Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.
Recht op Maatschappelijke Integratie Wet van 26 mei 2002.
Nieuwsbrief ( Echo) dd 11 juni 2021 inzake welvaartsaanpassing - verhoging van de basisbedragen bedoeld in artikel 14, §1, van de Wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie - 1 juli 2021.
Het OCMW van elke gemeente heeft de opdracht het recht op maatschappelijke integratie te waarborgen aan de personen die over onvoldoende bestaansmiddelen beschikken en die de voorwaarden van de wet vervullen. Er moet worden gestreefd naar een maximale integratie en participatie aan het maatschappelijk leven. Hiervoor beschikt het OCMW over drie belangrijke instrumenten: de tewerkstelling, een leefloon en een geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie, al dan niet gecombineerd.
In alle gevallen beschik je over een inkomen om van te leven. Onder tewerkstelling wordt steeds een volwaardige job verstaan waar alle regels van het arbeidsrecht op van toepassing zijn, inclusief de loonbeschermingsregels. Wanneer een tewerkstelling niet of nog niet mogelijk is, heb je recht op een financiële tussenkomst, leefloon genaamd. De toekenning van het leefloon kan gevolgd worden door het sluiten van een geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie tussen de steunaanvrager en het OCMW. De keuze van het meest gepaste traject gebeurt in overleg met de betrokkene met het doel een maximale integratie en sociale participatie te bewerkstelligen.
De basisbedragen van het leefloon worden aangepast vanaf 1 juli 2021. Voor samenwonenden (categorie 1) stijgt het leefloon naar 669,58 euro per maand, voor alleenstaanden (categorie 2) naar 1.004,37 euro. Samenwonenden met minstens één kind ten laste krijgen een uitkering van 1.357,36 euro per maand.
|
|
Artikel 1: De OCMW-raad besluit kennis te nemen van de verhoging van de basisbedragen van het leefloon vanaf 1 juli 2021. Voor samenwonenden (categorie 1) stijgt het leefloon naar 669,58 euro per maand, voor alleenstaanden (categorie 2) naar 1.004,37 euro. Samenwonenden met minstens één kind ten laste krijgen een uitkering van 1.357,36 euro per maand.