De voorzitter opent de zitting op 31/08/2021 om 22:45.
De OCMW-raad neemt kennis van de ontwerpnotulen, opgesteld door de algemeen directeur, van de vorige vergadering van 28 juni 2021.
De raadsleden nemen er nota van dat tot het einde van de huidige vergadering opmerkingen kunnen gemaakt worden betreffende de redactie van de notulen.
Het decreet over het lokaal bestuur en wijzigingen, specifiek artikel 177 DLB.
Het bestuursdecreet en wijzigingen.
De beslissing van de gemeenteraad van 31 maart 2020 betreffende de bepalingen omtrent het voorafgaand visum door de financieel directeur.
De financieel directeur rapporteert in volle onafhankelijkheid ingevolge het decreet over het lokaal bestuur minstens één keer per jaar aan de raad voor maatschappelijk welzijn en het vast bureau (VB) omtrent de vervulling van zijn/haar opdracht met betrekking tot de voorafgaande krediet- en wetmatigheidscontrole van de beslissingen van de gemeente en van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn met budgettaire en financiële impact. Dit betreft het voorafgaand visum.
De bepalingen betreffende het voorafgaand visum werden door de gemeenteraad goedgekeurd in de zitting van 31 maart 2020. Het visum wordt door het diensthoofd van de behandelende dienst voorafgaand aan de behandeling van het dossier door het vast bureau of de raad voor maatschappelijk welzijn aangevraagd in de e-notulen.
Hierbij wordt voor het eerste semester van 2021 een overzicht gegeven van het aantal dossiers waarbij een voorafgaand visum werd gevraagd en de status van het visum.
| visum geagendeerde dossiers VB | jan | feb | mrt | apr | mei | juni | totaal |
| visum verleend | 1 | 0 | 0 | 0 | 0 | 1 | 2 |
| visum met voorwaarden | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| visum geweigerd | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Artikel 1: De raad voor maatschappelijk welzijn neemt kennis van de rapportering van de financieel directeur omtrent het verlenen van het voorafgaand visum tijdens het eerste semester van 2021.
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.
Recht op Maatschappelijke Integratie Wet van 26 mei 2002.
Nieuwsbrief ( Echo) dd 11 juni 2021 inzake welvaartsaanpassing - verhoging van de basisbedragen bedoeld in artikel 14, §1, van de Wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie - 1 juli 2021.
Het OCMW van elke gemeente heeft de opdracht het recht op maatschappelijke integratie te waarborgen aan de personen die over onvoldoende bestaansmiddelen beschikken en die de voorwaarden van de wet vervullen. Er moet worden gestreefd naar een maximale integratie en participatie aan het maatschappelijk leven. Hiervoor beschikt het OCMW over drie belangrijke instrumenten: de tewerkstelling, een leefloon en een geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie, al dan niet gecombineerd.
In alle gevallen beschik je over een inkomen om van te leven. Onder tewerkstelling wordt steeds een volwaardige job verstaan waar alle regels van het arbeidsrecht op van toepassing zijn, inclusief de loonbeschermingsregels. Wanneer een tewerkstelling niet of nog niet mogelijk is, heb je recht op een financiële tussenkomst, leefloon genaamd. De toekenning van het leefloon kan gevolgd worden door het sluiten van een geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie tussen de steunaanvrager en het OCMW. De keuze van het meest gepaste traject gebeurt in overleg met de betrokkene met het doel een maximale integratie en sociale participatie te bewerkstelligen.
De basisbedragen van het leefloon worden aangepast vanaf 1 juli 2021. Voor samenwonenden (categorie 1) stijgt het leefloon naar 669,58 euro per maand, voor alleenstaanden (categorie 2) naar 1.004,37 euro. Samenwonenden met minstens één kind ten laste krijgen een uitkering van 1.357,36 euro per maand.
|
|
Artikel 1: De OCMW-raad besluit kennis te nemen van de verhoging van de basisbedragen van het leefloon vanaf 1 juli 2021. Voor samenwonenden (categorie 1) stijgt het leefloon naar 669,58 euro per maand, voor alleenstaanden (categorie 2) naar 1.004,37 euro. Samenwonenden met minstens één kind ten laste krijgen een uitkering van 1.357,36 euro per maand.
Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017.
Besluit van de Vlaamse Regering van 13 november 2020 tot toekenning van een subsidie aan de lokale besturen om de contact- en bronopsporing ter bestrijding van de COVID-19-pandemie te versterken.
CBS besluit van 17 november 2020 betreffende Eerstelijnszone: samenwerkingsovereenkomst pool huisbezoekers en liaisonartsen, bekrachtigd door de gemeenteraad op 15 december 2020.
CBS besluit van 8 december 2020 betreffende lokale brontracing Covid-19 pandemie.
Besluit van de Vlaamse Regering van 19 maart 2021 tot verlenging van de subsidie aan de lokale besturen om de contact- en bronopsporing ter bestrijding van de COVID-19-pandemie te versterken.
Het wijzigingsbesluit van 7 mei 2021 verlengt de subsidieperiode tot 31 augustus 2021.
Besluit van de Vlaamse regering van 16 juli 2021 tot verlenging van de subsidie aan de lokale besturen om de contact- en bronopsporing ter bestrijding van de COVID-19-pandemie te versterken van 1 september tot en met 15 oktober 2021.
In de fase van de COVID-19-crisis waarin we ons momenteel bevinden, is een cruciale rol weggelegd voor contactonderzoek en bronopsporing.
Ter ondersteuning van de centrale contactopsporing heeft de Vlaamse Regering op 16 oktober 2020 de lokale besturen gemobiliseerd om complementair in te zetten op preventie, sensibilisering, bronopsporing, quarantaine-coaching en lokaal contactonderzoek.
De contouren werden verder uitgewerkt in het Besluit van de Vlaamse Regering van 13 november 2020 tot toekenning van een subsidie aan de lokale besturen om de contact- en bronopsporing ter bestrijding van de COVID-19-pandemie te versterken.
Wat de aard van de engagementen betreft, konden lokale besturen in het kader van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 november 2020 kiezen tussen de volgende opties:
De lokale besturen werken in al deze opdrachten ondersteunend en/of aanvullend op de werking van de COVID-19-teams binnen de zorgraden alsook op de werking van de centrale contactcenters.
De lokale besturen worden gesubsidieerd voor het opnemen van complementaire engagementen als volgt :
De gemeente Oud-Heverlee besloot op 8 december 2020, na overleg met alle betrokken diensten, complementair in te zetten op optie 1.
Hiertoe werd door de gemeente een samenwerkingsovereenkomst opgesteld met het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid.
Bij deze samenwerkingsovereenkomst werden volgende documenten als bijlage gevoegd :
- Afsprakennota waarin de gemeente, in overleg met de COVID-19-teams haar engagementen die zij in het kader van de samenwerkingsovereenkomst zal uitvoeren, concreet omschrijft;
- De nodige verwerkersovereenkomst(en) zoals voorzien op www.vlaanderenhelpt.be;
- De contactlijsten met het oog op het aanvragen van de nodige accounts om deze engagementen te kunnen uitvoeren;
- In voorkomend geval, de nodige protocollen zoals voorzien op www.vlaanderenhelpt.be.
Het opnemen van deze engagementen geschiedt met inachtneming van de bescherming van de privacy van de burgers, zoals onder meer gewaarborgd door de algemene verordening gegevensbescherming (AVG).
De gemeente zorgt voor de nodige capaciteit en middelen om dit engagement kwaliteitsvol op te nemen.
De engagementen die de gemeente opneemt, doen geen afbreuk aan de engagementen die de gemeente in de bestrijding van de coronapandemie reeds opgenomen worden binnen de werking van de ELZ. Integendeel, ze zijn bedoeld om deze werking nog te versterken.
Op 19 maart 2021 gaf de Vlaamse Regering haar goedkeuring om een nieuw BVR voor de lokale preventie, sensibilisering, bronopsporing, quarantainecoaching en contactonderzoek op te maken , met een bijhorende zelfde subsidie.
Het BVR van 23 april 2021 verlengde de subsidieperiode tot en met 30 juni 2021. Dit BVR werd gewijzigd op 7 mei 2021 met een extra verlenging van de subsidieperiode tot en met 31 augustus 2021. Met het nieuwe BVR van 16 juli 2021 is er opnieuw een verlenging van de subsidieperiode mogelijk van 1 september tot en met 15 oktober 2021.
Artikel 191 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie verankert het voorzorgsbeginsel in het kader van het beheer van internationale gezondheidscrisissen en van de actieve voorbereiding van zulke potentiële crisissen. Dit beginsel houdt in dat, wanneer een ernstig risico hoogstwaarschijnlijk werkelijkheid zal worden, het aan de overheid is om dringende en voorlopige maatregelen te nemen.
Op 16 oktober 2020 deed de Vlaamse Regering een oproep, verankerd in het besluit van de Vlaamse Regering van 13 november 2020 tot toekenning van een subsidie aan de lokale besturen om de contact- en bronopsporing ter bestrijding van de COVID-19-pandemie te versterken, aan alle Vlaamse gemeenten om aanvullend en ondersteunend aan de reeds bestaande initiatieven bijkomende engagementen op te nemen in deze strijd.
Gezien de stijgende besmettingsgraad in Vlaanderen, dienden complementaire engagementen worden opgenomen in het kader van de bestrijding van de COVID-19-pandemie, meer in het bijzonder in het kader van het verder beheersen van de tweede golf en het proberen vermijden van een derde golf.
Door de huidige epidemiologische context bljjft de nood aan een versterkt contact- en brononderzoek hoog. De vlaamse regering besliste daarom de huidige maatregel die afliep op 31 maart 2021 te verlengen van 1 april 2021 tot en met 30 juni 2021 en de forfaitaire financiering op basis van het aantal inwoners van de gemeente te behouden op 0,125 euro per inwoner per maand. Een tweede verlenging tot en met 31 augustus 2021 werd toegevoegd door wijziging van het BVR van 23 april 2021 op 7 mei 2021. Een derde verlenging tot en met 15 oktober 2021 werd voorzien door een BVR van 16 juli 2021.
De gemeenteraad besliste op 26 januari 2021 te kiezen voor optie 1: inzet in sensibilisering, preventie, bronopsporing en quarantainecoaching.
De gemeenteraad besliste op 27 april 2021 het addendum bij de samenwerkingsovereenkomst tussen Gemeente/OCMW Oud-Heverlee en het Agentschap Zorg en Gezondheid rond lokale contact- en bronopsporing ter bestrijding van de COVID-19-pandemie te versterken goed te keuren en een verlenging van de subsidieperiode tot en met 30 juni aan te vragen.
De gemeenteraad besliste op 25 mei 2021 het addendum bij de samenwerkingsovereenkomst tussen Gemeente/OCMW Oud-Heverlee en het Agentschap Zorg en Gezondheid rond lokale contact- en bronopsporing ter bestrijding van de COVID-19-pandemie te versterken goed te keuren en een verlenging van de subsidieperiode tot en met 31 augustus 2021 aan te vragen.
Deze samenwerkingsovereenkomst kan nu opnieuw verlengd worden tot en met 15 oktober 2021.
Artikel 1: De OCMW-raad besluit het addendum bij de samenwerkingsovereenkomst tussen Gemeente/OCMW Oud-Heverlee en het Agentschap Zorg en Gezondheid rond lokale contact- en bronopsporing ter bestrijding van de COVID-19-pandemie te versterken goed te keuren betreffende de periode 1 september tot en met 15 oktober 2021.
Wet 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn
Decreet Lokaal Bestuur 21 december 2018
De Raad voor Maatschappelijk Welzijn van 29 juni 2000 betreffende de toekenning van een sociaal educatieve toelage aan gezinnen met een laag inkomen die minstens één schoolgaand kind in het gezin hebben
De Raad voor Maatschappelijk Welzijn van 28 juni 2001, 30 april 2019 en 15 december 2020 betreffende de aanpassing van het reglement van de sociaal educatieve toelage
Het OCMW voorziet een toelage per schooljaar voor gezinnen met schoolgaande kinderen die in Oud-Heverlee wonen en beschikken over een beperkt inkomen.
De sociale dienst stelt volgend reglement voor en dit te laten ingaan op 1 oktober 2021.
Om recht te hebben op de toelage moet aan volgende voorwaarden voldaan zijn:
- alleenstaande of gezin waarvan minimum 1 persoon recht op verhoogde verzekeringstegemoetkoming (RVT) geniet op het moment van de aanvraag ;
OF
-alleenstaande of gezin waarvan het recht op verhoogde tegemoetkoming nog niet werd onderzocht door hun mutualiteit maar waarvan de maatschappelijk assistent vaststelt dat het inkomen lager ligt dan het jaarlijks geïndexeerd grensbedrag van de verhoogde tegemoetkoming. Deze gezinnen kunnen slechts éénmaal de sociaal educatieve toelage bekomen op basis van deze toekenningsregel ;
OF
- personen die in budgetbegeleiding, budgetbeheer, schuldbemiddeling en/of collectieve schuldenregeling zijn
EN
met kinderen die:
- schoolgaand zijn en recht geven op een groeipakket. Vanaf 18 jaar dient er een inschrijvingsbewijs van de school toegevoegd te worden aan de aanvraag.
- waarvan minstens één ouder/opvoeder gedomicilieerd is in Oud-Heverlee en het kind of de kinderen minstens 50 % van de tijd in Oud-Heverlee verblijven (dient bewezen te worden aan de hand van een vonnis, een akte of een verklaring op eer).
De gezinnen die voldoen aan de voorwaarden, hebben recht op de volgende tegemoetkoming:
kleuteronderwijs: €40 / schoolgaand kind
lager onderwijs: €50 / schoolgaand kind
middelbaar onderwijs: €85 / schoolgaand kind
hoger onderwijs €110 / schoolgaand kind
De aanvraag kan het ganse schooljaar gebeuren (01/9 tot 30/06) maar er zal maar 1 keer per schooljaar en per aanvrager een toelage toegekend worden (co-ouderschap en andere gezinsvormen zijn mogelijk = voor hetzelfde kind kunnen zowel vader als moeder een aanvraag doen). Het aanvraagformulier is te verkrijgen op de website (e-loket) of na afspraak bij de sociale dienst van het OCMW. De sociaal educatieve toelage wordt ook via het gemeentelijk informatieblad en de elektronische nieuwsbrief bekendgemaakt.
Het oorspronkelijk reglement van juni 2000 kende aanpassingen op 28 juni 2001, 30 april 2019 en 15 december 2020. Er wordt nu een volledig nieuw reglement voorgesteld, waarin alle aanpassingen in zijn geheel samengevoegd werden, om duidelijkheid te scheppen .
Bij de aanpassing van 15 december 2020 werd beslist om de sociaal educatieve toelage enkel toe te kennen op basis van het recht op verhoogde verzekeringstegemoetkoming. De sociale dienst stelt vast dat bij de nieuwe aanvragen voor het schooljaar 2020-2021 niet iedereen reeds geniet van het RVT- statuut terwijl ze op basis van inkomsten wel in aanmerking zouden komen voor een sociaal educatieve toelage. Om geen gezinnen uit te sluiten (in eventuele afwachting van de goedkeuring van de RVT) stelt de sociale dienst voor om deze groep de premie toch toe te kennen in afwachting van de toekenning RVT.
Voorziene budget = €9.000
Uitgaven in 2020 = €6.380 (voor 100 kinderen)
Gelet op de uitgaven in 2020 zal het voorziene budget van €9.000 volstaan.
Tussenkomsten
Maggy: dit stond al in het informatieblad terwijl we het nu moten goedkeuren. We vinden het punt goed, maar niet de manier waarop we dit nu pas moeten goedkeuren terwijl het al gecommuniceerd is.
Artikel 1: De raad voor maatschappelijk welzijn beslist met ingang van 1 oktober 2021 het aangepaste regelement van de sociaal educatieve toelage goed te keuren.
Een sociaal educatieve toelage wordt uitgekeerd aan:
- alleenstaande of gezin waarvan minimum 1 persoon recht op verhoogde verzekeringstegemoetkoming (RVT) geniet op het moment van de aanvraag ;
- alleenstaande of gezin waarvan het recht op verhoogde tegemoetkoming nog niet werd onderzocht door hun mutualiteit maar waarvan de maatschappelijk assistent vaststelt dat het inkomen lager ligt dan het jaarlijks geïndexeerd grensbedrag van de verhoogde tegemoetkoming. Deze gezinnen kunnen slechts éénmaal de sociaal educatieve toelage bekomen op basis van deze toekenningsregel ;
- personen die in budgetbegeleiding, budgetbeheer, schuldbemiddeling en/of collectieve schuldenregeling zijn
met kinderen :
- die schoolgaand zijn en recht geven op een groeipakket. Vanaf 18 jaar dient er een inschrijvingsbewijs van de school toegevoegd te worden aan de aanvraag.
- waarvan minstens één ouder/opvoeder gedomicilieerd is in Oud-Heverlee en het kind of de kinderen minstens 50 % van de tijd in Oud-Heverlee verblijven (dient bewezen te worden aan de hand van een vonnis, een akte of een verklaring op eer).
Artikel 2: de gezinnen die voldoen aan de voorwaarden, hebben recht op de volgende tegemoetkoming:
kleuteronderwijs: €40 / schoolgaand kind
lager onderwijs: €50 / schoolgaand kind
middelbaar onderwijs: €85 / schoolgaand kind
hoger onderwijs €110 / schoolgaand kind
Artikel 3: de aanvraag kan het ganse schooljaar gebeuren (01/9 tot 30/06) maar er zal maar 1 keer per schooljaar en per aanvrager een toelage toegekend worden.
Co-ouderschap en andere gezinsvormen zijn mogelijk dus voor hetzelfde kind kunnen zowel vader als moeder een aanvraag doen.
Het aanvraagformulier is te verkrijgen op de website (e-loket) of na afspraak bij de sociale dienst van het OCMW. De sociaal educatieve toelage wordt ook via het gemeentelijk informatieblad en de elektronische nieuwsbrief bekendgemaakt.
In 2018 werd het OCMW Oud-Heverlee in het ongelijk gesteld in het juridisch geschil met Arte-Stabo. Het OCMW had de overeenkomst in kader van een studieopdracht voor de bouw van een woonzorgcentrum eenzijdig beëindigd, conform de interpretatie van de afgesloten overeenkomst was dat mogelijk. Het OCMW werd in eerste aanleg nog in het gelijk gesteld, maar in 2018 werd dat vonnis in hoger beroep hervormd. In navolging van dit vonnis in beroep betaalde het OCMW toen reeds een schadeloosstelling van 116.000 euro.
De tegenpartij ging echter in Cassatie aangezien zij van mening was dat zij recht had op een substantieel hogere schadeloosstelling. In de loop van december 2020 werd het OCMW in kennis gesteld van het Cassatie-arrest, dat Arte-Stabo gelijk geeft: het vonnis van het Hof van Beroep werd vernietigd. Het dossier is nu terug in behandeling bij het Hof van Beroep. De kans dat het OCMW in het ongelijk gesteld zal worden wordt hoog ingeschat. Een bijkomende omvangrijke schadeloosstelling zal meer dan waarschijnlijk aan de orde zijn.
Om die reden werd aan betrokkene 1, de advocaat van het OCMW, gevraagd de mogelijkheid te onderzoeken een einde te stellen aan de procedure. Hij legde daartoe de nodige contacten en komt met volgende voorstel van Arte-Stabo:
De raadsman van tegenpartij (= Arte-Stabo) meldt ons dat zijn cliënte een betaling van minimaal 433.000 EUR verwacht, mits de betaling daadwerkelijk gebeurt in de maand september 2021 (en dit waar namens OCMW Oud-Heverlee het bedrag van 418.817,23 EUR werd voorgesteld.
Het bedrag van 433.000 EUR correspondeert met de berekening van de raadsman van tegenpartij dewelke in bijlage wordt toegevoegd.
Aan het bedrag van 432.609,88 EUR dient in het voorstel van de raadsman van tegenpartij de kosten van de gerechtsdeurwaarder houdende betekening van het Cassatie-arrest te worden gevoegd.
De raadsman van tegenpartij liet ons verstaan dat hij van zijn cliënte opdracht had gekregen tot betekening van het Cassatie-arrest over te gaan.
Wij hebben de raadsman van tegenpartij verzocht wat de betekening betreft nog even geduld te oefenen, en wel tot 15 juni e.k.
Kan u ons berichten of met de afrekening, zoals deze door tegenpartij werd gemaakt, akkoord kan worden gegaan?
Alsdan wordt aan het geschil een einde gemaakt en tevens vermeden dat de interesten verder blijven lopen, temeer nu uit onze analyse/advies volgt de slaagkansen van de procedure ten gronde voor het Hof van Beroep te Antwerpen eerder gering zijn.
De tegenpartij verklaarde zich tenslotte akkoord met een betaling in de loop van september 2021.
In de algemene boekhouding werd daarom een voorziening geboekt van 418.000 euro, gebaseerd op de raming van de hoofdsom en interesten, overgemaakt door onze raadsman eind maart 2021. Dit zal zichtbaar zijn in de jaarrekening 2020 en werd ook beschreven bij de financiële risico’s ikv de jaarrekening. Budgettair is het bedrag echter nog niet in het meerjarenplan 2020-2025 voorzien omdat het arrest van het Hof van Cassatie ons pas ter kennis gebracht werd na de laatste aanpassing van het meerjarenplan.
Echter is het niet realistisch om tegen eind augustus een aanpassing van het MJP te laten goedkeuren door de raad. Deze zal pas in het najaar gebeuren.
Met toepassing van artikel 269 en 273 van het Decreet Lokaal bestuur kan de raad voor maatschappelijk welzijn zonder de nodige kredieten over de uitgaven beslissen die door dwingende en onvoorziene omstandigheden vereist zijn, op voorwaarde dat hij daarvoor een met redenen omkleed besluit neemt. De financiële gevolgen moeten worden opgenomen in de eerstvolgende aanpassing van het meerjarenplan.
Op basis van de historiek van het dossier blijkt het onvoorziene karakter van de uitgave, het OCMW had in hoger beroep verloren en had de opgelegde vergoeding betaald. Het OCMW werd pas in de loop van de maand december 2020 in kennis gesteld van het Cassatie-arrest, dat ertoe aanleiding geeft dat het OCMW door een ander Hof van Beroep bijna zeker tot de hogere schadevergoeding zal veroordeeld worden. Het betrokken financieel risico werd besproken op de raadscommissie eind 2020 i.k.v. de aanpassing van het meerjarenplan en ook genotuleerd in het verslag van deze commissie. De raad was via die weg reeds op de hoogte. Het gegeven werd ook opgenomen in de stukken mbt de jaarrekening over 2020.
Wanneer er op deze manier een einde wordt gesteld aan de procedure, wordt vermeden dat de interesten blijven oplopen en dat het OCMW wordt veroordeeld om een nog groter bedrag dan 433.000 EUR te betalen.
Betrokkene 1 maakte op vraag van het vast bureau een ontwerptekst voor een dading. Aan de OCMW-raad wordt gevraagd deze goed te keuren. De tekst wordt tegelijk voorgelegd aan Arte-Stabo.
Tussenkomsten
Schepen Mattias geeft een samenvatting van de antecedenten van het dossier. Op advies van de advocaat van het OCMW werd overgegaan tot het voorstel om een dading aan te gaan.
Raadslid Maggy Steeno deelt meer dat N-Va zich onthoudt: de procedure tot aanstelling van ARTE-STABO is in het begin niet correct gevoerd.
Raadslid Patrice Lemaitre stelt dat het om 550.000 EUR kosten in totaal gaat want het OCMW betaalde al een som. Hij vraagt zich af hoe het komt dat men in 2013 besliste om het contract zo te beëindigen? In het contract van 2005 staat een zeer nadelige boeteclausule in het voordeel van ARTE. Hij wil graag weten welk bedrag we aan boete moeten betalen en wat de interesten bedragen. Hij deelt meer dat Open-VLD tegen zal stemmen. De dading op zich kan een goede beslissing zijn, maar ze kunnen niet akkoord gaan met hoe het dossier is verlopen van in het begin.
Artikel 1: De OCMW-raad beslist deze ontwerptekst van dading goed te keuren en met toepassing van artikel 269 en 273 van het Decreet Lokaal bestuur een bedrag van 433.000 EUR te betalen aan Stabo-Arte in uitvoering van de overeenkomst. De financiële gevolgen worden opgenomen in de eerstvolgende aanpassing van het meerjarenplan.
DADINGSOVEREENKOMST
(Met toepassing van Artikel 2044 (Oud) Burgerlijk Wetboek.)
Tussen
Hierna verwezen als Partij 1 dan wel “OCMW OUD-HEVERLEE”;
EN
B)ARCHITECTENVENNOOTSCHAP AR-TE CV, met zetel te 3018 Wijgmaal, Remylaan 2B, ingeschreven in de Kruispuntbank der Ondernemingen onder het nummer 0454.907.036, hierbij geldig vertegenwoordigd door betrokkene 3, gedelegeerd bestuurder en betrokkene 4 , bestuurder;
Hierna verwezen als Partij 2.A en 2.B dan wel “STABO-AR-TE”;
Partij 1 enerzijds en Partij 2.A en 2.B anderzijds worden hierna gezamenlijk de “Partijen” en elk afzonderlijk een “Partij” genoemd.
* * *
Wordt het volgende uiteengezet
(A) OCMW OUD-HEVERLEE schreef in 2004 een overheidsopdracht voor aanneming van diensten uit via een algemene offerteaanvraag, getiteld ‘Studieopdracht Masterplan’ met voorwerp ‘masterplan woon- en zorgcampus en eventueel uitwerken van diverse deeldossiers (architectuur, stabiliteit, technische installaties en veiligheidscoördinatie)’. Bij beslissing van 25 augustus 2005 werd deze overheidsopdracht gegund aan STABO-AR-TE.
(B) Op 23 augustus 2006 werd tussen Partijen de aannemingsovereenkomst “Overeenkomst gebouwen’ gesloten, hierna Overeenkomst. Op 1 februari 2010 ondertekenden Partijen een ‘Addendum overeenkomst gebouwen. Herwerking masterplan + voorontwerp WZC De Kouter’.
(C) Bij besluit dd. 26 februari 2013 ging OCMW OUD-HEVERLEE over tot beëindiging van de Overeenkomst dewelke met STABO-AR-TE werd gesloten.
Ingevolge de beëindiging van de Overeenkomst vorderde STABO-AR-TE een verbrekingsvergoeding voor een bedrag van 349.727,44 EUR, meer interesten vanaf 22 maart 2013.
Aldus werd door STABO-AR-TE een procedure ten gronde aanhangig gemaakt voor de Rechtbank van Eerste Aanleg Leuven lastens OCMW OUD-HEVERLEE.
Het vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg Leuven dd. 3 april 2015 (procedure gekend onder het rolnummer 13/2050/A) veroordeelde OCMW OUD-HEVERLEE tot betaling van een bedrag van 349.727,44 EUR méér interesten gelijk aan de rentevoet van de verwijlintresten voor overheidsopdrachten vanaf 22 maart 2013.
Het vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg Leuven werd hervormd middels arrest van het Hof van Beroep te Brussel dd. 17 april 2018 (in de procedure gekend onder rolnummer 2015/AR/1745), waarbij OCMW OUD-HEVERLEE werd veroordeeld tot het bedrag van 78.143,62 EUR méér intresten.
Op haar beurt werd het arrest van het Hof van Beroep te Brussel dd. 17 april 2018 vernietigd ingevolge arrest van het Hof van Cassatie dd. 30 oktober 2020 (procedure met als rolnummer C.20.0017.N).
(D) Ingevolge een intern akkoord binnen het Ingenieurs-,ontwerp- en coördinatiebureau STABO CV , partij 2A, werd een overdracht van schuldvordering afgesloten waarbij de Architectenvennootschap in de rechten trad van de voormelde vennootschap STABO CV voor de rechten die laatstgenoemde had verbonden aan het geschil voormeld onder sub (C) .
(E) In het kader van deze dadingsovereenkomst, hierna de "Dadingsovereenkomst", zal naar het bovenstaande worden verwezen als naar het "Geschil".
De Partijen wensen middels onderhavige overeenkomst bij wijze van dading bij toepassing van Artikel 2044 (Oud) Burgerlijk Wetboek. een einde te maken aan het Geschil, middels wederzijdse toegevingen.
En komen Partijen het volgende overeen
De hoofdingen in deze Dadingsovereenkomst zijn enkel bedoeld om de leesbaarheid te vergemakkelijken. Zij definiëren of beperken geenszins de draagwijdte of de inhoud van de bepalingen waarop zij betrekking hebben en er mag geen enkele interpretatieve waarde worden aan verleend.
Onder de voorwaarden en overeenkomstig de modaliteiten van huidige Dadingsovereenkomst wensen de Partijen een einde te stellen aan het Geschil en dit met wederzijdse toegevingen.
Partijen stellen bij wijze van dading een einde aan het Geschil door de hiernavolgende bindende regelingen te treffen.
OCMW OUD-HEVERLEE betaalt aan STABO-AR-TE het bedrag van 433.000 EUR (en dit alles inbegrepen, niets uitgezonderd).
Voormeld bedrag van 433.000 EUR zal door OCMW OUD-HEVERLEE worden gestort volgend op de ondertekening van onderhavige Dadingsovereenkomst, en wel in de loop van september 2021, op de derden rekening van het advocatenkantoor van Ligé voor en namens betrokkene 5 , en met name volgend rekeningnummer BE 08 3200 0352 5113, met vermelding “13529 WZC De Kouter-dading “
STABO-AR-TE bevestigt dat door OCMW OUD-HEVERLEE in het kader van onderhavige regeling van het Geschil geen andere bedragen verschuldigd zijn.
Partijen doen definitief afstand van iedere vordering, op basis van welke rechtsgrond ook, huidig of toekomstig, rechtstreeks of onrechtstreeks, die zij uit hoofde of naar aanleiding van het Geschil zouden kunnen laten gelden en dit tevens ten aanzien van de met Partijen verbonden vennootschappen (hierinbegrepen moedervennootschappen), aandeelhouders, bestuurders, directeurs en personeelsleden, en andere aangestelden van de Partijen.
Onderhavige Dadingsovereenkomst geldt als dading in de zin van Artikel 2044 (Oud) Burgerlijk Wetboek. aangaande de wederzijdse huidige en toekomstige vorderingen van Partijen met betrekking tot het Geschil.
Partijen verklaren afstand te doen van hun mogelijkheid om zich te beroepen op vergissingen in rechte of feitelijke vergissingen en op ieder verzuim betreffende het bestaan, de aard of de uitgebreidheid van hun rechten. De Partijen erkennen uitdrukkelijk dat zij volledige kennis en besef van alle feitelijke elementen van alle actuele of potentiële betwistingen hebben en dat zij in geen geval dwaling in rechte of in feite bij het afsluiten van deze Dadingsovereenkomst zullen inroepen.
Na ondertekening van onderhavige Dadingsovereenkomst kunnen Partijen in geen geval de ontbinding van de Dadingsovereenkomst vragen.
Elke Partij draagt zelf de gerechtelijke en buitengerechtelijke kosten die zij gemaakt heeft voor de vrijwaring van haar rechten en vorderingen die het voorwerp van huidige Dadingsovereenkomst uitmaken en voor de onderhandeling, totstandkoming en uitvoering van huidige Dadingsovereenkomst.
5.2 Goede trouw
Partijen bevestigen dat zij te goeder trouw hebben gehandeld tijdens de onderhandelingen en het opstellen van de Dadingsovereenkomst en bevestigen dat zij dit principe zullen naleven bij de uitvoering ervan.
Partijen verklaren uitdrukkelijk alles te doen wat nodig en nuttig is om de correcte uitvoering van deze Dadingsovereenkomst te verzekeren.
Partijen komen overeen dat als een Partij één der verplichtingen volgende uit de Dadingsovereenkomst niet zou nakomen, de andere partij het recht heeft om aanspraak te maken op de uitvoering van de betreffende verplichting
5.3 Wijzigingen en verzakingen
Elke wijziging aan deze Dadingsovereenkomst dient te geschieden door middel van een door alle Partijen ondertekend document.
Tenzij waar anders voorzien, kan nalatigheid of vertraging van een Partij in de uitoefening van een vordering of een rechtsmiddel in geen geval beschouwd worden als een verzaking aan deze vordering of dat rechtsmiddel, of aan enige andere vordering of ander rechtsmiddel.
Indien één of meerdere bepalingen van deze Dadingsovereenkomst nietig, niet-tegenwerpelijk, onuitvoerbaar of onafdwingbaar zouden zijn of worden, al dan niet wegens een wetswijziging of om enige andere reden, zullen de geldigheid, tegenwerpelijkheid, uitvoerbaarheid en afdwingbaarheid van de andere bepalingen van deze Dadingsovereenkomst hierdoor niet worden aangetast, voor zover deze bepalingen nog uitwerking of een bestaansreden kunnen hebben.
De Partijen verbinden zich er, in de mate van het mogelijke, toe de nietig, niet-tegenwerpelijk, onuitvoerbaar of onafdwingbaar geworden bepalingen in onderling akkoord te vervangen door een gelijkaardige clausule die overeenstemt met de algemene geest van deze Dadingsovereenkomst.
Geen van de Partijen kan alle of een deel van haar rechten en/of verplichtingen uit deze Dadingsovereenkomst aan een derde overdragen (op welke wijze dan ook, met inbegrip van overdracht in het kader van een inbreng of verkoop van een algemeenheid, bedrijfstak of handelsfonds, een fusie of een splitsing) zonder voorafgaandelijk geschreven akkoord van de andere Partij.
Elke Partij verbindt zich er onherroepelijk toe om deze Dadingsovereenkomst als absoluut vertrouwelijk te beschouwen en te behandelen.
Geen van de Partijen kan of mag op enige wijze gebruik maken van deze Dadingsovereenkomst, noch deze onder welke omstandigheden dan ook meedelen aan enige derde, behalve (i) met het oog op de uitvoering ervan, (ii) in de hypothese waarin een Partij wettelijk verplicht is de Dadingsovereenkomst in haar geheel of gedeeltelijk bekend te maken, (iii) mits voorafgaande en geschreven toestemming van de andere Partijen of (iv) in het kader van een gerechtelijke procedure.
Deze Dadingsovereenkomst wordt exclusief beheerst door en moet geïnterpreteerd worden overeenkomstig het Belgisch recht.
Alle geschillen met betrekking tot de geldigheid, de interpretatie en de uitvoering van deze Dadingsovereenkomst die niet in der minne geregeld kunnen worden, behoren tot de exclusieve bevoegdheid van de rechtbanken van het arrondissement Leuven.
* * *
Aldus overeengekomen te [………] op [……] en in drievoud opgemaakt, elke Partij verklarend een origineel te hebben ontvangen.
| OCMW OUD-HEVERLEE |
|||
| Naam: |
|
Naam: |
|
| Titel: |
|
Titel: |
|
| Vertegenw.: |
|
Vertegenw.: |
|
| ArchitectenvennootschapPDS- ar-te |
|||
| Naam: |
|
Naam: |
|
| Titel: |
|
Titel: |
|
| Vertegenw.: |
|
Vertegenw.: |
|
De voorzitter sluit de zitting op 31/08/2021 om 23:03.
Namens raad voor maatschappelijk welzijn,
Marijke Pertz
algemeen directeur
Adinda Claessen
voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn