van feestdagen en dagen die vallen tijdens de herfst-, kerst-, krokus- en paasvakantie.
14° Schooldag: een dag waarop leerlinggebonden activiteiten georganiseerd zijn, met uitzondering van zaterdag, zondag en de schoolvakanties.
Hoofdstuk 2 Engagementsverklaring
Artikel 5
§ 1 Oudercontacten
De school organiseert op geregelde tijdstippen oudercontacten. De ouders en de school zelf kunnen op eigen initiatief bijkomende oudercontacten voorstellen.
De ouder(s) woont (wonen) de oudercontacten bij.
In de infobrochure staan de concrete data.
§ 2 Voldoende aanwezigheid
De ouders zorgen ervoor dat hun kind elke schooldag en op tijd naar school komt.
§ 3 Deelnemen aan individuele begeleiding
Sommige kinderen hebben nood aan een individuele begeleiding. Voor kinderen die daar nood aan hebben, werkt de school vormen van individuele ondersteuning uit en ze maakt daarover afspraken met de ouders zoals voorzien in het zorg- en gelijke onderwijskansenbeleid van de school.
De ouders ondersteunen op een positieve manier de maatregelen die in samenspraak genomen zijn.
§ 4 Nederlands is de onderwijstaal van de school.
Ouders moedigen hun kind(eren) aan om Nederlands te leren.
Ouders ondersteunen de initiatieven en de maatregelen die de school neemt om de eventuele taalachterstand van hun kind(eren) weg te werken.
Hoofdstuk 3 Sponsoring
Artikel 6
§ 1 De school werkt voor het bereiken van de eindtermen en het nastreven van ontwikkelingsdoelen met de middelen die door de Vlaamse Gemeenschap en door het schoolbestuur ter beschikking worden gesteld.
§ 2 Om de bijdragen van de ouders voor niet-eindterm gebonden onderwijskosten te beperken, kan de school gebruik maken van geldelijke en niet-geldelijke ondersteuning door derden.
§ 3 Dergelijke ondersteuning in de vorm van mededelingen die rechtstreeks of onrechtstreeks tot doel hebben de verkoop van producten of diensten te bevorderen, kan enkel in geval van facultatieve activiteiten en na overleg in de schoolraad.
§ 4 De school zal in geval van dergelijke ondersteuning enkel vermelden dat de activiteit of een gedeelte van de activiteit ingericht werd door middel van een gift, een schenking, een gratis prestatie of een prestatie verricht onder de reële prijs door een bij name genoemde natuurlijke persoon, rechtspersoon of feitelijke vereniging.
§ 5 De bedoelde mededelingen kunnen enkel indien:
1° deze mededelingen verenigbaar zijn met de pedagogische en onderwijskundige taken en doelstellingen van de school;
2° deze mededelingen de objectiviteit, de geloofwaardigheid, de betrouwbaarheid en de onafhankelijkheid van de school niet in het gedrang brengen.
§ 6 In geval van vragen of problemen met betrekking tot de geldelijke of niet-geldelijke ondersteuning door derden, richt men zich tot het schoolbestuur.
Hoofdstuk 4 Kostenbeheersing
Artikel 7
§ 1 Kosteloos
Het schoolbestuur vraagt geen direct of indirect inschrijvingsgeld.
Het schoolbestuur vraagt geen bijdrage voor onderwijs gebonden kosten die noodzakelijk zijn om een eindterm te realiseren of een ontwikkelingsdoel na te streven.
De school biedt volgende materialen gratis ter beschikking, maar ze blijven eigendom van de school. Als ze gebruikt worden voor huistaken, gelden volgende afspraken:
|
Lijst met materialen |
Voorbeelden |
| Bewegingsmateriaal |
Ballen, touwen, (klim)toestellen, driewielers, … |
| Constructiemateriaal |
Karton, hout, hechtingen, gereedschap, katrollen, tandwielen, bouwdozen, … |
| Handboeken, schriften, werkboeken en -blaadjes, fotokopieën, software |
|
| ICT-materiaal |
Computers inclusief internet, tv, radio, telefoon,… |
|
Informatiebronnen
|
(Verklarend) woordenboek, (kinder)krant, jeugdencyclopedie, documentatiecentrum, cd-rom, dvd, klank- en beeldmateriaal, … |
|
Kinderliteratuur
|
Prentenboeken, (voor)leesboeken, kinderromans, poëzie, strips, … |
| Knutselmateriaal |
Lijm, schaar, grondstoffen, textiel, … |
|
Leer- en ontwikkelingsmateriaal |
Spelmateriaal, lees- en rekenmateriaal, denkspellen, materiaal voor socio-emotionele ontwikkeling, … |
|
Meetmateriaal |
Lat, graadboog, geodriehoek, tekendriehoek, klok (analoog en digitaal), thermometer, weegschaal, … |
| Multimediamateriaal |
Audiovisuele toestellen, fototoestel, , dvd-speler, … |
|
Muziekinstrumenten |
Trommels, fluiten, … |
| Planningsmateriaal |
Schoolagenda, kalender, dagindeling, … |
| Schrijfgerief |
Potlood, pen, … |
|
Tekengerief |
Stiften, kleurpotloden, verf, penselen, … |
| Atlas, globe, kaarten, kompas, passer, tweetalige alfabetische woordenlijst, zakrekenmachine |
|
§ 2 Scherpe maximumfactuur
Het schoolbestuur kan echter een beperkte bijdrage vragen voor kosten die ze maakt om de eindtermen en de ontwikkelingsdoelen te verlevendigen.
Dit gebeurt steeds na overleg met de schoolraad.
Het gaat over volgende bijdragen :
Kleuter : 45 euro
Leerling lager onderwijs: 90 euro
Voor meerdaagse extra-murosactiviteiten kan enkel in de lagere school een bijdrage gevraagd
worden. Dit gebeurt na overleg met de schoolraad.
Deze bijdrage mag maximaal 450 euro bedragen voor de volledige schoolloopbaan lager onderwijs.
De school organiseert voor de volgende klas(sen) meerdaagse activiteiten.
| Leerjaar |
Wat |
frequentie |
| 4e en 5e |
Openluchtklassen |
tweejaarlijks |
| 6e |
Sneeuwklassen |
jaarlijks |
§ 4 Bijdrageregeling
De school biedt volgende diensten en materialen aan tegen betaling:
1. leerlingenvervoer;
2. vervoer en deelname aan buitenschoolse activiteiten
3. buitenschoolse opvang;
4. middagtoezicht;
5. maaltijden;
6. nieuwjaarsbrieven;
7. klasfoto’s; schoolfotograaf
8. steunacties.
De ouders kiezen of ze hier gebruik van maken of niet. De school gebruikt deze materialen/diensten niet in haar activiteiten en lessen.
De school verwacht dat de leerlingen over volgende zaken beschikken. De basisuitrusting valt ten laste van de ouders.
| Kleuter |
Lager |
||
|
|
boekentasje/rugzakje brooddoos drinkbus koekjesdoos |
|
boekentas/rugzak brooddoos drinkbus koekjesdoos zwemzak met zwemgerief turnbroekje gymschoenen gymzakje pennenzak |
§ 6 Betalingen
De school bezorgt maandelijks een factuur aan de ouders. Deze dient per overschrijving betaald te worden.
Ouders zijn, ongeacht hun burgerlijke staat, hoofdelijk gehouden tot het betalen van de schoolrekening. De school kan elke ouder afzonderlijk aanspreken voor het geheel van de schoolrekening. De school kan niet verplicht worden rekening te houden met overeenkomsten die ouders getroffen hebben of door de rechtbank werden bepaald over de kosten en de opvoeding van de kinderen. Die regelingen zijn immers niet tegenstelbaar aan derden, zoals de school.
De school hoeft geen gesplitste facturen te maken. Als ouders het wensen, krijgen ze beiden een identieke schoolrekening. Beide ouders blijven elk het resterende bedrag verschuldigd, tot de rekening betaald is.
Wat te doen bij betalingsmoeilijkheden?
Indien een ouder betalingsmoeilijkheden heeft kan hij een gesprek met de directeur of de financiële dienst van de gemeente Oud-Heverlee (016 38 88 12) vragen. Er wordt dan gezocht naar een oplossing.
Het schoolbestuur kan in uitzonderlijke omstandigheden, na advies van de directeur en in samenspraak met de ouders, een van de volgende afwijkingen op de leerlingenbijdragen toestaan:
Hoofdstuk 5 Extra-murosactiviteiten
Artikel 8
Extra-murosactiviteiten zijn activiteiten van één of meerdere schooldagen die plaats vinden buiten de schoolmuren en worden georganiseerd voor één of meer leerlingengroepen.
De school streeft ernaar dat alle leerlingen deelnemen aan de extra-murosactiviteiten, aangezien ze deel uitmaken van het leerprogramma.
De ouders worden tijdig geïnformeerd over de geplande extra-murosactiviteiten.
Ouders hebben echter het recht om hun kinderen niet mee te laten gaan op extra-murosactiviteiten van een volledige dag of meer. Ze moeten deze weigering schriftelijk kenbaar maken aan de school.
Als de leerling niet deelneemt dan moet de leerling toch op school aanwezig zijn. Voor deze leerlingen voorziet de school een aangepast programma.
Activiteiten die volledig buiten de schooluren georganiseerd worden, vallen hier niet onder.
Hoofdstuk 6 Huiswerk, agenda’s, rapporten, evaluatie en schoolloopbaan
Artikel 9 Huiswerk
Onze school maakt gebruik van huiswerk om de leerlingen de kans te geven hetgeen overdag, tijdens de lessen, aan bod gekomen is, nog eens in te oefenen en vast te zetten.
Naarmate de kinderen ouder worden, moeten ze een bepaalde leerhouding aanleren waarbij het plannen en het “leren leren” meer centraal komt te staan. Daarom bouwen we het huiswerk ook systematisch op vanaf het eerste leerjaar, zowel qua hoeveelheid als wat betreft het persoonlijk plannen van de taken.
Elk kind heeft recht op vrije tijd en moet ook nog kunnen spelen en ontspannen na een intensieve schooldag, daarom zal het huiswerk in het eerste leerjaar zeer beperkt zijn en wordt dit gradueel opgebouwd de volgende jaren.
Om de leerlingen te leren plannen, wordt er van in het eerste leerjaar met weektaken gewerkt, af en toe aangevuld met dagtaken. De mate waarop de leerlingen zelfstandig deze taken plannen, wordt in de loop van de hele lagere school stilaan uitgebreid.
Indien nodig wordt ook differentiatie aangeboden in het huiswerk, de taken worden aangepast aan de noden van het kind. Zowel voor kinderen die het moeilijker hebben als voor kinderen die meer uitdaging nodig hebben.
Artikel 10 Agenda
In de kleuterklassen wordt er gewerkt met een regelmatige communicatie met de ouders (elektronisch en/of schriftelijke). Ouders en leerkrachten nemen wekelijks kennis van de doorgegeven informatie.
De leerlingen van de lagere school hebben een schoolagenda waarin de taken, lessen en mededelingen genoteerd kunnen worden.
Artikel 11 Evaluatie en rapport
Een samenvatting van de evaluatiegegevens van de leerling wordt neergeschreven in een rapport. Dit rapport wordt bezorgd aan de ouders, die ondertekenen voor kennisneming. Het rapport wordt, ondertekend terugbezorgd aan de groepsleraar.
Het rapport vertelt je niet de hoeveelste je kind is.
Het vertelt je evenmin hoeveel punten het ‘waard’ is.
Dit rapport schetst je kind. Het geeft een ‘beeld’ van je kind. Het vertelt je hoe je kind zich ontplooit, hoe het omgaat, denkt, zich inzet, probeert, faalt, lukt. Je kind doet wat het kan, zoals jullie, zoals wij.
Het hoeft ook niet perfect te zijn. Het mag zichzelf zijn.
Alleen dan zal het durven proberen, opnieuw beginnen, zoeken en uiteindelijk … lukken.
En als je kind succes ervaart, het regelmatig een pluim krijgt, dan kan het de kunst van het vliegen leren.
Het schoolrapport is één van de middelen om jou als ouders te informeren over de algemene ontwikkeling van uw zoon of dochter. Vanuit onze school zoeken wij dan ook naar een brede rapportering, die de volledige reis van onze leerlingen in kaart brengt. Naast de resultaten van de aangeleerde en verworven kennis biedt dit rapport een overzicht van de evolutie in creativiteit, vaardigheden en attitudes.
Omdat het rapport een belangrijk communicatiemiddel is tussen de school en thuis, vinden we het belangrijk dat je weet wat dit rapport inhoudt en hoe je het leest en best interpreteert.
De school kiest voor een combinatie van verschillende evaluatievormen. Dit houdt evaluaties in met punten, symbolen en een schriftelijke appreciatie door de leerkracht.
Soms heeft een kind nood aan extra ondersteuning of differentiatie. Ook dit kan je terugvinden in het rapport. Aan de hand van pictogrammen wordt er bij een toets aangegeven welke ondersteunende maatregelen er genomen werden.
Lees dit rapport samen met je kind, beste ouders en leg daarbij de nadruk op wat al goed loopt.
Bespreek ook de minder goede dingen en zoek samen met je kind hoe jullie dit kunnen oplossen. Wij doen er op school ook alles aan om je kind te bevestigen op de sterke punten en je kind verder te ondersteunen en begeleiden bij de dingen die moeilijker lukken.
Natuurlijk kan een rapport niet alle informatie geven. Daarom houden we op verschillende momenten een oudercontact en kan je ook steeds de leerkracht aanspreken over je kind. Op het rapport werd onderaan ook een plaatsje voor jullie als ouder vrij gehouden zodat jullie ook kunnen aangeven wat jullie van het rapport van je kind vinden.
Het rapport is een instrument om de vorderingen van je kind op te volgen, maar het is ook bedoeld voor de leerkracht, samen met alle ontwikkelingsgegevens die via verschillende kanalen verzameld worden, om het onderwijsproces bij te sturen en om het onderwijs te individualiseren.
Om de gegevens die in het rapport verschijnen (lagere school) en op contacten met ouders meegedeeld worden (kleuterschool en lagere school), gebruiken we verschillende gegevens. Deze gegevens worden op de volgende manieren verzameld:
- Genormeerde toetsen(KOALA, AVI,…)
- Observaties van de leerkracht
- Observaties van vakleerkrachten en zorgondersteuners
- Kindgesprekken
- via een gestructureerd leerlingvolgsysteem voor de opvolging van de vorderingen van elke leerling op alle ontwikkelingsgebieden.
- schoolintern overleg voor een vlotte opvolging van leer - of ontwikkelingszorgen. (focus: het stimuleren van de ontwikkeling van de leerling en het afstemmen van de aanpak op de noden van elk kind)
- overleg met de verschillende actoren die een kind begeleiden organiseren indien er een meer specifieke aanpak vereist is. (ouders, VCLB, externe partners zoals logo, kiné, Antenne 3000, …).
- Methodegebonden toetsen
- OVSG toetsen
- …
Artikel 12 Schoolloopbaan
§ 1 Op voorwaarde dat aan alle toelatingsvoorwaarden voldaan is, nemen de ouders van de leerling de eindbeslissing inzake:
- de overgang van kleuter- naar lager onderwijs, na kennisneming van en toelichting bij de adviezen van de klassenraad en van het CLB;
- een jaar langer in het kleuteronderwijs, na kennisname en toelichting bij de adviezen van de klassenraad en het CLB
- het volgen van nog één schooljaar lager onderwijs, als de leerling 14 jaar wordt voor 1 januari van het lopende schooljaar, en dit na kennisneming van en toelichting bij het gunstig advies van de klassenraad en het advies van het CLB.
§ 2 Een leerling die een jaar te vroeg wil instappen in het lager onderwijs (5 jaar ten laatste op 31 december van het lopende schooljaar) wordt enkel ingeschreven, na advies van het CLB en na toelating van de klassenraad. Geeft de klassenraad geen toelating, dan vervalt het beslissingsrecht van de ouders.
§ 3 In alle andere gevallen neemt de school de eindbeslissing inzake het al dan niet zittenblijven of versnellen van de schoolloopbaan van de leerling.
Een school die beslist het leerproces van een leerling te onderbreken door deze leerling het aanbod van het afgelopen schooljaar gedurende het daaropvolgende schooljaar nogmaals te laten volgen, neemt deze beslissing na overleg met het CLB. De beslissing wordt aan de ouders schriftelijk gemotiveerd en mondeling toegelicht. De school deelt mee welke bijzondere aandachtspunten er in het daaropvolgende schooljaar voor de leerling zijn. In het leerlingendossier bewaart de school de adviezen van de klassenraad en het CLB en/of het bewijsstuk waaruit blijkt dat ouders kennis hebben genomen en toelichting hebben gekregen bij het advies van de klassenraad en CLB.
Hoofdstuk 7 Afwezigheden en te laat komen
Artikel 13 Afwezigheden
Zowel voor kleuters als voor leerlingen lager onderwijs is een voldoende aanwezigheid noodzakelijk voor een vlotte schoolloopbaan.
Afwezigheden worden telefonisch/schriftelijk meegedeeld aan het secretariaat (secretariaat@delijsterboom.be), bij voorkeur voor de start van de schooldag.
§ 1 Kleuteronderwijs
Er is geen medisch attest nodig voor afwezigheden van kleuters.
Voor leerlingen in het kleuteronderwijs die vijf jaar worden voor 1 januari van het schooljaar is er een leerplicht van minimaal 290 halve dagen aanwezigheid per schooljaar. Voor de berekening van dat aantal halve dagen aanwezigheid in functie van de leerplicht en de regelmatigheid van de leerling kunnen de afwezigheden die door de directie als aanvaardbaar geacht worden meegerekend worden.
Voor zes-en zevenjarigen in het kleuteronderwijs of een vijfjarige die vervroegd instapt in het lager onderwijs ,moeten de afwezigheden gewettigd worden volgens dezelfde regels als in het lager onderwijs.
§ 2 Lager onderwijs
1° Afwezigheid wegens ziekte:
a) een verklaring van ziekte ondertekend en gedateerd door een ouder. Dit kan hoogstens vier maal per schooljaar worden ingediend. De verklaring vermeldt de naam van de leerling, de klasgroep, de reden van afwezigheid, de begindatum en de vermoedelijke einddatum.
b) een medisch attest:
- als de ouders al vier maal in een schooljaar zelf een verklaring wegens ziekte hebben ingediend;
- bij een afwezigheid wegens ziekte van meer dan drie opeenvolgende kalenderdagen;
2° Afwezigheid van rechtswege:
Bij een afwezigheid van rechtswege bezorgen de ouders aan de directeur een ondertekende verklaring of een officieel document. De verklaring vermeldt de naam van de leerling, de klasgroep, de reden van afwezigheid, de begindatum en de vermoedelijke einddatum.
Het gaat om volgende gevallen:
- het bijwonen van een familieraad;
- het bijwonen van een begrafenis- of huwelijksplechtigheid van een persoon die onder hetzelfde dak woont als de leerling of van een bloed- of aanverwant van de leerling;
- de oproeping of dagvaarding voor de rechtbank;
- het onderworpen worden aan maatregelen in het kader van de bijzondere jeugdzorg en de jeugdbescherming;
- de onbereikbaarheid of ontoegankelijkheid van de school door overmacht;
- het beleven van feestdagen die inherent zijn aan de door de grondwet erkende levensbeschouwelijke overtuiging van een leerling.
- het actief deelnemen in het kader van een individuele selectie of lidmaatschap van een vereniging als topsportbelofte aan sportieve manifestaties. Maximaal 10 al dan niet gespreide halve schooldagen per schooljaar.
3° Afwezigheid mits voorafgaandelijke toestemming van de directeur:
Bij een afwezigheid met toestemming van de directeur bezorgen de ouders aan de directeur een ondertekende verklaring of een officieel document. De verklaring vermeldt de naam van de leerling, de klasgroep, de reden van afwezigheid, de begindatum en de vermoedelijke einddatum.
4° Afwezigheid wegens verplaatsingen van de trekkende bevolking:
In uitzonderlijke omstandigheden kan de afwezigheid van kinderen van binnenschippers, kermis- en circusexploitanten en -artiesten en woonwagenbewoners gewettigd zijn om de ouders te vergezellen tijdens hun verplaatsingen.
De afspraken over de modaliteiten aangaande het onderwijs op afstand en aangaande de communicatie tussen de school en de ouders worden vastgelegd in een overeenkomst tussen de directeur en de ouders.
5° Afwezigheden voor topsport voor de sporten tennis, zwemmen en gymnastiek mits toestemming van de directie:
Deze categorie afwezigheden kan slechts worden toegestaan voor maximaal zes lestijden per week (verplaatsingen inbegrepen) en kan enkel als de school voor de betrokken topsportbelofte over een dossier beschikt dat volgende elementen bevat:
- een gemotiveerde aanvraag van de ouders;
- een verklaring van een bij de Vlaamse sportfederatie aangesloten sportfederatie;
- een medisch attest van een sportarts verbonden aan een erkend keuringscentrum van de Vlaamse Gemeenschap;
- een akkoord van de directie.
6° Afwezigheden omwille van revalidatie tijdens de lestijden:
a) de afwezigheid omwille van revalidatie na ziekte of ongeval, en dit gedurende maximaal 150 minuten per week, verplaatsing inbegrepen.
Om een beslissing te kunnen nemen, moet de school beschikken over een dossier dat minstens de volgende elementen bevat:
- een verklaring van de ouders waarom de revalidatie tijdens de lestijden moet plaatsvinden;
- een medisch attest waaruit de noodzakelijkheid, de frequentie en de duur van de revalidatie blijkt;
- een advies, geformuleerd door het CLB, na overleg met de klassenraad en de ouders;
- een toestemming van de directeur voor een periode die de duur van de behandeling, vermeld in het medisch attest, niet kan overschrijden.
Uitzonderlijk kunnen de 150 minuten overschreden worden, mits gunstig advies van de arts van het CLB, in overleg met de klassenraad en de ouders.
b) de afwezigheid gedurende maximaal 150 minuten per week, verplaatsing inbegrepen van leerlingen met een specifieke onderwijsgerelateerde behoefte waarvoor een handelingsgericht advies is gegeven .
Om een beslissing te kunnen nemen, moet de school beschikken over een dossier dat ten minste de volgende elementen bevat:
- een verklaring van de ouders waarom de revalidatie tijdens de lestijden moet plaatsvinden;
- een advies, geformuleerd door het CLB in overleg met de klassenraad en de ouders;
- een samenwerkingsovereenkomst tussen de school en de revalidatieverstrekker. De revalidatieverstrekker bezorgt op het einde van elk schooljaar een evaluatieverslag;
- een toestemming van de directeur, die jaarlijks vernieuwd en gemotiveerd moet worden, rekening houdend met het evaluatieverslag waarvan sprake in punt 3).
In uitzonderlijke omstandigheden en mits gunstig advies van het CLB in overleg met de klassenraad en de ouders, kan de maximumduur van 150 minuten voor leerplichtige kleuters uitgebreid worden tot 200 minuten, verplaatsing inbegrepen.
Voor leerlingen die vallen onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2003 betreffende de integratie van leerlingen met een matige of ernstige verstandelijke handicap in het gewoon lager en secundair onderwijs kan de afwezigheid maximaal 250 minuten per week bedragen, verplaatsing inbegrepen.
7° Afwezigheden omwille van preventieve schorsing en tijdelijke en definitieve uitsluiting :
Een afwezigheid omwille van een preventieve schorsing, een tijdelijke of definitieve uitsluiting en waarbij de school gemotiveerd heeft dat opvang in de school niet haalbaar is ,is een gewettigde afwezigheid.
§ 3 Problematische afwezigheden
Alle afwezigheden die niet zijn opgesomd of niet kunnen worden gewettigd zoals beschreven onder
§ 2 worden ten aanzien van de leerling beschouwd als problematische afwezigheden. Ook afwezigheden gewettigd door een twijfelachtig medisch attest, met name de ‘dixit’ -attesten, geantidateerde attesten en attesten die een niet-medische reden vermelden, worden als problematische afwezigheden beschouwd.
In deze gevallen zal de directeur contact opnemen met de ouders. De ouders kunnen deze afwezigheid alsnog wettigen. Vanaf vijf halve schooldagen problematische afwezigheden heeft de school een meldingsplicht ten opzichte van het CLB. Het CLB voorziet begeleiding voor de betrokken leerling, in samenwerking met de school.
Artikel 14 Te laat komen
§ 1 Kinderen moeten op tijd op school zijn. Een leerling die toch te laat komt, wordt hierover aangesproken door de leerkracht en indien nodig door de directie.
De ouders worden bij herhaaldelijk te laat komen van hun kind gecontacteerd door de directie/leerkracht. Ze maken hierover afspraken.
§ 2 In uitzonderlijke gevallen kan een leerling die daarvoor een gewettigde reden heeft, de school voor het einde van de schooldag verlaten. Dit kan enkel na toestemming van de directeur.
Hoofdstuk 8 Schending van de leefregels, preventieve schorsing, tijdelijke en definitieve uitsluiting
Artikel 15 Leefregels
Ouders stimuleren hun kind om de leefregels van de school na te leven.
Deze leefregels kan u terugvinden op onze website, in de infobrochure.
Artikel 16 Schending van de leefregels en ordemaatregelen
§ 1 Indien een leerling door zijn gedrag de leefregels schendt of de goede orde in de school in het gedrang brengt, kunnen maatregelen worden genomen.
§ 2 Deze maatregelen kunnen zijn:
- een mondelinge opmerking;
- een schriftelijke opmerking in de schoolagenda of het heen-en-weerschrift die de ouders ondertekenen voor gezien;
- een extra taak die de ouders ondertekenen voor gezien;
- …
Deze opsomming sluit niet uit dat een andere maatregel wordt genomen, aangepast aan het onbehoorlijk gedrag van de leerling.
Deze maatregelen kunnen worden genomen door de directeur of elk personeelslid van de school met een kindgerichte opdracht.
§ 3 Meer verregaande maatregelen kunnen zijn:
- een gesprek tussen de directeur en de betrokken leerling. De directeur maakt hiervan melding in de schoolagenda of het heen-en-weerschrift. De ouders ondertekenen voor gezien.
- De groepsleraar en/of de directeur nemen contact op met de ouders en bespreken het gedrag van de leerling. Van dit contact wordt een verslag gemaakt. Het verslag wordt door de ouders ondertekend voor gezien;
- preventieve schorsing :
Een preventieve schorsing is een uitzonderlijke maatregel die de directeur voor een leerling in het lager onderwijs kan hanteren als bewarende maatregel om de leefregels te handhaven en om te kunnen nagaan of een tuchtsanctie aangewezen is. De leerling mag gedurende maximaal vijf opeenvolgende schooldagen de lessen en activiteiten van zijn leerlingengroep niet volgen. De directeur kan, mits motivering aan de ouders, beslissen om die periode eenmalig met maximaal vijf opeenvolgende schooldagen te verlengen indien door externe factoren het tuchtonderzoek niet binnen die eerste periode kan worden afgerond. De preventieve schorsing kan onmiddellijk uitwerking hebben en de school stelt de ouders in kennis van de preventieve schorsing. De school voorziet opvang voor de leerling, tenzij de school aan de ouders motiveert waarom dit niet haalbaar is.
§ 4 Indien vermelde maatregelen niet het gewenste effect hebben, kan een individueel begeleidingsplan met meer bindende gedragsregels worden vastgelegd door de directeur.
Dit moet ertoe bijdragen dat een goede samenwerking met personeelsleden en/of medeleerlingen opnieuw mogelijk wordt.
Dit begeleidingsplan wordt opgesteld door de zorgcoördinator en de directeur. Het wordt steeds besproken met de ouders. Het wordt van kracht van zodra de ouders het begeleidingsplan ondertekenen voor akkoord.
Indien de ouders niet akkoord gaan met het individueel begeleidingsplan, kan de directeur onmiddellijk overgaan tot het opstarten van een tuchtprocedure.
§ 5 Tegen geen enkele van deze maatregelen is er beroep mogelijk.
Artikel 17 Tuchtmaatregelen: tijdelijke en definitieve uitsluiting van leerlingen
§ 1 Het onbehoorlijk gedrag van een leerling kan uitzonderlijk een tuchtmaatregel noodzakelijk maken.
§ 2 Een tuchtmaatregel kan worden opgelegd indien de leerling:
- het verstrekken van opvoeding en onderwijs in gevaar brengt;
- de verwezenlijking van het pedagogisch project van de school in het gedrang brengt;
- ernstige of wettelijk strafbare feiten pleegt;
- zich niet houdt aan het eventueel opgesteld individueel begeleidingsplan;
- de naam van de school of de waardigheid van het personeel aantast;
- de school materiële schade toebrengt.
§ 3 Tuchtmaatregelen zijn:
Tijdelijke uitsluiting
De directeur kan, in uitzonderlijke gevallen, een leerling in het lager onderwijs tijdelijk uitsluiten. Een tijdelijke uitsluiting is een tuchtsanctie die inhoudt dat de gesanctioneerde leerling gedurende minimaal één schooldag en maximaal vijftien opeenvolgende schooldagen de lessen en activiteiten van zijn leerlingengroep niet mag volgen. Een nieuwe tijdelijke uitsluiting kan enkel na een nieuw feit. De school voorziet opvang voor de leerling, tenzij de school aan de ouders motiveert waarom dit niet haalbaar is.
Definitieve uitsluiting.
De directeur kan, in uitzonderlijke gevallen, een leerling in het lager onderwijs definitief uitsluiten. Een definitieve uitsluiting is een tuchtsanctie die inhoudt dat de gesanctioneerde leerling wordt uitgeschreven op het moment dat die leerling in een andere school is ingeschreven en uiterlijk één maand, vakantieperioden tussen 1 september en 30 juni niet inbegrepen, na de schriftelijke kennisgeving.
In afwachting van een inschrijving in een andere school mag de gesanctioneerde leerling de lessen en activiteiten van zijn leerlingengroep niet volgen. De school voorziet opvang voor de leerling, tenzij de school aan de ouders motiveert waarom dit niet haalbaar is.
§ 4 Er is geen mogelijkheid tot collectieve uitsluiting: elke leerling wordt afzonderlijk worden behandeld.
§ 5 Het schoolbestuur kan de inschrijving weigeren in een school waar de betrokken leerling het huidige, vorige of het daaraan voorafgaande schooljaar definitief werd uitgesloten.
Artikel 18 Tuchtprocedure
§ 1 De directeur kan beslissen tot een tijdelijke of definitieve uitsluiting.
§ 2 De directeur volgt daarbij volgende procedure:
1° het voorafgaandelijke advies van de klassenraad moet worden ingewonnen. In geval van de intentie tot een definitieve uitsluiting moet de klassenraad uitgebreid worden met een vertegenwoordiger van het CLB die een adviserende stem heeft;
2° de intentie tot een tuchtmaatregel wordt na bijeenkomst van de klassenraad aangetekend aan de ouders bezorgd, binnen de drie schooldagen. De school verwijst in de kennisgeving naar de mogelijkheid tot inzage in het tuchtdossier, met inbegrip van het advies van de klassenraad, na afspraak.
De ouders hebben het recht om te worden gehoord, eventueel bijgestaan door een vertrouwenspersoon.
Dit gesprek moet uiterlijk vijf schooldagen na ontvangst van de kennisgeving plaatsvinden.
3° De tuchtstraf moet in overeenstemming zijn met de ernst van de feiten.
4° De genomen beslissing van de directeur wordt schriftelijk gemotiveerd en binnen de drie schooldagen aangetekend aan de ouders bezorgd. In dit aangetekend schrijven wordt de mogelijkheid vermeld tot het instellen van het beroep, alsook de bepalingen uit het schoolreglement die hier betrekking op hebben.
Artikel 19 Tuchtdossier
Een tuchtdossier van een leerling wordt opgesteld en bijgehouden door de directeur.
Het tuchtdossier omvat een opsomming van:
- de gedragingen
- de reeds genomen ordemaatregelen;
- de gedragingen die niet overeenstemmen met het individueel begeleidingsplan;
- de reacties van de ouders op eerder genomen maatregelen;
- het gemotiveerd advies van de klassenraad;
- het tuchtvoorstel en de bewijsvoering ter zake.
Artikel 20 Beroepsprocedure tegen definitieve uitsluiting
§ 1 Ouders kunnen een beslissing tot definitieve uitsluiting betwisten en kunnen een beroepsprocedure instellen. De ouders stellen het beroep in bij het schoolbestuur.
Dit beroep moet binnen de vijf schooldagen na kennisneming van de feiten aangetekend ingediend worden bij het schoolbestuur.
Het beroep:
- wordt gedateerd en ondertekend
- vermeldt ten minste het voorwerp van beroep met omschrijving en motivering van de ingeroepen bezwaren.
- kan aangevuld worden met overtuigingsstukken
§ 2 Het beroep wordt behandeld door een beroepscommissie , opgericht door het schoolbestuur.
§ 3 De beroepscommissie bestaat uit een delegatie van 1 extern lid en 2 interne leden en wordt in functie van een concreet beroep samengesteld door het college van burgemeester en schepenen.
§ 4 De voorzitter wordt door het College van burgemeester en schepenen onder de externe leden aangeduid
Het schoolbestuur bepaalt de samenstelling van de beroepscommissie, met inachtneming van volgende bepalingen:
1° de samenstelling van de beroepscommissie kan per te behandelen dossier verschillen, maar kan binnen het te behandelen dossier niet wijzigen;
2° de samenstelling is als volgt:
- “interne leden”, zijnde leden intern aan het schoolbestuur of intern aan de school waar de betwiste beslissing tot definitieve uitsluiting is genomen, met uitzondering van de directeur die de beslissing heeft genomen;
Wordt verstaan onder lid van het schoolbestuur of de school en is dus een intern lid van de beroepscommissie in het gesubsidieerd gemeentelijk onderwijs:
- een lid van de gemeenteraad
- een lid van het college van burgemeester en schepenen
- (in voorkomend geval) een lid van de raad van bestuur van het autonoom gemeentebedrijf
- (in voorkomend geval ) een lid van het directiecomité van het autonoom gemeentebedrijf
- een door de Vlaamse Gemeenschap gesubsidieerd personeelslid aangesteld in de betrokken school :
◦in een ambt van het bestuurspersoneel , het onderwijzend personeel of het ondersteunend personeel
◦ ongeacht het volume of taakinvulling van de opdracht
◦ ongeacht effectieve prestaties worden geleverd of een vorm van dienstonderbreking / verlofstelsel, terbeschikkingstelling (TBS) of tijdelijk andere opdracht (TAO) loopt
- een contractueel personeelslid van de betrokken school.
- externe leden”, Elk lid van de beroepscommissie dat geen lid is van het betrokken schoolbestuur én geen lid is van de betrokken school is een extern lid van de beroepscommissie.
Personeelsleden van andere scholen van hetzelfde schoolbestuur (of een ander schoolbestuur) die niet aangesteld zijn in de betrokken school zijn externe leden.
In voorkomend geval en voor de toepassing van deze bepalingen:
a) wordt een persoon die vanuit zijn hoedanigheden zowel een intern lid als een extern lid is, geacht een intern lid te zijn;
b) wordt een lid van de ouderraad of, met uitzondering van het personeel, de school- raad van de school waar de betwiste beslissing tot definitieve uitsluiting is genomen, geacht een extern lid te zijn, tenzij de bepaling vermeld in punt a) van toepassing is;
De werking van de beroepscommissie
4°Het schoolbestuur bepaalt de werking, met inbegrip van de stemprocedure, van een beroepscommissie, met inachtneming van volgende bepalingen:
1° elk lid van een beroepscommissie is in beginsel stemgerechtigd, met dien verstande dat bij stemming het aantal stemgerechtigde interne leden van de beroepscommissie en het aantal stemgerechtigde externe leden van de beroepscommissie gelijk moet zijn; bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend;
2° elk lid van een beroepscommissie is aan discretieplicht onderworpen;
3° een beroepscommissie hoort de ouders in kwestie;
4° een beroepscommissie beslist autonoom over de stappen die worden gezet om tot een gefundeerde beslissing te komen, waaronder eventueel het horen van een of meer leden van de klassenraad die een advies over de definitieve uitsluiting heeft gegeven;
5° de werking van een beroepscommissie kan geen afbreuk doen aan de statutaire rechten van de individuele personeelsleden van het onderwijs;
6° een beroepscommissie oordeelt of de genomen beslissing alleszins in overeenstemming is met de decretale en reglementaire onderwijsbepalingen en met het schoolreglement.
Het schoolbestuur aanvaardt de verantwoordelijkheid voor deze beslissing van de beroepscommissie.
§ 5 Het beroep door een beroepscommissie kan leiden tot:
1° de gemotiveerde afwijzing van het beroep op grond van onontvankelijkheid als:
a) de in het schoolreglement opgenomen termijn voor indiening van het beroep is overschreden;
b) het beroep niet voldoet aan de vormvereisten opgenomen in het schoolreglement;
2° de bevestiging van de definitieve uitsluiting,
3° de vernietiging van de definitieve uitsluiting.
§ 6 Het resultaat van het beroep wordt gemotiveerd en aangetekend aan de ouders bezorgd binnen de drie schooldagen na de beslissing van de beroepscommissie. Bij de kennisgeving van de beslissing moeten de beroepsmogelijkheden bij de Raad van State worden vermeld .
Termijn en modaliteiten:
Het verzoekschrift moet het opschrift "verzoekschrift tot nietigverklaring" dragen. Het moet worden ondertekend door de verzoekende partij of door haar advocaat. Het moet zeker de volgende gegevens en uiteenzettingen bevatten:
Er moet een kopie van de bestreden beslissing worden bijgevoegd. Als de verzoekende partij een rechtspersoon is, moet er een kopie worden bijgevoegd van de gepubliceerde statuten en van de gecoördineerde geldende statuten. Als het verzoekschrift van een rechtspersoon niet door een advocaat wordt ingediend, moet ook de beslissing van het bevoegde orgaan van de rechtspersoon om het beroep in te dienen worden voorgelegd, evenals een kopie van de aanstelling van dat orgaan. De verplicht bij te voegen stukken, evenals alle andere stukken die ter staving van het beroep zouden worden bijgevoegd, moeten worden genummerd en worden opgenomen in een inventaris.
Het verzoekschrift wordt ofwel per post aangetekend verzonden naar de griffie van de Raad van State, Wetenschapsstraat 33 te 1040 Brussel, ofwel wordt het ingediend volgens de elektronische procedure (zie daarvoor de rubriek "e-procedure" op deze website). Bij een verzending per post moeten er naast het origineel verzoekschrift steeds drie eensluidend verklaarde afschriften worden bezorgd, te vermeerderen met een afschrift voor iedere verwerende partij. De beroepen tot nietigverklaring moeten worden ingediend binnen een vrij korte termijn van zestig dagen na de bekendmaking, betekening of kennisname van de beslissing.
Als er verplichte vermeldingen of bij te voegen stukken of afschriften ontbreken zal de behandeling zeker vertraging oplopen, en bestaat bovendien het risico dat het beroep onontvankelijk zal moeten worden bevonden, en dus niet zal kunnen worden behandeld.
Per verzoekende partij moet er een recht van 200 euro worden betaald binnen een termijn van 30 dagen. Na de ontvangst van het verzoekschrift bezorgt de griffie daartoe een overschrijvingsformulier.
§ 7 Bij overschrijding van deze vervaltermijn is de omstreden definitieve uitsluiting van rechtswege nietig.
§ 8 Het beroep schort de uitvoering van de beslissing tot definitieve uitsluiting niet op.
Hoofdstuk 9 Getuigschrift basisonderwijs
Artikel 21 Het getuigschrift toekennen
Het schoolbestuur kan een getuigschrift basisonderwijs uitreiken, op voordracht en na beslissing van de klassenraad
Het getuigschrift wordt toegekend uiterlijk op 30 juni van het lopende schooljaar, of na een beroepsprocedure.
De regelmatige leerling ontvangt het getuigschrift basisonderwijs indien uit het leerlingendossier blijkt dat de leerling bij het voltooien van het lager onderwijs de doelen opgenomen in het leerplan in voldoende mate heeft bereikt.
Artikel 22 Het getuigschrift niet toekennen
Als de klassenraad het getuigschrift niet toekent, motiveert hij zijn beslissing op basis van het leerlingendossier en deelt het schoolbestuur dit uiterlijk op 30 juni van het lopende schooljaar aangetekend mee aan de ouders.
Een leerling die het getuigschrift basisonderwijs niet behaalt, krijgt een verklaring met de vermelding van het aantal en de soort van gevolgde schooljaren lager onderwijs .Naast deze verklaring heeft de leerling recht op een schriftelijke motivering waarom het getuigschrift basisonderwijs niet werd toegekend, alsook aandachtspunten voor de verdere schoolloopbaan.
Ouders die niet akkoord gaan met deze beslissing, kunnen uiterlijk binnen de drie werkdagen een overleg vragen met de directeur De bedoeling van dit overleg is om alsnog tot een overeenkomst te komen zonder dat de formele beroepsprocedure opgestart moet worden.
Dit overleg vindt plaats binnen de twee werkdagen na de aanvraag tot gesprek.
De school kan dit overleg niet weigeren en er moet een schriftelijke verslag van gemaakt worden.
In dit verslag wordt meteen opgenomen of de directeur de klassenraad al dan niet opnieuw samenroept.
Wanneer de ouders niet akkoord gaan met de beslissing (hetzij om de klassenraad niet bijeen te roepen, hetzij om het getuigschrift niet toe te kennen), dan wijst de school de ouders schriftelijk op de mogelijkheid tot beroep bij de beroepscommissie.
Indien de klassenraad bij zijn oorspronkelijke beslissing blijft, wordt zij opnieuw gemotiveerd en door het schoolbestuur aangetekend meegedeeld aan de ouders, uiterlijk binnen de drie werkdagen . Wanneer de ouders niet akkoord gaan met de beslissing dan wijst de school de ouders schriftelijk op de mogelijkheid tot beroep bij de beroepscommissie.
Artikel 23 Beroepsprocedure
§ 1 Ouders kunnen het niet-toekennen van een getuigschrift door de klassenraad betwisten en kunnen een beroepsprocedure instellen, na voorgaande stappen, zoals beschreven in artikel 23 .
Dit beroep moet door de ouders aangetekend en binnen de vijf werkdagen ingediend worden bij het schoolbestuur.
Het beroep:
- wordt gedateerd en ondertekend;
- vermeldt ten minste het voorwerp van beroep met omschrijving en motivering van de ingeroepen bezwaren;
- kan aangevuld worden met overtuigingsstukken;
§ 2 Het beroep wordt behandeld door een beroepscommissie, opgericht door het schoolbestuur.
Het schoolbestuur stelt de beroepscommissie samen, met inachtneming van volgende bepalingen:
1° de samenstelling kan per te behandelen dossier verschillen, doch kan binnen het te behandelen dossier niet wijzigen;
2° de samenstelling is als volgt:
- interne leden”, zijnde leden van de klassenraad die besliste het getuigschrift basisonderwijs niet toe te kennen, waaronder alleszins de directeur eventueel aangevuld met een lid van het schoolbestuur
- externe leden”, zijnde personen die extern zijn aan dat schoolbestuur en extern aan de school die besliste het getuigschrift basisonderwijs niet uit te reiken.
In voorkomend geval en voor de toepassing van deze bepalingen:
a) wordt een persoon die vanuit zijn hoedanigheden zowel een intern lid als een extern lid is, geacht een intern lid te zijn;
b) wordt een lid van de ouderraad of, met uitzondering van het personeel, de schoolraad van de school die besliste het getuigschrift basisonderwijs niet toe te kennen, geacht een extern lid te zijn, tenzij de bepaling vermeld in punt a) van toepassing is;
3° de voorzitter wordt door het schoolbestuur onder de externe leden aangeduid.
4° Het schoolbestuur bepaalt de werking, met inbegrip van de stemprocedure, van de beroepscommissie, met inachtneming van volgende bepalingen:
1° elk lid van een beroepscommissie is in beginsel stemgerechtigd, met dien verstande dat bij stemming het aantal stemgerechtigde interne leden van de beroepscommissie en het aantal stemgerechtigde externe leden van de beroepscommissie gelijk moet zijn; bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend;
2° elk lid van een beroepscommissie is aan discretieplicht onderworpen;
3° een beroepscommissie hoort de ouders in kwestie;
4° een beroepscommissie beslist autonoom over de stappen die worden gezet om tot een gefundeerde beslissing te komen, waaronder eventueel het horen van een of meer leden van de klassenraad die het getuigschrift basisonderwijs niet toegekend heeft;
5° de werking van een beroepscommissie kan geen afbreuk doen aan de statutaire rechten van individuele personeelsleden van het onderwijs;
6° een beroepscommissie oordeelt of de genomen beslissing alleszins in overeenstemming is met de reglementaire onderwijsbepalingen en met het schoolreglement”.
§ 3 De beroepscommissie komt bijeen uiterlijk tien werkdagen na het ontvangen van het beroep.
De beroepsprocedure wordt voor de duur van zes weken opgeschort met ingang van 11 juli.
§ 4 Het beroep door een beroepscommissie kan leiden tot:
1° de gemotiveerde afwijzing van het beroep op grond van onontvankelijkheid als:
a) de in het schoolreglement opgenomen termijn voor indiening van het beroep is overschreden;
b) het beroep niet voldoet aan de vormvereisten opgenomen in het schoolreglement;
2° de bevestiging van het niet toekennen van het getuigschrift basisonderwijs;
3° de toekenning van het getuigschrift basisonderwijs.
Het schoolbestuur aanvaardt de verantwoordelijkheid voor de beslissing van de beroepscommissie.
§ 5 Het resultaat van het beroep wordt gemotiveerd en aangetekend aan de ouders bezorgd, gebracht, uiterlijk op 15 september daaropvolgend, met vermelding van de verdere beroepsmogelijkheid bij de Raad van State (termijn en modaliteiten-zie artikel 20-§6)
In de mate van het mogelijke wordt de beslissing vroeger dan de eerste schooldag van september genomen, zodat de leerling op 1 september het schooljaar kan beginnen.
§ 6 De ouders kunnen zich gedurende de procedure laten bijstaan door een raadsman.
Dit kan geen personeelslid van de school zijn.
Artikel 24
Iedere leerling die bij het voltooien van het lager onderwijs geen getuigschrift basisonderwijs krijgt, heeft recht op een schriftelijke motivering met inbegrip van bijzondere aandachtspunten voor de verdere schoolloopbaan, en een verklaring met de vermelding van het aantal en de gevolgde schooljaren lager onderwijs, afgeleverd door de directie.
Artikel 25
Het meegeven van het getuigschrift en rapport kan om geen enkele reden worden ingehouden, ook niet bij verzuim door de ouders van hun financiële verplichtingen.
Hoofdstuk 10 Onderwijs aan huis en synchroon internetonderwijs
Artikel 26
§ 1 Het onderwijs aan huis en synchroon internetonderwijs is kosteloos.
§ 2 Alle leerlingen van het basisonderwijs (kleuter- en lager onderwijs) die wegens ziekte langdurig of korte opeenvolgende periodes niet op school aanwezig kunnen zijn, hebben onder bepaalde voorwaarden recht op 4 lestijden onderwijs aan huis per week ,synchroon internetonderwijs of een combinatie van beide.
§3 Voor tijdelijk onderwijs aan huis dienen volgende voorwaarden gelijktijdig te zijn vervuld:
§ 4 De aanvraag voor tijdelijk onderwijs aan huis , gebeurt door de ouders, per brief of via een specifiek aanvraagformulier.
Bij die aanvraag gaat een medisch attest waarop de arts attesteert dat de leerling niet of minder dan halftijds naar school kan gaan (bij langdurige afwezigheid wegens ziekte of ongeval) of waarop de arts-specialist attesteert dat de leerling lijdt aan een chronische ziekte, maar wel onderwijs mag krijgen ,
De aanvraag van de ouders en de medische vaststelling van de chronische ziekte door de arts-specialist moet niet bij elke afwezigheid of bij elke periode van 9 halve dagen afwezigheid opnieuw gebeuren, maar blijft geldig gedurende de volledige periode van de inschrijving van de leerling op de school.
§5 De school zal de ouders individueel op de hoogte brengen van het bestaan en de mogelijkheden van het TOAH, van zodra duidelijk is dat de leerling in aanmerking zal komen voor het TOAH. Kleuters ,jonger dan 5 jaar , zijn nog niet leerplichtig, dit neemt niet weg dat ook de ouders van deze doelgroep geïnformeerd worden over TOAH.I
Indien aan al deze voorwaarden is voldaan, zal de school de dag na het ontvangen van de aanvraag en vanaf de tweeëntwintigste kalenderdag afwezigheid en voor de verdere duur van de afwezigheid van het kind, voor vier lestijden per week onderwijs aan huis verstrekken.
Bij chronisch zieke kinderen is onderwijs aan huis, mogelijk telkens het kind negen halve dagen (hoeven niet aan te sluiten) afwezig was.
§6 Bij verlenging van de afwezigheid moeten de ouders opnieuw een schriftelijke aanvraag, vergezeld van een medisch attest, indienen bij de directeur.
Bij chronisch zieke leerlingen hoeft er niet telkens opnieuw een medisch attest voorgelegd worden en volstaat een schriftelijke aanvraag van de ouders.
§7 Kinderen die na een periode van onderwijs aan huis, de school hervatten, maar binnen een termijn van 3 maanden opnieuw afwezig zijn wegens ziekte, hebben onmiddellijk recht op onderwijs aan huis, synchroon internetonderwijs of een combinatie van beiden. Wel moet het onderwijs aan huis opnieuw worden aangevraagd .
§8 De concrete organisatie wordt bepaald na overleg met de directeur.
§9 De centrale organisator voor synchroon internetonderwijs is vzw Bednet. Bednet bepaalt autonoom welke leerlingen in aanmerking komen voor synchroon internetonderwijs op basis van een aantal criteria ,waaronder de ondersteuningsbehoefte van de leerling en het positief engagement van de leerling, de ouders, de school en het CLB.
§10 Bij een langdurige afwezigheid wordt een minimale afwezigheid van 4 weken vooropgesteld vooraleer de leerling recht heeft op synchroon internetonderwijs.
§11 Bij een frequente afwezigheid wordt een minimale geplande afwezigheid van 36 halve dagen op jaarbasis vooropgesteld vooraleer een leerling recht heeft op synchroon internetonderwijs.
§12 Synchroon internetonderwijs kan door alle betrokkenen bij de begeleiding van de leerling aangevraagd worden via de webstek van vzw Bednet:
http://www.bednet.be/aanvraag-aanmaken
Hoofdstuk 11 Schoolraad, ouderraad en leerlingenraad
Artikel 27
De schoolraad wordt samengesteld uit vertegenwoordigers van de volgende geledingen:
1° de ouders;
2° het personeel;
3° de lokale gemeenschap
De schoolraad heeft advies- en overlegbevoegdheid over een groot aantal onderwijsaangelegenheden.
De schoolraad wordt om de vier jaar opnieuw samengesteld en vergadert minimaal driemaal per jaar in een van de scholen van het schoolbestuur
De directeur zetelt ambtshalve met raadgevende stem in de schoolraad.
De voorzitter bepaalt de agendapunten. De leden kunnen uiterlijk 10 kalenderdagen voor de vergadering een schriftelijke vraag stellen om een onderwerp aan de agenda toe te voegen.
Artikel 28
Er wordt een ouderraad opgericht, wanneer ten minste tien procent van de ouders erom vraagt. Het moet gaan over ten minste drie ouders.
De leden van de ouderraad worden verkozen door en uit de ouders. Iedere ouder kan zich verkiesbaar stellen en kan één stem uitbrengen. De stemming is geheim.
Het decreet van 2 april 2004 betreffende participatie op school en de Vlaamse Onderwijsraad, hierna het participatiedecreet genoemd, schept een wettelijk kader voor ouderparticipatie op school.
1. Situering
De ouderraad van de gemeentelijke basisschool te Haasrode , verder de ouderraad genoemd, is een feitelijke vereniging, met maatschappelijke zetel in de G.B.S, A. Verheydenstraat 19 te Haasrode
2. Doelstelling
De basisdoelstelling van de ouderraad is het bevorderen van de samenwerking tussen ouders of daarmee gelijkgestelde voogden (hierna ouders genoemd) en de school. Het meewerken aan het verwezenlijken van een opvoedingsgemeenschap, het onderwijs- en opvoedingswelzijn van alle leerlingen wordt steeds voor ogen gehouden.
Daarom hecht de ouderraad een groot belang aan een goede relatie met het schoolbestuur, de directie en de leerkrachten van de school. De ouderraad ondersteunt het pedagogisch project van het schoolbestuur volledig.
De ouderraad wil de betrokkenheid van ouders bij de school verhogen met het oog op een betere participatie van ouders en het optimaliseren van het onderwijs- en opvoedingswelzijn van de kinderen. De ouderraad heeft als doel het participatief klimaat op school te stimuleren.
Elke oudervereniging is door het schoolbestuur als autonoom erkend. Alle personen aan wie het ouderlijk gezag van de kinderen in de school is toevertrouwd, zijn lid van de oudervereniging.
Jaarlijks worden de leden van het dagelijks bestuur in hun functie her- of verkozen. De directie en een afvaardiging van het personeel nemen deel aan de vergadering, maar hebben geen stemrecht.
Meer info hierover is te vinden op de website van de school.
Ouderkoepel van het officieel gesubsidieerd onderwijs: KOOGO
Ravensteingalerij 27 bus 8
1000 Brussel
Algemeen telefoonnummer: 0473 72 54 19
Artikel 29
De school richt een leerlingenraad op als ten minste 10% van de leerlingen van het vijfde en zesde leerjaar er om vragen.
Jaarlijks worden er in 4e tot en met 6e leerjaar 2 vertegenwoordigers per klas gekozen.
De leerlingenraad wordt jaarlijks ontbonden. Zij zijn mee verantwoordelijk voor de klassen van 1e leerjaar tot en met 3e leerjaar.
De voorstellen die mee naar de leerlingenraad worden gebracht zijn toepasbaar voor de hele school. Maandelijks zal er 1x vergaderd worden tijdens de middagspeeltijd.
Na 1 schooljaar wordt de leerlingenraad ontbonden en worden er nieuwe leden verkozen het volgende schooljaar.
Doel:
Met de leerlingenraad willen we de leerlingenparticipatie verhogen op school.
Leerlingen opvoeden tot zelfbewuste jongeren, die durven opkomen voor hun mening en geloven in democratische waarden.
Respect hebben voor ieders mening.
Naar elkaar kunnen luisteren
Op een gepaste manier het woord vragen
Informatie kunnen overbrengen aan leeftijdsgenoten
Hoofdstuk 12 Leerlingengegevens, privacy en gegevensbescherming
Artikel 30
Gegevensbescherming en informatieveiligheid
De school verwerkt persoonsgegevens van leerlingen en ouders in het kader van haar opdracht. Het schoolbestuur is de eindverantwoordelijke voor deze verwerking en de veiligheid ervan.
Het schoolbestuur en de school leven de verplichtingen na die voortvloeien uit de regelgeving inzake privacy en gegevensbescherming en gaan zorgvuldig om met deze persoonsgegevens. Het schoolbestuur zorgt voor een afdoend niveau van gegevensbescherming en informatieveiligheid. Het beschikt hiervoor over een informatieveiligheidsconsulent. De school heeft een aanspreekpunt dat in contact staat met de informatieveiligheidsconsulent en betrokken wordt in het informatieveiligheidsbeleid van het schoolbestuur (wat onderwijs betreft).
De school zal enkel gegevens verwerken met de toestemming van de ouders, tenzij er een andere wettelijke grondslag is voor de verwerking. Deze toestemming moet vrij, specifiek, geïnformeerd en ondubbelzinnig zijn.
Over het gebruik van social media in de klas worden afspraken gemaakt.
De school is transparant over de verwerking van persoonsgegevens en verstrekt de nodige informatie, al dan niet in detail, met inbegrip van de afspraken die gemaakt zijn met derden en bewerkers die persoonsgegevens ontvangen.
Verder hanteert de school een strikt beleid inzake toegangsrechten en paswoorden en reageert ze adequaat op datalekken.
De meer concrete regels voor de gegevensverwerking en -bescherming worden vastgelegd in een privacyverklaring die tot doel heeft:
- de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen te beschermen tegen verkeerd en onbedoeld gebruik van de persoonsgegevens;
- vast te stellen welke persoonsgegevens worden verwerkt en met welk doel dit gebeurt;
- de zorgvuldige verwerking van persoonsgegevens te waarborgen;
- de rechten van betrokkene te waarborgen.
De meest recente versie van deze privacyverklaring is te raadplegen via de website van het schoolbestuur.
De protocollen die in het kader van de privacy-reglementering worden afgesloten, zijn gepubliceerd op de website van de school en/of de gemeente.
Personeelsleden van de school waar de leerling met een verslag of een gemotiveerd verslag ingeschreven is of de lessen volgt, hebben recht op inzage van het verslag of het gemotiveerde verslag uit het multidisciplinaire dossier van de leerling. Dat recht op inzage geldt ook voor de personeelsleden van de school voor buitengewoon onderwijs die in het kader van het ondersteuningsmodel instaan voor de begeleiding van de leerling met een verslag of een gemotiveerd verslag. Bij elke inzage wordt de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens toegepast.
Artikel 31
Meedelen van leerlingengegevens aan ouders
Ouders hebben recht op inzage en recht op toelichting bij de gegevens die op de leerling betrekking hebben, waaronder de evaluatiegegevens, die worden verzameld door de school. Indien na de toelichting blijkt dat de ouders een kopie willen van de leerlingengegevens, hebben ze kopierecht.
Iedere kopie dient persoonlijk en vertrouwelijk behandeld te worden, mag niet verspreid worden noch publiek worden gemaakt en mag enkel gebruikt worden in functie van de onderwijsloopbaan van de leerling.
Ouders kunnen zich daarnaast beroepen op de wetgeving op openbaarheid van bestuur die voorziet in een recht op inzage, toelichting en/of kopie. Hiertoe richten ze een vraag tot het college van burgemeester en schepenen dat bekijkt of toegang kan worden verleend.
Als een volledige inzage in de leerlingengegevens een inbreuk is op de privacy van een derde, dan wordt de toegang tot deze gegevens verstrekt via een gesprek, gedeeltelijke inzage of rapportage.
Artikel 32
Meedelen van leerlingengegevens aan derden
De school zal geen leerlingengegevens meedelen aan derden, tenzij voor de toepassing van een wettelijke of reglementaire bepaling of in het kader van een overeenkomst die de school afsluit met een verwerker voor leerplatformen, leerlingenvolgsystemen, leerlingenadministratie e.d.m.
Gemeenteraadsleden hebben het recht op inzage in alle dossiers, stukken en akten die het bestuur van het gemeentelijk onderwijs betreffen overeenkomstig artikel 29 van het decreet over het lokaal bestuur. Dit betekent dat gemeenteraadsleden inzage hebben in alle dossiers, stukken en akten die nodig zijn om het bestuur van het gemeentelijk onderwijs te controleren en die van gemeentelijk/gemengd belang zijn (individuele leerlingendossiers vallen hier niet onder). Bij de uitoefening van het inzagerecht, kunnen er persoonsgegevens verwerkt worden, in voorkomend geval moet er rekening worden gehouden met de algemene verordening gegevensbescherming.
Ook in het kader van het lidmaatschap bij de Onderwijskoepel van Steden en Gemeenten (OVSG) en de daaruit voortvloeiende dienstverlening kunnen er leerlingengegevens worden meegedeeld.
Bij verandering van school door een leerling worden tussen de betrokken scholen leerlingengegevens overgedragen naar de nieuwe school op voorwaarde dat:
1° de gegevens enkel betrekking hebben op de leerlingspecifieke onderwijsloopbaan;
2° de overdracht gebeurt in het belang van de leerling;
3° ouders zich niet expliciet verzet hebben, tenzij de regelgeving de overdracht verplicht stelt.
De school nodigt ouders hiertoe uit op een overleg waarop de gegevens worden ingekeken en waarop samen overeengekomen wordt welke gegevens worden overgedragen.
Een kopie van een verslag of een gemotiveerd verslag van een CLB moet verplicht overgedragen worden van de oude school naar de nieuwe school. Ouders kunnen zich tegen deze overdrachten niet verzetten.
Gegevens die betrekking hebben op schending van leefregels door de leerling mogen nooit aan de nieuwe school doorgegeven worden.
Artikel 33
Geluids- en beeldmateriaal gemaakt door de school
De school kan geluids- en beeldmateriaal van leerlingen maken en publiceren.
Voor het maken en publiceren van niet-gericht geluids- en beeldmateriaal in schoolgerelateerde publicaties zoals de website van de school of gemeente, publicaties die door de school of gemeente worden uitgegeven, wordt de toestemming van de leerlingen/ouders vermoed. Onder niet-gericht geluids- en beeldmateriaal verstaan we geluids- en beeldmateriaal dat een eerder spontane, niet geposeerde sfeeropname weergeeft zonder daarvoor specifiek één of enkele personen eruit te lichten. Het gaat bijvoorbeeld om een groepsfoto tijdens een activiteit van de school. De betrokken leerlingen/ouders kunnen schriftelijk hun toestemming weigeren.
Voor het maken en publiceren van gericht geluids- en beeldmateriaal zal voorafgaandelijk de toestemming van de leerling/ouders worden gevraagd. Hierbij worden het soort geluids- of beeldmateriaal, de verspreidingsvorm en het doel gespecificeerd.
Hoofdstuk 13 ICT-materiaal ter beschikking gesteld door de school ,gebruik van Smartphone, eigen tablet /laptop, trackers of andere gelijkaardige toestellen, internet en sociale media
Artikel 34
ICT-materiaal ter beschikking gesteld door de school
De school stelt een laptop/tablet/computer (hierna ICT- materiaal) ter beschikking van de leerling. Deze blijft eigendom van de school.
De leerling gaat met het ICT-materiaal zorgvuldig (als een goede huisvader) om en is verantwoordelijk voor het correcte gebruik en beheer ervan.
De leerling kan aansprakelijk worden gesteld voor schade aan de apparatuur ontstaan door verwijtbare nalatigheid of onachtzaamheid.
Bij vervanging van het toestel door diefstal of verlies worden de kosten doorgerekend aan de leerling wanneer er sprake is van bedrog, een zware fout of nalatigheid.
Het ICT-materiaal is strikt persoonlijk en de leerling zal deze niet aan derden ter beschikking stellen, verpanden noch op enige andere wijze vervreemden.
Het ICT-materiaal wordt uitsluitend gebruikt voor de uitoefening van werkzaamheden en het volgen van lessen. Het is de leerling verboden dit te gebruiken voor activiteiten die in strijd zijn met de doelstellingen van de school.
De leerling gebruikt het ICT-materiaal op een wettelijke manier met respect voor het auteursrecht en de privacy.
Het is aan de leerling verboden zelf software in de apparatuur in te brengen.
Bij beëindiging van het schoolverband wordt het ICT-materiaal in goede staat aan de school teruggegeven. Zo niet verbindt de leerling zich er toe de vervangingswaarde ervan aan de school te betalen.
Artikel 35
Alleen buiten de schoolgebouwen mogen smartphone, eigen tablet, eigen laptop, trackers of enige andere gelijkaardige toestellen gebruikt worden. Als ouders of leerlingen elkaar dringend nodig hebben tijdens de schooldag, kunnen ze terecht op het secretariaat van de school..
Artikel 36
Het is niet toegestaan om beeld- of geluidsopnamen te maken op het domein van de school zonder toestemming van de school. Overeenkomstig de privacywetgeving mogen er geen beeld- of geluidsopnamen van medeleerlingen, personeelsleden of andere personen gemaakt worden of verspreid zonder hun uitdrukkelijke toestemming.
Artikel 37
Onder sociale media worden websites zoals Facebook, Instagram, Twitter, enz. verstaan. Er worden geen films, geluidsfragmenten, foto’s enz. op sociale websites geplaatst die betrekking hebben op de school zonder dat daar uitdrukkelijk toestemming voor wordt gegeven door de school. Dit geldt voor de leerlingen, ouders en grootouders en alle personen die onder hetzelfde dak wonen als de leerling.
Artikel 38
Bij communicatie via sociale media worden de normale fatsoennormen in acht genomen. Cyberpesten is verboden.
Artikel 39
Het downloaden, installeren en verdelen van illegale software op school is verboden.
Artikel 40
Het internet van de school mag alleen gebruikt worden voor schoolse aangelegenheden.
Artikel 41
De school maakt gebruik van van de Office 365-omgeving, een virtueel geïntegreerde werkomgeving van Microsoft waar de school een licentie van bezit voor de administratieve taken en voor de cloudopslag van de lesopdrachten.
Een van de modules die binnen de schoolwerking opengesteld zal worden naar de leerlingen toe is Microsoft Teams & Onedrive. Het gebruik van deze omgeving is drieledig:
A. Een buffer houden (gewoonte creëren) voor het geval afstandsleren weer verplicht zou worden
B. Een bijkomend, modern kanaal creëren om in contact te blijven met de leerlingen wanneer ze extra hulp/taken/vragen/…nodig hebben.
C. Leerlingen meenemen in de nieuwe ontwikkelingen op ICT-vlak en laten gewennen aan huidige technologie en gedragsregels op het internet (het belang hiervan wordt ook aangegeven in het voorontwerp van Onderwijsdecreet XXXI of de houding van de Vlaamse Overheid mbt. het gebruik van Teams, dat sterk aangemoedigd wordt)
Gedragsregels in verband met het gebruik van Teams zijn terug te vinden in addendum 1.
Hoofdstuk 14 Absoluut en permanent algemeen rookverbod
Artikel 42
Er is een absoluut en permanent verbod op het roken van tabak of van soortgelijke producten (onder andere de shisha-pen, de e-sigaret ,heatsticks,…)
Dit verbod geldt binnen de volledige instelling, met inbegrip van zowel de gebouwen als de speelplaatsen, sportterreinen en andere open ruimten.
Er is eveneens een absoluut en permanent verbod op het roken van tabak of van soortgelijke producten tijdens extramuros-activiteiten.
Bij overtreding van deze bepaling
- zal de leerling gesanctioneerd worden volgens het orde- en tuchtreglement opgenomen in dit schoolreglement;
- zullen ouders en/of bezoekers verzocht worden te stoppen met roken of het schooldomein te verlaten.
Hoofdstuk 15 Leerlingenbegeleiding
| Artikel 43 We proberen er voor te zorgen dat elk kind een gelukkig kind kan worden en kan geloven in al zijn capaciteiten. We willen dat ieder kind zijn kennis en talenten, vaardigheden en attitudes kan ontdekken en ontwikkelen, klaar om de snel veranderlijke wereld in te springen Brede basiszorg: Elke klasleerkracht in samenwerking met zijn zorgleerkracht staat in voor de brede basiszorg: Van hen wordt verwacht dat ze: · Leren en Studeren: een krachtige leeromgeving creëren, breed evalueren, differentiëren en remediëren, LVS mee bewaken, zich mee inzetten voor klasoverschrijdende activiteiten, … · Schoolloopbaanbegeleiding : activiteiten organiseren om de scharniermomenten (kleuter-lagere / zesde –secundair) vlotter te laten verlopen, overgangsgesprekken organiseren, in samenwerking met ouders en leerlingen een BaSo-fiche opstellen, … · Het psychisch en sociaal functioneren : aandacht hebben voor betrokkenheid en welbevinden, veilige grenzen stellen, warm en respectvol omgaan met de leerlingen, aandacht hebben voor de talenten van de leerlingen, oplossingsgericht met conflicten omgaan, … · Preventieve gezondheidszorg : aandacht hebben voor medische beperkingen, rekening houden met allergieën, … 2. Verhoogde zorg: Klasleerkrachten, maar ook zorgleerkrachten en ouders kunnen problemen binnen ‘leren en studeren’, ‘psychisch en sociaal functioneren’ en ‘preventieve gezondheidszorg’ melden aan de zorgcoördinator. Een overleg wordt georganiseerd. Leerlingenoverleg: een overleg tussen zorgcoördinator en klasleerkracht Binnen het leerlingenoverleg worden er samen preventieve tips gezocht, mogelijke remediërende maatregelen besproken en/ of doelgerichte plannen (individuele handelingsplannen, groepsplannen) opgesteld. Er kan geadviseerd worden dat externen mee de begeleiding opnemen. De regie ligt in handen van de zorgcoördinator. Als een probleem blijft duren en/of er heerst een zwaardere ongerustheid, dan wordt het CLB ingeschakeld. De regie ligt in handen van het CLB. (zie ook artikel 45 CLB) Daar wij streven naar een zo goed mogelijke samenwerking tussen alle participanten, worden de ouders onmiddellijk op de hoogte gebracht bij verhoogde zorg. Tijdens oudercontacten en tussentijdse gesprekken worden ouders steeds op de hoogte gehouden. Alle acties worden regelmatig geëvalueerd en indien nodig bijgestuurd. Samenwerking met externen -Logopedisten, kinesisten, psychologen, huiswerkbegeleiding… De hulpverlening mag niet doorgaan tijdens de schooluren zelf, maar wel naschools. De school staat open om met deze externen samen te werken indien ouders hiervoor hun toestemming geven. Verslagen kunnen digitaal naar de zorgcoördinator gestuurd worden om mee in het leerlingendossier opgenomen te worden. -Ondersteuningsnetwerk. Deze hulpverlening gaat tijdens de schooluren door. Een (gemotiveerd) verslag van het CLB is hiervoor noodzakelijk. Ouders geven hiervoor hun toestemming. De zorgcoördinator vraagt de ondersteuning bij het netwerk aan. Enkele vergaderingen met ouders, zorgcoördinator, ondersteuner, klasleerkracht, CLB en eventueel directie worden in de loop van het schooljaar georganiseerd om een goede samenwerking te garanderen. -Revalidatie tijdens de schooluren. Ouders dienen een aanvraag hiervoor in. Leerlingendossier: Alle gesprekken, plannen en maatregelen worden opgenomen in het leerlingendossier van uw kind. Hierin wordt ook andere relevante informatie opgenomen zoals allergieën, contactgegevens van externen, … Een leerlingendossier kan ter inzage door de ouders worden opgevraagd. Artikel 44 CLB : Contactgegevens Het schoolbestuur heeft een beleidsplan/beleidscontract afgesloten met het VCLB, Karel Van Lotharingenstraat 5 te 3000 Leuven, 016/282400 Mevr. Fran Vandeborght is de contactpersoon voor onze school. Het CLB staat in voor het Vrij en Gemeentelijk onderwijs. De CLB-contactpersoon is op de school te bereiken op donderdagnamiddag om de twee weken of op volgend telefoonnummer : 0490/645104 Het CLB heeft de opdracht leerlingen te begeleiden in hun functioneren op school en in de maatschappij. Hiervoor biedt het kwaliteitsvolle leerlingenbegeleiding aan. Kwaliteitsvolle leerlingenbegeleiding bevordert de totale ontwikkeling, verhoogt het welbevinden, voorkomt vroegtijdig schoolverlaten en creëert meer gelijke onderwijskansen. Op die manier draagt het bij tot het functioneren van de leerling in de schoolse én maatschappelijke context Het CLB werkt:
Artikel 46 Leerlingenbegeleiding Het CLB werkt vraaggestuurd vanuit de leerlingen, de ouders en de scholen, behalve voor de verplichte begeleiding.
|
| .Vraaggestuurde begeleiding :
Het CLB zet de individuele leerlingenbegeleiding alleen verder als de betrokken bekwame leerling daarmee akkoord gaat of de ouders van de niet bekwame leerling daarmee akkoord gaan. . Verplichte leerlingenbegeleiding :
-als het CLB noden vaststelt bij de leerling of een probleem of onregelmatigheid vaststelt in het beleid op leerlingenbegeleiding, dan brengt het CLB de school hiervan op de hoogte -het CLB biedt ondersteuning aan de school bij problemen van individuele leerlingen of groepen van leerlingen
Artikel 47 |
Preventieve gezondheidszorg
Preventieve gezondheidszorg heeft tot doel de gezondheid, groei en ontwikkeling van leerlingen te bevorderen en te beschermen, het groei- en ontwikkelingsproces op te volgen en tijdig risicofactoren, signalen, symptomen van gezondheids- en ontwikkelproblemen te detecteren.
Preventieve gezondheidszorg omvat:
1.Systematische contacten - Overzicht van contactmomenten :
Het consult gebeurt door dokter Mieke Vanoppen en Vibe Demol (verpleegkundige)
Contactgegevens: VCLB
Karel Van Lotharingenstraat 5
3000 Leuven
Tel: 016/28 24 00
2.Aanbieden van vaccinaties:
Het CLB houdt toezicht op de vaccinaties van de leerlingen en biedt vaccinaties aan die in het vaccinatieschema zijn opgenomen. Ouders en leerlingen worden hierover geïnformeerd en geven hiervoor hun toestemming .
3.Het nemen van profylactische maatregelen waar nodig
De huisarts, de ouders of de directeur hebben de plicht om de CLB-arts te verwittigen bij besmettelijke infectieziekten.
Het CLB treft de nodige profylactische maatregelen.
De maatregelen zijn bindend voor leerlingen, ouders en personeel.
Ter info:
Bij volgende infectieziekten neemt de schooldirecteur contact met het CLB:
Bij vragen of bezorgdheden in verband met infectieziekten die niet in bovenstaande lijst vermeld worden, mag ook steeds contact worden genomen met het CLB.
Artikel 48
Multidisciplinair leerlingendossier:
Van iedere leerling wordt een multidisciplinair dossier aangelegd bij het begeleidend CLB.
Dit dossier omvat:
Overdracht van het dossier :
Het multidisciplinaire dossier wordt bij schoolverandering overgedragen aan het nieuwe begeleidende CLB.
De ouder, in eigen naam of namens een niet-bekwame minder- of meerderjarige leerling als de bekwame minder- of meerderjarige leerling kan zich hiertegen verzetten.
Addendum 1: Werking teams omgeving - Spelregels en voorwaarden
Addendum 2: Bewakingscamera's school
Artikel 1: De gemeenteraad besluit volgende samenwerkingsovereenkomst, betreffende het elektronisch aanmelden in het basisonderwijs, aan te gaan met Stad Leuven.
Samenwerkingsovereenkomst betreffende het elektronisch aanmelden in het basisonderwijs
Tussen
de stad Leuven, Professor Van Overstraetenplein 1, 3000 Leuven, vertegenwoordigd door het college van burgemeester en schepenen voor wie ondertekenen mevrouw Lalynn Wadera, schepen van onderwijs, economie, diversiteit, groen en stadsgebouwen en mevrouw Geertrui Vanloo, algemeen directeur
en
de gemeente Oud-Heverlee, vertegenwoordigd door Marijke Pertz, algemeen directeur en Bart Clerckx, burgemeester
wordt het volgende overeen gekomen:
Artikel 1 – Voorwerp van deze samenwerkingsovereenkomst
Het doel van de overeenkomst is het aanbieden van een elektronisch aanmeldsysteem, de applicatie ‘MeldJeAan’, voor de basisscholen in de gemeente Oud-Heverlee.
De overeenkomst legt de engagementen van beide partijen vast met als doel een vlotte en efficiënte implementatie en werking van het aanmeldsysteem in de betrokken scholen gelegen in de gemeente Oud-Heverlee.
Artikel 2 - Engagementen van de gemeente Oud-Heverlee
Door aan te sluiten in het Leuvense aanmeldsysteem gaat de gemeente Oud-Heverlee akkoord met de aanmeldprocedure zoals die voor Leuven werd uitgetekend. Dit betekent dat ze het volledige aanmelddossier onderschrijft zoals dat door het Lokaal Overlegplatform Basisonderwijs Leuven wordt ingediend bij de Commissie Inzake Leerlingenrechten.
De gemeente Oud-Heverlee engageert zich om :
1° de kosten verbonden aan het aanmeldsysteem, zoals bepaald in artikel 4 op zich te nemen;
2° één contactpersoon aan te stellen voor de verdere communicatie met de stad Leuven en het Lokaal Overlegplatform Basisonderwijs Leuven;
3° een coördinerende rol op te nemen bij de jaarlijkse opzet van het systeem binnen de gemeente, bv. door het analyseren van de resultaten van de voorafgaande aanmeldperiode, door het verzamelen van gegevens m.b.t. de capaciteit van de scholen en de sociale mix, door samen met de scholen de contingenten te bepalen, enz.;
4° te zetelen in de dysfunctiecommissie en in de werkgroep inschrijvingsrecht, cfr. de afspraken daarover met het Lokaal Overlegplatform Basisonderwijs Leuven.
5° alle problemen die impact kunnen hebben op de performantie en stabiliteit van het aanmeldsysteem onmiddellijk aan de dienst onderwijs van de stad Leuven te melden;
6° de communicatie rond het aanmeldsysteem te aligneren met die van Leuven, wat betreft inhoud en timing;
7° een kwaliteitsvolle ondersteuning rond het aanmeldsysteem naar ouders en leerlingen uit te bouwen, o.a. via het inrichten/ aanduiden van een centraal aanspreekpunt (o.a. voor het behandelen van inhoudelijke, gemeente-gerelateerde vragen), door het inschakelen van de eigen netwerken, enz.
Gemeente Oud-Heverlee zal de scholen op haar grondgebied het aanmeldsysteem enkel laten gebruiken wanneer zij zich er voorafgaand toe verbonden hebben om alle verbintenissen na te leven die de gemeente heeft aangegaan in deze overeenkomst
Artikel 3 - Engagementen van de stad Leuven
De stad Leuven engageert zich om:
1° alle nuttige informatie m.b.t. het aanmeldsysteem permanent ter beschikking te stellen van de gemeente Oud-Heverlee;
2° op vraag organisatorisch advies te geven aan de gemeente Oud-Heverlee;
3° ter voorbereiding van elke nieuwe aanmeldperiode tijdig af te stemmen met de gemeente Oud-Heverlee over de aanpak van communicatie, ondersteuning, enz.;
4° de communicatiemiddelen die de stad ontwikkelt ter beschikking te stellen van de gemeente Oud-Heverlee;
5° binnen haar mogelijkheden en verantwoordelijkheden in te staan voor een optimale werking van het aanmeldsysteem;
6° jaarlijks een evaluatie- en feedbackmoment te organiseren met de gemeenten en de scholen op haar grondgebied met als doel het optimaliseren van het aanmeldsysteem en de organisatie van de procedure.
Artikel 4 - Financiële bepalingen
§1. De kosten gerelateerd aan het opzetten en operationaliseren van het aanmeldsysteem MeldJeAan bestaan heden uit:
1° jaarlijkse kosten gerelateerd aan opzet, hosting, onderhoud en support van de applicatie;
2° jaarlijkse gebruikskosten;
3° jaarlijkse kosten voor de aanstelling van een gerechtsdeurwaarder;
4° jaarlijkse kosten voor de aanmaak van communicatiemiddelen en het gebruik van communicatiekanalen;
5° jaarlijkse personeelskosten voor coördinatie, afstemming, ondersteuning, opvolging, enz.
§2. De stad Leuven staat in voor:
1° de kosten voor de gerechtsdeurwaarder die wordt aangesteld om de werking van de rangordemotor te volgen;
2° de jaarlijkse kosten voor de eigen communicatie. De ontwikkelde communicatiemiddelen zullen gratis ter beschikking worden gesteld aan de gemeente Oud-Heverlee, die ze desgewenst kan aanpassen en gebruiken voor haar eigen communicatie.
§3. De gemeente Oud-Heverlee staat in voor:
1° de jaarlijkse kosten voor de eigen coördinatie;
2° de kosten voor het eventueel aanpassen van de communicatiemiddelen die door de stad Leuven aangeleverd worden en de kosten voor de gebruikte communicatiekanalen.
§4. De stad Leuven en de gemeente Oud-Heverlee staan samen in voor:
1° de jaarlijkse kosten gerelateerd aan opzet, hosting, onderhoud en support van de applicatie, aangerekend door RealDolmen, de beheerder van het aanmeldsysteem MeldJeAan;
2° de jaarlijkse gebruikskosten van 3,33 euro per kind dat behoort tot het potentiële contingent aanmelders, aangerekend door de steden Gent en Antwerpen, samen eigenaar van het aanmeldsysteem MeldJeAan.
De stad Leuven rekent deze gedeelde kosten jaarlijks aan de gemeente Oud-Heverlee door via:
1° een forfaitair bedrag van 5000 euro (van 1 tot max 225 via MeldJeAan toegewezen leerlingen aan de scholen op het grondgebied van gemeente Oud-Heverlee);
2° vanaf leerling 226 een bijkomend bedrag van 22,5 euro per extra toegewezen leerling.
§5. In het geval dat de stad Leuven een extra financiële ondersteuning ontvangt voor het gebruik van het digitaal aanmeldsysteem, dan zal deze in mindering gebracht worden bij de aan de gemeente aangerekende kosten, pro-rata het aantal toegewezen leerlingen. Pro rata: het aantal toegewezen leerlingen in de gemeente t.o.v. het totaal aantal toegewezen leerlingen in het aanmeldsysteem MeldJeAan Leuven (Leuven inclusief alle deelnemende randgemeenten).
De gemeente Oud-Heverlee ontvangt van de stad Leuven jaarlijks, in de loop van de maand juli, een gedetailleerde afrekening van de kosten.
De gemeente Oud-Heverlee maakt zelf financiële afspraken rond de eventuele kosten gerelateerd aan overeenkomsten die met derden worden gesloten.
Artikel 5 – Privacy
Aansluitend bij dit protocol wordt een verwerkingsovereenkomst opgesteld tussen de verwerkingsverantwoordelijke en de bij het aanmeldproces betrokken verwerkers, i.c. tussen de stad Leuven, gemeente Oud-Heverlee en de scholen op haar grondgebied.
Beide partijen respecteren de privacy van de gebruikers en leven de regelgeving inzake het verwerken van persoonsgegevens na. Er worden enkel persoonsgegevens gevraagd en gebruikt die noodzakelijk of van belang zijn voor het aanmelden in het basisonderwijs. Deze gegevens worden uitsluitend gebruikt voor het verwerken van de aanmelding. Deze gegevens worden niet doorgegeven aan derden, tenzij met uitdrukkelijke toestemming van de betrokkene.
Artikel 6 – Duur van de overeenkomst
Deze overeenkomst treedt in werking op datum van ondertekening en eindigt op 1/12/2022.
Deze overeenkomst kan door elk van de partijen opgezegd worden via aangetekend schrijven, mits een opzegperiode van 3 maanden in acht wordt genomen.
Artikel 7 – Rechtsmacht
Alle geschillen die naar aanleiding van deze overeenkomst mochten ontstaan, worden berecht overeenkomstig het Belgische recht. De rechtbanken van Leuven zijn als enige bevoegd.
Opgemaakt te Leuven op ……………………. in twee exemplaren, waarvan elke partij verklaart één exemplaar te hebben ontvangen.
de algemeen directeur de burgemeester
bij delegatie
Geertrui Vanloo Lalynn Wadera
schepen van onderwijs, economie, diversiteit, groen en stadsgebouwen
de algemeen directeur de burgemeester
Marijke Pertz Bart Clerckx
artikel 1:
Het bestek met nr. 2022/MPE/01 en de raming voor de opdracht “Levering minigraver”, opgesteld door de ontwerper worden goedgekeurd. De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten voor aannemingen van werken, leveringen en diensten. De raming bedraagt € 49.586,78 excl. btw of € 60.000,00 incl. 21% btw.
artikel 2:
Bovengenoemde opdracht wordt gegund bij wijze van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.
artikel 3:
Volgende ondernemers worden uitgenodigd om deel te nemen aan de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking:
- KUMPS JOHNNY BVBA, Langeheidestraat 7 te 3040 Ottenburg;
- MILLON NV, Kleine Spekstraat 1 te 3020 Herent;
- ELSEN TRAKTOR NV, Nieuwlandlaan 13 te 3200 Aarschot;
- LUYCKX, Abdijlaan 33, 2960 Brecht.
Artikel 1:
Voor de toepassing van deze verordening worden volgende definities gehanteerd:
1° Beveiligde zending: zoals omschreven in artikel 1.3., §1, 5° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
2° Conformiteitsattest: Het conformiteitsattest dat de aanwezigheid van eventuele gebreken als vermeld in artikel 3.1., §1, derde lid, 1° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, evenals de toegestane maximale woningbezetting volgens de normen die worden vastgesteld met toepassing van artikel 3.1., §1, vierde lid, vermeldt, zoals omschreven in artikel 3.6., §1. van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
3° Hoofdverblijfplaats: zoals omschreven in artikel 1.3., §1, 21° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
4° Register ‘verplichting conformiteitsattest’: het register bevat
5° Kamer: zoals omschreven in artikel 1.3., §1, 25° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
6° Woning: zoals omschreven in artikel 1.3., §1, 66° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
Artikel 2: Verplichting
§1. Voor elke nieuwe verhuring en nieuwe terbeschikkingstelling als hoofdverblijfplaats moet de verhuurder een geldig conformiteitsattest kunnen voorleggen.
Deze verplichting wordt gefaseerd ingevoerd op basis van de leeftijd van de woning volgens onderstaand schema:
- 2022 - 2023: woningen van 90 jaar (bouwjaar voor 1930)
- 2024 – 2025: woningen van 60 jaar en ouder (bouwjaar voor 1960)
- 2026 - 2027: woningen van 40 jaar en ouder (bouwjaar voor 1980)
- 2028 – 2029 woningen van 20 jaar en ouder (bouwjaar voor 2000)
- 2030 – 2031 woningen van bouwjaar voor 2021.
§2. Vanaf 2033 moet elke verhuurder die een woning verhuurt of ter beschikking stelt als hoofdverblijfplaats een geldig conformiteitsattest kunnen voorleggen.
§3. De woningen die onder de verplichting van §1 of §2 vallen worden opgenomen in een register. Als opnamedatum geldt de datum van de inschrijving van de huurder of huurders in het bevolkingsregister. Wanneer er geen inschrijving is geldt de datum van de nieuwe verhuring of de terbeschikkingstelling.
§4. De verhuurder wordt door de gemeente per beveiligde zending op de hoogte gebracht van opname in het register ‘verplichting conformiteitsattest’.
§5. Elke verhuurder dient voor de woning die onder de toepassing valt van §1 of §2, over een geldig conformiteitsattest te beschikken binnen een periode van 90 dagen ingaand de dag na de datum van de beveiligde zending zoals vermeld in §4.
§6. De overdrager van het zakelijk recht van de woning die valt onder een verplichting zoals vermeld in §1 of §2, moet de verkrijger ervan in kennis stellen dat de woning moet voldoen aan de gemeentelijke verordening conformiteitsattesten. Tevens moet hij per beveiligde zending een kopie van de notariële akte bezorgen aan de gemeente, binnen twee maanden na het verlijden van de notariële akte. De mededeling bevat minstens de volgende gegevens:
- Naam, adres, telefoonnummer en eventueel mailadres van de verkrijger van het zakelijk recht en zijn eigendomsaandeel;
- Datum van de notariële akte, naam en standplaats van de notaris;
- Adres van de overgedragen woning.
Artikel 3 vergoeding
§1. De vergoeding voor het behandelen van een aanvraag voor de afgifte van een conformiteitsattest is gratis wanneer:
- a) een conformiteitsattest kan afgeleverd worden na een 1ste onderzoek;
én
- de aanvraag vrijwillig gebeurt, dus niet valt onder de verplichting vermeld in artikel 2, §1 of §2.
- b) de woning een sociale woning betreft.
In alle andere situaties is de vergoeding voor het behandelen van een aanvraag voor de afgifte van een conformiteitsattest:
- 90 euro voor een woning;
- 90 euro voor een kamer, verhoogd met 15 euro per kamer, met een maximum van 1.750 euro per gebouw.
De bedragen worden jaarlijks aangepast aan de gezondheidsindex zoals vermeld in artikel 3.9 van het Uitvoeringsbesluit van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
§2. Na de opmaak van het conformiteitsattest wordt, indien van toepassing, de aanvrager uitgenodigd om de vergoeding zoals vermeld in §1 te betalen. De kosten worden contant betaald tegen afgifte van een betalingsbewijs of door overschrijving op het rekeningnummer van het gemeentebestuur van Oud-Heverlee. Na betaling wordt het conformiteitsattest verstuurd naar de aanvrager.
Bij niet-betaling wordt de vergoeding ingevorderd bij wet of decreet voorziene procedures en wordt het dossier overgemaakt aan het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 4: Deze verordening treedt in werking de dag na goedkeuring door de Vlaamse regering of haar gemachtigde.
Artikel 5: Het gemeentelijk retributiereglement inzake conformiteitsattesten van 26 juni 2018 wordt vanaf de datum bedoeld in artikel 4 opgeheven.
Artikel 6: Deze verordening wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden.
Artikel 1: De gemeenteraad besluit om met ingang van 1 januari 2022 toe te treden tot OFP PROLOCUS (Afzonderlijk vermogen VVSG) en neemt kennis van:
• de beheersovereenkomst en het financieringsplan ( algemeen luik en luik VVSG) via de toetredingsakte van OFP PROLOCUS;
• Het kaderreglement en het bijzonder pensioenreglement;
• de verklaring inzake beleggingsbeginselen (SIP) (algemeen luik en luik VVSG) en de statuten.
Artikel 2: De gemeenteraad besluit de pensioentoezegging van 3% van het pensioengevend loon behouden, zoals voorzien in de gemeenteraadsbeslissing van 25 augustus 2020.
Artikel 3: De gemeenteraad besluit om samen met het OCMW Oud-Heverlee een MIPS-groep te vormen.
Artikel 4: De gemeenteraad besluit om "het memorandum duurzaam beleggen" goed te keuren en toe te voegen aan het toetredingsdossier.
Artikel 5: De heer Bart Clerckx wordt afgevaardigd als vertegenwoordiger in de algemene vergadering van OFP Prolocus.
Artikel 6: De voorzitter van de gemeenteraad en de algemene directeur worden gemachtigd om de noodzakelijke vervolgstappen te nemen voor de uitvoering van voormelde beslissingen.
Artikel 1: De gemeenteraad besluit om goedkeuring te hechten aan de agenda van de algemene vergadering van Dijledal op 11 mei 2022.
Agenda:
Artikel 2: De gemeenteraad besluit om Maggy Steeno af te vaardigen voor de algemene vergadering van Dijledal op 11 mei 2022.
Artikel 3: De gemeenteraad besluit om de huidige beslissing ter kennis te brengen aan Dijledal cvba.
Artikel 1: De gemeenteraad geeft opdracht aan het college om de inwoners op de hoogte te brengen van de stand van zaken i.v.m. mogelijke fusie(s).
Artikel 1: De gemeenteraad gaat principieel akkoord met de restauratie van de bron van Pie Slot en samen met de inwoners de volgende stappen te overleggen.
Het antwoord is te beluisteren via de opname van de vergadering, die terug te vinden is op de website van de gemeente. Dit punt wordt behandeld op tijdstip 23:14 van de opname.
Het antwoord is te beluisteren via de opname van de vergadering, die terug te vinden is op de website van de gemeente. Dit punt wordt behandeld op tijdstip 31:22 van de opname.
Het antwoord is te beluisteren via de opname van de vergadering, die terug te vinden is op de website van de gemeente. Dit punt wordt behandeld op tijdstip 34:20 van de opname.
Namens gemeenteraad,
Marijke Pertz
algemeen directeur
Adinda Claessen
voorzitter van de gemeenteraad